De Verzamelaar

Op vier juni 1904, zag Paul Dangla voor de laatste keer in zijn leven de zon opgaan. Paul, 24 jaar, een voormalige boekhouder, afkomstig uit Midden-Frankrijk, én een begenadig stayer.
Paul, (zie foto) aanstormend talent, stond als één van de weinige Franse stayers, regelmatig  in Duitsland op de aanplakbiljetten. Per slot was Duitsland dé Premier League van het stayeren.
Ook op die genoemde  vierde juni, met de Gouden Wiel van Maagdenburg . Een   stayerskoers over honderd kilometer, waar Paul een goed betaald contarct voor had.
Tijdens de koers krijgt Paul, tegen de negentig kilometer, een klapband, komt ten val en sterft niet veel later aan zwaar hersenletsel. Paul Dangla werd begraven op Cimetiere de Dolmarac, een kerkhof in zijn geboortestad l‘Agen.
Ter waarschuwing aan al die snelheidsduivels werd, op Pauls graf, zijn ongeluksfiets geplaatst, en vastgeklonken aan de grafsteen. Précies een eeuw later, óp zijn sterfdag in 2004, wordt deze fiets van de sokkel gebroken en vervolgens gestolen. De dader? Een verzamelaar van wielermemorabilia!
Verzamelaars, een verachtelijk volk. Mensen zonder eer, noch geweten.  Weten als vale gieren precies, wáár De Dood had aangeklopt. Vooral bij voorheen beroemde renners. Ook tijdens die ene requiemmis van een voormalige kampioen. Waar achter in de kerk een stapeltje bidprentjes, met naam én foto van de beminde overledene, bevond. Door verzamelaars met handen vol mee geklauwd. Om deze een dag later voor veel geld op Marktplaats te verpatsen.
En nog véél erger. Zoals de begrafenis van Wim van Est. Waar diverse grote wielerorganisaties, waaronder die van de Acht van Chaam, hun medeleven betuigde door middel van bloemenkransen voorzien met tekstlinten. Nauwelijks was Van Est ten aarde besteld of deze linten werden genadeloos, gestolen. Eén keer raaien door wie.
Spreek ze daarover aan. Dan wordt er lispelend verteld, dat ze dat doen uit naam van het  ‘nationale wielererfgoed’: in hun ogen sluimert de gloed van hebzucht.
En mocht de verzamelaar ooit aan je deur komen dan is daar één remedie tegen: doe dan als de Heer. Want Jezus ranselde de farizeeërs, met een eind hout, de tempel uit.

Cockney uit Londen pikte zijn graantje mee

De klus was geklaard. Winst in de Grand Prix de la Republique, een stayerskoers over honderd kilometer, zat in de knip. Dat Tommy Hall, achter gangmaker Cissac, met ruim vierentachtig kilometer het dan bestaande uurrecord, op naam van Paul Dangla, met drie kilometer verbrak, was mooi meegenomen. Eind oktober 1903, één van de laatste koersen van het seizoen. Op de Parijse wielerbaan van het Parc des Princes wordt winnaar Tommy Hall, met verkrampte benen, door mannen met pet én bolhoed van de fiets geholpen. Zelf had Tommy het niet zó op met hoofddeksels. De stayer uit Londen koerste blootshoofd. Wat hem bijna noodlottig werd. Tommy Hall dus, die in de revanche tegen Paul Dangla voor héél eventjes de zijkant van de motor raakte. Enfin, Tommy, zwaargewond van de wielerbaan weggesleept, werd vereeuwigd met een prachtige foto in de Radwelt jaargang 1903.
Die Tommy toch, evengoed een stayer van nét niet. Een grijze muis, die af en toe kon brullen. Had hij zo’n dag, dan stond de meedraaiende rol achter de motor roodgloeiend. Tommy, een kleine cockney uit Londen en populair in Frankrijk, moest het hebben van uitschieters. Behalve een tweede plek op het Europese kampioenschap in 1904, kom je Tommy in de kampioenslijsten niet tegen. Maar Hall was ook geen weggooier.
Op de Duitse wielerbanen pikte de blinde kip uit Londen evengoed zijn graantje mee. De Grote Prijs van Berlijn, de Voorjaarsprijs van Leipzig, Grote Prijs van Hannover, het Gouden Wiel van Maagdenburg en nog een handvol grote koersen ging Tommy als winnaar over de streep.
In de ranglijsten, pijnlijk nauwkeurig bijgehouden in de jaarboeken van Radwelt, bungelt Tommy ergens onderaan. Evengoed kon hij tussen 1903 en 1914 ruim zesennegentigduizend goudmark op zijn rekening bijschrijven. Tommy Hall, net geen programmavulling, lag wel goed bij zijn collega’s.
De Londenaar had de twijfelachtige eer om diverse keren de lijkkist van een gesneuvelde collega naar diens laatste rustplek te dragen. Ook die van Fritz Theile, doodgevallen op de Zehlendorfbaan van Berlijn in 1911.

Tommy Hall, had  de grootste moeite zich veertien jaar staande te houden in de eliteklasse van de professionele stayers. Dat waren zware jaren van honderden wedstrijden met maar een tiental overwinningen. Niet veel. Maar zijn grootste verdienste was, dat hij het Grote Bloedbad op de Duitse wielerbanen – tussen 1900 en 1914 veertig doden en een veelvoud aan zwaargewonden –, had overleefd. Tommy werd drieënzeventig jaar.

Bron: La Vie au Grand Air, jaargang 1903. De jaargangen Radwelt 1903 tot en met 1914.

De dood van de fietsende boekhouder

Het was pas dertig jaar daarvoor dat Duitse troepen Parijs in brand schoten. De Frans-Duitse oorlog van 1870, bezorgde Frankrijk een collectief trauma en een brandende haat naar alles wat naar Pruis rook.  Als een Fransman de kans kreeg de mof te vernederen, werd dat in het hele land toegejuicht. Op zestien augustus 1903 werd een kleine rekening ingelost. Voor een afgeladen Parc des Princes, dé wielerbaan van Parijs, raasde Paul Dangla naar een nieuw werelduurrecord achter de motor. Met tachtig kilometer reed Dangla het onaantastbaar geachte record van de Duitser Thaddeus Robl uit de boeken.
Voor het Franse journaille, niet vies van chauvinisme, was Pauls prestatie het sein om de kast met superlatieven open te trekken. In Dangla, 26 jaar, werd de toekomstige wereldkampioen gezien, de man die landgenoot én stayer, Emile Bouhours, wekelijks strijdend in Duitsland, kwam aflossen. Voor Dangla, een voormalige boekhouder afkomstig uit l’Agen in het zuiden van Frankrijk, lagen de vette contracten al klaar. Duitsland met zijn veertig wielerbanen en jaarlijks honderden stayerskoersen lag aan zijn voeten. Maar het was een klein lefgozertje afkomstig uit Londen dat Paul’s toekomstige tournee verstoorde.
Nog geen maand later, notabene in  het zelfde Parc des Princes, reed de, eveneens  zesentwintigjarige Tommy Hall, (foto: rechts beneden) een dreumes van nog geen 1.60 meter, het record van Dangla, met vierentachtig kilometer, de Seine in.
Halls record was een opmaat voor een huiveringwekkende revanche. Met veel gevoel voor spektakel zag de baandirectie van het Parc wel iets in een duel Hall-Dangla: en die kwam ook. De fietsende boekhouder versus Londense Tommy. Inzet: een grote zak geld, maar vooral de eer. Overvolle tribunes en op de wielerbaan twee brullende motoren in volle jacht. Sensatie op de Parijse piste. Dangla en Hall, (foto boven) zonder valhelm, met de kop naar beneden, enkele centimeters jagend en jakkerend achter de motor.
Er was maar één seconde van onoplettendheid nodig. Een weemakende klap. Het publiek hield de adem in. Tommy Hall, héél even de zijkant van de motor rakend, stuiterde op het cement en werd zwaargewond naar de kleedkamers gesleept (foto: linksboven). Een week later pakte de inwoner van l‘Agen zijn record terug, vertrok vervolgens richting oosterburen, om oppermachtig de Dreistundenren von Leipzig te winnen.
Na een druk winterprogramma op de Parijse wielerbaan was Dangla klaar om definitief de Duitse wielerbanen te bestormen. Hooggespannen verwachtingen bij het Franse volk én de pers. Dangla, voordat hij stayer werd een topsprinter met meer dan zeventig overwinningen, zal zich, eenmaal in de Heimat, ongetwijfeld afgevraagd hebben waar hij mee bezig was. Frankrijks hoop in bange dagen kwam tijdens een training in Berlijn zwaar ten val en was een maand uitgeschakeld. En dan is het 18 juni, de Golden Rad von Magdenburg. Een week eerder pakte Dangla op dezelfde baan de winst.
Paul Dangla, (foto: boven) dé favoriet voor het Gouden Wiel ging van start en zal nooit meer zijn geliefde l‘Agen terugzien. Door een schedelbreuk, veroorzaakt door een klapband, stierf Dangla in het harnas. Op het  cimetiére de Dolmayrac, in zijn geboorteplaats, werd de voormalige boekhouder begraven. Ter waarschuwing aan al die snelheidsduivels werd, op het graf,  zijn ongeluksfiets geplaatst maar ook een granieten gebroken kolom met de tekst ‘Paul Dangla, 1878-1904. Record du Monde Demi Fond 84 km575. Precies honderd jaar later, enkele dagen voor zijn sterfdatum werd de fiets van het graf gestolen.
Frankrijk weet zijn sporthelden op waarde in te schatten, laat ze niet in de vergetelheid wegzinken. Het gemeentebestuur van l‘Agen vernoemde een middelbare school naar hun illustere inwoner. Het Paul Dangla-College is ook nog eens gevestigd aan de Rue de Paul Dangla.
En Tommy Hall? Tommy de Mazzelaar! De eeuwige geluksvogel uit Londen. Een tiental keer zwaar gevallen, kende een succesvolle stayerscarriere, stierf in 1949 op tweeënzeventig jarige leeftijd. Tommy, begraven op het Londense Abney Park Cementery, kreeg van zijn vrienden een  grafsteen(foto: links) waarvan de laatste regel luidt: A Great Rider and Sportsman. En zo is het maar net!

Bron: Radwelt jaargangen 1903, 1904, de website van de gemeente l ‘Augen