Diefstal

‘Walk of Shame’, en terecht. Het mag dan meer dan zeventig jaar geleden zijn, maar in Camden, New Yersey  zijn ze het nog niet vergeten. Hoe een zoon van  hun stad op schandalige wijze was bestolen van de wereldtitel zwaargewicht. Joe Walcott, ook wel Yersey Joe genoemd, mocht op vijf december 1947, na vijfenvijftig gevechten, eindelijk een gooi naar de wereldtitel doen.
Tegenstander, de toenmalige titelverdediger en bokslegende Joe Louis. Plaats van handeling het New Yorkse Madison Square Garden, met meer dan achttienduizend toeschouwers uitverkocht. Het werd een partij die na afloop heel boksminnend Amerika op zijn kop zette. Joe Louis, voor de vierentwintigste keer zijn titel verdedigde, was met 12  tegen 1 dé grote favoriet.
Misschien dáárom was het gevecht bij voorbaat al beslist in zijn voordeel. Het liep anders. Joe Louis, de God van Harlem en zwarte omstreken, werd door Yersey Joe, 33 jaar, twee keer tegen het canvas geslagen. Iedereen in het Madison Square Garden ging er van uit dat Walcott de titel had. Tot grote ontzetting van het publiek verklaarde de ringrechters Louis tot winnaar.
Het Franse sportblad Miroir de Sport,  aanwezig,  opende zijn verslag  met de kop, ‘Arme negers, negers, negers.’ Enfin, het moest nog acht jaar duren eer ene Rosa Parks, een zwarte inwoonster van Montgomery, Alabama, haar plaats in een bus weigerde af te staan aan een blanke. De segregatie gierde volop. De prachtige, paginagrote foto bij het Franse verhaal, maakte het een beetje goed. Niets beklijft zo slecht als het geheugen. Het ‘gevecht van de eeuw’, Walcott versus Louis, inmiddels weg gezakt in de krochten van het collectieve geheugen.
Maar niet in Camden, thuisstad van Yersey Joe. Na zeventig jaar waren ze  die schandelijke diefstal van een wereldtitel, van hun zoon nog láng niet vergeten.  Dat bewuste gevecht was dan ook een ‘bepalend’ moment in de geschiedenis van de stad. Afgelopen september, precies een kwart eeuw na het overlijden van  Walcott, Joe werd tachtig jaar, zijn de plannen rond, voor een levensgroot standbeeld van Walcott.
De gemeenteraad van Camden heeft zijn helden lief, en reserveert voor het bronzen beeld 185.000 dollar.  Dat de toekomstige bronzen Joe op de Walk of Shame komt staan is logisch.
En wat de bokscarrière van Yersey Jou betreft: op 18 juli 1951, inmiddels 37 jaar, werd Joe, in een partij tegen  Ezzard Charles, eindelijk wereldkampioen.

Bron: Miroir de Sport jaargang 1947, the Philadelphia Inquirer.

Netvlies

De Europese wielerbanen anno 1901, waar een lullig, ééncilinder gangmaakmotortje  zijn opwachting maakte. Een motor die amper de zestig kilometer aan tikte. Of dat evengoed een veilige snelheid  was? Nee! Dat  de gangmaker, vér achter zijn achterwiel zat,  was al bloedlink.  Spontane zenuwtrekjes had de renner moeten krijgen bij het feit dat vóór op het stuur, een blok ijzer was geplaatst om de motor in evenwicht te houden.
Ondanks de gevarenzone zag  César Simar wel mogelijkheden.  Om meer in de zuiging van de motor te zitten liet de man, afkomstig uit Lille,  een fietsje bouwen waarbij zijn héle lijf boven het voorwieltje zat. Het was stayeren in de twilightzone, waar ‘gene zijde’ nooit ver weg was, want  geremd werd  door met het hoofd tegen de rug van de gangmaker aan te rijden. Hoe dat ging tijdens een koers met meerdere renners, én op een kleine wielerbaan,  moeten we maar niet aan denken.
César Simar, met een verdienstelijke uitslagenlijst, bij elkaar gereden op obscure wielerbanen in Buenos-Aires, New York, én de Parijse banen, werd goed genoeg gevonden voor een serie contracten op de Duitse wielerbanen, de Premier League van het toenmalige stayeren. Vanaf 1905 tot 1910 werkte Simar in Duitsland een serie contracten af. Simar, winnaar van onder meer de Grote Prijs van Dresden en de  Grote Prijs vom Rhein,  gehouden in Keulen. In  vijf seizoenen werd  dertien grote koersen gewonnen, waarbij hij ruim negenendertigduizend goudmark op zijn bankrekening mocht bij schrijven. Maar de grote doorbraak bleef voor César uit. De man leed aan een slepende astma waar hij uiteindelijk op vijfenvijftig jarige leeftijd aan overleed.
César Simar, op de foto achter  gangmaker Bertin, een man met een duistere, gekwelde blik, die ondanks dát,  voor het grote avontuur ging. Na een jaar met Simar,  verruilde Bertin zijn één cilindermotortje  om voor een zogenaamde motortandem, een monster op twee wielen. Bertin stelde zijn kunsten in dienst van stayer Paul Dangla. De laatste beelden  op Paul’s netvlies op dit ondermaanse,  was de rug van Bertin. Een paar seconden later  verongelukte hij dodelijk, wat gebeurde tijdens de Golden Rad van Magdeburg in 1903. 
Een jaar later raasde de Franse stayer Charles Brécy achter Bertin, toen de voorvork diens motor brak. Charles Brécy werd 31 jaar. Met Jean Bertin liep het trouwens  ook niet prettig af. In 1912 knutselde de Parijzenaar een vliegtuigje in elkaar. Of Bertin, op het moment van neerstorten dacht aan Dangla en Brécy is niet zéker. Wél dat Bertin 35 jaar werd.

Foto: Bertin verruilde zijn één cilindermotor om voor de loodzware motortandem. Links stuurman Sigonand, daarnaast stayer Paul Guignard, die niet veel later de honderd kilometer afraasde in een uur: een  werelduurrecord. Helemaal rechts Bertin. Tussen hen in Bertin senior.

Bron: Radwelt jaargangen 1905 tot 1910, La Vie au Grande Air jaargang 1903.

Uit het sinistere dagboek van Charley Miller

madisonDe Zesdaagse van New York 1897. Gehouden in het Madison Square Garden. Zes dagen en nachten stampvolle tribunes. Op de baan de renners. Eén daarvan, Charley Miller, hield tussen de races een dagboek bij. Gebrek aan zelfinzicht kon je Charlie niet betichten. Tijdens zijn horrorrace  noteerde hij ijverig dat  niemand zulke sterke longen had als hij, maar dat was nog niks vergeleken bij zijn maag. Werkelijk alles kon hij eten en verteren, liet hij weten. En daar had de man geen woord van gelogen. Terwijl de concurrentie energie haalde uit de gestampte pot, vrat Charley fruit en haverkoeken bij het leven, die hij wegspoelde met liters paardenmelk. In het dagboek geeft Miller een inkijkje in de lugubere wereld van de prehistorische Zesdaagse, waar gekoerst werd tot de renners letterlijk van hun karretje vielen. Na de eerste vierentwintig uur onafgebroken op de fiets te hebben gezeten, noteerde Charley dat concurrent, ene Waller op kop lag.
Na 52 uur koers met een korte onderbreking van een  half uurtje slaap, vond Miller dat hij wel een stevige massage verdiend had. Verzorger John West nam hem meer dan drie kwartier onder handen waarbij hij zijn renner wakker hield door steeds koud water in zijn gezicht te gooien.waller
Miller had niet alleen een sterke maag, maar moet ook nog eens een kont van gewapend beton hebben gehad. Vergenoegd noteerde hij dat vrijwel alle renners last hadden van een opspelend, pijnlijk scrotum, maar hij niet. Na een aantal vreselijke valpartijen overleefd te hebben, grijpt  Charley op de vierde dag de leiding. Dan is het vrijdag tien december, de vijfde dag van de six, als de twee koplopers, Miller en Waller met elkaar in botsing komen.  Waller die de indruk moet hebben gemaakt alsof hij zojuist uit een gehaktmolen was gestapt werd door de jury gedwongen om twee uur rust te nemen om zijn wonden te laten behandelen. Aangezien sportief en fatsoenlijk gedrag alleen weggelegd is voor padvinders en heilsoldaten, maakte Miller dankbaar gebruik van Wallers afwezigheid door zijn voorsprong flink uit te bouwen naar meer dan zeventig mijl.
MillerVermoedelijk door het fruit én de paardenmelk  had Charley een lekkere stoelgang. Maar  toilet bezoek was nog niet zó eenvoudig. In zijn sinistere dagboek noteert Miller dat zijn voetzolen door al dat gefietst week waren geworden. Door twee man ondersteund werd Charley van de fiets op de pot gehesen. Dan is het zaterdag 11 december, de laatste dag van de Zesdaagse, wat ook Millers trouwdag was.
Voor meer dan tienduizend toeschouwers trad Miller  met zijn verloofde Genevieve Hanson op het middenterrein in het huwelijk. Terwijl de band  the Wedding March speelde, en Waller op de piste redde wat er te redden viel, gaf Miller voor een ambtenaar afkomstig uit Brooklyn, zijn ja-woord aan Genevieve. Na de bruid gekust te  hebben, sprong Charley op zijn fiets, reed nog twee uur, en schreef de Zesdaagse van New York op zijn naam.
Met een prijzengeld van 2500 dollar vertrokken Miller en zijn vrouw spoorslags naar het Waldorf-Astoria hotel waar de huwelijksnacht werd doorgebracht, waarbij die zes eieren heel goed van pas kwamen.

Foto 1: Madison Square Garden rond 1900. Foto 2: Waller. Foto 3: Charley Miller.

error: Content is protected !!