Een ongeslepen diamant die niet te slijpen viel

Met één klap sloeg hij zich uit de anonimiteit. Een dreun die hem ook de Europese titel opleverde. Lignano, juni 1968. Carmelo Bossi, Europees kampioen weltergewicht, verdedigde zijn titel.  Tegenstander, Edwin Fighting Mack, die geen partij was. Acht ronden lang kreeg Mack op zijn lazer. Tot de negende ronde. Een moment van onoplettendheid werd de Italiaan fataal. In die betreffende  ronde sloeg Mack, wiens eigenlijke naam Edwin Nicodemus Alberto is, de kaak van Bossi aan gort. Bossi had de conduitestaat van zijn uitdager beter moeten controleren.
Edwin ‘Fighting’ Mack, Antilliaan van geboorte, was geen opgewarmd lijk. Van de zesentwintig voorgaande partijen had hij er twee verloren. Zestien keer werd een tegenstander na het gevecht wakker. Mack werd niet alleen totaal onverwacht Europees kampioen maar ook de eerste zwarte Nederlander die een internationale bokstitel won.  Na zijn titel stond Mack als vijfde op de wereldranglijst van de WBA. Niets stond een glorieuze bokscarrière, én een vette bankrekening in de weg. Het ultieme leven van een sportheld lag te wachten.  Om uiteindelijk te eindigen als  medewerker aan een benzinepomp. Een tragedie, maar dat maakt het verhaal ‘Mack’ wél zo fascinerend.
Aan zijn begeleiders heeft het niet gelegen. Mack, op de ‘eilanden’ ontdekt door ene Berend Prakken die hem direct naar Amsterdam loodste. Waar hij onder de hoede kwam van ome Nelis Bisschop, gereputeerd bokstrainer. 
Fighting, tjokvol talent. In bezit van een harde rechtse.  Maar aanleg alleen is niet genoeg. Talenten, daar ligt het kerkhof vol mee.  De Antilliaan had dan wel dynamiet in zijn knuisten maar gedroeg zich als een kikker in een kruiwagen . Aan trainen had hij een hekel. ‘Dertien dagen trainen, voor dertien ronden’, was een gevleugelde uitspraak van hem.  Voor bokslegende Wim Snoek aanleiding om zich over hem te ontfermen. Snoek vond hem een ruwe diamant. Ook Snoek lukte het niet om deze te slijpen.
Een treurig boksverhaal is nooit compleet zonder louche managers. Mack werd uitgemolken als een ouwe koe. Paar weken na zijn titel moest er geoogst worden. In de toenmalige Oude Rai werd een boksgala georganiseerd. Meer dan tweeduizend liefhebbers kochten een peperduur kaartje. Hoofdpartij,  Fighting Mack versus de Argentijn Valerio Nunez. Een gevreesde tegenstander, die na drie ronden zomaar opgaf.  Het publiek voelde zich bestolen.  ‘Dieven, dieven’, scandeerde het massaal. Vijf maanden na zijn winst in Lignano was Mack zijn titel weer kwijt. Silvano Bertini sloeg Edwin Nicodemus knock-out .
De opmaat voor de teloorgang vond plaats in de Amsterdamse Jaap Edenhal. Hoofdrolspelers Fighting Mack tegen  Ben Zwezerijnen. Mack was favoriet. In ieder geval bij de massaal opgekomen Antilliaanse gemeenschap. Die had zwaar op hun jongen gewed. Weggegooid geld. In een legendarisch gevecht sloeg Zwezerijnen  de Antilliaanse hoop in bange dagen knock-out.  De bokscarrière van Edwin Fighting Mack was exit. Later werd hij in Zandvoort gesignaleerd als medewerker bij een benzinepomp.

Bron: Het Parool, De Waarheid en Amiqoe di Curaçao, Weekblad voor de Antillen.

De keuze was voetbal of boksen…

Dat in het mooi verzorgde graf een voormalig bokskampioen rust is duidelijk. Zijn palmares én actiefoto sieren de steen. En dat het graf zich bevindt ‘in de hoek’ van het kerkhof heeft een prachtige verborgen bokssymboliek. Op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, daar waar twee paden elkaar snijden, bevindt zich de laatste rustplaats van zwaargewichtkampioen Wim Snoek.
Snoek, geboren en getogen Jordanees,  stond meer dan 633 rondes in de ring, wat staat voor 93 gevechten, was dertien keer nationaal kampioen en behoorde in de jaren vijftig tot de Europese top.
In 1962, de nadagen van zijn carrière, kwam de Mokumse pugilist uit tegen voormalig wereldkampioen Ingemar Johansson: die hij prompt in de eerste ronde knock-out
sloeg. Door een arbitrale dwaling verloor Snoek uiteindelijk dat gevecht. In datzelfde jaar zag ik Wim Snoek live aan het werk.
Op de Singel,  nabij de Heiligenweg, was de boksschool van Ome Piet ter Meulen waar Wim dagelijks zijn spieren staalde.  Voor ons, de jongens uit de Nieuwmarktbuurt was de sportkeuze niet zó groot: voetballen of boksen! De buurt had één voetbalclub want WMHO, maar wel drie boksscholen.
Dat uit de stegen, straatjes en grachtjes rondom de Nieuwmarkt goede boksers kwamen, was dan ook gewoon de macht van het getal. Tijdens de Olympische Spelen van 1952 vertegenwoordigde vlieggewicht Heintje van der Zee, de Nieuwmarktbuurt, Amsterdam en Nederland: in die volgorde. Acht jaar later, bij de Spelen in Tokio, was het de beurt aan bantamgewicht en buurtgenoot Jan Huppen.
Ik koos ook voor boksen. Veertien  jaar jong, met een bleek stakerig lijf, meldde ik mij bij Ome Piet. In Ter Meulens sportschool hing de juiste lucht van verschraald sportzweet, groene zeep en leer. Conditietraining werd gegeven door  een jongen met spierwit stekeltjeshaar die aangesproken werd met Tom Poes, hetgeen niet zijn echte naam was…
Als wij bezig waren met touwtjespringen of andere oefeningen, gebeurden in de boksring de meest verschrikkelijke dingen.  Snoek was dan aan het sparren met Harco Kokmeier. Die vreselijke, angstaanjagende, weemakende klappen op warm vlees…
Hoewel mij dringend verzekerd was dat het niet om het ‘echie’ ging, stopte ik mijn bezoekjes aan Ome Piets sportschool.  Het idee dat ik op een dag ook in die ring moest staan…
Wim Snoek heb ik sindsdien nooit meer gezien. Tom Poes wél! Later, véél later zag ik hem terug als directeur en eigenaar van de Kwantumhallen.
Joop Steenbergen had het als bokser niet gemaakt. Wel als zakenman…

Als jullie nog niet op mijn boek “flirt met de Dood’gestemd hebben…tot 21 april is dat mogelijk!
http://nicoscheepmakerbeker.nl/index.php?module=boeken&s=lijst#WIELRENNEN

 

error: Content is protected !!