Stayerslegende Jan Pronk overleden

Hoewel hij prachtig kon vertellen over de wereldkampioenschappen waar hij aan mee deed, herinnerde bij hem thuis niets aan zijn glorieuze stayersverleden. Alleen een vaas staand op de schoorsteen en geschonken door de gemeente Alkmaar was het enige stoffelijke bewijs van zijn wereldtitel stayeren, behaald in 1951. Hans Middelveld, regelmatig bij Jan Pronk op visite, verbaasde zich daar altijd over. Over stayerslegende Jan Pronk dus. In 1951 de sterkste ter wereld. Jan Pronk de laatste schakel met een glorieus verleden.
Hans Middelveld omschrijft hem als een ‘gouwe vent’, menselijk, geïnteresseerd in anderen, en tot het laatst scherp en staand midden in het leven. Dik over de negentig jaar, brak Pronk zijn heup, en herstelde daar goed van. Hij reed nog auto, onderstreept Middelveld de mentale en lichamelijke conditie van Pronk.
Jaap Oudkerk bevestigt dat. Oudkerk, zelf een gewezen wereldkampioen, had een  uitstekend contact met Pronk. Collega’s onder elkaar. ‘Ik kon goed met hem praten over het stayersvak’, vertelt  Oudkerk. ‘Wij konden uren praten over wielerbanen, gangmakers en renners.’ Pronk wist nog álles. Jan was ook een jeugdidool van mij. Als jochie zat ik met mijn ouders in het Olympisch Stadion Jan aan te moedigen. Neem van mij aan dat Jan een geweldige stayer was,’ gaat Oudkerk verder. ‘Een wereldtopper.’ 
Dolf Verschuren, Timoner, Lamboley, Frosio, en Leseur, de concurrenten van Pronk, waren dan ook stuk voor stuk topstayers. Het was de laatste lichting van een grootste tijd die nooit meer terugkwam. In dat rijtje behoort ook Jan Pronk. In de jaren na de oorlog behoorde Jan tot de beste rolrijders ter wereld. Vooral tijdens de wereldkampioenschappen behoorden de combinatie Jan Pronk/Frits Wiersma tot dé favorieten. In vijf wereldkampioenschappen zat Jan akelig dicht bij de titel. In 1947 werd de kleine Noord-Hollandse rolrijder derde. Het zilver pakte Jan in 1949, 1950 én 1954.
In 1951 kreeg Pronk eindelijk waar hij recht op had, want de regenboogtrui werd om zijn ranke schouders gehesen.  Een wereldtitel waar hij zijn hele lange leven plezier van had. En dan te bedenken dat stayeren niet echt zijn roeping was. Jan Pronk was en voelde zich een echte sprinter. De man was geen programmavulling. In 1939 deed Pronk mee aan het wereldkampioenschap sprint, waar hij in de achtste finale uitgeschakeld werd. Pronk had de pech om in een heel sterke lichting te zitten. Concurrenten Jan Derksen en Arie van Vliet waren een maatje te groot. Na de oorlog werd Jan Pronk stayer om den broden. Met succes. Jan Pronk, de oudste nog levende wereldkampioen, én  acht keer nationaal kampioen, overleed gisteren op de gezegende leeftijd van bijna achtennegentig jaar.

error: Content is protected !!