Hoe Joop Rijnink de leidsman van Kneet werd

De televisiezenders brachten het grootst, en de zeitungs ‘kopte’ met chocoladeletters dat de Duitse taal, door een Hollander, verrijkt was met een uitdrukking. ‘Der tod oder die gladiolen’ brabbelde Louis van Gaal op een persconferentie en keek daarbij zelfverzekerd alsof hij dat ter plekke verzonnen had. Die Louis toch, want  ‘De dood of de gladiolen’, is bekend geworden door Gerrie Knetemann maar kwam uit de koker van Joop Rijnink, een leraar Frans afkomstig uit Purmerend.

Joop Rijnink was niet alleen een taalkunstenaar maar ook één van de belangrijkste mensen uit het leven van Gerrie Knetemann. Zonder Rijnink was Gerrie Knetemann nooit die gelauwerde beroepsrenner geworden die hij was. En dat is geen steen in een rimpelloze vijver gooien maar een uitspraak van de Kneet himself.
‘Joop kon als renner helemaal niks’ aldus de voormalige wereldkampioen in een interview met dagblad Trouw in 2003. ‘Maar juist van die man heb ik het meest geleerd. Joop was bepalend voor mijn verdere loopbaan. Joop was heel slim. In een Belgische koers had hij een keer een hangslotje onder zijn zadel hangen. Dat ding maakte een ongelooflijke herrie. Daardoor mocht hij niet op kop rijden. Die mannen werden er gek van.’
Joop Rijnink dus, de goeroe van Kneet. Joop en Gerrie, leermeester én leerling vooral op tactisch gebied. Buurtjongens waren ze met dezelfde passie want wielrennen.
‘Als een fietsspaak zo dun maar wat kon hij hard fietsen’! Meer dan veertig jaar later kan Joop Rijnink, 65 jaar, zich daar nog over verbazen.
‘Kneet leerde ik kennen toen hij zestien jaar was. In de winter van 1966 trainde hij regelmatig met ons, een ploegje amateurs. We reden dan zo’n tachtig kilometer. Kneetje zat op een vast verzetje en de laatste dertig kilometer ging hij daarmee op kop rijden. Zó ongelofelijk hard dat wij, oudere renners, niet eens konden overnemen.’ Volgens Rijnink had Kneet maar één credo: de tegenstander slopen! De sterkste zijn. De wil opleggen aan de ander.
‘Dat was zijn kracht maar ook zijn zwakte,’vervolgt Rijnink. ‘Bij de nieuwelingen won hij bijna nooit want hij miste het koersgogme. Ik was niet sterk maar moest het van slimheid hebben. Dat kreeg Gerrie door. In zijn beginjaren heb ik heel veel met hem opgetrokken waarbij hij mij de oren van het hoofd vroeg. Kneet leerde heel snel en pikte het vlug op.’
Tijdens die trainingen gebeurde meer. Bij rustige momenten als er even een blaasje werd gepakt mocht Rijnink, tegen zijn ‘leerling’ graag filosoferen over het wielrennen wat gebeurde met bloemrijke uitdrukkingen. Harken! Uitgewoond zijn! Uit het hol springen! Linkebal! Wegtrekker!  In het sufferdje zitten! En de dood of de gladiolen!
Inmiddels gemeengoed in de Nederlandse taal en allemaal afkomstig van Joop Rijnink en bekendgemaakt door zijn poulain Knetemann.
‘Die uitdrukkingen kwamen niet allemaal van mij’ bekend de zojuist gepensioneerde leraar Frans. ‘Ik had ze opgepikt in de werkplaats van Jaap van de Berg, een racefietsenbouwer in de Jacob van Lennepstraat. Ik spijbelde vaak en zat hele middagen bij ome Jaap te luisteren. Joop Stakenburg kwam daar ook regelmatig. Jaap en Staak zijn de geestelijke vaders van veel van die kreten. Die twee hadden een soort unieke wielertaal ontwikkeld.’
Dat Joop Rijnink als renner helemaal niks kon was ver bezijden de waarheid. Rijnink was een zeer verdienstelijk stayer. Smakelijk, met veel gevoel voor humor vertelt Rijnink over zijn avonturen achter de motor.
‘Ik reed met gangmaker Pelser (foto boven) en werd tijdens de nationale kampioenschappen derde. Pelser had als gangmaker een behoorlijke makke: hij durfde niet achterom te kijken. Een mannetje op het middenterrein hield voor hem de koers in de gaten en schreeuwde de stand van zaken door. Ik heb ook achter ome Bertus de Graaf gereden. Dat was een verademing. Die man zat tijdens de race achterom te kijken om je aan te moedigen. Bertus was zelf stayer geweest en voelde aan wat zijn renner doormaakte. Na een aanval draaide hij het gas terug zodat je kon herstellen’.

Joop Rijnink is bijna uitgepraat, maar wil nog even kwijt hoe de rest van zijn leven is verlopen.
‘Ik ben rond mijn vijfentwintigste gestopt met koersen. Ik had mijn studie Frans afgerond en kreeg werk op een scholengemeenschap in Purmerend. Vorige week heb ik afscheid genomen want werd vijfenzestig jaar. En nee, nadat Kneet prof geworden was heb ik hem nooit meer gezien of gesproken. Maar als ik hem, tijdens zijn carrière op de televisie zag was ik ongelooflijk trots op hem.’

error: Content is protected !!