Jesús’ Hemelvaart

Klimmen als een gibbon. Colls afdalen met suïcidale trekjes. En een latent, erotische relatie met de stopwatch. Dan mag je als renner dromen van een Touroverwinning. Maar dat laatste liep éven anders. Eerst vertellen over de Ronde van Frankrijk 1953. En niet dat geleuter over de avonturen van Wim, Woutje, Hein en die andere toenmalige Nederlandse Tourrakkers: dát weten we nu wel.
Deze column gaat namelijk over Jesús Lorono.
Lorono, begenadigd grimpeur afkomstig uit het Baskenland. Koerste als prof vijf jaar onder het alziende oog van dictator Franco voornamelijk in Spanje. Won op het Iberisch schiereiland, mét de zege van de clerus, drieëntwintig voornamelijk obscure klimkoersen. Kattenpis natuurlijk. De proeve van bekwaamheid dient namelijk afgelegd te worden in de ronde van Frankrijk.
Jesús stelde niet teleur. De man maakte zijn opwachting in de Tour 1953. Waarin de Bask, net als die ene timmermanszoon zijn eigen Hemelvaart organiseerde, maar dán op de koersfiets.
De tiende etappe Pau-Cauterets, honderddrie kilometer lang, met de beklimming van de Aubisque.
Waarin de Bask de heilige geest kreeg en solo de top van die pokkencoll scheerde. Om zich met doodsverachting naar beneden te razen. In Cauterets moest Lorono zes minuten wachten op Jean Robic die als tweede de eindstreep aan tikte.

Jesús Lorono, zevenentwintig jaar, won met zijn klimexplosies uiteindelijk de bergprijs. In de Baskische cantina’s kolkten de wijn in glazen. Er werd getoost op Jesús’ komende Tourzeges.
Helaas, Baskische pindakaas! In de Tourcoulissen stond ene Frederico Bahamontes te trappelen. Fredo, een Castiliaan én een begenadigd klimmer die uitgroeide tot de allerbeste van zijn generatie.
Castilianen en Basken, als een zwarte steelband op het jaarfeest van de Klu-Klux-Klan. Onmogelijk combinatie. Bahamontes én Jesus kregen een relatie van een totale oorlog. Lorono, die een Tourzege op zijn Baskische buik kon schrijven, deed in totaal vijf keer mee aan de Franse rondrit, won één etappe en stierf op tweeënzeventigjarige leeftijd.

Bron: Le Miroir des Sports jaargang 1953.