Man van eer

De man was niet te koop. Daarvoor was hij té rechtlijnig. Een eigenschap die niet genoeg geprezen kan worden. Maar tevens een obstakel in de slangenkuil dat stayeren wordt genoemd. Ondanks dát behoorde hij ooit tot dé grote talenten achter de motor. Nu, meer dan zestig jaar later kan hij over zijn stayerscarrière prachtige verhalen vertellen. Jean Mehagnoul, 88 jaar, kaarsrecht, ijzersterk, geestelijk scherp, én rechtlijnig. Een ras-amsterdammer, die liever Jan genoemd wordt, begin jaren vijftig een topamateur.
Won tientallen koersen op de weg. Maar verloor ooit Olympia’s Tour met twintig seconden. Werd professional en koerste niet veel later achter de zware motor. Als sterke en aanvallende wegrenner had Mehagnoul zich in de kijker gereden van gangmaker Bertus de Graaf.
De laatste was op zoek naar een attractieve lokale renner. Zo één waarvoor  Mokumers naar het Olympisch Stadion werden gelokt. ‘Als een dweil’ is zijn antwoord op de vraag hoe zijn stayersdebuut was.
Mehagnoul zwabberde over de baan. In het begin keek hij alleen maar naar de voor hem liggende rol. ‘Als je dood wil moet je daar mee door gaan’ was de lugubere boodschap van Van der Graaf. Volgens hem duurt het een lange tijd voor je het stayersvak onder de knie had.
Als beginnende stayer ben je aan de goden over geleverd. Beter gezegd: rijden met derderangse gangmakers. Voor Jan was dat gangmaker Van der Bom die er niet zó veel van begreep. Volgens Mehagnoul stond er in het Olympisch Stadion een zogenaamde dwarrelwind veroorzaakt door de onregelmatige gebouwde tribunes. Een goede gangmaker remt dan even bij. Van der Bom niet. Zijn renner moest daarom ieder ronde vier keer voluit spurten om de motor te volgen.
‘Geen zorgen’,  was het antwoord van Van der Bom op de vraag van Mehagnoul of hij zijn motor wel goed nagekeken had. Voor het nationale kampioenschap had Jan hard en lang getraind. En ja hoor, zijn donkerbruine vermoedens kwamen uit. In winnende positie breekt de aandrijfriem van Van der Boms motor. Niet alleen de riem brak maar ook de verbintenis tussen renner en gangmaker. De laatste kreeg van zijn renner  meteen zijn congé.
Jan Mehagnoul, man van eer,  recht voor zijn raap, die niet te koop was en aan combines niet meedeed. Eigenschappen niet geschikt voor een stayer, waar list en bedrog broer en zus zijn.  De vroegere stayer accentueert dat met een anekdote. Tijdens een wegkoers ergens in de Zaanstreek zat hij in een ontsnapping met  vier andere renners:  Zaankanters. Voor de  premies werd  de Mokumer telkens geflikt. Voor Mehagnoul hét sein om er één een ‘kink’ voor zijn kop te verkopen. Die vloog prompt met fiets en al, over het hekwerk. Een incident dat meteen door het stayerswereldje vloog.
Mehagnouls reputatie had zijn werk gedaan. De Grote Prijs van Amsterdam in een uitverkocht Olympisch Stadion waar Mehagnoul op de aanplakbiljetten stond. Voor aanvang stonden de gangmakers heimelijk op het middenterrein  te konkelen.
Voor Mehagnoul het sein om direct naar zijn gangmaker te stappen met de mededeling dat, als hij niet ‘rechtuit’ reed, hij onderweg de tribunes ingeslagen zal worden.

Jan Mehagnoul, maar drie jaar gestayerd, en een handvol overwinningen, stopte niet veel later. Nu, in zijn levensavond kan hij over zijn stayerscarrière  prachtige en smakelijke verhalen vertellen.  Trouwens de man voelt zich nog steeds met hart en ziel wielrenner. Meerdere keren per week stapt hij op zijn vijfendertig jaar oude RIH-koersfiets voor een trainingsrit. Old stayers never die.