Onvergetelijk leuk

Nee, het  was beslist niet hét gevecht van de eeuw.  Bekijk de boksgeschiedenis en je komt  tientallen van dat soort partijen tegen.  Evengoed nam deze partij wél zijn plekje in, als  één de meest verrassende. Dat Ingemar Johansson, een redelijk onbekende Viking afkomstig uit Zweden, de heersende wereldkampioen zwaargewicht Floyd Patterson knock out sloeg, hakte bij de liefhebber in. Zeker op de internationale sportredacties, waar  koppenmakers zich mochten uitleven,  en de superlatieven rokend uit de schrijfmachines rolden.  Over dat gevecht, speciaal over Patterson en Johansson, zijn talloze publicaties verschenen. Stuyfssportverhalen, beperkt zich daarom  tot de naakte feiten van het jaar 1959.
Een tijd dat  mijnheer de dominee, het in dit land nog voor het zeggen had. Waardoor boksers uiterst verdachte figuren waren. Niet in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt, daar waren de lokale pugilisten  helden, met wie je liever geen ruzie kreeg. 1959, midden in de Koude Oorlog. In de Amsterdamse warme buurt  stikte het van de Amerikaanse verlofgangers, afkomstig van de luchtmachtbasis Soesterberg: knauwende boerenjongens, met hoog uitgeschoren nekken, maar wél met een pak dollars op zak. De warme buurt met hoeren, lelijk als de nacht, voorzien van mooie bijnamen. Chinese Annie, Magere Josje en Parijse Leen peesden er lekker op los.
Dat de twee eerste vermoord werden in hun peeskamertje gaf de buurt een extra spannende dimensie. 1959, ook de doorbraak van de Selvera’s, een ongelofelijk, oubollig, Limburgs zangduo met de hit ‘Twee Reebruine ogen keken mij aan..’ Afgespeeld op de jukeboxen van de buurtkroegen, dan was  er altijd wel een idioot bereid om de broek te laten zakken. Verbaasde kroegbezoekers keken dan in één bruin oog. Enfin, drank in de man…
1959, Het jaar waarin de geboortegolf, het fenomeen van de Royal bioscoop op de Nieuwendijk, ontdekte. Overvolle zaal, waar vooral de jongens uit de Jordaan, regelmatig complete vendetta’s uit vochten met die van Kattenburg. In de pauze ging organist Bernard Drukker los op het gigantische bioscooporgel. Het programma? Uiteraard knokfilms! Waarbij lege flesjes Cola tegen het witte doek werden gesmeten.  De Royal, waar schrijver dezes voor het eerst verbijsterd  kennis maakte met actrice Jane Mansfield, een tietenmonster van-heb-ik-jou-daar.
Sorry lezers dat ik mij zo liet mee slepen.  We gaan terug naar het New Yorkse Yankee-stadion, anno 26 juni 1959. Het gevecht Johansson versus Patterson. Waarin, tot ontsteltenis van alles dat zich Jank mocht noemen, Patterson in de derde ronde knock out ging, en daarmee zijn wereldtitel verloor aan de Viking. Een jaar later kreeg Patterson zijn revanche en ramde Johansson in de vijfde ronde neer. Dat was dus 1959, het laatste jaar van die onvergetelijke, leuke fifties.

Stichtelijke woorden

Als de hel in het vizier is. En duivels op de loer liggen. Dán is de redding nabij. En dat allemaal in het fijne jaar 1959. Hét jaar dat schrijver dezes verbijsterd kennis maakte met ondermeer Brigitte Bardot, Jane Mansfield, Gina Lollobrigida en Sofia Loren, om maar even een paar tietenmonsters van het witte doek te noemen. Maar ook het jaar van Dino Bruni, een zevenentwintigjarige, modale Italiaanse profrenner die zijn debuut maakt in de Ronde van Frankrijk.
‘Zonder pijn geen glorie’, ook voor Dino. De vierde etappe van Roubaix-Rouen, over tweehonderddertig lange en slopende kilometers. Dwars door de Hel van het Noorden, waar op de drempel van het voorgeborchte Dino Bruni, samen met Otto Altweck, en Bent Ole Retvig, een doodsmakkerd maken.
Volgens oeroude wielermantra wordt op sukkels en ander fietsend wrakhout niét gewacht. Het peloton ijlt verder. Geen materiaalwagen te zien. Maar prijs de Heer! Hallelujajuteperen! Want aan de kant van de weg staat Zijn afgezant himselve, vermomd als een doodgewone dorpspastoor. Terwijl een droogkloot met zijn armen in de zij, apathisch staat toe te kijken was het mijnheer pastoor die hulp en troost gaf.
Bent Ole Retvig, een drieëntwintigjarige Deense Viking met een betonnen harses, is het eerst bij zinnen en pakt zijn karretje. Als op het macadam de Duitser Otto Altweck, zich nog af ligt te vragen of het vak van profrenner wel zó verstandig was, is de lokale zielenherder – prevelend dat de Heer op Golgotha meer had geleden –  druk bezig met Bruni. Van het ‘stichtelijke’ optreden van de lokale zielenherder blijkt géén pil, spuit, of welke dopepreparaat tegenop te kunnen. Dino, gebutst en gekreukeld, komt namelijk snel terug in het peloton.
Waaruit hij, in de buitenwijken van Rouen, demarreert: de brave Belg Van Aerde aan zijn wiel. De laatste wordt door Bruno in de eindsprint deskundig geëlimineerd.
Dat Bruno twee weken later nog eens juichend over de finish gaat is aardig voor de statistieken.

Dan is het achtenvijftig jaar later want 2017, waarvan je biologisch mag aannemen dat de boezems van Brigitte, Jane, Gina en Sofia verstoft dan wel geslonken zijn tot een bedenkelijk niveau. Dat laatste zal Dino een rotzorg zijn. De voormalige coureur, inmiddels 85 jaar, telt namelijk nog steeds zijn Tourzegeningen. Met dank aan die ene onbekende dorpspastoor.

 

error: Content is protected !!