Handvol Lires

Prijs de knecht waar alle zeges vandaan komen. Speciaal de Italiaanse gregario, want slaafse en gehoorzame kerels. Door hun mama´s gedrild. En als jochies gehersenspoeld door de Roomse kerk. Waar mijnheer pastoor er in stampte dat ´Gij Uw Heer Moet Dienen´, ondertussen wellustig loerend naar z’n misdienaartje. Die Vaticaanse rukkers wisten preciés hoe je de beminde gelovige er geestelijk onder kon houden.
Italië, land van feodalisme, fascisme, hiërarchie en waar de Capo di Tutti nooit ver weg was. Hele generaties jongens kwamen getormenteerd in de maatschappij terecht. En als zo´n kereltje ging koersen had de ideale gregario zich aangemeld. Zo’n stiekemerd, die bereid was om de kont van zijn kopman af te vegen. Kerels zonder eergevoel. Die ziel en zaligheid verkwanselde voor een handvol lires. Hoeren op de koersfiets.
Fausto Coppi, rock ’n roll, a vant la lettre, had ze voor het uitzoeken. Coppi, schijt aan de Roomse kerk én diens hypocriete wetten, een overtuigde atheïst, maar vooral een onovertrefbare minnaar. Naast alle trainingen, koersen en andere plichtplegingen in binnen en buitenland, klopte Il Campionisimo jarenlang zijn pijp leeg bij zijn minnares Giulia Occhini. Alleen al dát maakte de man legendarisch…
Wat tegen het zere been was van de Paus, die prompt weigerde om de start van een toenmalige Giro d’ Italia te zegenen. Réken maar dat Coppi met dat laatste in zijn maag zat: máár niet heus.
Enfin, we gaan verder met Fausto, en diens greagario’s, die de winter van 1953 trainend doorbrachten. Wat staat voor helse, barre tochten door de Apennijnen. Fausto, knickerbocker én kniekousen, op zijn Bianchifietsje mét spatbordjes, had dan wel een goddelijke status, maar fietsheiligen kunnen óók getroffen worden door een lekke tube. Die door zijn knechten werd omgewisseld.
Hét kenmerk van een Heilige is nederigheid. Dat Jezus indertijd de voeten van zijn discipelen waste, was daar een staaltje van. Maar de Heer had nooit op koersfiets gezeten. Fausto Coppi wel. Maar die kon dan weer niet over water lopen…

Het begon met een pakje kauwgum

Diep in de middag. Het is kil, somber, mistflarden hangen rond de heuvels. In de verte flitst onweer. Ergens luidt een kerkklok. Geen mens, dier of auto te bekennen. De gebruikelijke blaffende hond ontbreekt. De Apennijnen als een perfect decor van een Draculafilm.  Na een zoektocht van enkele uren wordt Castellania bereikt, een boerendorp, hooguit enkele honderden inwoners, hoog weggestopt in de Apennijnen. Vraag aan een willekeurige wielerkenner wat daar te zoeken is en hij dreunt het antwoord op. Voor de onwetende: het is het dorp waar Fausto Coppi geboren én begraven is. Castellania, geen reet te beleven. Je wil er niet eens dood gevonden worden. Zie het maar als een soort van bedevaart. Een boetedoening. Voor Coppi-adepten maakt dat allemaal niets uit. Die hebben de tocht er graag voor over. Het dorp is één groot museum met maar één onderwerp, Fausto himself.
Fausto Coppi, treurig leven, jong gestorven,voor sommigen een cultheld. Marylin Monroe, James Dean, dat niveau dus. Maar dat laten we maar aan labiele sensatienichten over. Voor Stuyfssportverhalen is Coppi, de kampioen onder de kampioenen, want won vijf keer de Giro d’Italia, droeg dertig keer de roze leiderstrui, ging twee keer met een Touroverwinning naar huis, was wereldkampioen, won de grote klassiekers en verbrak het werelduurrecord. De  man kende ook een dramatisch leven. Hoe dat precies zat verwijzen wij graag naar de boeken van Jan Zomer, Wout Koster, Martin Ros en vele tientallen andere auteurs. Wij komen voor het ultieme Coppigevoel dat begon in de jaren vijftig bij het openen van een pakje kauwgum mét wielrenplaatje. Trof je Coppi in je Bubblegum dan kon je dag niet meer stuk.  Daar is het vermoedelijk mee begonnen. Fausto Coppi als jeugdheld.
 Met nog twee bochten  richting Castellania te gaan zie je boven je Il Campionissimo in volle glorie verschijnen. Tegen de donkere lucht op een  electriciteitsgebouw een vijf meter grote foto met een dansende Coppi tegen de flanken van de Izoard. Dat is de overture van wat nog te wachten staat. Het hele dorp blijkt één grote eerbetoon te zijn aan hun aller beroemdste inwoner ooit. Op iedere schuur, blinde muur, of woningen,  foto’s uit zijn loopbaan. En niet van dat lullige, benepen gedoe maar afmetingen type billboard. Coppi als jeugdrenner, na zijn werelduurrecord, de Ronde van Italië  en zeg het maar: het hangt er allemaal.  Dat zijn geboortehuis een museum is dát geloven we wel. Wij gaan voor het grote werk  Zijn graf. En dat gaat de grenzen van de verbeelding ruimschoots voorbij. Alsof er een koning ligt begraven.  Zoiets kan alleen door een katholieke architect zijn ontworpen. Kolossaal, pompeus en theatraal in omvang, compleet met altaar.
Daar achter het graf waar Coppi niet alleen rust. Naast hem ligt zijn broer Serge,  ook wielrenner, en net zo ellendig en jong aan zijn einde gekomen. Kwam om bij een valpartij in de ronde van Piemonte, negen jaar voor zijn broer. Maar wij komen voor Fausto en staan als enige aan diens graf. Enkele meters naast het grafmonument een kapel. Zonder  de gebruikelijke roomse parafernalia. Aan alle muren, van onder tot het plafond relikwieën uit de wielergeschiedenis. Roze-, gele én wereldkampioenshirts van Fausto Coppi maar ook de regenboogtruien van Vittorio Adorni, Francesco Moser, de gele trui van Louis Bobet, kampioenshirts van Gavazzi, Barronchelli en andere voormalige fietshelden, als ode aan de oude meester.
Tussen al die wielerschatten ook een kaal, gebutst, oud racestuur. En dat ene lullige stuurtje is het meest ontroerende object. Het zat op de fiets waarmee Serse Coppi de dood vond.