Henko Baars overleden

Café Lowietje, hartje Jordaan, beroemd en bekend geworden door de politieserie Baantjer. Op de zaterdagen druk bezocht door toeristen, hopend op een vleugje Jordanese romantiek. Lowietje,  bruine Amsterdamse volkskroeg zoals deze behoort te  zijn. Aan de muur foto’s van bekende stamgasten en aan de stamtafel de laatste échte Jordanezen, waaronder Henny Marinus, (links op de foto) en Henko Baars, (rechts). Marinus en Baars, buurtjongens op leeftijd, en beide gewezen  sporthelden.  Marinus, tweevoudig Nederlands wielerkampioen, en Baars,  ooit een gevreesde amateurbokser met drie nationale titels. En daar hield de vergelijking tussen Baars en Marinus meteen op.
De altijd  aimabele en vriendelijke Marinus had, tot op hoge leeftijd, zijn pr goed voor elkaar. In iedere Jordanese kroeg waar hij zijn afzakkertje nam, hangt z’n  foto als wielrenner. En de argeloze gasten die dat waren ontgaan werden door hem even bijgepraat over z’n wielerverleden. Was altijd leuk te zien dat Marinus’ verhaal meteen via de i-phone werd nagetrokken.  ‘Het klopt ook nog’, werd er verbaasd geroepen. Waarop Henny meteen wat te drinken aangeboden kreeg.
Baars was de tegenpool van Marinus. Op enkele intimi na wist niemand in de kroeg wat zijn boksverleden was. Baars,   tachtig partijen, waarvan  de helft via knock out werd gewonnen,  drie keer Nederlands kampioen en trainend  bij de oerjordanese boksschool van Kneppers. Dat Baars  in 1968 zijn land mocht vertegenwoordigen op de Olympische Spelen van Mexico, was een bevestiging van zijn kunnen. Wat een sportief hoogtepunt had moeten zijn, werd een prelude, voor een levenslange trauma.
Baars een medaillekandidaat, gearriveerd in Mexico-City, kreeg enkele dagen voor zijn eerste partij te horen, dat hij direct naar huis gestuurd werd. Reden? Een, latere, discutabele hersenscan enkele weken voor de Spelen gemaakt van Baars. De Nederlandse Boksbond liet Baars meteen vallen en liet vervolgens niets meer van zich horen. Baars, tijdens zijn latere leven,  redelijk verbitterd hierover, had behalve zijn Olympische colbertje, niets aan het boksen overgehouden.
Maar ook sporthelden hebben niet het eeuwige leven. Vorig jaar stierf op bijna tachtigjarige leeftijd Henny Marinus.
Henko Baars, 78 jaar, heeft Marinus niet lang overleefd. Afgelopen week sloot de voormalige bokskampioen definitief zijn ogen. Het wordt stil in café Lowietje.

Woekerprijs voor stayershistorie

De geschiedenis van deze gangmaakmotor is bekend. Dat hij in 1928, de ateliers van motorbouwer Meyer  in Parijs verliet. Ook dat de ooit illustere Franse gangmaker Arthur Pasquier daar tientallen jaren op gereden had. Na Pasquier gedwongen afscheid van het stayeren, – de man, bijna tachtig jaar,  haalde tijdens het wereldkampioenschap gehouden in het Duitsland van 1960, zijn eigen renner in, – kwam de motor, midden jaren 60, in bezit van gangmaker Noppie Koch.  De motor symbool van álles, wat het ‘oude’ stayeren zijn charme en romantiek gaf. De geur van combine en bedrog hangt daar nog aan.  Een voorhistorisch monster, mét aandrijfriem én zonder uitlaat. Met een geluid alsof de deur van de hel op een kier stond. Een vuurspuwend monster zonder uitlaat. Hoeveel renners had  de Meyer niet van de motor ‘afgebrand’?
Toenmalige gangmakers, sluw en meedogenloos, kerels die je nooit een hand kon geven zonder je vingers even na te tellen. Mannen zonder scrupules. Tijdens het  passeren van een tegenstanders, hielden ze hun motor, mét hete uitlaatgassen vlak naast de gepasseerde renner. Die laatste had twee opties: doorrijden óf een verbrand been. Als aandenken hadden talloze renners de rest van hun leven de littekens van brandblaren op hun been. Enfin, dat was en is geschiedenis.
 Noppie Koch, gesponsord door het schildersbedrijf van Harry Mater, voerde onder meer Piet de Wit en Martin Venix naar de wereldtitel. Na het beëindigen van Koch’s carrière  kwam de motor in bezit van Harry Mater: een aimabel mens én gepassioneerd  liefhebber en verzamelaar van stayersparafernalia.
Vorig jaar januari 2017 overleed Harry Mater. Zijn weduwe  verkocht de motor voor duizend euro aan een zogenaamde liefhebber en verzamelaar. Die zag daar wel een winstobject in.
Enfin, deze week verscheen, op  veilingsite Catawiki,  de Mayer. Geschatte opbrengst tussen de 20- én vijfentwintig duizend euro: incluis het gangmaakpak én helm van Koch.

Foto: Harry Mater en Henny Marinus bij de genoemde Meyer-gangmaakmotor. In 1964 voerde Noppie Koch, met deze motor, Marinus naar de Nederlandse titel bij de beroepsrenners. 

Henny en Willy gescheiden door de tijd

Copy of duitslint 006Over de Jordaan hangt een grijze deken van mist. De keizerskroon op de Westertoren is onzichtbaar. Kale bomen aan de grachten druipen van het vocht. Voor het Anne Frankhuis staat een verdwaalde toerist te verkleumen. Kortom, december in Amsterdam. Maar op een bovenwoning in zo’n typisch Jordanees straatje mijmert een oude man over vroeger. In zijn handen rust een lint. Ooit behorend bij een overwinningskrans. De gedachten van Henny Marinus dwalen terug naar de zomer van 1957.  Hoe hij, een jochie van negentien jaar, afkomstig uit de Jordaan, zoon van een vishandelaar, het sportpaleis van Keulen op stelten zette. Notabene bij een internationale koppelkoers over honderd kilometer. Een koers waarvoor hij persoonlijk was uitgenodigd. De invitatie was te danken aan zijn overwinning in ‘Rund um Köln’. Zijn koppelgenoot mocht hij zelf uitkiezen. Het werd Frans Braat, een beul van een kerel.Copy of winnaarkraansschmit1903goudenwielvomrhein
De zwiepers bij de aflossingen van Frans, voelt hij nu nog. En dan dat geluid van de  stampvolle tribunes. Godsamme, dat wil je je niet weten. Opgezweept door adrenaline werd de honderd kilometer afgeraasd in twee uur en tien minuten. Dat was meer dan een halve eeuw geleden. De overwinningkrans is al lang vergaan. Het lint heeft Marinus nog.  Dem Sieger im 100 klm. Mannschafs-Rennen u.d. Domtrophäe von Köln 15 juni 1957. R.c. Schmitter 1930 Köln., staat in gouden letters. Het woordje ‘Schmitter’ intrigeert. De Keulense wielerclub werd vernoemd naar Willy Schmitter.
 Henny Marinus en Willy Schmitter. Gescheiden door de tijd. Maar vol overeenkomsten. Willy en Henny. Jongens nog. Alle twee levend in geleende tijd. Beide koersten achter de zware motor. Marinus werd profkampioen in 1964. Willy, eenentwintig jaar, afkomstig uit Keulen, won in 1905 vijftien koersen op rij. Was op slag dé grote favoriet voor het Europees kampioenschap. Een koers waarbij hij niet levend de finish haalde. Voor de begrafenis van Schmitter, op het lokale Südfriedhof  liep heel toenmalig Keulen uit.
Copy of hennyfransRoem verdampt even snel als de goedkope parfum van een bejaarde temeier. Willy is allang vergeten. In de jaren vijftig werd zijn graf geruimd.
Henny Marinus is nog onder ons. Maar wel in geleende tijd. Drie jaar geleden gaf de neuroloog van het OLVG de oud-stayerskampioen nog twee jaar. Marinus, gestaald en gehard in honderden profkoersen, is een overlever. Zo’n man die Hein er moeilijk onder krijgt. Voor Marinus is het leven als een wielerkoers. Die eindigt pas als de bel van de laatste ronde had geluid. De koersfiets is voor Marinus taboe. Hoeft ook niet meer. Een enkele keer peddelt hij op een gewone fiets door de stad. En buiten dat. Hij heeft genoeg aan zijn geheugen, die nog scherp is, en vol met herinneringen zit. Daar doet hij het mee. Marinus ruimt het lint op. Maakt zich op voor een wandeling met zijn hondje Kismo. Het carillon van de Westertoren slaat vijf keer, als Marinus langzaam oplost in de donkere straatjes van de Jordaan.

Foto 2: Willy Schmitter, winnaar Gouden Wiel van Keulen 1903. Foto 3: Links Henny Marinus met Frans Braat.

Henny Marinus zat twee keer in een ‘slaggie’

De Westertoren moet hij ieder dag zien, en horen.  Geboren en getogen Jordanees Hennie Marinus woont nog steeds in zijn geliefde buurt. Vierenzeventig jaar maar nog goed in conditie.  Fietsen doet hij regelmatig. Op een  toerfietsje, dertig kilometer,  met zijn hondje voorop in een mandje. De tijd dat hij als stayer achter een zware motor raasde ligt ver achter hem. Vaak denkt hij daar aan terug.  Op een terrasje in de Jordaan ziet Marinus zijn carrière weer aan zich voorbij trekken. Voor Stuyfssportverhalen vertelt hij zijn verhaal.

‘Mooie tijden waren dat. Ik was als stayer niet echt een topper, maar ik kon goed meekomen. Ik was begonnen als wegrenner. Won bij de aspiranten, nieuwelingen en amateurs meer dan honderd koersen. Ben prof geworden om mijn vader te helpen. Die ouwe had in de Jordaan een viszaak die niet goed liep. Ik kon dat niet langer aanzien, en wilde iets terug doen. Geld verdienen voor hem. Hij was altijd mijn grootste supporter. Ik ben daarom prof geworden.’
Voor een aankomend wielertalent, begin jaren zestig, een vrijwel onmogelijke opgave. Zonder goede kruiwagen kon je dat wel vergeten. Op advies van anderen werd  Henny Marinus stayer. Op de Hollandse en vooral Duitse banen lag voor een redelijk stayer een goede boterham mét beleg.   ‘Nop Koch was juist gestopt als renner en werd gangmaker. Met mij. We werden meteen kampioen van Nederland. Ik kon eindelijk wat verdienen. Ik moest daarvoor wel overál rijden. In Duitsland verdiende ik het meest.’ 
Wil je echt iets aan het stayeren overhouden, moet je als renner ‘in de slag zitten’. Geheimzinnig begrip voor een samenwerkingsverband tussen renners en gangmakers onderling. Razend moeilijk daar tussen te komen, wat  alleen lukt met uitslagen. ‘Ik heb twee keer in een slaggie gezeten’, vertelt de gewezen kampioen. ‘Dat was met vijfvoudig wereldkampioen Timoner, een stayerslegende. Daar hield ik altijd heel leuke contracten aan over. Die man wist hoe het moest. Altijd correct voor zijn collega’s.’ Hennie Marinus, een subtopper waar altijd rekening mee gehouden moest worden, had van die dagen dat hij alles kon.  Dat laatste had gangmaker Frits Wiersma ook in de smiezen.
‘Ik heb twee jaar achter Ome Frits gereden. Die man was al op leeftijd maar op de motor heel scherp. Keurige vent die zich door niemand om liet praten. Met Ome Frits beleefde ik het mooiste moment uit mijn stayerscarrière. Dat gebeurde tijdens de  revanche van het wereldkampioenschap hier in Amsterdam. Toen een heel groot gebeuren met meer dan veertigduizend toeschouwers. Timoner, juist wereldkampioen geworden, moest winnen. Weet niet waarom, maar Ome Frits besloot door de ‘slag’ heen te rijden. Met nog een enkele ronden te rijden lagen we op kop. Winst lag voor het oprapen. Besloot gangmaker Bertus de Graaf mij op te vangen. De Graaf die met zijn renner Depaepe drie ronden achter lag, moest ik passeren.  Daar had ik mij helemaal kapot op gereden want dat duurde ronden lang . Hierdoor kon Timoner uiteindelijk nipt winnen. Het publiek stond op de banken. Een dag later kwamen legio mensen  in de viswinkel van mijn vader vragen hoe dat nou allemaal kon.’ Een vraag die gemakkelijk te beantwoorden was. Het had allemaal met geld te maken. ‘De Graaf hoopte met zijn actie goede contracten van Timoner te krijgen. Gebeurde ook. Niet alleen dat, De Graaf kreeg ook duizend gulden boete van de wielerbond wegens onsportief gedrag. Dat werd meteen door Timoner betaald.’
Dat Hennie Marinus werd geflikt voor de ogen van zijn Amsterdamse supporters ontging stadiondirecteur Dick Bessems niet.
‘Na de koers moest ik bij Bessems op kantoor komen. Ik schrok daar van. Kwam ik daar kreeg ik van Bessems tweehonderd piek in mijn handen gedrukt. Hij vond het heel sneu dat ik zo geflikt was.’
Henny Marinus, in het leven de nodige tegenslagen gehad. Sinds tien jaar weduwnaar,  en werd ook getroffen door een hersentumor. Knokte na een zware operatie zich terug. Heeft zijn leventje weer op de rails staan. Is nu gelukkig in zijn Jordaan waar hij aan Stuyfssportverhalen zijn verhaal verteld had.  
Inmiddels komt zijn enige kind, dochter Monique, aangelopen. De begroeting is wederzijds meer dan lief. Dat er een innige band tussen vader en dochter bestaat lijdt geen twijfel. Marinus had nog één vraag. Of hij voor de foto samen met zijn dochter mag poseren.  Natuurlijk. Stuyfssportverhalen maakt voor echte kampioenen altijd een uitzondering.

Foto 1: Henny Marinus achter gangmaker Frits Wiersma. 

error: Content is protected !!