Olympische droom spatte uiteen

Je wordt  als bokser afgevaardigd naar de Olympische Spelen van Mexico 1968. Het kledingpakket zit in je koffer. Je bent in bloedvorm. Je hebt kans op een medaille. Samen met de Olympische ploeg reis je af. Om twee dagen voor de opening te vernemen dat je niet mee mag doen. Dat over kwam Henko Baars. In zijn stamkroeg hartje Jordaan vertelt de vroegere bokser zijn verhaal.

Wat het boksen hem uiteindelijk had gebracht? Met zijn vingers  maakt hij twee nullen. Niets. Helemáál niets. Ja, teleurstelling. Dat laatste is een eufemisme. Want wat Henko Baars overkwam is voor een sporter een gruwelijke nachtmerrie. Met een garantie op een levenslange trauma.  Bijna vijftig jaar later knaagt dat  nóg aan hem. Verbitterd is hij niet. Wél teleurgesteld. De voormalige bokser heeft zijn sportcarrière al lang achter zich gelaten. Maar begin niet over dat ene incident in 1968. Hij loopt verbaal meteen leeg.  Het was dan ook geen kattenpis. Baars amateurbokser, drievoudig Nederlands kampioen. Begin jaren zestig een gevreesde pugilist met in zijn twee vuisten een knock-out. Baars werd goed genoeg bevonden om Nederland te vertegenwoordigen op de Olympische Spelen van Mexico. Wat een opmaat werd voor een groot sportdrama. Henko Baars, jongen afkomstig uit de Jordaan, en  trainend op de boksschool van Bep Kneppers gevestigd in de Haarlemmerhouttuinen. Een  voormalige middengewicht, die zich zelf  geen technische bokser noemt. Niet zo’n berekenende puntenscoorder. Hij was een knokker en sloeg zijn tegenstanders het liefst neer.  Om dat te doen moet je wél ‘eerst zelf nemen’. Incasseren. De klappen opzoeken. Dan pas kun je ze ook uitdelen. Dat lukte de Jordanees  aardig.

Waarom nooit prof?
Van de meer dan tachtig partijen won hij de helft  op knock-out. Baars neemt een slok Spa. Boven het kroegrumoer uit vertelt hij verder. Waarom hij  nooit prof werd? Voor de vroegere champ   een aftelsom. Als amateur trok hij door heel Europa. Zag iets van de wereld. En had ook een heel team achter zich. Als  prof kwam je nergens. Moest je alles alleen opknappen.  Henko Baars,  met zijn eigen typische manier van boksen, trok volle zalen. Vooral tijdens de boksgala’s gehouden in het  Krasnapolsky van de jaren zestig. Met Henko in de ring was spektakel verzekerd. Ook buiten de ring. En daar ging de Jordanees behoorlijk de fout in. Van een bokser wordt geacht  om in het maatschappelijke leven nooit de vuisten te gebruiken. Makkelijk gezegd. Daar moest je indertijd mee in de Jordaan aankomen. Volgens Baars werd hij op straat regelmatig uitgedaagd. Tot zo’n uitdager te ver ging. Baars sloeg hem neer.  Een schorsing van twee jaar volgde. Om in mei 1968 ijzersterk terug te komen in de ring.

Staalharde rechtse
Tijdens het jubileumtoernooi van de Boksbond stond een supergetrainde Henko Baars tegen de Russische middengewichtkampioen Stanislav Stroemkis. De laatste kreeg van Baars een ‘staalharde’ rechtse op de kaak en ging neer. Het publiek sprong  op de stoelen.  Uiteindelijk verloor Baars de partij op één punt. Voor de keuzecommissie was het duidelijk: Baars mocht naar de Olympische Spelen van Mexico. Nadat de middengewicht in Zeist na een grondige conditietest uitgevoerd door artsen van het NOC, was goedgekeurd, kon hij, bij Perry van der Kar op de Overtoom, zijn Olympische kledingpakket ophalen. 
Niet alleen fysiek werd Baars door de molen gehaald, ook het hoofd. Dokter Van Win, bondsarts van de boksbond,  vroeg aan zijn collega De Jongste, arts van het toenmalige NOC   toestemming voor een EEG van de hersenen van Baars. Twee dagen voor het vertrek naar Mexico, wordt De Jongste opgebeld door de voorzitter van de boksbond met de mededeling dat er iets aan de hand was met Baars’  EEG.   Waarmee aan de horizon het drama voor de Jordanees opdoemde. Van Win hield de uitslag van de scan voor zichzelf. Baars vertrok onwetend  naar Mexico.

Geen tijd
Tussen beide artsen ontstond in Mexico grote onenigheid waarvan Baars de dupe werd. De bokser wist dat er iets speelde. Terecht. Voor aanvang van het toernooi moesten alle EEG-uitslagen verplicht overhandigd zijn aan de overkoepelende arts genaamd Herngreen.  De laatste  kreeg deze. Op  één na, die van Baars. Nadat Herngreen aan Van Win vroeg waar de EEG van Baars bleef antwoordde de laatste dat hij geen tijd hier voor had.   Op grond daarvan werd de bokser reglementair, vlak voor de opening van de Spelen op het vliegtuig gezet richting Amsterdam. Een Olympische droom spatte uit elkaar. En een levenslange frustratie begon.
Bij terugkomst nam Baars contact op met de afdeling neurologie van wat nu  het Leids Universitair Medisch Centrum is. Na een EEG én meerdere hersenonderzoeken kon men geen afwijkingen vinden. Baars werd goed gekeurd.

Geen weg terug
Henko Baars, inmiddels vijfenzeventig jaar weet het nog allemaal goed. Hoe de boksbond hem liet vallen, en nooit meer iets van zich liet horen. Ook dat hij een medaillekandidaat was. 
Ach, er is nu voor Baars geen weg meer terug, is zijn antwoord op de vraag hoe het nu gaat met hem. Hij heeft een goede en mooie tijd gehad met boksen. Heeft veel gezien van de wereld. Na een tamelijk turbulent leven is hij nu gelukkig met zijn bestaan. Hoewel hij er alleen voorstaat hoor je hem niet klagen.  Of hij behalve zijn frustraties  nog iets aan die Spelen heeft overgehouden? Ja, zijn Olympische colbertje, wedstrijdshirt en broek. Die doet hij nooit meer weg. Want ondanks de teleurstelling zijn die hem heel lief.

Foto 3: Links trainer Bep Kneppers met Henko Baars.

Foto 4: Henko Baars in zijn stamkroeg hartje Jordaan.

Legendarische Groothuis en zijn gietijzeren boksers

Wist hij veel. Ja, hoe je een glas bier kunt tappen. En dat je een neut tot de rand vult. Maar dat notabene in zijn eigen nering pure boksgeschiedenis aan de muur hangt, was hem ontgaan. De barman van het Haarlemsch Koffiehuis, gevestigd aan de Prins Hendrikkade, kon alleen vertellen dat de parafernalia minstens een halve eeuw zijn kroeg sieren. Goed verstopt, half achter een gordijn, bevinden zich ingelijst een bokstrainersdiploma van Dick Groothuis, en een fotocollage van zijn vuistvechters. Het zijn de laatste relikwieën van een groots verleden, want de boksgeschiedenis van de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt: ooit kraamkamer van tientallen kampioenen.
De Nieuwmarktbuurt, dat merkwaardige buurtje van na de oorlog. Met zijn Zeedijk, de Wallen, stegen, kleine straatjes én grachtjes. Tikkeltje rauw, volks, plat sprekend, mét een vlijmscherpe, assertieve tong. Buurt van omes en tantes, waar de sociale controle wurgend kon zijn. Naar buiten een eenheid. Ernstige conflicten werden met de vuist opgelost. Dat de buurt drie boksscholen kende, was misschien geen toeval.
Wat inrichting betreft waren die zoals Hollywood bedoeld had. Gyms, mooi in lelijkheid. Spartaans. Kaal, ontdaan van franje. Een paar kleedruimtes, bokszakken én de onvermijdelijke ring.
Jongens  als Joop Kruis, de broers Van der Velde, Bas Duivenbode, Sjoerd Tuininga, Jan Hupke,  Henko Baars, Harco Kokmeier, Moos Linneman en Wim Snoek, zomaar wat kampioenen, maakte dat geen reet uit. Bij de boksscholen van Losekoot, Ter Meulen én Groothuis werd de techniek er letterlijk ingestampt.  Misschien dáárom wel de rede dat de beste pugilisten van het land daar vandaan kwamen? Of had dat soms iets te maken met de kwaliteiten van de trainers?
Niet helemaal! Althans, dat beweert Joop Kruis, 71 jaar. Joop, indertijd pupil van Piet ter Meulen, wéét de rede van het succes. De concurrentie! Wat staat voor dagelijkse uren trainen met champs of andere professionele boksers. Kampioenen, met honderden loodzware rondes achter hun naam. Die niet te lullig waren om tijdens de training hun ervaring te delen met aankomende boksers. Dát was volgens Kruis, hét geheim achter het succes. Joop accentueert dat even door te zeggen dat trainer Ter Meulen niet zóveel sjoege van boksen had. Of dat met andere buurttrainers ook zo was?

Van Losekoot is weinig bekend. Wél van de illustere Dick Groothuis. De boksschool van ‘Ome Dick’.  Residerend op een zolder, vierhoog in een eeuwenoud pand naast het politiebureau Warmoesstraat. Legendarische trainer. In een enkele buurkroeg zingen de anekdotes over hem nóg rond. Je kon mocht als bokser een gietijzeren reputatie hebben,  maar als je tijdens de training naar het toilet moest, werd eerst toestemming aan Groothuis  gevraagd. Groothuis, altijd vergezeld van een grote zware bouvier, Tarzan genaamd.
Boksers die tijdens de training te dicht bij Tarzan kwamen herinneren nog zijn dreigende, blinkende tanden én gegrom. Ooit schijnt Groothuis zijn Tarzan knock-out te hebben geslagen nadat deze één van zijn jongens te grazen had genomen.

Maar dat was eens. De buurt is inmiddels veranderd in een juppenwijk. Het Haarlemsch Koffiehuis, in de jaren vijftig uitgebaat door Groothuis’ echtgenote die ook verantwoordelijk was voor diploma én foto, en ooit  hangplek voor spoorwegpersoneel, postbodes, en kantoorpikken, is verworden tot een  toeristenkroeg. En de buurtboksscholen? Verdwenen. Geschiedenis! Weg romantiek. Of dat allemaal ook te maken heeft met de teloorgang van het hedendaagse Nederlandse boksen is niet zeker.

error: Content is protected !!