De Vrome

‘…en tot slot  smeek ik,  of  U er voor kan zorgen dat morgen, de dope goed mag aanslaan’, waren zijn laatste stichtelijke woorden. Met een uitgestreken,  schijnheilig hoofd, voorzien van een  hemelseblik, beëindigde Fiorenzo Magni zijn vurige gebed. Naast Fiorenzo was Gino Bartali, nog druk in ‘gesprek’ met zijn schepper.  
Fiorenzo, en Gino, beiden zwaar van ‘het houtje’, en tijdens de Tour van 1950, collega’s, én concurrenten. Het was diezelfde Ronde van Frankrijk, waar de tiende etappe finishte in Lourdes: vanouds dé hangplek voor kreupelaars, behoeftige en ander soort trekkebenen.
En waar ben je dichter bij de Heer dan in dit merkwaardige bedevaartsoord? Zeg nou zelf. Daaróm, grijp je kans. Ga voor een wonder. Wat kan het je schelen,  niet geschoten, áltijd mis. Voor jongens als  Magni en Bartali, dan ook een buitenkansje.
Na de massages werd een sprint getrokken richting kathedraal.
Tsja, die Bartali, een getormenteerde Roomse rakker, bijgenaamd de Vrome, maar tóch ontsnapt aan de aandacht van het klooster. Gino,  renner op leeftijd, droeg, tijdens de koers,  zijn eigen kruis, want had de grootste moeite om Magni van het lijf te houden.
Maar eerst even de volgende vraag stellen: waar zijn de beminde gelovigen het meest bang voor? De gekwelde vrees voor het hiernamaals natuurlijk! De angst voor hellevuur, én het voorgeborchte: altijd latent aanwezig. Maar dát zijn zorgen voor later.
De mens, speciaal een wielrenner,  is een geboren opportunist, die gaat voor het ‘hiér en nú’. Ook op die elfde juli 1950, in de basiliek van Lourdes. Waar boven de brandende kaarsen en het wierook uit,  de  penetrante geur van angstzweet dwarrelde, afkomstig van het Italiaanse duo. Dat er gehuiverd werd was terecht. Een dag later stond de apocalyptische, bergetappe over colls zoals de Aubisque, Tourmalet en de Aspin, op de rol.
Overbodige zorgen. Geef je over aan Hem. Ga in gebed! Al Uw smeekbedes worden verhoord. De Heer is namelijk grootmoedig.  En houd ook nog eens van de Koers. Dat laatste was mooi meegenomen. Zeker voor Gino Bartali en Fiorenzo Magni.
De gevreesde bergetappe, Pau-Saint Gaudens, over tweehonderddertig kilometer, werd gewonnen door Bartali. En wie de gele trui kreeg? Fiorenzo Magni! Je zou er bijna gelovig van worden.

Museo del Cyclisme Gino Bartali

Copy of texasnieuw2011 059Fausto Coppi kreeg een pompeus en kolossaal graf. Mocht de argeloze bezoeker het graf in Castelania gemist hebben, wat onmogelijk is, dan wordt hij er op een andere manier wel aan herinnerd. Iedere huis, gevel, en schuur is voorzien van metersgrote afbeeldingen van Fausto himself. Tijdens het leven een campionissimo, na het overlijden volgt de heiligverklaring.  Dat kun je wel aan Italianen overlaten. Wat dat betreft hadden de tifosi van Gino Bartali, eertijds dé grote rivaal van Coppi, daar niet voor ondergedaan. Na het verscheiden van Gino Bartali, in 2000, rees het plan om in Ponte a Ema, geboortedorp van Bartali, de illustere dorpsgenoot blijvend te herdenken.  Tussen de eenvoudige huizen van Toscaanse architectuur  verscheen een betonnen kathedraal gewijd aan de tweevoudige Tour- en Girowinnaar. Copy of texasnieuw2011 060
Het Amici Museo del Cyclisme Gino Bartali was een feit.  Het museum, gevuld met een schitterende collectie historische wielerparafernalia, fietsen en foto’s, is een must voor iedere liefhebber. In tegenstelling tot het graf van Coppi is dat van Gino Bartali, van onthutsende eenvoud. On-Italiaans eigenlijk. Bartali’s laatste rustplaats is op zijn verzoek ontdaan van Roomse pracht en luister. Dat siert de man. Gino de Vrome, zoals zijn bijnaam was, is op het lokale kerkhof op drie hoog in de muur gezet. Boven hem rust zijn vader. Op de eenvoudige stenen afdekplaat slechts zijn naam, geboorte- en overlijdensdatum.

Stuyfssportverhalen was in Ponte a Ema op reportage. Lees  het verhaal hier onder.

De schoentjes van Gino

Copy of texasnieuw2011 049Je moet er iets voor over hebben. Het vergt dan ook enige inspanning. Want een spontaan bezoekje  aan het Gino Bartali Museum is er niet bij. Je komst dien je een dag tevoren  telefonisch aan te kondigen, wat niet zo eenvoudig was. Maar is die hindernis eenmaal genomen, dan ligt de weg vrij naar Ponte A Ema, geboortedorp van de campionissimo en locatie van het museum. Ponte a Ema, ergens aan de voet van de Toscaanse heuvels,  klein, hooguit wat straatjes, gele huisjes, de gebruikelijke kroeg en wat onduidelijke middenstand. Zoeken naar het museum hoeft niet. Alleen een visueel gehandicapte medemens ziet het over het hoofd. Tussen de oude huisjes staat in Stalinistische stijl opgetrokken een monsterlijk betonnen gedrocht. Je verwacht dat er één of andere partijsecretaris naar buiten komt maar dat blijkt Andrea Bresci te zijn, directeur, archivaris en beheerder van de collectie.  Andrea, charmant, gesoigneerd, schorre stem, persoonlijke vriend van Gino, verwelkomt Stuyfssportverhalen.
Het is meteen duidelijk dat er bij de bouw niet op een euro meer of minder is gekeken. Trappenhuis en de rest van de inrichting is van degelijk peperduur Italiaans marmer. Maar wij komen niet voor stenen noch voor architectuur. Dat laten we maar aan anderen over. We willen de fietsen van Gino Bartali zien. Die karretjes waarop De Vrome, zoals zijn bijnaam was, het wielerleven van onze grote held Fausto Coppi zo zuur mee maakte. Andrea trippelt al ratelend en kwetterend de trap op, maakt een deur open en we staan in  een grote zaal. Adem stokt voor heel even. Copy of texasnieuw2011 034
We bevinden ons in een schatkamer. Aan de muren de ingelijste shirts van Gino, foto’s, en langs de zijkanten de collectie fietsen. In één blik zie je de evolutie van de racefiets. Tientallen koersfietsen van begin van de eeuw tot aan de jaren vijftig, een scala van Italiaans vakwerk, staan gerestaureerd te pronken. In het midden van de zaal staan de pronkstukken want Gino’s karretjes en ander parafernalia zoals zijn overwinningsbeker van de Tour 1948.
Andrea Bresci,  geen woord buiten de grenzen sprekend. wijst in een groots gebaar naar een glazen kast waarin de laatste fiets waarop  Bartali actief was, als een Sneeuwwitje de eeuwen gaat trotseren  Dat is het betere werk waarvoor wij zijn gekomen. De fiets, gebutst, lekke tubes, het stuurlint nog doordrenkt van het zweet van zijn berijder, is een icoon.  De beheerder van de collectie merkend van onze indruk gaat helemaal los. Met veel gevoel voor dramatiek  laat hij een fiets uit de jaren dertig zien: het karretje waarop Julio Bartali, het jongere  broertje  van Gino, in 1936 verongelukte. Julio werd twintig jaar. Veel tijd voor emoties is er niet. Andrea is druk doende vitrinekasten open  te maken. De licenties van Bartali dwarrelen over de tafel. 
Copy of texasnieuw2011 046Aandoenlijk zijn de Scarpina da Corsa,de koersschoentjes van Gino.  Na achtereenvolgens de onder de naam ‘Bartali’ uitgebrachte scheermesjes en ander klein spul getoond te hebben, troont de directore ons mee naar de bibliotheek. De laden gaan open. Rijen ingebonden jaargangen sportbladen, fotoboeken en krantenknipsels  staan in rotten van vier opgesteld.  Verzamelaars zijn bereid daarvoor hun moeder te verkopen. Andrea Bresci, kind van zijn volk en groot gebracht met opera en andere dramatiek, besluit de rondleiding met een grootse finale. Een stalen kast gaat open. Op de planken liggen honderden in plastic ingepakte wielershirts van alle profploegen die sinds de oorlog op de Italiaanse wegen actief waren. 
 Met veel aplomb beëindigt Bresci de rondleiding en laat ons beloven even naar het graf van zijn grote held te gaan. Het museum van Gino Bartali, een bezoek meer dan waard.

error: Content is protected !!