Innig lief

Die éne keer! Tijdens de Ronde van Frankrijk anno 1956. Nóóit zat hij méér tegen een Tourzege aan dan tóen: maar kreeg op het beslissende moment pech. Godzijdank voor hem had hij daar geen trauma van opgelopen. Zijn Tourcarrière mocht er namelijk evengoed zijn. Negen keer was Gilbert Bauvin in de Franse rondrit van de partij. Resultaat? Vier etappeoverwinningen, en evenveel keer de gele trui. Daar kun je als gepensioneerd renner een leven lang tevreden mee in de spiegel kijken.
Als drieëntwintigjarige maakte Gilbert in 1950 zijn opwachting in de Ronde van Frankrijk. Bauvin, op de startlijst van die heerlijke, nét naoorlogse Tours. Waar de romantiek van de koers nooit ver weg was. Waar kerels met hun tanden lekke banden van de velgen scheurden. En renners  werden geprepareerd met die ouwerwetse boerenjongensdope, want amfetamines,  tot het hun oren uitspoot.
Gilbert Bauvin, klimmer omdat God dat zo gewild had, in de editie 1954. Om precies te zijn de tiende etappe Pau-Luchon, honderdeenenzestig kilometer, met de Tourmalet, de Aspin en Peyresourde. Voor niet-grimpeurs dé ultieme klimhel. Voor Gilbert de drempel van het Nirvana.
Gilly op de hellingen van de Tourmalet aan de haal met Malléjac, Bobet en Bahamontes. Om daar in Luchon na vijfenhalve uur zijn achterwerk te laten zien. Dat hij als beloning twee dagen lang in het geel reed, en ook nog eens de twaalfde etappe won, was mooi mee genomen.
Ook even vertellen even die ene Tour van 1956, waarin Gilbert op het beslissende moment pech kreeg en meerdere minuten moest wachten om gedepanneerd te worden. Genoeg om in Parijs, achter Tourwinnaar Walkowiak op anderhalve minuut, op de tweede plaats te eindigen.
Gilbert Bauvin, inmiddels bijna negentig jaar, kreeg van zijn geboorteplaats Lunéville, de nodige eer en erkenning. Een stadsplein werd naar die ouwe rakker vernoemd. Frankrijk heeft zijn sporthelden innig lief.
Ook aardig het verjaardagscadeau voor zijn negenentachtigste verjaardag. In het gemeentehuis werd een tentoonstelling over de lokale held geopend, compleet met Bauvins gele truien, koersfietsen, foto’s en ander parafernalia.

 

Bron:Le Miroir des Sports jaargang 1954, en de site van de gemeente Lunéville.