Tempel van de Heilige Geest

Zestig jaar geleden. Maar daarom niet vergeten. In 1959 werd in een kolkend Olympisch Stadion, Arie van Houwelingen wereldkampioen bij de amateur-stayers. Een titel weg gehaald  voor de poorten van de hel. Twintig ronden voor het eind. Van Houwelingen op kop, met dé favoriet, Bernard De Coninck, op twee ronden. Krijgt Van Houwelingens gangmaker Frits Wiersma, motorpech. Er gaat een  siddering door de vijfenvijftigduizend toeschouwers. Met de moed der wanhoop reed van Houwelingen, een ronde lang, zonder motor door. Reservegangmaker Beets redde uiteindelijk de inboedel. Tot het moment waarop  Wiersma twaalf ronden voor het eind, op een gerepareerde motor, de regie weer overnam. Arie van Houwelingen wereldkampioen bij de amateurstayers, en werd als extraatje dat jaar uitgeroepen tot Sportman van het Jaar. Twee jaar later stopte de inwoner van Sassenheim met de sport. Er was geen cent te verdienen.
Van Houwelingen denkt nog vaak aan zijn ene wereldtitel. Al was het alleen maar dat zijn regenboogtrui ingelijst hangt in de huiskamer.  Arie, lichamelijk én geestelijk scherp, staat  nog midden in het leven, en volgt het landelijke- én het wereldnieuws nauwgezet. Wat dát betreft heeft Van Houwelingen een uitgesproken mening. Volgens hem zijn alle politici van de pot gerukt, waar geen woord aan gelogen is.
Arie van Houwelingen, vlotte prater, was tijdens zijn arbeidzame leven postbode in zijn woonplaats Sassenheim. Een gemeente die nogal vreemd met zijn sporthelden omgaat. Jaarlijks worden de Sassenheimse sportploegen en andere sporthelden door het gemeentebestuur feestelijk  in het zonnetje gezet. Van Houwelingen, notabene een gewezen wereldkampioen, is daar nooit voor uitgenodigd. Ach, Van Houwelingen maakt zich daarover niet zo druk. Hij heeft andere bezigheden. Zit dagelijks op Facebook, leest alles wat  wielrennen betreft, en vult de rest van zijn tijd in met puzzels oplossen.
Laat Arie praten en het gesprek komt vanzelf over zijn wielercarrière. Jarenlang had hij als stayer getraind op de baan van het Stadion, waar ook Amsterdammer Joop Middeling aanwezig was. Middeling, dé grote man bij de Radium bandenfabriek en ploegleider van het gelijknamige wielerteam. Nooit, maar dan ook nooit werd Van Houwelingen door de almachtige Middeling  benadert om daar deel van uit te maken.
Terwijl Van Houwelingen als amateur-stayer aan de top stond, en als wegrenner een van de zwaarste klassiekers op de weg won. Had volgens de voormalige wereldkampioen te maken met de arrogante houding van Amsterdammers tegen renners uit de provincie. Die werden weg gezet als boertjes.
Dan wordt het  gesprek opeens spannend want de naam ‘Post’ valt.
Post, ooit een poging gedaan om als stayer te slagen, wat jammerlijk mislukte. De man kon er geen hout van. Iets wat volgens de mores van Post werd opgelost met geld. Tijdens de Grote Prijs van Amsterdam bood Post tweehonderd gulden aan Van Houwelingen, om hem tijdens de race niet aan te vallen. Bij het uitbetalen kreeg Van Houwelingen honderdzestig gulden. De resterende veertig gulden ging naar de manager van Post, iets waar Van Houwelingen nu nóg verbaast over is.
Arie van Houwelingen, kind van de Bijbelgordel, vertelde met verpletterende eenvoud waarom hij als renner nooit ‘gebruikte’. Volgens hem is het lichaam de tempel van de Heilige Geest. Om er vilein aan toe te voegen, dat de meeste van zijn toenmalige concurrenten al een tijdje bij ‘Petrus liggen’. De laatste moet nog even op Van Houwelingen wachten, want de man vindt het leven nog veel te leuk.

Het verraad van ‘die Ouwe’

De hele dag bij een baas werken. En in de avonduren snel zeventig kilometer trainen. Vloeken in de kerk van de Topsport. Evengoed wist hij twintig amateurkoersen te winnen. Maar het waren de trainingen in de winter die een omslag maakte. Dries Helsloot besloot stayer te worden. Nooit meer met vrieskou en regen de weg op. Het werd een opmaat voor een opmerkelijke stayerscarrière. Met één grote uitschieter: amateur stayerskampioen van Nederland  1966. Helsloot was evengoed géén blinde kip die wel eens zijn graantje meepikte. Deelname aan vier wereldkampioenschappen onderschrijven dat. Werd één keer derde. Zijn palmares hadden groter kunnen zijn. Dat gebeurde niet. Over het hoe en waarom kan  Helsloot  smakelijk over vertellen. Het zijn verhalen over bedrog, flikken en geflikt worden. Of, zoals Helsloot dat pathetisch verteld, ‘Ik ben  verraden door die Ouwe’, waar  gangmaker Wiersma mee bedoeld werd.
Voor een toevallige bezoeker van deze blog: dat is de mores in de wereld van de stayerij waar géén plaats is voor misdienaars, padvinders en ander soort dwaallichten. De Mokumer was alles behalve dát.  Na een opwarmertje in 1965 brak hij een jaar later door. Gegangmaakt door de bejaarde Frits Wiersma werd de nationale  titel gepakt. Met opkomende ster Piet de Wit op één ronde. Dries Helsloot, tjokvol moraal ging naar de mondiale titelstrijd gehouden in Frankfurt. En keek daar recht in een slangenkuil. Met notabene zijn eigen gangmaker als de bezweerder van dienst. Het intrigebal werd geopend door bondscoach Zwartepoorte. Die verordonneerde dat De Wit wereldkampioen moest worden. Helsloot, zelf aspiraties, ging in luid protest. Ouwe Frits zweeg. Het complot was een feit. Wiersma hield op cruciale momenten, tégen de zin van zijn renner, het gas dicht. Helsloot eindigde kansloos, of zoals hij dat nu formuleert: ‘Ik ben gewoon in het pak genaaid’.  
Zoals gezegd, flikken en geflikt worden. En dat zijn nou eenmaal de fijnste verhalen. Maar de mooiste komt nog. Eerst even vertellen over het wereldkampioenschap gehouden in 1967. Waar het volgens Helsloot ook niet helemaal okselfris aan toe ging. Evengoed stond de laatste als derde op het erepodium.
En dan is er de wereldtitelstrijd in het Rome van 1968. Groots in bedrog, en intriges, en gehouden op het Velodromo Olimpice. Volgens Helsloot een wielerpiste ‘zo gevaarlijk als de pest’. Paar weken eerder klopte daar een Italiaanse stayer op de poorten van de hemel, want bijna doodgevallen. Wat geen incident was. Tijdens de trainingen maakte gangmaker Noppie   Koch ook een flinke kukel.  Om de snelheid er uit te halen besloot de UCI de meedraaiende rol achter de motor op zeventig centimeter te zetten. Verder kon het niet. Het loste niets op. Voor stayerskoersen bleef de wielerbaan  een voorportaal van een moratorium.  De combinatie Helsloot/Wiersma had één keer op het Velodromo getraind, wat Frits Wiersma toen 74 jaar, opééns deed beseffen dat hij nog véél langer wilde genieten van zijn AOW.
s’ Nachts, zonder iets te zeggen vertrok hij stiekem naar huis. Helsloot, werd overgeleverd aan  de Belgische gangmaker Meuleman. En laat die laatste nou nét de trainer van de Italiaanse stayersselectie zijn. Met al twee Nederlanders in de finale moet je toch wel helemaal van de stayerspot zijn gerukt te denken dat een derde daar kon aanschuiven. Op een deskundige manier werd de Amsterdammer geëlimineerd. Bijna vijftig jaar later kan  Dries Helsloot, 79 jaar, daar om lachen. Ondanks alle intriges had hij een mooie tijd gehad. Behalve prachtige verhalen heeft hij aan zijn carrière niets over gehouden. Zelf zijn kampioenshirt niet. Die schonk hij aan musicus én verzamelaar van wielermemorabilia, Tonny Eyk.

Foto 1: Helsloot achter de ‘Ouwe’ Frits Wiersma.  Foto 3: Dries Helsloot anno 2016.

error: Content is protected !!