‘Die Ouwe Kraai vliegt nog best’

pietzondervouwNa een jaar speuren en onderzoek verschijnt, zo’n drie jaar geleden, het boek ‘Flirt met de Dood’, de  biografie van Piet Dickentman, stayer en Amsterdams allereerste internationale sportheld. Het verhaal vertoont wat ‘witte vlekken’, feiten waar, na bijna een eeuw, niet meer achter te komen was. Stuyfssportverhalen, hartstochtelijk verzamelaar van oeroude geïllustreerde sporttijdschriften scoorde, afgelopen tijd diverse meer dan tachtig jaar oude  jaargangen en ontdekte daarin totaal onbekende feiten én foto’s van Mokums allereerste wereldkampioen. De lezers en vaste bezoekers willen we dat niet onthouden…

Eerst met eigen ogen zien, dán geloven. Hoewel de sportpagina’s ronkten van verbazing en bewondering, liet Joris van den Bergh, nestor van de vaderlandse sportjournalistiek, zich geen oor aannaaien. Ook voor Van den Bergh is een wielrenner van bijna vijftig jaar vér over de houdbaarheidsdatum heen. Die kan geen platte prijs meer rijden. Maar niet Piet Dickentman. Ondanks de kille biologische feiten koerste Ouwe Piet, zoals hij inmiddels in de pers genoemd werd, in Duitsland op het scherpst van de snede. Nadat Dickentman op de Keulse wielerbaan weer eens de rol van de gangmaakmotor had laten schroeien, stonden de zeitungs versteld. De woordjes ‘oud’ en ‘nog zó fit’ duikelden over elkaar heen.
Joris van den Bergh, medewerker van het blad Sport Echo, wilde dat zelf zien en bezocht, augustus 1927, de Rijswijkse wielerbaan, voor een stayerskoers met Leene, Schlebaum, Blekemolen én  Dickentman. ‘Met droge tanige benen, waar de knapste darmenschraper nog geen druppel vet uit weet te halen, draaide hij als in zijn jeugd. Zijn enkels, knieën en heupen waren best gesmeerd’, noteert de journalist, lichtelijk verbaast. pietbrussel
Van den Bergh een man van de harde cijfers, hield zijn stopwatch daarbij goed in de gaten. Zag dat Dickentman, ondanks een harde wind,  rondjes maakte met ruim tachtig in het uur. Wat hem deed uitroepen dat ‘de Oude kraai nog best vliegt’. Dickentman, geen seconde van de rol, sabelde en ranselde zijn tegenstanders, renners, twintig jaar jonger, neer. Om te vervolgen dat de Amsterdammer na zijn laatste rondje door een menigte bewonderaars werd opgevangen. Van den Bergh liet er geen gras over groeien, stond vlak naast de voormalige wereldkampioen en constateerde dat Piets ademhaling ‘zo rustig en regelmatig was alsof hij een paar proefrondjes gereden had’.
‘Die ouwe knar lapt ‘t ‘m toch maar’, om te vervolgen dat de Amsterdammer stukken beter rijdt dan zijn laatste vijf jaar.  Voor Piet Dickentman, negenenveertig jaar, was zijn vorm geen verrassing. Nooit had hij in zijn lange carrière zó serieus geleefd en getraind, onthult hij in de Sport Echo. Iedere dag, zomer en winter, mooi of slecht weer, ging de Amsterdammer de weg op.  ‘Ik heb ervan het jaar ook zo bliksems veel plezier in’, verklapt Piet. Joris van den Bergh,  liet  blijken waar zijn sympathie lag. De man was duidelijk een fan  want schrijft vervolgens dat hij  ‘Dickentman liever had gezien in een kasteeltje in Wassenaar of Bloemendaal’, refererend aan Dickentmans, door de Eerste Wereldoorlog,  verloren kapitaal.
Copy of pietsjonEen jaar later stapte Amsterdams allereerste internationale sportheld én wereldkampioen  definitief van zijn fiets en opende niet veel later een fietsenzaak in de Amsterdamse Scheldestraat.  

Wordt vervolgd.

Foto 1: Dickentman na zijn gewonnen race in Rijswijk. Foto 2: De winter van 1926, stayerskoers in het sportpaleis van Brussel. Foto 3: Links Leene, Schlebaum, Blekemolen en Piet Dickentman.

Bron: Verslag in Sport Echo, jaargang 1927.

Publieksprijs Nico Scheepmaker-Beker

Afgelopen dinsdagavond vond in het Olympisch Stadion de prijsuitreiking plaats van de Nico Scheepmaker-beker wat staat voor het beste sportboek van 2009. Bij de Publieksprijs eindigde  ‘Flirt met de Dood’ op de zesde plaats. Winnaar werd Gerrit-Jan van Heemst met het voetbalboek ‘de dag van Pim en Pierre’.

Uitslag Publieksprijs:
1. Gerrit-Jan van Heemst: De dag van Pim en Pierre (648 stemmen)

  • Menno Haanstra:   Jan Ykema Pikstart, verslaving en comeback van een hypersprinter (610)
  • M. Dubach en A. Renders: Mijn PSV DNA (597)
  • Friso Schotanus: Desespereert Nimmer (339)
  • Wilfried de Jong: De man en zijn fiets (288)
  • André Stuyfersant: Flirt met de Dood (287)
  • Nico Dijkshoorn: De tranen van Kuif den Dolder (276)
  • Karl van Nieuwkerke: Merckxissimo (238)
  • Joop Holthausen: Fedor, Eenzaamheid in de school van het genie (212)
  • Job van Schaik: Hardloper Huizenga het verhaal van een vergeten wonderatleet (182)
  • de vakjury beoordeelde Spartacus van Eric Brouwer als het beste sportboek.
  • Sommigen dingen veranderen nooit…

    In den beginne was er niets! Of bijna niets! Er waren wat ‘inrichters’, Vlaams woord voor organisatoren, er was een finishdoek, gemaakt van eerlijk getaand vlas, en op de kasseien was er met kalk een aankomststreep geschilderd.
    En er wáren noeste kerels met een velo. Wielrenners zoals wielrenners moeten zijn met wollen shirt, zwarte koersbroek, stofbril, een tube om de schouder en op het stuur een aluminium drinkkruik gevuld met een combinatie van koffie, cognac, geklutst ei, en een pilleke cocaïne of strychnine.
    Want goedverdoeme-nog-an-toe er stond die zondag de 10
    e april 1938 wél wat op het spel: de Ronde van Vlaanderen! Want wil je als Vlaamse coureur tot ver na je  dood serieus genomen worden dan dient er wel ‘Vlaanderens  Mooiste’, op je erelijst te staan. Edgard de Caluwé had dat goed begrepen!
    Voor die De Caluwé hadden de mannen schrik, dat was zo’n Flandrien, taai als hondenleer, die je tijdens een koers met een voorhamer van zijn fiets moest slaan. Had hij een jaar daarvoor niet Parijs-Brussel en Bordeaux-Parijs gewonnen? De inwoner van Denderwindeke was op zijn Dilectafiets  de hele dag in de aanval geweest. Lekke banden depannerend, stoempend over kasseien, kloeke kinderhoofden, straten en wegen vol,  en met een zwarte, bestofte harses, scherend over assepaden kwam finishplaats Wetteren in zicht waar de bierpompen schuimden en de frietkot een topomzet maakte.
    Nog een laatste slok uit de bidon, de neus leeg blazen, even kijken waar de tegenstanders zaten, en allé nog één snok op de pedalen en weg was Edgard. Hoe hard Marcel Kint en Sylveer Maas er aan trokken, De Caluwé was weg én bleef weg.
    Aangemoedigd door duizenden toeschouwers, voornamelijk mannen getooid met ‘d’n klak’, de platte pet, was Edgard bezig zijn plaatsje in de wielergeschiedenis in te nemen.
    Na de huldiging nog even op de schouders van de supporters, de washand over het gezicht, een droog shirt aan en op de fiets naar huis.
    Dat was tweeënzeventig jaar geleden, toen er nog geen trendy zonnebrillen, pothelmen,  vloeibare voeding, koerskleding ontworpen door een kleurenblinde ontwerper, ploegleiderauto’s met een fietsenstalling op het dak, dranghekken noch reclameborden, laat staan elektronische oortjes, te bekennen waren.
    Maar goddank zijn sommigen dingen nooit te veranderen. Want wat héérlijk dat ze er nog liggen:  De Kluisberg! De Patersberg! De Koppenberg! De Berendries! En niet geheel onbelangrijk: De Muur van Geraardsbergen!
    Denkend hieraan zit ik mij nu al te verkneuteren op zondag: de Ronde van Vlaanderen! Ik wens iedere bezoeker van deze blog dan ook veel kijkplezier!
    O ja, vergat ik nog te vertellen: als de renners door Geraardsbergen komen, denk dan ook even aan Edgard de Caluwé! Tijdens een fietstochtje, ergens in 1985, aan de voet van De Muur, werd Edgard getroffen door een hartstilstand.

    Sterven in het harnas en nog wel op Heilige wielergrond: Hollywood had het niet beter kunnen bedenken…

    Foto’s: Archief Stuyfssportverhalen

    Als jullie nog niet op mijn boek “Flirt met de Dood’gestemd hebben…tot 21 april is dat mogelijk!
    http://nicoscheepmakerbeker.nl/index.php?module=boeken&s=lijst#WIELRENNEN

    De Nico Scheepmakerbeker

    Het schrijven was het probleem niet. Waar de meeste tijd in ging zitten was het onderzoek. Want om de carrière,maar vooral het sociale leven, van een wielrenner die meer dan een eeuw geleden actief was,  in kaart te brengen, is bijna onbegonnen werk. Piet Dickentman, stayer, en Amsterdams allereerste internationale sportheld  is in het collectieve sportgeheugen compleet weg gezakt. Ten onrechte!
    Met het schrijven én uitzoeken van Dickentmans levensverhaal was ik, met tussenpozen, een jaar bezig. De diverse archieven zoals van het Persmuseum, dagbladen als De Tijd, Vaderland, De Telegraaf,  Het Parool maar ook  het wielerarchief van Wim van Eyle, brachten uitkomst, waar ik een heel eind mee kwam.
    Maar er bleven nog steeds té veel vragen open zoals wat hij verdiende, hoeveel koersen hij verreden had, zijn bijdrage aan het internationale wielrennen, maar ook hoe hij als mens geweest was. Nergens kon ik daar de hand achter steken.
    Totdat ik bij boekenantiquariaat Kok binnen liep. ‘Kok’, gevestigd in een voormalig warenhuis in de Oude Hoogstraat,  is een nering van drie verdiepingen barstensvol en afgeladen met boeken over de meest idiote onderwerpen. En tussen de honderdduizenden titels vond ik waar ik zo lang naar op zoek was: de complete jaargangen 1903 tot 1928 van het Duitse wielerblad Radwelt.
    Broze geschriften, bij elkaar gehouden door roestige nietjes, maar wél vol met wedstrijdverslagen, feitjes en andere ‘ditjes en datjes’, geschreven met Deutsche Gründlichtheit. Volgens Van Eyle een uiterst zeldzame aanbieding.
    Fietsen achter zware motoren, waanzinnig populair bij de oosterburen, werd uitvoerig behandeld waarbij topstayer Piet Dickentman niet vergeten werd.
    Nadat Dickentmans  dochter Lotti, 91 jaar, en twee kleinzoons opgespoord waren, kwam de mens Dickentman ‘tot leven’.
    Lotti vertelde het ontroerende, dramatische verhaal over het leven van haar vader, waarbij het fotoalbum wagenwijd openging. Het eindresultaat werd het boek ‘Flirt met de Dood’. Uitgever Bert Hulleman nam het boek onder zijn hoede en na de meer dan positieve recensies in de pers kwam niet alleen de loop in de verkoop maar kwamen ook de reacties.
    Tientallen mailtjes volgden met dikwijls dezelfde strekking:
    ‘Nooit geweten wie Piet Dickentman was, maar wat een fantastisch, ontroerend verhaal, en wat een lef had die man.’
    Eind april vindt in het Olympisch Stadion de verkiezing van het beste sportboek 2009 plaats . Mochten jullie ‘Flirt met de Dood’ op zijn waarde inschatten, stem dan daar op via:
    http://nicoscheepmakerbeker.nl/index.php?module=boeken&s=lijst#WIELRENNEN

    ‘Flirt met de Dood’ bestellen of kopen

    Na de mooie recensies die ‘Flirt met de Dood’ ten deel vielen, ook even de adressen waar het boek te verkrijgen is.

    Ger Bikes, Brink 15, Amsterdam-Watergraafsmeer,
    Stadsboekenwinkel, Vijzelstraat 32 in de hal van het Gemeente-Archief,
    Het Martyrium, Van Baerlestraat 170-172, Amsterdam,
    Beekhoven, Zuideinde 477 Amsterdam-Noord.
    Boekhandel Pantheon Sint Antoniebreestraat 132-134 Amsterdam
    Boekhandel Voorhoeve Kerkstraat 77-79 Hilversum
    De Hilversumse Boekhandel Leeuwenstraat 36 Hilversum
    Cycletrend Bussum Brinklaan 84   Bussum

    Natuurlijk kan het boek ook besteld worden via http://www.stuyf@msn.com