Amper haar

De gazetta’s schreven over ‘het nieuwe fenomeen’. Italiaanse sportverslaggevers, strooiend met superlatieven als Parmezaankaas over de spaghetti, zijn niet helemáál van de pot gerukt. Als een renner op zeventienjarige leeftijd het werelduurrecord bij de amateurs op iets meer dan tweeënveertig kilometer weet te tillen, mag zo’n kreet uit een Olivetti-schrijfmachine geramd worden.
Fabio Battisini, een hard fietsende Lombardijn tjokvol talent, bezorgde het Italiaanse sportjournaille collectief een ‘harde’. Fabio, nét negentien jaar maakte in 1931 zijn debuut in de Tour. Batti een jochie nog, met een babyface, nét droog achter de oren en amper haar op z’n zak, in de slangenkuil van het profmetier.
Je moet er toch niet aan denken wat zo’n soigneur, met diens preparaten, met dat joch uitspookte. Maar goed dat Fabio’s ouders onwetend waren. Hun bambino temidden van die harde, sluwe en door de Vlaamse klei én kasseien, gepokte renners als Demuysere, Vervaecke en Dewaele: die met dat kereltje wel raad wisten.
Behalve dan in de derde etappe Dinan-Brest over tweehonderdtien kilometer. Waarin Fabio voor héél even aan hun aandacht was ontsnapt. Battesini, tweede jaarsprof en gek gemaakt door opgewonden verhalen in de kranten, snelde in Brest als eerste over de finishstreep.
De kreet, ‘wat goed is, komt snel’, komt natuurlijk uit de koker van een halfgare. Wat goed is moet namelijk rijpen, wat staat voor een volgroeid lijf.
En dát had Fabio nóg niet. Zijn etappeoverwinning deed het vlammetje van zijn talent langzaam doven. In de Giro d’Italia editie 1934 én 1936 flakkerde zijn talent nog een paar keer op met winst in twee etappes. Fabio Battesini als jonge renner opgeofferd op het altaar van het snelle succes, tot 1945 actief als voornamelijk baanrenner, stierf 1987 vijfenzeventig jarige leeftijd in Rome.

Bron: Les Sports Illustres jaargang 1931.