De frietbakker van Parijs

Negentien jaar jong. Een vrouw en twee kinderen thuis. En ook nog eens professioneel stayer. Waarbij het begrip ‘profstatus’ niet ál te serieus genomen moet worden. Vette contracten waren een illusie. De jongen moest het doen met de kruimels van de Parijse wielerbanen. Jong, én een gezin, maakt gretig. Poen moet er binnen komen. Dat had Eugené Bruni goed begrepen. Voor hem de beste dope. In oktober 1903 raasde Bruni in Parijs de honderd kilometer af in één uur en drie minuten. En dat in een tijd dat maagpatiënten gezeten in een trein het zuur kregen bij tachtig kilometer.
Sneu voor Bruni dat de zomerwielerbanen dicht gingen. En de contracten voor de winterpistes al vergeven waren. The Kid moest toch als splinter de winter zien door te komen. En deed dat zoals altijd: met zijn mobiele frietkraam.
Friet bakken in de Parijse straten. Pet op, schort aan. De patatten in de hete olie. Met als clientèle dames met, onder de stijve korsetten, smakelijke rondingen. Frietbakker, een stiel met weinig rock ’n’ roll, maar wel veilig. De frietbakker liet zich verleiden door zijn kloten én de hormonen. Als profstayer lonkten de levensgevaarlijke, maar lucratieve Duitse wielerbanen. Die wel raad wisten met gretige desolate jongens. Waar Bruni, acht seizoenen actief was, totaal vijfentwintig grote koersen won en meer dan negenenzeventigduizend goudmark verdiende. Zijn grootste verdienste was dat hij als een godswonder levend en tamelijk ongeschonden uit de strijd kwam.
Eugené Bruni een verdienstelijk stayer, maar ook de man die als eerste renner koerste met een zelfgemaakte helm. Waar in het begin door collega’s nogal lacherig over deden. Ook George Leander. George, vers overgekomen uit Chicago, maakte zijn Europese debuut op de het Parijse Parc des Princes. Tegenstanders Walthour en lokale favoriet Bruni: de laatste gehelmd. Enfin, George kwam in een loden kist terug in zijn geliefde Chicago.
Bron: La Vie au Grande Air jaargang 1903. Jaargangen Radwelt: 1903 tot en met 1912. Foto 2: onder Eugené Bruni.

Bruni, de man die de valhelm uitvond

Copy of brunidarrioliDe snor strak getrokken. Een bijlslag als scheiding in het haar. Geheimzinnige,  onverschillige oogopslag richting fotograaf.  Eugene Bruni was dan een onbetwiste ijdeltuit maar óók  heel goed doordrongen van zijn eigen sterfelijkheid.  De dood was voor Eugy geen toevallige voorbijganger. Te vaak had hij het bloed, botsplinters en hersendeeltjes van verongelukte collega´s van zijn fiets geschraapt. Bruni, Fransman, twintig lentes jong,  zoon van Italiaanse gastarbeiders en fietsend achter de zware motor. Moedig, tikkeltje desolaat, want de  teller van  doodgevallen stayers stond op dertien. In nog geen vier jaar tijd.  
Voor Eugene was het altijd maar de vraag of hij na een koers zijn twaalf broertjes en zusjes weer kon zien. Een vraag beantwoord met veel geld. Voor een doodarme Italiaanse emigrantenfamilie altijd welkom. Door zijn stayerscarrière brandde het kacheltje bij de familie Bruni volop. Bruni, talent én temperament ging op avontuur, richting de onheilspellende Duitse wielerbanen. Waar dood, verderf, roem en heel veel geld hand in hand gingen. Tussen 1904 en 1914 nam Eugene honderdvierduizend goudmark mee naar Frankrijk. Eugene Bruni, op een tweede plaats na, kom je hem niet tegen op de ranglijsten van de wereldkampioenschappen. Hoogstwaarschijnlijk lag hij daar geen minuut wakker van. Voor de Franco-Italiaan was iedere koers op de Duitse banen een soort wereldkampioenschap. Waar hij op zijn waarde werd afgerekend. Het ventje won koersen waar de complete wereldtop aan de start stond. Zoals de Grote Prijs van Dresden waarin hij Dickentman en Robl, twee voormalige wereldkampioenen, het nakijken gaf.
Copy of brunileanderlaatEugene Bruni, meer dan tien jaar profstayer. Tropenjaren! Honderden bloedgevaarlijke koersen. Die stuk voor stuk, na  zijn carrière uit zijn geheugen zijn gewist. Verdrongen. Op één na. Nog wel een koers op de baan van het Parc des Princess in zijn eigen Parijs. 21 augustus 1904, een datum in zijn geheugen geschroeid. Eugene, nog maar een jaartje prof, stond  samen met de Amerikanen Walthour en George Leander aan het vertrek. Onder de twintigduizend toeschouwers ook de broertjes en zusjes Bruni. Tussen de vingers van papa Bruni een rozenkrans.
Eugy, geen idioot. Besefte verdomd goed dat zijn schedeldak niet dikker is dan een paar millimeter. Van een oude cavaleriehelm knutselde hij een valhelm, en schreef daarmee geschiedenis. De Fransman was daarmee de eerste renner ooit. Of die loodzware helm prettig zat, was nog maar de vraag. Een vraag die hij na die gedenkwaardige koers nóóit meer gesteld zal hebben. George Leander, net tweeëntwintig jaar, knalde namelijk voluit tegen zijn gangmaakmotor (lees ook ‘Gedenk het sterven van George’, elders op deze blog). Zwaargewond overleed George twee dagen later.
Eugene Bruni, de man die de valhelm uitvond, overleefde wonderbaarlijk de bloedbaden tijdens zijn stayerscarrière, en stierf  in 1956 op tweeënzeventig jarige leeftijd.

brunisteglitzFoto 1: Eugene Bruni achter gangmaker Darioli. Foto 2: Na de dramatische val van George Leander draaiden de persen van de ansichtkaartenindustrie op volle toeren. Foto 3: De Drie uurrace van Steglitz. Van links naar rechts Fritz Theile, Karel Verbist, Stellbrink, Thaddy Robl, Bruno Demke en Bruni. Binnen enkele jaren na het maken van deze foto verongelukten  Theile, Verbist, Robl en Demke.

Bron: Radwelt jaargangen 1904 tot en met 1914. 

error: Content is protected !!