Stichtelijke woorden

Als de hel in het vizier is. En duivels op de loer liggen. Dán is de redding nabij. En dat allemaal in het fijne jaar 1959. Hét jaar dat schrijver dezes verbijsterd kennis maakte met ondermeer Brigitte Bardot, Jane Mansfield, Gina Lollobrigida en Sofia Loren, om maar even een paar tietenmonsters van het witte doek te noemen. Maar ook het jaar van Dino Bruni, een zevenentwintigjarige, modale Italiaanse profrenner die zijn debuut maakt in de Ronde van Frankrijk.
‘Zonder pijn geen glorie’, ook voor Dino. De vierde etappe van Roubaix-Rouen, over tweehonderddertig lange en slopende kilometers. Dwars door de Hel van het Noorden, waar op de drempel van het voorgeborchte Dino Bruni, samen met Otto Altweck, en Bent Ole Retvig, een doodsmakkerd maken.
Volgens oeroude wielermantra wordt op sukkels en ander fietsend wrakhout niét gewacht. Het peloton ijlt verder. Geen materiaalwagen te zien. Maar prijs de Heer! Hallelujajuteperen! Want aan de kant van de weg staat Zijn afgezant himselve, vermomd als een doodgewone dorpspastoor. Terwijl een droogkloot met zijn armen in de zij, apathisch staat toe te kijken was het mijnheer pastoor die hulp en troost gaf.
Bent Ole Retvig, een drieëntwintigjarige Deense Viking met een betonnen harses, is het eerst bij zinnen en pakt zijn karretje. Als op het macadam de Duitser Otto Altweck, zich nog af ligt te vragen of het vak van profrenner wel zó verstandig was, is de lokale zielenherder – prevelend dat de Heer op Golgotha meer had geleden –  druk bezig met Bruni. Van het ‘stichtelijke’ optreden van de lokale zielenherder blijkt géén pil, spuit, of welke dopepreparaat tegenop te kunnen. Dino, gebutst en gekreukeld, komt namelijk snel terug in het peloton.
Waaruit hij, in de buitenwijken van Rouen, demarreert: de brave Belg Van Aerde aan zijn wiel. De laatste wordt door Bruno in de eindsprint deskundig geëlimineerd.
Dat Bruno twee weken later nog eens juichend over de finish gaat is aardig voor de statistieken.

Dan is het achtenvijftig jaar later want 2017, waarvan je biologisch mag aannemen dat de boezems van Brigitte, Jane, Gina en Sofia verstoft dan wel geslonken zijn tot een bedenkelijk niveau. Dat laatste zal Dino een rotzorg zijn. De voormalige coureur, inmiddels 85 jaar, telt namelijk nog steeds zijn Tourzegeningen. Met dank aan die ene onbekende dorpspastoor.

Bron: Le Miroir des Sports jaargang 1959.