‘De Judovader’

Cor van der Geest is de Godfather van het Nederlandse judo en staat op de kop af vijftig jaar aan het roer van ‘zijn’ Haarlemse judoclub Kenamju. In zijn jonge jaren was hij het favoriete trainingsmaatje van judolegende Wim Ruska. Zelf werd Cor twee keer derde van Nederland. Al schreeuwend langs de mat wist hij het uiterste uit zijn leerlingen te halen, onder wie zijn zonen Dennis en Elco, en maakte hij nationaal én internationaal furore als topcoach. Cor ademt nog altijd judo, zijn geest denkt judo. De judovader vertelt in geuren en kleuren over zijn hoogtepunten, maar ook moeilijke momenten, zijn onvermoeibare streven naar ‘intrinsieke’ sporters, zijn bonte avonturen met Kenamju en als gelauwerd bondscoach. Hij heeft kritiek op het beleid van de Judo Bond Nederland sinds zijn vertrek. De gouden jaren van Kenamju als het Ajax van het judo komen nooit meer terug, maar de herinnering is goudomrand.
Naast een gedreven coach, mentor, vader en kampioenenmaker is Cor van der Geest een geboren ondernemer en bestuurder met een eigenzinnige visie op de wereld. Hij neemt geen blad voor de mond.
Judovader en kampioenenmaker Cor van der Geest kijkt aan de vooravond van zijn 75ste verjaardag terug op een halve eeuw Kenamju. Hij geniet na van de internationale successen.
Patricia Jimmink (1956) werkte lange tijd op de sportredactie van Haarlems Dagblad. Govert Wisse (1955) was jarenlang sportverslaggever bij de GPD en Haarlems Dagblad. Gerlof Leistra (1959) is misdaadverslaggever voor Elsevier Weekblad en schreef veel over sport.

Omvang: 288 pagina’s, incl. fotokatern
ISBN: 97890 8975 599 5
Prijs: € 21,99

Afgehakte vinger

Als je wint heb je vrienden. Een gegeven zo vast als een betonnen bunker.  De mens is een opportunistisch wezen. Zelfs bij je  begrafenis, waar ze elkaar verdringen  om je kist te dragen, en dat onder de kreet ‘kijk mij even deugen’.
Vriendschap, net zo betrekkelijk als de goedkope parfumgeur van een hoogbejaarde temeier. Het verdampt waar je bij staat. Op de Steglitzwielerbaan van het Berlijn van 1908, was het dan ook dringen geblazen om naast de winnaar Fritz Theile plaats te nemen. Om in de publiciteit te komen  zijn bobo’s bereid om daarvoor een vinger bij zich af te laten hakken.
Fritz Theile, zojuist sieger van de Goldener Motorrad von Steglitz, een stayerskoers over honderd kilometer. Op de levensgevaarlijke en onheilspellende  Steglitzbaan, waar zware, soms dodelijke  ongelukken, schering en inslag waren, raasde Fritz, gegangmaakt door een monsterlijke zware gangmaakmotor, over alles en iedereen heen. Fritz kreeg na afloop niet alleen een soort grafkrans mét lint,  maar ook de  Goldener Motorrad, een kitscherig geval waarmee je thuis een hoop uit te leggen had.
Behalve dát mocht Fritz, een Berlijner, ook tweeënhalfduizend goudmark in z’n zak steken: waar het hem om te doen was. Der Fritzl, in zijn tijd één van de beste rolrijders ter wereld. Won vanaf 1907  tot juni 1911 , vierenzestig stayerskoersen gedoteerd met totaal 182.800 goudmark.
Op 4 juni 1911, tijdens de Grote Pinksterprijs van Berlijn en onder de ogen van zijn moeder, maakte Fritz een fatale val. Fritz werd 27 jaar.

Bron: Album der Radwelt jaargangen 1907 tot en met 1911.

TV-dominee

Opeens was Bertus er. Bertus,  vetkuif,  lang, slank in de heupen als  een kruising tussen Clint Eastwood en Gene Vincent. Bertus Hoogerman, amper droog achter de oren maakte ergens in de fifties zijn debuut als keeper bij Ajax.  Met Bertus in het doel was garantie voor rock ’n roll in het zestienmetergebied.
Voor ons, de jongens van de staantribune was Bertus een rolmodel. Zoals Bertus,  wilde wij ook zijn.  Bertus  was namelijk een held, met onheilspellende acties, wat altijd link is voor een doelman. Keepers zijn dan ook de eenzaten van de sport, voer voor psychologen. Een beetje keeper behoort zó te zijn, want altijd balancerend op het randje van het mentale evenwicht. Bakken publicitaire stront bij een blunder.  Of Bertus zich daar wat aantrok…?
Bertus Hoogerman,  – jeugdsentiment voor een hele generatie jongens, afkomstig uit Amsterdam- Oost – met dikke  vingers als kroketten,  met door zijn moeder gebreide handschoenen, waarmee hij roodgloeiende kogels mee ving.
Van die grote, speciale keepershandschoenen waarmee hedendaagse keepers hun doel mee schoon houden, kwamen bij de toenmalige ballenvangers alleen voor in natte dromen. Trouwens voor Bertus had deze handschoenen niks uitgemaakt.   Bertus’ lot lag immers vast. 
Feyenoord-Ajax 1964,  gespeeld in de Kuip. Waar de eerste noten van  de prelude klonken van zijn nadere keepersondergang, en ons, zijn hondstrouwe fans een levenslange trauma bezorgde. Bertus had namelijk niet zijn dag. Negen ballen vlogen langs de lange Amsterdammer, waarvan er drie gestopt hadden kunnen worden door een visueel gehandicapte. Feyenoord-Ajax 9-4! Bertus kon niet veel later vertrekken uit Stadion de Meer.
Zijn opvolger was ene Gert Bals, een saaie man met het uiterlijk van een tv-dominee. Voor ons, de jongens van vak F, nóóit meer  ruige rock ’n roll in Stadion de Meer. Goddank duurde dat maar heel kort. Het zelfde jaar maakte een muizig, uitziend jochie uit Betondorp zijn debuut in de spits van Ajax…
Bertus Hoogerman, onze held die nooit de grote successen van Ajax had meegemaakt, stierf op zesenzestig jarige leeftijd.

Fighterheart, Hesdy Gerges

De eerlijke en accurate biografie van kickboksicoon Hesdy Fighterheart Gerges vertelt het levensverhaal van een straatjongen die gaat kickboksen en de internationale top bereikt. De carrière van Gerges kent grote successen, maar ook diepe dalen. In de vechtsportwereld liggen topsport en criminaliteit met regelmaat dicht bij elkaar.
Een week voor het belangrijkste gevecht uit zijn loopbaan in 2010, in de Amsterdamse Arena tegen Badr Hari, raakt hij betrokken bij een grootschalige drugszaak. Het zal een keerpunt worden in zijn carrière. Het juridisch proces dat in België van start gaat duurt meer dan zeven jaar en heeft een verwoestend effect op hem. Hij wordt veroordeeld tot 4,5 jaar cel.
Hesdy Gerges, zoon van een Nederlandse moeder en een Egyptische vader, wordt in 1984 geboren in Badhoevedorp. School verloopt moeizaam. Als hij op zijn 15e in aanraking komt met kickboksen is het liefde op het eerste gezicht. Hij blijkt een trainingsbeest dat niet uit de gym is weg te slaan en op zijn 21ste wordt de twee meter lange vechter professioneel kickbokser.
Op 29 mei 2010 vindt in de Amsterdam ArenA het eerste gevecht plaats tussen Hesdy Gerges en Badr Hari. In de eerste ronde raast Badr, maar Hesdy weet te pareren en blijft overeind. Als de wedstrijd kantelt, verliest Badr de controle en trapt de liggende Hesdy in zijn nek. De scheidrechter beslist: diskwalificatie van Badr, Hesdy wordt kampioen.
Een week eerder valt de Antwerpse politie een verlaten loods binnen. Er wordt daar 128 kilo cocaïne gevonden. Een zoektocht leidt naar zes Nederlanders, waaronder Hesdy. Twee van hen worden later geliquideerd. De vechtsporter komt in een rollercoaster terecht met onverwachte wendingen in zijn sportieve loopbaan en in zijn privé-leven.
Nu Hesdy midden-dertig is, lijkt het einde van zijn loopbaan in zicht te komen. De vechtsport heeft hem veel gebracht. Hij heeft bijna 80 wedstrijden gevochten, waarvan 53 gewonnen. Enerzijds groeit de behoefte aan houvast en veiligheid voor de kleine kring van naasten en voor hemzelf, maar aan de andere kant is er nog steeds de honger naar de spanning van de ring en roept zijn lichaam om arbeid. MMA of weer kickboksen, wat volgt? Het boek van de vechtsport is nog niet dicht.

Omvang : ca. 256 blz.
Formaat : 13,5 x 21 cm, paperback met fotokatern
ISBN : 97890 8975 0457.
Prijs : € 20,00

Overlever

Dan was er ook nog Willy Hesslich, man van vele veldslagen.  Een veteraan, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als Feldwebel, vocht voor zijn kaiser und vaterland. Willy, voor hij zijn plekje in de loopgraven innam, eerst gehard als gangmaker op de Duitse wielerbanen, waar de dood nooit ver weg was. Tientallen stayers  en gangmakers waren óf verongelukt, dan wel voor het leven getormenteerd.
Hesslich, overleefde de bloedlinke wielerbanen maar kwam ook ongeschonden van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Willy, sinds 1905 gangmaker, leidde twee jaar nadien  Kurt Rosenlöcher naar drieëndertig overwinningen. Een getal dat niet genoeg geroemd kan worden.  Hesslich, afkomstig uit Dresden, maakte van een ‘halve stayer’ een hele. Albert Schipke, een stayer van nét niet, zal zijn gangmaker altijd dankbaar zijn.  Willy voerde Albert in 1911 naar het Meisterschaft von Preusen.
Die ouwe Duitse gangmaker  kon je niets meer wijs maken. De man had zó vaak de dood recht in diens muil geloerd. Ook op de Rijswijkse wielerbaan van 27e mei 1923. Stayerskoers  over twee manches, waar Hesslich  samen met z’n renner Rosellen waren gecontracteerd.
Of Willy voor de start bang was? Hooguit maakte hij zich zorgen om de kwaliteit van z’n motor. De economie van Duitsland lag op z’n kont. Geldontwaarding. De Republiek van Weimar. Straatgevechten tussen communisten en ‘Freikorpsen.’
Niets meer te verkrijgen. Laat staan nieuwe banden voor z’n gangmaakmotor. En dat laatste kostte Willy letterlijk z’n kop. Bijna.
Willy Hesslich, man met een engel op z’n Teutoonse schouders. Tijdens de tweede manche  op volle snelheid sprong de achterband van z’n motor stuk. Willy, gevallen met zijn renner, en liggend onder de zware motor, stortte omlaag. Met een zware schedelbreuk werd Willy Hesslich afgevoerd richting ziekenhuis.
Waar hij niet de eerste gangmaker was die in dat gasthuis werd verwelkomt. Tijdens de eerste manche ontplofte ook de achterband van collega-gangmaker Claus Nachtmann. Claus, samen met renner  Thomas, stuiterden over het hout van de wielerbaan. Waar Nachtmann en Thomas, bloedend uit vele wonden, vanaf werden geschraapt.
Dat was zomaar een fijn dagje stayeren op de Rijswijkse Wielerbaan. En voor ik het vergeet: Willy Hesslich overleefde z’n zware val. Je bent een overlever of niet.

Bron: Sport-Album der Rad-Welt jaargang 1922, De Tribune, krant van Sociaal-Democratische Partij.

Grandeur

Geen rangen en vooral geen standen. De Tour de France is voor het volk. Ook  die van 1960, wat tevens een mooi jaar was. In Frankrijk wel te verstaan. De Franse Republiek, aangevoerd door monsieur le president De Gaulle, bij wie enig nationalisme niet vreemd was. ‘Frankrijk kan Frankrijk niet zijn, zonder zijn grandeur’, was één van zijn uitspraken. Dat was wáár.
Want opeens was daar Brigitte Bardot, ontworsteld aan de benauwende jaren vijftig en zojuist de sixties binnen gehuppeld. Bardot,  een frivole, sexy stoeipoes, met als bijnaam BB, waar hele generaties  potente  jongens, ontsnapt aan de aandacht van ouders én mijnheer pastoor, met overdreven ijver haar afbeelding aan de muur van hun jongenskamer prikte. Garantie voor  woeste fantasieën. Wat er vervolgens in die jongensbedden gebeurde moeten we maar niet aan denken.
Frankrijk 1960,  waar de leden  van terreurorganisatie  OAS, voor het eerst het handboek ‘Hoe knutsel ik een plasticbom in elkaar’, ter hand namen:  beoogde doel,  president Charles de Gaulle. De jongens van de OAS, duidelijk aanleg voor het helse, brachten een jaar  later hun geleerde in de praktijk. In september 1961 ontplofte in een wegberm een dertig kilo zware bom, gevuld met vijftien liter napalm. Waaraan De Gaulle, in zijn Citroën wonderlijk en ongedeerd aan ontsnapte.
In dat geharnaste lijf van monsieur le President, een gewezen oorlogsheld, bleek ook maar een gewoon jochie schuil te gaan. Dat hij Brigitte aan de muur van z’n slaapkamer  had hangen is onwaarschijnlijk. Wél  dat hij via de media de Tour volgde. Zaterdag 23 juli 1960, had hij in zijn agenda met rood omcirkeld. Op deze door God aan de president geschonken dag, trok de Tourcaravaan door zijn dorpje Clombey-Les-Deux-Eglises, en langs het huis van Frankrijks eerste burger.
‘De Tour is genadeloos en wacht op niemand’, wat een stoffig, maar waar cliché is.   Laat staan dat er zomaar gestopt wordt. Behalve voor de eerste man van de Vijfde Republiek. De Gaulle tussen het volk, en beschermd door twee gendarmerie nationale, die je onbewust aan films van Inspector Clouseau doen denken, audiëntie verlenend aan de renners. Waarvan sommigen, uit misplaatste eerbied hun koerspetje voor af deden, door De Gaulle duidelijk gewaardeerd. Met een Vive La France  zegende hij vervolgens het koersende volk.
Met enige fantasie is Charles De Gaulle met een geharde Tourrenner te vergelijken. De man overleefde maar liefst eenendertig moordaanslagen. Probeer dát maar eens te evenaren.  De Gaulle stierf uiteindelijk, zittend in zijn lievelingsstoel op tachtig jarige leeftijd. 

Bron: Le Miroir des Sports, jaargang 1960, Biografie Charles de Gaulle.

Charlatanmusea

Het  Museum van de Sport, Olympics Experience, Huis van de Wielersport, en het  Nationaal Voetbalmuseum had een gezamenlijke overeenkomst, want  sportmusea die bij voorbaat al gedoemd waren  te mislukken. Hoewel de initiatiefnemers  vooraf deden geloven dat het volk op z’n museum met smart zat te wachten, gingen deze binnen de kortste tijd failliet.
Voor het nationale sporterfgoed, is totaal géén publieke belangstelling. Ging de opening van zo’n museum gepaard met toeters en bellen, anders is de sluiting. Dat gebeurde op een stiekeme, achterbakse manier. Waarbij de geschonken sportmemorabilia in duistere kanalen verdween, onder meer op  Marktplaats. Of, nog véél erger, het werd zielloos in de vuilcontainer  gesmeten. Met positieve uitzondering van het Olympics Experience, die hun sluiting netjes afwerkte, gingen de bovengenoemde musea collectief in de fout.
Gulle gevers,  – gepaaid door gladde praatjes van zo’n initiatiefnemer, –   die voor hen vaak emotionele spullen van pa of opa hadden geschonken, hadden het nakijken. Of ze konden  voor veel geld op Marktplaats hun eigendom terug zien te kopen, zoals het voormalig Olympisch kampioen Jan Wienese ooit overkwam.  Deze site had in het verleden daar eerder aandacht aan besteed (zie; ‘Er kwam geen hond kijken.’)
Als je denkt dat uit dergelijke echecs  lering uitgetrokken is, is daar opeens het Nationale Voetbalmuseum, dieonlangs, na een aantal kommervolle jaren de deur sloot. En zoals het inmiddels bij dat soort  malafide musea  gaat,  verdwenen ook de historische, en in goed vertrouwen geschonken voetbalobjecten spoorloos. Tenminste als je niet op Marktplaats of Catawiki regelmatig kijkt. Want daar duiken ze op. Voor veel geld.
Zoals het shirt van Marco van Basten, gedragen tijdens de gewonnen finale van het Europees kampioenschap in 1988. In goed vertrouwen geschonken door Marco en voor een hoop geld verpatst op Marktplaats.  Wat de vraag oppert of het niet de hoogste tijd wordt om de wetgeving voor dat soort charlatanmusea, aan te passen?

Wie geeft het verlossende antwoord

Voor het gezin blijft het één grote ramp. Een schrijnende, open wond, die pas dicht gaat als er duidelijkheid is. De spoorloze verdwijning van Kenneth Hart heeft bij zijn familie diepe sporen nagelaten. Dagelijks vragen zijn moeder en drie zusjes zich af   wat er moet hun zoon en broer is gebeurd. Kenneth Hart, ooit een talentvolle jonge bokser verdween bijna dertig jaar geleden spoorloos.

Een maand voor de  verdwijning van Kenneth zag Jennifer Hart haar broertje voor het laatst. Jennifer herinnert zich die ontmoeting nog goed. Ook de herinneringen aan zijn bokscarrière zijn niet meer uit haar geheugen te verdrijven.  Jennifer vertelt hoe het hele gezin mee ging als Kenneth een wedstrijd had. Voor Jennifer, Daniella, en Audrey, de zusjes van Kenneth, waren die gevechten nogal saai. De wedstrijden van Kenneth waren dan ook, binnen één ronde afgelopen, verteld ze lachend. Kenneth’s tegenstander lag dan op het canvas zich vertwijfeld af te vragen of hij wel de juiste sport had gekozen.
Voor Kenneth was het boksen zijn leven. Daar deed hij alles voor. Met succes. Als jonge, zeer talentvolle pugilist vertrok hij voor maanden naar Los Angeles, voor een trainingskamp bij een zeer gerespecteerde gym.  Trainen werd afgewisseld met wedstrijden. Tijdens de Golden Gloves van Zuid-Californië maakte Kenneth diepe indruk door deze te winnen. En als de poorten van het  boksparadijs  zich openen,  slaat het noodlot toe. Een oogblessure! Met grote kans op blindheid ten gevolge.  Wat het begin werd van alle ellende. 
Kenneth Hart moet noodgedwongen stoppen met zijn passie. Zijn wereld stortte in. Depressies volgde.  Waarschijnlijk door dat laatste  kon het hem allemaal niet zo  veel meer schelen.  Kenneth, de ooit zo gedreven sportman  dreef naar de zelfkant van het leven, en begon niet veel later als uitsmijter op het Rembrandtsplein.
Volgens Jennifer begon dáár de ellende. Want van het één komt het ander. Het hoe en wat? Dat weet ze niet. Wél dat haar broertje op een dag spoorloos was verdwenen. Dat hij de verkeerde mensen was tegengekomen is nu wel zéker. Zijn verdwijning was voor de familie het begin van een tientallen jaren durende levende hel. Niemand kon uitsluitsel geven wat er gebeurd was.
Kenneth’s oma Paulina, waar de kinderen Hart zijn groot geworden, zijn moeder én  zusjes lieten het er niet bij zitten. Het gezin begon een jarenlange speurtocht naar Kenneth. Overal werd gezocht en vragen  gesteld, vragen wat er met Kenneth is gebeurd. Jennifer omschrijft het verdriet van haar oma  en moeder als immens. Moeder Hart bleef voor haar jongen knokken en schreef tientallen brieven naar de Telegraaf en andere media om de zaak onder hun aandacht te houden.
Op de vraag wat de Amsterdamse politie deed, is Jennifer nogal verbitterd, namelijk helemaal niets! De politie heeft nooit contact met de familie opgenomen. Inmiddels ligt de ‘de zaak Kenneth Hart’ op een plank in het hoofdbureau te verstoffen.
De kelk met ellende was voor het gezin Hart nog lang niet leeg. Er volgde nóg een diepe tragedie. Jaren na Kenneth’s mysterieuze verdwijning wordt zijn broertje Franklyn op straat neergeschoten. Franklyn, ernstig gewond afgevoerd naar het ziekenhuis waar hij niet veel later overleed. Hoe erg ook, dat heeft dat bij de familie Hart inmiddels zijn plaatsje gekregen.
Anders is het met Kenneth waar de familie nog steeds met vragen worstelt. Vragen en onzekerheid die opgelost kan worden als iemand zich meldt met het verlossende antwoord.

Von Werlhof

De geografie van zo’n foto lag vast, want vier stayers naast elkaar opgesteld. Strak in de lens kijkend, omringd door onbestemde kerels. Op de volle tribunes het grauw. Vergeelde foto’s, meer dan een eeuw oud,  die nog steeds beklijven. Een tijdsbeeld. Verstild en gevangen op een gevoelige plaat. Wat dergelijke foto’s zo fascinerend maakt is het lugubere aspect. Anno nu weet je de geschiedenis van die afgebeelde jongens.
Twee van de vier, nog in zalige onwetendheid, verongelukte niet veel later. Guignard, Piet Dickentman, Bruno Demke en Robl, van links naar rechts, klaar voor de Goldenen Rad von Steglitz, verreden op de gelijknamige baan in Berlijn.
Een stayerskoers zoals in het Duitsland van voor de Eerste Wereldoorlog  er honderden waren. Waarvan alleen de uitslagen nog terug te vinden zijn in  de  jaarboeken van het Sport-Album der Radwelt,  indertijd uitgegeven door Fredy Budzinsky en gedrukt bij Buchdruckerei Strauss in de Berlijnse Lindenstrasse 16.
Pagina’s vol uitslagen, staatjes met de verdiensten van de renners, het aantal verreden koersen, maar ook welke ausländische renners actief waren op de Duitse banen,  en ga maar door. Met Pruisische mores, pijnlijk nauwkeurig door ene Max von Werlhof opgeschreven. Een feestje voor de   statisticiliefhebber. Maar een nachtmerrie voor die ene Berlijnse letterzetter…
Volgens Von Werlhof was er tijdens de Goldenen Rad, 6800 goudmark te verdelen voor de renners. Ook dat  de honderd kilometer werd afgeraasd in een tijd van 1 uur en twaalf minuten. Winnaar werd  Guignard,  die  tweeduizend goudmark én een gouden medaille mocht afhalen.
Wat Von Werlhof nou niét wist was, dat Robl tijdens een vliegtochtje gehouden  in 1910 hoog boven Berlijn neerstortte. Bruno Demke, tijdens de Eerste Wereldoorlog piloot bij de Kaserliche Luftwaffe   en in augustus 1916, zittend in z’n Fokker hoog boven Berlijn, hoorde plotseling de motor van z’n jachtvliegtuig stoppen. Bruno werd 36 jaar.

Bron: Sport-Album der Radwelt jaargang 1907.

Duizelingwekkend

Zeven seizoenen verdedigde hij het doel van Ajax. Om in 1958 te vertrekken naar Feyenoord. En geen Ajaxsupporter die daar wakker van lag. Laat staan dat er rellen  waren uitgebroken. In de koffiehuizen  van Amsterdam-Oost werd daar de schouders over opgehaald. Het zal ze een rotzorg geweest zijn. Hooguit werd geschamperd over het absurde hoge bedrag dat Feyenoord had overgemaakt aan de penningmeester van Ajax.
Voor Eddy Pieters Graafland werd maar liefst 134.000 gulden voor neergelegd, een recordbedrag in die tijd. Duizelingwekkend genoeg om voor het toenmalige sportmagazine Sportief de cover daar mee te openen. Terzijde: keeper  André Onana staat momenteel in de etalage voor dertig miljoen euro.
Ajax, en alle toffe jongens uit Amsterdam-Oost maakte zich geen moment druk over diens vertrek. Voor de plek ‘Pieters Graafland’ stond het talent  Jan van Drecht te trappelen. Van Drecht, toen zesentwintig jaar hield het doel van Ajax redelijk schoon. Tot 1959. Om nu nóg onbegrijpelijke redenen werd Van Drecht vervangen door Bertus Hoogerman.
Van de laatste had schrijver dezes een jeugdtrauma overgehouden. Even uitleggen: als supportertje aanwezig bij Feyenoord-Ajax in de kuip van 1963. Waar Hoogerman, als een bijziende accordeonspeler de ene bal na de ander doorliet. Om te eindigen bij 9-3 voor Feyenoord. Tsja, dan Pieters Graafland…
De tijdens zijn leven al legendarische Eddy Pieter Graafland, uitgegroeid tot de drie beste keepers van de vorige eeuw,  en volgens vele een uiterst beminnelijk mens, is vandaag vertrokken naar de Grote Voetbalhemel. Pieters Graafland werd 86 jaar.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: