Gottfried

De val duurde eindeloos. Langzaam schoof hij naar z’n levenseinde. En  het diepe ravijn grijnsde tegemoet. Dat  tijdens  de laatste seconden van je aardse bestaan, je leven in een film voorbij gaat, is twijfelachtig. Wél dat hij schreeuwde van de angst.. Als je de dood in z’n smoel kijkt, komen primitieve angsten én reacties vrij. Op het moment dat zijn voorwiel over de ravijnrand schoof, trok hij instinctmatig de voeten uit de pedalen. Gottfried Weillenman, Zwitserse profrenner, in dienst van kopman Ferdinand Kubler, tijdens de Tour van 1950. Gottfried had tijdens de beklimming van de Aubisque, Kubler vakkundig over die beruchte col geholpen.
Klimmen in de Pyreneeën, áltijd zwaar labeur. Maar klein bier vergeleken met de afdalingen. Vooral in het begin van de jaren vijftig. Waar gedaald werd over, met steenslag bezaaide, slecht onderhouden ‘wegen’. Een soort geitenpad, die als een kras in het bergmassief was getrokken. Buitenkansjes voor renners met suïcidale trekjes. Ieder voor zich, en God voor ons allen. Laat je maar gaan, en blijf met je handen van de remgrepen af. Geluk is met de doldrieste. Maar niet voor Gottfried. Die sloeg in een van die haarspeldbochten onderuit. En schoof richting afgrond.
Renners, met een missie, die voelen geen pijn. Die zitten tjokvol adrenaline. Ook Gottfried Weillenmann, dertig jaar oud, en een gewezen Zwitsers kampioen. Om zijn kopman weer bij te staan sprong de brave Gottfried, duizelig, gebutst en geschaafd, op zijn fietsje. Dat de man als vierenzestigste, op slechts vier minuten achterstand op de winnaar over de streep kwam kan niet genoeg geroemd worden. Weillemann’s opofferingen waren  niet voor niks. Ferdinand Kubler won deze Tour.
Dan is het acht november 2018. In een verpleeghuis in Lugano, Zwitserland, overlijdt, vredig in zijn slaap Gottfried Weillenman. Gottfried werd 98 jaar.

Bron: Miroir de Sprint jaargang 1950.

De Vrome

‘…en tot slot  smeek ik,  of  U er voor kan zorgen dat morgen, de dope goed mag aanslaan’, waren zijn laatste stichtelijke woorden. Met een uitgestreken,  schijnheilig hoofd, voorzien van een  hemelseblik, beëindigde Fiorenzo Magni zijn vurige gebed. Naast Fiorenzo was Gino Bartali, nog druk in ‘gesprek’ met zijn schepper.  
Fiorenzo, en Gino, beiden zwaar van ‘het houtje’, en tijdens de Tour van 1950, collega’s, én concurrenten. Het was diezelfde Ronde van Frankrijk, waar de tiende etappe finishte in Lourdes: vanouds dé hangplek voor kreupelaars, behoeftige en ander soort trekkebenen.
En waar ben je dichter bij de Heer dan in dit merkwaardige bedevaartsoord? Zeg nou zelf. Daaróm, grijp je kans. Ga voor een wonder. Wat kan het je schelen,  niet geschoten, áltijd mis. Voor jongens als  Magni en Bartali, dan ook een buitenkansje.
Na de massages werd een sprint getrokken richting kathedraal.
Tsja, die Bartali, een getormenteerde Roomse rakker, bijgenaamd de Vrome, maar tóch ontsnapt aan de aandacht van het klooster. Gino,  renner op leeftijd, droeg, tijdens de koers,  zijn eigen kruis, want had de grootste moeite om Magni van het lijf te houden.
Maar eerst even de volgende vraag stellen: waar zijn de beminde gelovigen het meest bang voor? De gekwelde vrees voor het hiernamaals natuurlijk! De angst voor hellevuur, én het voorgeborchte: altijd latent aanwezig. Maar dát zijn zorgen voor later.
De mens, speciaal een wielrenner,  is een geboren opportunist, die gaat voor het ‘hiér en nú’. Ook op die elfde juli 1950, in de basiliek van Lourdes. Waar boven de brandende kaarsen en het wierook uit,  de  penetrante geur van angstzweet dwarrelde, afkomstig van het Italiaanse duo. Dat er gehuiverd werd was terecht. Een dag later stond de apocalyptische, bergetappe over colls zoals de Aubisque, Tourmalet en de Aspin, op de rol.
Overbodige zorgen. Geef je over aan Hem. Ga in gebed! Al Uw smeekbedes worden verhoord. De Heer is namelijk grootmoedig.  En houd ook nog eens van de Koers. Dat laatste was mooi meegenomen. Zeker voor Gino Bartali en Fiorenzo Magni.
De gevreesde bergetappe, Pau-Saint Gaudens, over tweehonderddertig kilometer, werd gewonnen door Bartali. En wie de gele trui kreeg? Fiorenzo Magni! Je zou er bijna gelovig van worden.

error: Content is protected !!