Gebroken dromen

Compléét kapot. Zijn lijf schreeuwde het uit van pijn. Zes dagen van harde koers hadden hem gesloopt. Met als sinister detail een mager koppie met diep weggezonken ogen. Uitgemergeld zat hij in de kopgroep van zes man. Met drie minuten voorsprong ijlend voor het peloton uit. En de bevrijdende finish was twee kilometer verder. Nog éven doorbijten. Dan schreef hij op zijn manier kleine wielergeschiedenis. Want om als ongesponsorde renner tweede te worden in de einduitslag van een prestigieuze rittenkoers als Olympia’s Tour is een prestatie die niet genoeg geroemd kan worden.
Het gebeurde meer dan een halve eeuw geleden, want 1966. En inmiddels verstoft tot klein anoniem wielerleed. Maar leg dat maar eens uit aan Bas Wijdenes, 73 jaar. Die weet dat nog als de dag van gister. Ieder detail van die laatste etappe is in zijn geheugen geschroeid. Bas, 22 jaar, een jongen afkomstig uit Amsterdam-Oost. Balancerend op de drempel van lokaal heldendom. Maar dan éérst de eindstreep halen, getrokken in de Amsterdamse Van Swindenstraat: gesitueerd een paar honderd meter van het ouderlijk huis. Zijn moeder, buren en anderen supporters in afwachting op aan de finish.
En dan gebeurt er iets dat sport zó fascinerend maakt. Maar ook prachtig in dramatiek. Bij het opdraaien van de smalle Oostelijke Ringdijk, naast het toenmalige Ajax-Stadion valt alles in één klap weg. Letterlijk. Basje Wijdenes komt ten val. En niemand helpt hem. Geen materiaal wagen te zien. Weg roem. Geen erkenning als renner. Op twintig minuten na de winnaar komt Wijdenes een illusie armer over de eindstreep. Een opmaat voor een kleine trauma.
Wat een halve eeuw later nóg schrijnt. Anno nu, zittend aan de keukentafel, wordt hij nog emotioneel. Om dat direct te relativeren.
Wijdenes, zes koersen gewonnen, en een jaar later gestopt met koersen, wist diep van binnen dat hij een rennertje was met weinig talent voor de profrangen. En ach, het leven zit nou eenmaal van toevalligheden in elkaar.

Toevalligheden…? Bas Wijdenes, woont al meer dan een kwart eeuw vlak om de hoek waar zijn wielercarrière  dramatisch strandde, want de Van Swindenstraat. Noem dat maar toevallig. En dan is er ook nog dat pokke dijkje. Waar Bas, nu als fietsende pensionado op de koersfiets,regelmatig langskomt. Na 1966 nóóit meer van zijn fietsje gelazerd. Behalve die éne keer, een jaar of tien geleden. En laat dat nou nét op dat dijkje van zijn broken dreams gebeuren. Wat een geschaafd hoofd opleverde, en hem, in een splittsecond voor even terug slingerde naar die ene fatale etappe.
Bas Wijdenes, zijn arbeidzame leven doorbracht als stukadoor, is geen gefrustreerd mens. De man telt nog iedere dag zijn zegeningen. En ondanks zijn dramatisch afscheid van het koersen denkt hij daar nog steeds met veel plezier aan terug.

Met Kneetje in het Logement der Armen

Regelmatig bezoekt hij het graf van Gerrie Knetemann. Staand voor de rustplaats van de diepbetreurde en te vroeg overleden voormalige wereldkampioen, dwalen zijn gedachten weg. Om te stoppen bij begin jaren zeventig.  Knetemann, toen een jong en aanstormend talent. Hij, een amateur-renner wiens beste dagen achter hem lag. Gerrie Knetemann en Fred van Lachterop. Beiden ras-Amsterdammers en alle twee uitkomend voor de roemruchte wielerformatie Amstel-Bier.
Fred van Lachterop inmiddels vijfenzeventig jaar koestert zijn herinneringen. Ze zijn namelijk  té dierbaar en té mooi. Samen met, Kneetje, zoals hij hem liefdevol noemt, naar de Vlaamse koersen.  Dat waren expedities die een week duurde. Iedere dag koersen  waar ze met elkaar in de slag zaten. Een verbond tussen jong en oud. Tussen de leermeester en leerling. Mét vastomlijnde afspraken. Fred, toen een dertiger, stopte af.  Kneet, amper droog achter de oren, maakte het karwei af.
En als ze dan alle twee in de kopgroep zaten wist Van Lachterop dat het in de knip zat. Zat de koersklus er op dan werd er geslapen in het Logement der Armen in Hasselt. Als gereputeerde prof, diste Kneetje dat laatste jarenlang smakelijk op.
Fred van Lachterop, beschikkend over de gave van het vertelde verhaal.  De man zit daar vol mee. Zeventien jaar koersen is dé bron. Dertien jaar maakte hij deel uit van de  Amstelbierformatie. Van Lachterop een man zonder eilie, noemt zich zelf een eenvoudige arbeidsjongen.
Geboren en getogen in de Amsterdamse Jordaan, dat merkwaardige buurtje die zoveel goede wielrenners leverde. Inmiddels belandt in z’n levensavond, met aan de horizon het naderende einde, borrelen de  koersherinneringen regelmatig op. Zoals deelnames aan de loodzware etappekoers Warschau-Berlijn-Praag, ook wel de Vredeskoers genoemd.
Popsterren
Twee keer mocht hij zijn land achter het IJzeren Gordijn vertegenwoordigen. Een eer vindt hij nu. Als popsterren werden hij en zijn ploegmaten behandeld in het Warschau van de jaren zestig. Hij ziet het nog voor zich. Drommen mensen voor het hotel. Wachtend op een handtekening of een foto. Maar daar is ook die lichte gene. Hoe hij en zijn makkers, ploegfoto’s uit het raam gooiden. Om tot hun verbijstering te zien hoe mensen op hun knieën over de stenen kropen om zo’n plaatje te pakken krijgen. Anno nu, krijgt hij nóg last van plaatsvervangende schaamte.
Dan was er ook nog de avonturen in de ronde van Turkije. Waar hij moest knechten voor Joop Zoetemelk en Fedor den Hertog. En ondanks dát toch achtste te worden in het algemeen klassement.
De Jordanees, als wielrenner altijd onderweg. Nooit werken bij een baas. Nu, zittend in zijn tuin, vindt hij dat behoorlijk a-sociaal. Nu, is nu! Wat altijd gemakkelijk praten is. Tóen was het oogkleppen op  en gaan. Hoe hij zich zelf als renner omschrijft? Als een coureur zonder spurt. Maar wel één die meedeed om de hoofdprijzen. Wat gemiddeld drie gewonnen koersen per jaar opleverde. En niet de minste. Zoals de loodzware etappekoers van Zeeuws-Vlaanderen. De Mokummer wars van talent moest er keihard voor trainen. In de winterochtenden, samen met Kneetje, rondje Zandvoort. Om in de middag mee te gaan met de illustere Molenploeg.  De Ster van Zwolle, dé openingskoers van het seizoen, was voor  Knetemann. Op de vierde plek zijn leermeester uit de Jordaan.

Calvinisten
Fred, geestig en relativerend, vertelt ook over de Bedevaartronde, ergens in het Limburg van de jaren zestig. Waar, voor aanvang van de koers, de fietsen gezegend werd  door de bisschop van Limburg: voorzien van alle roomse toeters en bellen. Calvinisten als Van Lachterop en Henk Benjamins, gingen ter plekke met elkaar in de slag. Vanaf het startschot demarreerde Fred met Henk. Benjamins won. Van Lachterop tweede. 
Fred van Lachterop, ook een gemankeerde renner. De man was doodsbang voor valpartijen. Criteriums? Eén grote nachtmerrie! In deze tijd wordt op zo’n coureur  een sportpsycholoog op los gelaten. Toen moest je het zelf maar uitzoeken.

Wielerkluppie GGMC
Wat zijn favoriete wieleronderdeel was? De ploegentijdrit! Daar kon hij helemaal op los gaan. Zes keer maakte hij deel uit van het winnende team die het Zilveren Molentoernooi won: dé ploegentijdrit van het land.
Over de vraag aan welke ploeg hij de beste herinneringen had hoeft hij niet lang na te denken: die van zijn zijn wielerkluppie GGMC. Een team  bemand met Herman van Bruggen, Tim Krabbé, en Van Lachterop. Kerels, met een latent erotische relatie met de chronometer. In zijn boek ‘ 43 wielerverhalen’ schreef Krabbé daar  nog een column over.
 Van Lachterop, nooit prof geworden. Hij keek wel mooi uit. Als amateur in dienst van de Amstel-Bierformatie verdiende hij meer dan een gemiddelde beroepsrenner.
En ach, wat maakt hem dat nu nog uit. Op zijn vijfendertigste stopte hij met koersen. Wat volgde was ongetwijfeld zijn allergrootste prestatie. De inmiddels ex-renner  begon een opleiding aan de sociale academie. Na een succesvolle carrière, eerst als jeugdwerker, daarna als medewerker bij de reclassering ging hij op zijn vijfenzestigste met pensioen.
Ondanks dat zijn lieve vrouw Nel, twee jaar geleden overleed, telt Fred van Lachterop, zijn zegeningen. De man brengt nu zijn dagen door op zijn volkstuin, zijn lust en leven. Maar toch…de koers blijft altijd aan hem beklijven.

Foto 2: Rechtsboven Gerrie Knetemann. Foto 3: De ronde van Turkije met onder meer Joop Zoetemelk en Daan Holst.

.

Een eeuw lang gaat zijn naam door de familie

Het ongeluk vond een eeuw geleden plaats. Maar het trauma is er niet minder om. De verhalen over zijn tragische dood, gaan nóg regelmatig door de familie. Het was dan ook niet niks. Het verongelukken van de Amsterdamse stayer Piet van Nek in 1914, kun je gemakkelijk plaatsen in de top-5 van de meest tragische sportdoden. Alle ingrediënten waren daarvoor aanwezig. Tijdens de Grote Voorjaarsprijs van Leipzig, 14 april 1914, het allereerste grote contract voor Van Nek, verongelukte Piet jammerlijk.
Bij de familie Van Nek zien ze, anno nu hun kinderen dan ook niet graag op een koersfiets stappen. Ondanks deze familieoekaze hadden zes nakomelingen van Piet, een wielerlicentie aangevraagd. Ook nu. De achterkleinnichtjes van de stayer, Alysha en Melissa Van Neck behoren in het damespeloton tot dé vaste waarde. Dat in hun achternaam een c zit gaat moeder Marijan, uitleggen.
Haar overgrootvader Huib, een volle neef van Piet, vond dat namelijk sjieker en plakte, begin 1900 er een c tussen. Vandaar. Marijan van Neck opgegroeid met de verhalen over haar illustere oud-oom. Overleveringen vertelt door haar opa, die het uit ‘tweede hand’ had, want opa werd opgevoed door Jan van Nek, de broer van Piet.
Dan was er ook nog Marijans oma, die altijd haar kinderen waarschuwde om nóóit te gaan koersen. ‘Te gevaarlijk’, riep ze, om als extra dimensie er aan toe te voegen: ‘Je weet wat er met Piet is gebeurd…!’ En niet alleen oma. Alle vrouwen in de familie Van Nek, generaties lang, wilden persé niet dat er gekoerst werd. Er rustte een ban op. Aan dovemansoren. Ook Marijans vader kon de lokroep van ‘de koers’ niet weerstaan. Henk van Neck was in de jaren vijftig een meer dan redelijk amateur. Dat stayer Piet van Nek maar ook diens broer Klaas bijgenaamd ‘de oude’, een succesvolle zesdaagsencoureur, dé inspiratiebron voor pa waren is logisch.
Van  Piet van Nek waarvan bekend was dat deze niet tegen onrecht kon en daardoor behoorlijk driftig was. De vechtpartijen die daardoor ontstonden, met onder meer collega stayer Jan van Gendt in 1908 maar ook met de toenmalige wereldkampioen Darragon, vulden de kolommen van de sportbladen.
Volgens Marijan een familiekaraktertrek. Dat gevoel voor rechtvaardigheid herkent ze nu nog in haar familie.
Maar terug naar de meisjes Van Neck, die enkele jaren geleden de achternaam van hun moeder officieel aan genomen hadden en die nu de familietraditie voortzetten.
Dat de aspiraties serieus zijn, bewees Melissa, die in Ierland haar eerste koers had gewonnen.Vrouwen op de koersfiets! Of Piet van Nek dat leuk had gevonden..? Marijan weet dat niet. En dat maakt ook niet zo veel uit. Piet is en blijft nog steeds in hun gedachten. Een enkele keer bezoekt de familie nog diens graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. In de Grote Stayershemel knikt Piet ongetwijfeld begrijpend en is trots op zijn koersende achternichtjes.

Foto 1: Piet van Nek. Foto 2 en 3: Melissa van Neck.

Geplaatst in Wielrennen. 1 Comment »

Architect succes vergeten

Het clubhuis van de Wielervereniging Amsterdam. Tikkeltje rauw, volks, laagdrempelig. Waar de koers van de wanden spat. Met dank aan de vele wielermemorablia. Een plek met een heel hoog Vlaams gehalte. Maar dan wel op het wielerparkoers Sloten.  Maar dát is inmiddels verleden tijd. De wielerschatten zijn verdwenen.  Veilig opgeborgen. De sloophamer had zijn werk gedaan. Wielervereniging Amsterdam, in vervolg WVA genoemd, krijgt een nieuw clubhuis. En niet zo’n kleintje. Compleet met een twintig meter lange glazen tribune. Massage- én kleedkamers volgens de huidige tijd.  Dat het WVA voor de wind gaat is duidelijk. Ruim tweehonderdvijftig fietsende leden. Tijdens het seizoen drie koersen per week. Wat staat voor zo’n zeshonderd renners. Die voor drie euro inschrijfgeld een koersje rijden.  Profs, amateurs, veteranen en dames. Alles start bij elkaar. Koersen zonder enge juryleden,  en met reglementen wordt soepel omgegaan. De gouden sleutel tot succes.
Ooit was dat anders. In de jaren zestig bestond WVA letterlijk uit drie leden.  Decennia later behoort de club tot de succesvolle, en rijkste  van het land.  Succes kent vele vaders. Anno nu  wordt dat bij WVA, door verschillende geclaimd. Dat kan zo zijn. Maar er is maar één man die dat op zijn conto kan en mag schrijven: Jaap Ruiter, indertijd voorzitter van WVA!
De laatste, een gepassioneerd wielerliefhebber die op de Haarlemmerdijk een slagerij uitbaatte. Ruiter, een man met visie. Een gewiekste en handige onderhandelaar. Nadat de Amsterdamse clubs uit de polders rondom de stad werden verbannen gloorde, begin jaren zeventig, aan de horizon het splinternieuwe wielerparkoers Sloten. Vers opgeleverd. WVA, dat nietige, lullige kluppie, met zijn handvol leden mocht daar ook gebruik van maken. Van de vijf clubs die daarvoor in aanmerking kwamen, bleven er twee over: Olympia en WVA. De onderhandelingen werden door Ruiter slim gevoerd.
De man eiste dat de finishstreep voor de deur van ‘zijn’ clubhuis kwam. Dat de slager, als eerste zijn zaterdagmiddagkoersen openstelde voor renners uit het hele land was ongekend.
Uniek, nooit eerder vertoont, en tegen de reglementen van de bond in. Een schot in de roos. Clubkoersen met meer dan honderd renners. Vaak het dubbele.
Al dertig jaar raast de WVA-trein van succes onverminderd door. Jaap Ruiter heeft dat nooit meer mee kunnen maken. Tijdens een trainingsritje, in de jaren tachtig, verongelukte hij. Of Jaap Ruiter van WVA nog erkenning krijgt? Nee! Ruiter is vergeten. In de zogenaamde eregalerij, op de website van de club, pronken vijf clubcoryfeeën. Jaap Ruiter ontbreekt.  Voorzitter Maurice Willems geeft dat eerlijk toe. Volgens hem heeft dat te maken dat de huidige generatie WVA’ers daar weinig van meegekregen hebben. Geef de informatie maar, voegt hij daar aan toe. Dan plaatsen wij dat wel. Bij deze dus!

In zijn lijf géén blikkie

examenmickhug 030De kop hanig, het lijf tanig. De blik op scherp.  En dan dat hart. Tweeëntwintig slagen tijdens zijn slaap. De cardiologe van het OLVG in Amsterdam, trok wit weg. Of het geen  tijd was  om een pacemaker te implanteren werd voorzichtig voorgesteld.  Ga je weg! In zijn lijf geen ‘blikkie’ zoals hij dat zelf noemt. Tweeëntwintig tikken, ‘gewone’ stervelingen worden nooit meer wakker. Maar hij is dan ook geen gewoon mens, dat we dat maar even weten. De man is hardfietser en belijdt de religie van de tijdrit.  Tijdens het wereldkampioenschap achtervolging 1957, amateurs, vond hij zijn ‘roeping’. Achtste werd hij.  Heeft sindsdien een latent erotische relatie met de chronometer. Een goed huwelijk, kun je stellen. Iedere dag wordt daarmee de liefde bedreven. Het voorspel begint bij de aanvang van de training. De wijsvinger zweeft boven de chronometer. Liefdevol wordt het knopje ‘start’ ingedrukt. Het dagelijkse gejakker,  tachtig kilometer lang, neemt een aanvang. examenmickhug 031
Decor, de kaarsrechte, winderige polderwegen ten noorden van Amsterdam.
Op een fietsje uitgevonden in een ruimtevaartlaboratorium en zónder valhelm. Hoofdbescherming is voor mietjes. De man behoort tot de helmloze. Hooguit een koerspetje op. Of een bandana. De man, voor intimi Luke, wegens gelijkenis met stripheld Lukey Luke, had meer bijnamen.
In zijn boek ’42 Wielerverhalen’ noemde Tim Krabbé hem Kunst. Maar dat zijn bijzaken.  We hebben het wél over die hardfietser, waarvan wij vooral niet moeten denken dat die ook zo nodig ‘moet’.
Vijf jaar geleden werd hij namelijk ’s werelds beste tijdrijder bij de masters. Op een behoorlijk geaccidenteerd terrein in Oostenrijk raasde hij met een gemiddelde veertig kilometer het parkoers van dertig kilometer af. Amateur-renners tekenen daar voor. De tijdrit, zijn Heilige Graal.  Aan de jaarlijkse wereldkampioenschap voor masters gehouden in Denemarken, laat hij aan zich voorbij gaan. Niet om fysieke reden. Het is het financiële plaatje. Of er moet zich een sponsor melden. En dan zijn er ook nog de zondagmorgenwielrenners. Die jongens op hun té dure fietsjes en té kekke zonnebrillen. Mochten deze twijfelen aan de man zijn kwaliteiten. Test het.  Ga het duel maar aan…  
Herman van Bruggen, bijna tachtig jaar: een fenomeen.

Geplaatst in Wielrennen. 3 Comments »

‘Toch niet mijn Wouter’?

wouterdewildeTwee jaar geleden, tijdens een wielerkoers verongelukte Wouter Dewilde.  Met een paar regeltjes gaf deze blog daar aandacht aan. Sandy Aspeslagh,  Wouters weduwe reageerde daar emotioneel op. Stuyfssportverhalen sprak haar vandaag. Wat volgt is het dramatische verhaal van een diepbedroefde weduwe.

Vlaanderen en de koers. Hoogtepunt van de week. Ook in het West-Vlaamse Veldegem van 1 mei 2013, waar de kermiskoers op punt van beginnen staat. Met dé favoriet Wouter Dewilde. Voor Wouter en zijn vrouw Sandy is het een speciale dag. Op de dag exact negen jaar eerder verklaarden zij elkaar de liefde. Over gebrek aan supporters had Wouter niet te klagen. Zijn  ooms, tantes, ouders, schoonouders en andere fans waren meegekomen. Wouter koerste zoals altijd op het scherp van de snede. Zat in de finale met twee andere renners in de kopgroep. De slag was gevallen. De laatste ronde ging in.
Met een schoon shirt en een flesje drinken stond Wouters moeder samen met Sandy een tiental meters na de finish.  Wouter was niet alleen haar grote liefde, maar ze was met zijn moeder één van de verzorgsters.
wouterdewildesandyWouter Dewilde, drieëndertig jaar, een pursang liefhebber, werkzaam als bouwkundig ingenieur, was een ‘rappe’. Werd twee keer kampioen van België bij de Masters en zat altijd in de prijzen. ‘Allé,  Schattie’, moedigde ze hem bij de laatste doorkomst, aan.  Ze dacht nog dat hij op deze speciale dag wel de bloemen voor haar mee zal nemen.
Dan gaat de laatste honderd meter van de koers in. Drie renners spurten voor de overwinning.  Met zestig in het uur komt de finish in zicht. Een harde klap. Voor de ogen van de hele familie raakt Wouter de onderkant van een dranghek. Hij wordt gekatapulteerd. Iemand uit de kopgroep was de laatste meters té scherp van zijn lijn geweken. ‘Ik dacht, dat is toch niet mijn Wouter’, zegt een nog steeds geschokte Sandy. ‘Mijn pa was er het eerst bij. Wouter was zwaar gewond. Bloed kwam uit zijn mond en oren. Ik heb nog steeds nachtmerries van dat beeld. ’ Niet veel later wordt een bewusteloze Wouter met de ambulance weggevoerd. Sandy stapte ook in.  Ondanks alle verdriet is zij, achteraf, heel blij dat ze meeging. In het ziekenhuis had ze nog afscheid van hem kunnen nemen. Wouter Dewilde haar lief, stierf in d’r armen.
Twee jaar later kan Sandy Aspeslagh het nog steeds niet loslaten. Eén groot trauma. Haar gedachten gaan steeds terug naar die ene fatale dag. Waar méér opvallende zaken gebeurden. Een paar minuten voor de fatale sprint maakte een vader van een andere renner een foto van Wouter. De laatste keek recht en strak in de lens, alsof hij een definitief laatste beeld van zich zelf achter wilde laten.
wouterdewildesteenNadat de fotograaf afgedrukt had, werd hij vrijwel direct gebeld door zijn vrouw die bij de finish stond. Wouter was gevallen. De fotograaf, tevens ziekenverpleger, rende onmiddellijk naar de finish, waar hij probeerde Wouter te reanimeren. Dat de man ook werkzaam was in het ziekenhuis waar Wouter overleed, is zo’n vreemde toevalligheid.
Wouter Dewilde, liefdevol echtgenoot en warme vader voor zijn dochter, is nog steeds niet vergeten. In het dorp Veldegem, vlak naast de eindstreep waar hij dodelijk verongelukte, is vorig jaar een gedenksteen van Wouter onthuld, waar regelmatig een diep bedroefde weduwe treurt.

 

Foto 1: Wouter Dewilde. Foto 2: Wouter met zijn lief Sandy. Foto 3: Gedenkplaat in Veldegem.

Speciaal woord van dank aan fotografen Gino Coghe en Roland Desmet.

 

Biefstukken, en smalle zadels mochten niet baten

maasalkmaar 026Met pijn in zijn hart, maar vooral in z’n scrotum ziet Maas van Beek definitief af van zijn aanval op het werelduurrecord. De ontsteking aan zijn zitvlak is te erg. Voor Van Beek, maar ook voor zijn supporters één grote teleurstelling. Weg maanden van ontberingen in Bolivia. Voor niets waren de trainingen op de wielerbaan van Mexico-City. De droom is uit elkaar gespat.  Van Beek kan wel janken, want de vorm is er. Het lijf zit tjokvol rode bloedlichaampjes: opgedaan in de Andes. De geest wil wel, maar het lijf stribbelt tegen. Diverse smalle fietszadels werden uitgeprobeerd. Om de pijn te verlichten werden grote bloederige biefstukken in de koersbroek gestopt. Te vergeefs. Alsof er een mes in gestoken werd, zo’n pijn. Maas van Beek, een obsessieve recordjager kan niet met het idee leven het niet geprobeerd te hebben. Als het lijf hersteld is wordt er een nieuwe poging gepland. Hoogstwaarschijnlijk op de wielerbaan van Moskou. Voor het zo ver is moet eerst het  zogenaamde ‘biologische paspoort’ aangevraagd worden, ingesteld door de UCI. De laatste, een totalitaire hap met fascistische trekjes, zijn niet zó gecharmeerd van Maas en zijn woeste plannen. Dat kan nog wel eens een heel zware hobbel worden.

Foto: Maas van Beek samen met de verse wereldkampioene  Kirsten Wild.