Geen kat in de zak

Net terug van een trainingssessie met Laurens ten Dam en Niki Terpstra. De vorm is goed. Het lijf scherp. En belangrijker, de moraal, dat vreemde ongrijpbare, is tiptop. Als knecht past hij naadloos in iedere profploeg. Ervaring genoeg zal je zeggen. Reinier Honig koerste dan ook acht jaar als verdienstelijk broodrenner, voor ploegen in Italië, België, Oostenrijk en Nederland. Aan zijn inzet en ervaring legt het niet. Evengoed kreeg Honig, eind vorig seizoen, geen contractverlenging.
Honig, een ware liefhebber van de koers met het ´spel´ daaromheen, en inmiddels vierendertig jaar,  acht zich nog steeds niet versleten. Met Noord-Hollands Beste, de illustere trainingsploeg onder aanvoering van Niki Terpstra, werd dagelijks de winter door gebracht.
Om begin dit seizoen zijn plekje in de voorste loopgraven weer in te nemen. Weliswaar een niveau lager maar toch. Begin juni won hij de zwaar bezette Vlaamse kermiskoers van s ´ Gravenwezel. En meer. Op uitnodiging van Team Mart Dry, een Spaanse ploeg, reisde de ex-prof afgelopen maand af naar Spanje om mee te doen aan de Volta Ciclista International, een groot opgezette etappekoers met beklimmingen in de Pyreneeën, en behangen met veel publicitaire belangstelling.
Honig voelde zich goed. Won niet alleen de eerste etappe, maar ook de puntentrui, én werd tweede in het eindklassement. Uitslagen waar je mee de boer op kan. Aardige binnenkomer;  met Honig krijg je geen kat in de zak.
De man is behalve op de weg, ook actief als stayer. Maar eerst even vertellen over het komende Nationaal Kampioenschap op de weg. Waar Honig, ondanks zijn uitslagen, van de KNWU geen uitnodiging voor kreeg.
Even ter herinnering, in  2011 werd Honig, die zich zelf een echte kampioenschaprenner noemt, nog derde. ´Balen´ noemt hij zijn uitsluiting. Enfin, voor de man is er ook nog het stayeren. Waarin hij wél de nationale trui draagt. Zoals tijdens een internationale stayerskoers gehouden eind juni, op de wielerbaan van het Duitse Erfurt. Honig werd tweede. Als bijkomstigheid; op deze baan wordt komende september het Europees kampioenschap stayeren gehouden. Waarmee het ´verhaal´ Honig ongetwijfeld  vervolgd wordt.

In de knop gebroken

Deze maand is het negentig jaar geleden dat het Olympisch Stadion werd opgeleverd. De sportieve hoogtepunten daar van zijn bekend. Dat het Stadion ook zijn dramatische geschiedenis had minder.  Voor zo ver bekend was het Stadion decor van twee dodelijke ongelukken. Eén daarvan betrof de Amsterdamse renner Peter van Bronkhorst, nét negentien jaar. Bij zijn toenmalige vriendin Elna Gooijaarts staat dat nog steeds in haar geheugen geëtst.

Het is een trauma, dat altijd opspeelt.  Vooral bij ongelukken. Zoals laatst bij Parijs-Roubaix, waar die arme jongen dood langs de weg lag.  Dan komt het terug in volle hevigheid. Dan krijgt zij een déjà-vu hoe zij haar eerste grote liefde verloor.  Peter van Bronkhorst, was de namelijk de jongen waar zij zo verliefd op was. Peter, nét negentien jaar geworden, een mooie, rijzige atleet met een gouden toekomst. Bij wie de hele wereld lag aan zijn voeten lag.  Een talentvol wielrenner. Tevens werkzaam als planoloog bij de gemeente Amsterdam. Hoewel het meer dan een halve eeuw geleden is, kan Elna Gooijaarts Peter niet vergeten. En al helemaal niet die dramatische avond ergens in augustus 1965. Dat schroeit haar ziel nóg steeds. Peter, een renner op punt van doorbraak. Reed in de landelijke koersen regelmatig bij de eerste. Werd, als voorproef op een mooie carrière derde bij het nationale kampioenschap vijftig kilometer, gehouden op de baan van het Olympisch Stadion. Liet daarbij Fedor den Hertog, en Gerard Vianen, later gelouterde professionals, achter zich.
Drie weken later, tijdens een gewoon koersje op dezelfde wielerbaan  verongelukte Peter. Wat een simpel foutje leek, want een renner wiens voet uit de pedaal schoot, werd een drama in optima forma. Van Bronkhorst kwam daardoor ten val. Met een schedelbasisfractuur werd de aankomende planoloog afgevoerd naar het toenmalige Wilhelmina Gasthuis.
Een prelude op een  vreselijk drama.  Elna, normaal altijd Peter vergezellend naar de koers, was op dát moment thuis. Wist nog van niets. Tot er een taxi voor haar ouderlijke huis stopte. Een oom en tante van Peter brachten het onheilsnieuws. Peter, bewusteloos in het ziekenhuis. In de wachtkamer, dodelijk ongerust,  zijn vriendinnetje Elna, ouders, en andere geliefden. In dezelfde nacht werd Van Bronkhorst geopereerd. De volgende dag, zonder bij kennis te zijn gekomen, overleed hij. Pijnlijke herinnering waarbij Elna’s ogen nog steeds vochtig worden.
Tijd heelt alle wonden, maar blijft schrijnen. Elna heeft sindsdien nooit mee één voet in het Olympisch Stadion gezet. Pas sinds kort kan zij het Stadion passeren zonder emotioneel of misselijk te worden.
Peters ongeluk sloeg in als een bom.  Zijn vader had nadien nooit meer kunnen werken, getraumatiseerd als hij was. Ook bij zijn toenmalige vrienden liet het ongeluk van Peter, tot op de dag van vandaag,  de nodige geestelijke lidtekens na.
Jong uit het leven gerukt worden, is patent op een grootse uitvaart. Ook die van Peter van Bronkhorst die gecremeerd werd op Driehuis-Westerveld. De kist omringd door zijn wielervrienden. Een overweldigende belangstelling vanuit de Amsterdamse sportwereld. Maar ook toespraken. Zoals die van Dick Bessem, die namens het n.v. Olympisch Stadion, sprak. Om de pijn bij de nabestaande te verzachten beloofde Bessem, dat in het Olympisch Stadion een bronzen plaquette zal komen ter nagedachtenis aan Van Bronkhorst: wat tot op de dag van vandaag een loze belofte was!
Het leven gaat door, ook voor Elna Gooijaarts, die inmiddels vijftig jaar gelukkig getrouwd is met haar Rob, moeder is van twee zoons én oma van twee kleindochters. Ze is zichtbaar happy met haar bestaan, waarin Peter zijn plaatsje heeft gekregen. Maar vergeten kan ze hem niet. Hij was immers haar eerste grote liefde.

En dan nog even het volgende:
Bap van Breenen, chroniqueur van de Amsterdamse wielergeschiedenis, én een jeugdvriend van Peter van Bronkhorst. De tragische dood van Peter van Bronkhorst had en heeft hem aangegrepen. Van Breenen hield tientallen jaren contact met de ouders van Van Bronkhorst en hield ook de gedachtenis aan zijn té vroeg overleden vriend in herinnering, door, in een heel kleine oplage een boekje over Peter te maken. Ook had Van Breenen, middels brieven aan onder meer Het Parool, vragen gesteld waarom de toegezegde bronzen herinneringplaquette nog steeds niet gerealiseerd is.

Beeldenstorm

Een beeldenstorm. De ontheiliging van de wielersport. Weg met tradities. Totále blasfemie, want de rondemiss wordt afgeschaft! Heeft zijn langste tijd gehad. Althans voor de ronde van Spanje. En dat is nog maar het begin. Genderneutraal moet het namelijk worden. Een man moet ook een renner kunnen huldigingen. De Spaanse coureur Mikel Landa brak daar een lans voor.
Mikel, dat kleine, koersende farizeeërtje. Ongetwijfeld Rooms. Sliep als jochie met de handen boven de dekens. Zat op een nonnenschooltje.  En mocht bij mijnheer pastoor op diens schoot, fijn paardje rijden. Leuke, jonge vrouwen, brengen bij Mikel maar rare gedachten op.
We zijn weer terug bij de vroege jaren vijftig. Waar Rik van Steenbergen, tijdens de Giro d’ Italia, editie 1951, een etappe won. Geen rondemis te bekennen.
Wél ploegleider Constante Giradengo, een bruingebakken, oud monster, waarvan je, als jonge renner, liever niet hebt dat deze je aanraakt. Laat staan dat hij je vol op de bek zoent.  Giradengo, een perfecte maffiaharses, zat dus nergens mee…  
Ongetwijfeld had Steenbergen,zijn gezicht en mond goed geboend en uitgespoeld.
En dan is er ook nog ene Leo van Etten: nog zo’n beeldenstormer. Leo, PvdA raadslid van Alkmaar, maakte zich namelijk zorgen. In het Sportpaleis van Alkmaar, zo ontdekte hij,  wordt er getraind achter een derny. Volgens Leo ongezond. Téveel fijnstof. Dat op de Alkmaarse Ringweg de luchtvervuiling bedenkelijk hoog is, maakt hem niks uit. En laat die Leo er nou voor gezorgd hebben dat er een milieuveilige elektrische derny in het Sportpaleis kwam. Enfin, het loopt tegen verkiezingstijd
De elektrische derny, hoe oubollig wil je het hebben. Tante  Mien, uit de Tuinstraat, op haar e-bike.  De tijd van de mythische dernykoersen, waar op het randje van menselijk bestaan, mee wordt gekoerst, loopt op z’n einde. Kan de liefhebber eerdaags vergeten. 
Mikel Landa en Leo Van Etten. Je zal ze bijna een huldiging gunnen door een type als Giradengo.

Ontwapenend eerlijk

Dat er een voormalige topwielrenner werkzaam is, is duidelijk. In de sportruimte van fysiotherapiepraktijk Gooioord in Amsterdam-Zuidoost, hangen diverse actiefoto’s, ingelijste shirts en andere wielerparafernalia met de sportinstructeur van dienst in de hoofdrol. Rik Moorman taalt er niet meer om. Zijn wielercarrière, kort maar hevig, ligt ver achter hem. Hij is nu gelukkig in zijn werkzaamheden. En toch, tóch had het anders kunnen lopen. Hij, hét grote fietstalent van begin jaren tachtig slaagde op het moment suprême niet. Waar zijn gabbers en generatiegenoten Jelle Nijdam en Eric Breuking wél slaagden, namelijk een profcontract, stond Moorman met lege handen. Ja, een contractje, met behoud van uitkering, bij een kermisploegje als Elro-Snacks. Nou, geef dát portie maar aan Fikkie.

Rik Moorman, had wel iets te bieden. Op zijn conduitestaat stonden vier nationale baantitels. Ook maakte hij een aantal jaar deel uit van de baanselectie. Deed mee aan de Spelen van 1984. Werd bij het Europese koppelkampioenschap derde. Won jaarlijks op de weg zo’n twaalf koersen. Zag tientallen keren zijn naam als tweede op de uitslagenlijsten. Voerde met zijn, eveneens koersende broer Ralph, in de criteriums een waar schrikbewind. En kon uiteindelijk naar een profstatus fluiten. Gedesillusioneerd werd de koersfiets op drieëntwintigjarige leeftijd aan de haak gehangen.
Sierlijke flyer
Anno nu beseft hij zelf dat hij niet hard genoeg was voor het profmetier. Ontwapenend eerlijk vertelt hij dat hij als renner ook een tikkeltje lui was. In je eentje trainen in de polder vond hij zo saai als de pest.
Maar er waren ook van die ongrijpbare obstakels. Van die valkuilen waar je als jong rennertje geen vat op had. Om als renner te slagen komt meer kijken dan een paar ‘goede benen’. Rik Moorman een sierlijke flyer, een geboren baanrenner. Zat ooit als toeschouwer op de tribune van de Rotterdamse Zesdaagse. Werd daar door wedstrijdleider Post vanaf geplukt. Of hij direct mee wilde starten bij de six. De zesdaagse was namelijk nog geen uur oud of de Fransman Vallé brak zijn sleutelbeen. Of Moorman direct zijn plek wilde innemen.Een mooiere garantie op een zesdaagse carrière kun je niet wensen. Moorman slaagde voor de test. Toezeggingen om ‘Zes van Kopenhagen’ te rijden kwamen. En laat het nou dezelfde Post zijn die daar een stokje voor stak! Moorman heeft dat jarenlang nóóit kunnen begrijpen.
Voorbeeld
Peter Post, notabene de allerbeste jeugdvriend van zijn vader Hannie. In Huize Moorman werd alleen maar lovend over Post gesproken, en tot voorbeeld gesteld aan Rik. Het was duidelijk: Peter Post móest Rik Moorman niet. Over het ‘waarom’ daar kwam Moorman jaren later achter. Het was zijn moeder die dat raadsel oploste. Het had alles met liefde te maken.
Peter Post had in zijn jonge jaren verkering met Rik Moormans ma. Nadat Post door een ongeluk lang in het ziekenhuis verbleef, werd zij verliefd op de latere vader van Rik. En dát gegeven kon de rancuneuze Post nooit vergeven. En daar moest, in Posts belevingswereldje, voor geboet worden.
Macht
En dan was er ook nog die ene almachtige Amsterdamse manager. Een voormalige wereldkampioen, met veel macht in het zesdaagse wereldje. Wilde je als jonge veelbelovende renner, amateur-zesdaagsen rijden, wat altijd een ‘binnenkomer’ was op de winterbanen, moest je aan hem tweeduizend gulden betalen. Moorman had dat geld niet.
Nu haalt Moorman zijn schouders er over op. Of hij gefrustreerd is? Nee! Daarvoor zorgen te veel goede herinneringen voor. En buiten dát: hij heeft als sportinstructeur, inmiddels al dertien jaar, een heel leuke baan, en ook in zijn persoonlijk leven is hij heel senang.
Ook voor Moorman is er nog die ene ouwe liefde: en die roest nooit. Rik Moorman, afgetraind, scherp, gaat dit seizoen weer koersen. De renners op wielercircuit Sloten, in Amsterdam, zijn gewaarschuwd.

Foto 1: Rik en Ralph Moorman.

Gebroken dromen

Compléét kapot. Zijn lijf schreeuwde het uit van pijn. Zes dagen van harde koers hadden hem gesloopt. Met als sinister detail een mager koppie met diep weggezonken ogen. Uitgemergeld zat hij in de kopgroep van zes man. Met drie minuten voorsprong ijlend voor het peloton uit. En de bevrijdende finish was twee kilometer verder. Nog éven doorbijten. Dan schreef hij op zijn manier kleine wielergeschiedenis. Want om als ongesponsorde renner tweede te worden in de einduitslag van een prestigieuze rittenkoers als Olympia’s Tour is een prestatie die niet genoeg geroemd kan worden.
Het gebeurde meer dan een halve eeuw geleden, want 1966. En inmiddels verstoft tot klein anoniem wielerleed. Maar leg dat maar eens uit aan Bas Wijdenes, 73 jaar. Die weet dat nog als de dag van gister. Ieder detail van die laatste etappe is in zijn geheugen geschroeid. Bas, 22 jaar, een jongen afkomstig uit Amsterdam-Oost. Balancerend op de drempel van lokaal heldendom. Maar dan éérst de eindstreep halen, getrokken in de Amsterdamse Van Swindenstraat: gesitueerd een paar honderd meter van het ouderlijk huis. Zijn moeder, buren en anderen supporters in afwachting op aan de finish.
En dan gebeurt er iets dat sport zó fascinerend maakt. Maar ook prachtig in dramatiek. Bij het opdraaien van de smalle Oostelijke Ringdijk, naast het toenmalige Ajax-Stadion valt alles in één klap weg. Letterlijk. Basje Wijdenes komt ten val. En niemand helpt hem. Geen materiaal wagen te zien. Weg roem. Geen erkenning als renner. Op twintig minuten na de winnaar komt Wijdenes een illusie armer over de eindstreep. Een opmaat voor een kleine trauma.
Wat een halve eeuw later nóg schrijnt. Anno nu, zittend aan de keukentafel, wordt hij nog emotioneel. Om dat direct te relativeren.
Wijdenes, zes koersen gewonnen, en een jaar later gestopt met koersen, wist diep van binnen dat hij een rennertje was met weinig talent voor de profrangen. En ach, het leven zit nou eenmaal van toevalligheden in elkaar.

Toevalligheden…? Bas Wijdenes, woont al meer dan een kwart eeuw vlak om de hoek waar zijn wielercarrière  dramatisch strandde, want de Van Swindenstraat. Noem dat maar toevallig. En dan is er ook nog dat pokke dijkje. Waar Bas, nu als fietsende pensionado op de koersfiets,regelmatig langskomt. Na 1966 nóóit meer van zijn fietsje gelazerd. Behalve die éne keer, een jaar of tien geleden. En laat dat nou nét op dat dijkje van zijn broken dreams gebeuren. Wat een geschaafd hoofd opleverde, en hem, in een splittsecond voor even terug slingerde naar die ene fatale etappe.
Bas Wijdenes, zijn arbeidzame leven doorbracht als stukadoor, is geen gefrustreerd mens. De man telt nog iedere dag zijn zegeningen. En ondanks zijn dramatisch afscheid van het koersen denkt hij daar nog steeds met veel plezier aan terug.

Met Kneetje in het Logement der Armen

Regelmatig bezoekt hij het graf van Gerrie Knetemann. Staand voor de rustplaats van de diepbetreurde en te vroeg overleden voormalige wereldkampioen, dwalen zijn gedachten weg. Om te stoppen bij begin jaren zeventig.  Knetemann, toen een jong en aanstormend talent. Hij, een amateur-renner wiens beste dagen achter hem lag. Gerrie Knetemann en Fred van Lachterop. Beiden ras-Amsterdammers en alle twee uitkomend voor de roemruchte wielerformatie Amstel-Bier.
Fred van Lachterop inmiddels vijfenzeventig jaar koestert zijn herinneringen. Ze zijn namelijk  té dierbaar en té mooi. Samen met, Kneetje, zoals hij hem liefdevol noemt, naar de Vlaamse koersen.  Dat waren expedities die een week duurde. Iedere dag koersen  waar ze met elkaar in de slag zaten. Een verbond tussen jong en oud. Tussen de leermeester en leerling. Mét vastomlijnde afspraken. Fred, toen een dertiger, stopte af.  Kneet, amper droog achter de oren, maakte het karwei af.
En als ze dan alle twee in de kopgroep zaten wist Van Lachterop dat het in de knip zat. Zat de koersklus er op dan werd er geslapen in het Logement der Armen in Hasselt. Als gereputeerde prof, diste Kneetje dat laatste jarenlang smakelijk op.
Fred van Lachterop, beschikkend over de gave van het vertelde verhaal.  De man zit daar vol mee. Zeventien jaar koersen is dé bron. Dertien jaar maakte hij deel uit van de  Amstelbierformatie. Van Lachterop een man zonder eilie, noemt zich zelf een eenvoudige arbeidsjongen.
Geboren en getogen in de Amsterdamse Jordaan, dat merkwaardige buurtje die zoveel goede wielrenners leverde. Inmiddels belandt in z’n levensavond, met aan de horizon het naderende einde, borrelen de  koersherinneringen regelmatig op. Zoals deelnames aan de loodzware etappekoers Warschau-Berlijn-Praag, ook wel de Vredeskoers genoemd.
Popsterren
Twee keer mocht hij zijn land achter het IJzeren Gordijn vertegenwoordigen. Een eer vindt hij nu. Als popsterren werden hij en zijn ploegmaten behandeld in het Warschau van de jaren zestig. Hij ziet het nog voor zich. Drommen mensen voor het hotel. Wachtend op een handtekening of een foto. Maar daar is ook die lichte gene. Hoe hij en zijn makkers, ploegfoto’s uit het raam gooiden. Om tot hun verbijstering te zien hoe mensen op hun knieën over de stenen kropen om zo’n plaatje te pakken krijgen. Anno nu, krijgt hij nóg last van plaatsvervangende schaamte.
Dan was er ook nog de avonturen in de ronde van Turkije. Waar hij moest knechten voor Joop Zoetemelk en Fedor den Hertog. En ondanks dát toch achtste te worden in het algemeen klassement.
De Jordanees, als wielrenner altijd onderweg. Nooit werken bij een baas. Nu, zittend in zijn tuin, vindt hij dat behoorlijk a-sociaal. Nu, is nu! Wat altijd gemakkelijk praten is. Tóen was het oogkleppen op  en gaan. Hoe hij zich zelf als renner omschrijft? Als een coureur zonder spurt. Maar wel één die meedeed om de hoofdprijzen. Wat gemiddeld drie gewonnen koersen per jaar opleverde. En niet de minste. Zoals de loodzware etappekoers van Zeeuws-Vlaanderen. De Mokummer wars van talent moest er keihard voor trainen. In de winterochtenden, samen met Kneetje, rondje Zandvoort. Om in de middag mee te gaan met de illustere Molenploeg.  De Ster van Zwolle, dé openingskoers van het seizoen, was voor  Knetemann. Op de vierde plek zijn leermeester uit de Jordaan.

Calvinisten
Fred, geestig en relativerend, vertelt ook over de Bedevaartronde, ergens in het Limburg van de jaren zestig. Waar, voor aanvang van de koers, de fietsen gezegend werd  door de bisschop van Limburg: voorzien van alle roomse toeters en bellen. Calvinisten als Van Lachterop en Henk Benjamins, gingen ter plekke met elkaar in de slag. Vanaf het startschot demarreerde Fred met Henk. Benjamins won. Van Lachterop tweede. 
Fred van Lachterop, ook een gemankeerde renner. De man was doodsbang voor valpartijen. Criteriums? Eén grote nachtmerrie! In deze tijd wordt op zo’n coureur  een sportpsycholoog op los gelaten. Toen moest je het zelf maar uitzoeken.

Wielerkluppie GGMC
Wat zijn favoriete wieleronderdeel was? De ploegentijdrit! Daar kon hij helemaal op los gaan. Zes keer maakte hij deel uit van het winnende team die het Zilveren Molentoernooi won: dé ploegentijdrit van het land.
Over de vraag aan welke ploeg hij de beste herinneringen had hoeft hij niet lang na te denken: die van zijn zijn wielerkluppie GGMC. Een team  bemand met Herman van Bruggen, Tim Krabbé, en Van Lachterop. Kerels, met een latent erotische relatie met de chronometer. In zijn boek ‘ 43 wielerverhalen’ schreef Krabbé daar  nog een column over.
 Van Lachterop, nooit prof geworden. Hij keek wel mooi uit. Als amateur in dienst van de Amstel-Bierformatie verdiende hij meer dan een gemiddelde beroepsrenner.
En ach, wat maakt hem dat nu nog uit. Op zijn vijfendertigste stopte hij met koersen. Wat volgde was ongetwijfeld zijn allergrootste prestatie. De inmiddels ex-renner  begon een opleiding aan de sociale academie. Na een succesvolle carrière, eerst als jeugdwerker, daarna als medewerker bij de reclassering ging hij op zijn vijfenzestigste met pensioen.
Ondanks dat zijn lieve vrouw Nel, twee jaar geleden overleed, telt Fred van Lachterop, zijn zegeningen. De man brengt nu zijn dagen door op zijn volkstuin, zijn lust en leven. Maar toch…de koers blijft altijd aan hem beklijven.

Foto 2: Rechtsboven Gerrie Knetemann. Foto 3: De ronde van Turkije met onder meer Joop Zoetemelk en Daan Holst.

.

Een eeuw lang gaat zijn naam door de familie

Het ongeluk vond een eeuw geleden plaats. Maar het trauma is er niet minder om. De verhalen over zijn tragische dood, gaan nóg regelmatig door de familie. Het was dan ook niet niks. Het verongelukken van de Amsterdamse stayer Piet van Nek in 1914, kun je gemakkelijk plaatsen in de top-5 van de meest tragische sportdoden. Alle ingrediënten waren daarvoor aanwezig. Tijdens de Grote Voorjaarsprijs van Leipzig, 14 april 1914, het allereerste grote contract voor Van Nek, verongelukte Piet jammerlijk.
Bij de familie Van Nek zien ze, anno nu hun kinderen dan ook niet graag op een koersfiets stappen. Ondanks deze familieoekaze hadden zes nakomelingen van Piet, een wielerlicentie aangevraagd. Ook nu. De achterkleinnichtjes van de stayer, Alysha en Melissa Van Neck behoren in het damespeloton tot dé vaste waarde. Dat in hun achternaam een c zit gaat moeder Marijan, uitleggen.
Haar overgrootvader Huib, een volle neef van Piet, vond dat namelijk sjieker en plakte, begin 1900 er een c tussen. Vandaar. Marijan van Neck opgegroeid met de verhalen over haar illustere oud-oom. Overleveringen vertelt door haar opa, die het uit ‘tweede hand’ had, want opa werd opgevoed door Jan van Nek, de broer van Piet.
Dan was er ook nog Marijans oma, die altijd haar kinderen waarschuwde om nóóit te gaan koersen. ‘Te gevaarlijk’, riep ze, om als extra dimensie er aan toe te voegen: ‘Je weet wat er met Piet is gebeurd…!’ En niet alleen oma. Alle vrouwen in de familie Van Nek, generaties lang, wilden persé niet dat er gekoerst werd. Er rustte een ban op. Aan dovemansoren. Ook Marijans vader kon de lokroep van ‘de koers’ niet weerstaan. Henk van Neck was in de jaren vijftig een meer dan redelijk amateur. Dat stayer Piet van Nek maar ook diens broer Klaas bijgenaamd ‘de oude’, een succesvolle zesdaagsencoureur, dé inspiratiebron voor pa waren is logisch.
Van  Piet van Nek waarvan bekend was dat deze niet tegen onrecht kon en daardoor behoorlijk driftig was. De vechtpartijen die daardoor ontstonden, met onder meer collega stayer Jan van Gendt in 1908 maar ook met de toenmalige wereldkampioen Darragon, vulden de kolommen van de sportbladen.
Volgens Marijan een familiekaraktertrek. Dat gevoel voor rechtvaardigheid herkent ze nu nog in haar familie.
Maar terug naar de meisjes Van Neck, die enkele jaren geleden de achternaam van hun moeder officieel aan genomen hadden en die nu de familietraditie voortzetten.
Dat de aspiraties serieus zijn, bewees Melissa, die in Ierland haar eerste koers had gewonnen.Vrouwen op de koersfiets! Of Piet van Nek dat leuk had gevonden..? Marijan weet dat niet. En dat maakt ook niet zo veel uit. Piet is en blijft nog steeds in hun gedachten. Een enkele keer bezoekt de familie nog diens graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. In de Grote Stayershemel knikt Piet ongetwijfeld begrijpend en is trots op zijn koersende achternichtjes.

Foto 1: Piet van Nek. Foto 2 en 3: Melissa van Neck.

Geplaatst in Wielrennen. 1 Comment »