Verkocht?

De wegen waren middeleeuws. Het materiaal abominabel. Regen en kou. Evengoed was de gemiddelde snelheid meer dan achtendertig kilometer per uur. Voor de goede orde: gerealiseerd tijdens Bordeaux-Parijs, de meest helse, epische, en verschrikkelijkste koers ooit. Want zeshonderd kilometer lang, waarvan bijna vierhonderd achter een voortjakkerende derny. Superlatieven genoeg. Het verslag in Le Miroir des Sports, van september 1953, leest dan ook als een Grieks heldenepos. Met Wim van Est en Ferdinand Kubler in de hoofdrollen.
Ondanks dát klopt het niet. De uitslag van deze Bordeaux-Parijs schuurt en schrijnt namelijk. Want zo’n koers, over zo’n monsterafstand behoort niet beslist te worden in een sprint voor twee renners.  Aan de prestatie van Van Est doet het niets af. Van Est, een groots renner, een gegeven dat behoort tot de algemene sportontwikkeling. Dat de man  een oermens was weten we onderhand wel. Dat kwam ook uit het koersverslag in de Miroir naar voren.
Het was Van Est die, met een meedogenloos tempo, heerste op de wegen tussen Bordeaux en Parijs. Waar maar één renner kon volgen: Ferdinand Kubler. Volgens de verslaggever was het een bijna vijftien uur durend adembenemend duel. Helemaal toen Kubler, bij het verlaten van Orleans lek reed. Voor Van Est het sein om er met zestig per uur vandoor te gaan. Kubler had zich vervolgens twintig kilometer lang helemaal krom gereden. Hoe krom, ‘krom’ is? Bekijk de bijgevoegde foto van een uitgemergeld, lijdend mens, hangend op een racefiets, amper de derny volgend. Die op de kasseien, in de buurt van Angerville, eindelijk de aansluiting bij Van Est vond. Om kort te gaan, vijftig kilometer voor Parijs, in de heuvels van de Chevreuse was het duidelijk. Van Est kon Kubler er niet af rijden
Of bij winst Van Ests marktwaarde, omhoog ging? Nee. De man had Bordeaux-Parijs in 1950 én 1952 al gewonnen. Kubler nooit. Dat er vervolgens íets’ geregeld was, is dan ook niet denkbeeldig. Enfin, de finale was simpel in eenvoud. Het duo stormde gezamenlijk de wielerbaan van het Parc des Princes op, waar Van Est op de streep geklopt werd.
Een man als Kubler, winnaar van de Tour 1950, siert de eeuwige uitslagenlijst van  Bordeaux-Parijs. Dan rest nog de vraag of zo’n monsterkoers een aanslag was op het fysieke gestel. Ferdinand Kubler overleed in 2016 op zevenennegentigjarige leeftijd. Wim van Est tikte de acht kruisjes aan.

Bron: Les Miroir des Sports september 1953.

De Kleine Kampioen overleden

Zestien jaar was ze al dood. En nog iedere dag miste hij haar. Zo’n een keer per week bezocht hij haar graf en vond daar troost. Nooit was Henny Marinus  over de dood van zijn geliefde Annie heen gekomen. Grote troost was zijn dochter Monique die hij op handen droeg. Maar ook zijn hondje Kismo gaf Henny de nodige afleiding. In zijn woninkje, midden  in de Jordaan mijmerde hij vaak over het verleden. Zittend aan de grote tafel  bezaaid met foto’s van zijn wielercarrière en vooral over zijn stayerscarrière, sprak  hij daar vaak over. Het waren prachtige verhalen, vertelt in vrijwel uitgestorven, plat Jordanees.
Zijn haatliefde verhouding met zijn vroegere jeugdvriend Peter Post kwam  vaak aan de orde. Evengoed was Henny daar  niet haatdragend over. Ook verhalen over de rest van zijn leven en dan vooral over zijn Annie. Afgelopen dinsdag spraken wij elkaar telefonisch nog waarbij Henny optimistisch klonk.   
Henny Marinus, een taaie overlever, een echte wielrenner, werd zo’n twintig jaar geleden getroffen door een hersentumor. Na een operatie pakte hij het leven weer op. Zes jaar geleden bleek, tijdens een controle dat de tumor weer gegroeid was. In een operatie daar had hij geen zin. Met een ‘U hebt nog twee jaar te gaan’, nam de neuroloog afscheid. Henny logenstrafte alles en iedereen door dat termijn met jaren  te verlengen en ging door  op de manier zoals hij dat gewend was. Want zijn dagelijkse wandeling in zijn geliefde geboortebuurt de Jordaan, een pikketanissie halen bij café Lowietje, en zaterdags op Lindengrachtmarkt zijn ‘vissie’ halen. Het was ook een feest om Henny mee te nemen naar de stayerskoersen op de Alkmaarse wielerbaan. Dan zag je hem helemaal opbloeien.
‘Als ik maar de tachtig haal’, vertelde hij vaak. Dat was zijn ijkpunt. Een verjaardag die met een groot feest gevierd zal worden. Schrijver dezes bedankte om persoonlijke reden. In plaats daarvan werd afgesproken, om,  in een door Henny uitgekozen restaurant, te gaan lunchen. Helaas, het mocht niet zo zijn. Drie weken voor zijn tachtigste verjaardag overleed Henny onverwachts. Rust in Vrede Kleine Kampioen. Ik ga je missen.

Geen kat in de zak

Net terug van een trainingssessie met Laurens ten Dam en Niki Terpstra. De vorm is goed. Het lijf scherp. En belangrijker, de moraal, dat vreemde ongrijpbare, is tiptop. Als knecht past hij naadloos in iedere profploeg. Ervaring genoeg zal je zeggen. Reinier Honig koerste dan ook acht jaar als verdienstelijk broodrenner, voor ploegen in Italië, België, Oostenrijk en Nederland. Aan zijn inzet en ervaring legt het niet. Evengoed kreeg Honig, eind vorig seizoen, geen contractverlenging.
Honig, een ware liefhebber van de koers met het ´spel´ daaromheen, en inmiddels vierendertig jaar,  acht zich nog steeds niet versleten. Met Noord-Hollands Beste, de illustere trainingsploeg onder aanvoering van Niki Terpstra, werd dagelijks de winter door gebracht.
Om begin dit seizoen zijn plekje in de voorste loopgraven weer in te nemen. Weliswaar een niveau lager maar toch. Begin juni won hij de zwaar bezette Vlaamse kermiskoers van s ´ Gravenwezel. En meer. Op uitnodiging van Team Mart Dry, een Spaanse ploeg, reisde de ex-prof afgelopen maand af naar Spanje om mee te doen aan de Volta Ciclista International, een groot opgezette etappekoers met beklimmingen in de Pyreneeën, en behangen met veel publicitaire belangstelling.
Honig voelde zich goed. Won niet alleen de eerste etappe, maar ook de puntentrui, én werd tweede in het eindklassement. Uitslagen waar je mee de boer op kan. Aardige binnenkomer;  met Honig krijg je geen kat in de zak.
De man is behalve op de weg, ook actief als stayer. Maar eerst even vertellen over het komende Nationaal Kampioenschap op de weg. Waar Honig, ondanks zijn uitslagen, van de KNWU geen uitnodiging voor kreeg.
Even ter herinnering, in  2011 werd Honig, die zich zelf een echte kampioenschaprenner noemt, nog derde. ´Balen´ noemt hij zijn uitsluiting. Enfin, voor de man is er ook nog het stayeren. Waarin hij wél de nationale trui draagt. Zoals tijdens een internationale stayerskoers gehouden eind juni, op de wielerbaan van het Duitse Erfurt. Honig werd tweede. Als bijkomstigheid; op deze baan wordt komende september het Europees kampioenschap stayeren gehouden. Waarmee het ´verhaal´ Honig ongetwijfeld  vervolgd wordt.

In de knop gebroken

Deze maand is het negentig jaar geleden dat het Olympisch Stadion werd opgeleverd. De sportieve hoogtepunten daar van zijn bekend. Dat het Stadion ook zijn dramatische geschiedenis had minder.  Voor zo ver bekend was het Stadion decor van twee dodelijke ongelukken. Eén daarvan betrof de Amsterdamse renner Peter van Bronkhorst, nét negentien jaar. Bij zijn toenmalige vriendin Elna Gooijaarts staat dat nog steeds in haar geheugen geëtst.

Het is een trauma, dat altijd opspeelt.  Vooral bij ongelukken. Zoals laatst bij Parijs-Roubaix, waar die arme jongen dood langs de weg lag.  Dan komt het terug in volle hevigheid. Dan krijgt zij een déjà-vu hoe zij haar eerste grote liefde verloor.  Peter van Bronkhorst, was de namelijk de jongen waar zij zo verliefd op was. Peter, nét negentien jaar geworden, een mooie, rijzige atleet met een gouden toekomst. Bij wie de hele wereld lag aan zijn voeten lag.  Een talentvol wielrenner. Tevens werkzaam als planoloog bij de gemeente Amsterdam. Hoewel het meer dan een halve eeuw geleden is, kan Elna Gooijaarts Peter niet vergeten. En al helemaal niet die dramatische avond ergens in augustus 1965. Dat schroeit haar ziel nóg steeds. Peter, een renner op punt van doorbraak. Reed in de landelijke koersen regelmatig bij de eerste. Werd, als voorproef op een mooie carrière derde bij het nationale kampioenschap vijftig kilometer, gehouden op de baan van het Olympisch Stadion. Liet daarbij Fedor den Hertog, en Gerard Vianen, later gelouterde professionals, achter zich.
Drie weken later, tijdens een gewoon koersje op dezelfde wielerbaan  verongelukte Peter. Wat een simpel foutje leek, want een renner wiens voet uit de pedaal schoot, werd een drama in optima forma. Van Bronkhorst kwam daardoor ten val. Met een schedelbasisfractuur werd de aankomende planoloog afgevoerd naar het toenmalige Wilhelmina Gasthuis.
Een prelude op een  vreselijk drama.  Elna, normaal altijd Peter vergezellend naar de koers, was op dát moment thuis. Wist nog van niets. Tot er een taxi voor haar ouderlijke huis stopte. Een oom en tante van Peter brachten het onheilsnieuws. Peter, bewusteloos in het ziekenhuis. In de wachtkamer, dodelijk ongerust,  zijn vriendinnetje Elna, ouders, en andere geliefden. In dezelfde nacht werd Van Bronkhorst geopereerd. De volgende dag, zonder bij kennis te zijn gekomen, overleed hij. Pijnlijke herinnering waarbij Elna’s ogen nog steeds vochtig worden.
Tijd heelt alle wonden, maar blijft schrijnen. Elna heeft sindsdien nooit mee één voet in het Olympisch Stadion gezet. Pas sinds kort kan zij het Stadion passeren zonder emotioneel of misselijk te worden.
Peters ongeluk sloeg in als een bom.  Zijn vader had nadien nooit meer kunnen werken, getraumatiseerd als hij was. Ook bij zijn toenmalige vrienden liet het ongeluk van Peter, tot op de dag van vandaag,  de nodige geestelijke lidtekens na.
Jong uit het leven gerukt worden, is patent op een grootse uitvaart. Ook die van Peter van Bronkhorst die gecremeerd werd op Driehuis-Westerveld. De kist omringd door zijn wielervrienden. Een overweldigende belangstelling vanuit de Amsterdamse sportwereld. Maar ook toespraken. Zoals die van Dick Bessem, die namens het n.v. Olympisch Stadion, sprak. Om de pijn bij de nabestaande te verzachten beloofde Bessem, dat in het Olympisch Stadion een bronzen plaquette zal komen ter nagedachtenis aan Van Bronkhorst: wat tot op de dag van vandaag een loze belofte was!
Het leven gaat door, ook voor Elna Gooijaarts, die inmiddels vijftig jaar gelukkig getrouwd is met haar Rob, moeder is van twee zoons én oma van twee kleindochters. Ze is zichtbaar happy met haar bestaan, waarin Peter zijn plaatsje heeft gekregen. Maar vergeten kan ze hem niet. Hij was immers haar eerste grote liefde.

En dan nog even het volgende:
Bap van Breenen, chroniqueur van de Amsterdamse wielergeschiedenis, én een jeugdvriend van Peter van Bronkhorst. De tragische dood van Peter van Bronkhorst had en heeft hem aangegrepen. Van Breenen hield tientallen jaren contact met de ouders van Van Bronkhorst en hield ook de gedachtenis aan zijn té vroeg overleden vriend in herinnering, door, in een heel kleine oplage een boekje over Peter te maken. Ook had Van Breenen, middels brieven aan onder meer Het Parool, vragen gesteld waarom de toegezegde bronzen herinneringplaquette nog steeds niet gerealiseerd is.

Beeldenstorm

Een beeldenstorm. De ontheiliging van de wielersport. Weg met tradities. Totále blasfemie, want de rondemiss wordt afgeschaft! Heeft zijn langste tijd gehad. Althans voor de ronde van Spanje. En dat is nog maar het begin. Genderneutraal moet het namelijk worden. Een man moet ook een renner kunnen huldigingen. De Spaanse coureur Mikel Landa brak daar een lans voor.
Mikel, dat kleine, koersende farizeeërtje. Ongetwijfeld Rooms. Sliep als jochie met de handen boven de dekens. Zat op een nonnenschooltje.  En mocht bij mijnheer pastoor op diens schoot, fijn paardje rijden. Leuke, jonge vrouwen, brengen bij Mikel maar rare gedachten op.
We zijn weer terug bij de vroege jaren vijftig. Waar Rik van Steenbergen, tijdens de Giro d’ Italia, editie 1951, een etappe won. Geen rondemis te bekennen.
Wél ploegleider Constante Giradengo, een bruingebakken, oud monster, waarvan je, als jonge renner, liever niet hebt dat deze je aanraakt. Laat staan dat hij je vol op de bek zoent.  Giradengo, een perfecte maffiaharses, zat dus nergens mee…  
Ongetwijfeld had Steenbergen,zijn gezicht en mond goed geboend en uitgespoeld.
En dan is er ook nog ene Leo van Etten: nog zo’n beeldenstormer. Leo, PvdA raadslid van Alkmaar, maakte zich namelijk zorgen. In het Sportpaleis van Alkmaar, zo ontdekte hij,  wordt er getraind achter een derny. Volgens Leo ongezond. Téveel fijnstof. Dat op de Alkmaarse Ringweg de luchtvervuiling bedenkelijk hoog is, maakt hem niks uit. En laat die Leo er nou voor gezorgd hebben dat er een milieuveilige elektrische derny in het Sportpaleis kwam. Enfin, het loopt tegen verkiezingstijd
De elektrische derny, hoe oubollig wil je het hebben. Tante  Mien, uit de Tuinstraat, op haar e-bike.  De tijd van de mythische dernykoersen, waar op het randje van menselijk bestaan, mee wordt gekoerst, loopt op z’n einde. Kan de liefhebber eerdaags vergeten. 
Mikel Landa en Leo Van Etten. Je zal ze bijna een huldiging gunnen door een type als Giradengo.

Ontwapenend eerlijk

Dat er een voormalige topwielrenner werkzaam is, is duidelijk. In de sportruimte van fysiotherapiepraktijk Gooioord in Amsterdam-Zuidoost, hangen diverse actiefoto’s, ingelijste shirts en andere wielerparafernalia met de sportinstructeur van dienst in de hoofdrol. Rik Moorman taalt er niet meer om. Zijn wielercarrière, kort maar hevig, ligt ver achter hem. Hij is nu gelukkig in zijn werkzaamheden. En toch, tóch had het anders kunnen lopen. Hij, hét grote fietstalent van begin jaren tachtig slaagde op het moment suprême niet. Waar zijn gabbers en generatiegenoten Jelle Nijdam en Eric Breuking wél slaagden, namelijk een profcontract, stond Moorman met lege handen. Ja, een contractje, met behoud van uitkering, bij een kermisploegje als Elro-Snacks. Nou, geef dát portie maar aan Fikkie.

Rik Moorman, had wel iets te bieden. Op zijn conduitestaat stonden vier nationale baantitels. Ook maakte hij een aantal jaar deel uit van de baanselectie. Deed mee aan de Spelen van 1984. Werd bij het Europese koppelkampioenschap derde. Won jaarlijks op de weg zo’n twaalf koersen. Zag tientallen keren zijn naam als tweede op de uitslagenlijsten. Voerde met zijn, eveneens koersende broer Ralph, in de criteriums een waar schrikbewind. En kon uiteindelijk naar een profstatus fluiten. Gedesillusioneerd werd de koersfiets op drieëntwintigjarige leeftijd aan de haak gehangen.
Sierlijke flyer
Anno nu beseft hij zelf dat hij niet hard genoeg was voor het profmetier. Ontwapenend eerlijk vertelt hij dat hij als renner ook een tikkeltje lui was. In je eentje trainen in de polder vond hij zo saai als de pest.
Maar er waren ook van die ongrijpbare obstakels. Van die valkuilen waar je als jong rennertje geen vat op had. Om als renner te slagen komt meer kijken dan een paar ‘goede benen’. Rik Moorman een sierlijke flyer, een geboren baanrenner. Zat ooit als toeschouwer op de tribune van de Rotterdamse Zesdaagse. Werd daar door wedstrijdleider Post vanaf geplukt. Of hij direct mee wilde starten bij de six. De zesdaagse was namelijk nog geen uur oud of de Fransman Vallé brak zijn sleutelbeen. Of Moorman direct zijn plek wilde innemen.Een mooiere garantie op een zesdaagse carrière kun je niet wensen. Moorman slaagde voor de test. Toezeggingen om ‘Zes van Kopenhagen’ te rijden kwamen. En laat het nou dezelfde Post zijn die daar een stokje voor stak! Moorman heeft dat jarenlang nóóit kunnen begrijpen.
Voorbeeld
Peter Post, notabene de allerbeste jeugdvriend van zijn vader Hannie. In Huize Moorman werd alleen maar lovend over Post gesproken, en tot voorbeeld gesteld aan Rik. Het was duidelijk: Peter Post móest Rik Moorman niet. Over het ‘waarom’ daar kwam Moorman jaren later achter. Het was zijn moeder die dat raadsel oploste. Het had alles met liefde te maken.
Peter Post had in zijn jonge jaren verkering met Rik Moormans ma. Nadat Post door een ongeluk lang in het ziekenhuis verbleef, werd zij verliefd op de latere vader van Rik. En dát gegeven kon de rancuneuze Post nooit vergeven. En daar moest, in Posts belevingswereldje, voor geboet worden.
Macht
En dan was er ook nog die ene almachtige Amsterdamse manager. Een voormalige wereldkampioen, met veel macht in het zesdaagse wereldje. Wilde je als jonge veelbelovende renner, amateur-zesdaagsen rijden, wat altijd een ‘binnenkomer’ was op de winterbanen, moest je aan hem tweeduizend gulden betalen. Moorman had dat geld niet.
Nu haalt Moorman zijn schouders er over op. Of hij gefrustreerd is? Nee! Daarvoor zorgen te veel goede herinneringen voor. En buiten dát: hij heeft als sportinstructeur, inmiddels al dertien jaar, een heel leuke baan, en ook in zijn persoonlijk leven is hij heel senang.
Ook voor Moorman is er nog die ene ouwe liefde: en die roest nooit. Rik Moorman, afgetraind, scherp, gaat dit seizoen weer koersen. De renners op wielercircuit Sloten, in Amsterdam, zijn gewaarschuwd.

Foto 1: Rik en Ralph Moorman.

Gebroken dromen

Compléét kapot. Zijn lijf schreeuwde het uit van pijn. Zes dagen van harde koers hadden hem gesloopt. Met als sinister detail een mager koppie met diep weggezonken ogen. Uitgemergeld zat hij in de kopgroep van zes man. Met drie minuten voorsprong ijlend voor het peloton uit. En de bevrijdende finish was twee kilometer verder. Nog éven doorbijten. Dan schreef hij op zijn manier kleine wielergeschiedenis. Want om als ongesponsorde renner tweede te worden in de einduitslag van een prestigieuze rittenkoers als Olympia’s Tour is een prestatie die niet genoeg geroemd kan worden.
Het gebeurde meer dan een halve eeuw geleden, want 1966. En inmiddels verstoft tot klein anoniem wielerleed. Maar leg dat maar eens uit aan Bas Wijdenes, 73 jaar. Die weet dat nog als de dag van gister. Ieder detail van die laatste etappe is in zijn geheugen geschroeid. Bas, 22 jaar, een jongen afkomstig uit Amsterdam-Oost. Balancerend op de drempel van lokaal heldendom. Maar dan éérst de eindstreep halen, getrokken in de Amsterdamse Van Swindenstraat: gesitueerd een paar honderd meter van het ouderlijk huis. Zijn moeder, buren en anderen supporters in afwachting op aan de finish.
En dan gebeurt er iets dat sport zó fascinerend maakt. Maar ook prachtig in dramatiek. Bij het opdraaien van de smalle Oostelijke Ringdijk, naast het toenmalige Ajax-Stadion valt alles in één klap weg. Letterlijk. Basje Wijdenes komt ten val. En niemand helpt hem. Geen materiaal wagen te zien. Weg roem. Geen erkenning als renner. Op twintig minuten na de winnaar komt Wijdenes een illusie armer over de eindstreep. Een opmaat voor een kleine trauma.
Wat een halve eeuw later nóg schrijnt. Anno nu, zittend aan de keukentafel, wordt hij nog emotioneel. Om dat direct te relativeren.
Wijdenes, zes koersen gewonnen, en een jaar later gestopt met koersen, wist diep van binnen dat hij een rennertje was met weinig talent voor de profrangen. En ach, het leven zit nou eenmaal van toevalligheden in elkaar.

Toevalligheden…? Bas Wijdenes, woont al meer dan een kwart eeuw vlak om de hoek waar zijn wielercarrière  dramatisch strandde, want de Van Swindenstraat. Noem dat maar toevallig. En dan is er ook nog dat pokke dijkje. Waar Bas, nu als fietsende pensionado op de koersfiets,regelmatig langskomt. Na 1966 nóóit meer van zijn fietsje gelazerd. Behalve die éne keer, een jaar of tien geleden. En laat dat nou nét op dat dijkje van zijn broken dreams gebeuren. Wat een geschaafd hoofd opleverde, en hem, in een splittsecond voor even terug slingerde naar die ene fatale etappe.
Bas Wijdenes, zijn arbeidzame leven doorbracht als stukadoor, is geen gefrustreerd mens. De man telt nog iedere dag zijn zegeningen. En ondanks zijn dramatisch afscheid van het koersen denkt hij daar nog steeds met veel plezier aan terug.