Beulenkamp vindt draai in de marathon

 

beule1Mondiale en nationale titels zijn geen garantie dat je schaatsbedje gespreid is, zelfs niet met een wereldrecord op zak. Jelmer Beulenkamp over kwam dat, trok zijn conclusie en keerde het langebaanschaatsen de rug toe. Een nieuwe uitdaging vond hij bij het marathonschaatsen.

Aan het plafond hangen honderden antieke Friese doorlopers, foto’s met lang vergeten kampioenen staren je aan, het menu van de dag is zuurkool met spek en aan de bar drinken buikige mannetjes, gehesen in strakke schaatsmaillots, warme chocolademelk met slagroom. Restaurant de Skeeve Skaets aan de Jaap Edenbaan, is dé hangplek van alles wat zich op gladde ijzers voortbeweegt. Hardop twijfels uiten aan schaatsen op buitenijs is vloeken in de kerk, het lot tarten. Jelmer Beulenkamp (27) neemt de proef op de som.
,,Schaatsen op natuurijs heeft weinig met sport te maken,’’ beweert de student commerciële economie. Als stof neerdwarrelt van de Friese doorlopers, fotolijstjes scheef hangen, zuurkool van een vork valt en hete chocolademelk halverwege slokdarmen blijft steken gaat Beulenkamp onverdroten verder.
,,Maar het is wel ongelooflijk mooi. Die sfeer, de natuur en die ambiance. De echte rotten kijken daar naar uit. Natuurijs, dat is de motor van het hele marathongebeuren,’’ relativeert hij zijn boude woorden. In het marathonpeloton draait Beulenkamp pas twee jaar mee en probeert daar zijn weg te vinden. Maar een echt schaatsgroentje is hij nou ook weer niet. In het hele peloton is er maar een met een wereldtitel op zak: Jelmer Beulenkamp. Beulenkamp kan schaatsen en hard ook, maar dat was op de langebaan. Op zijn visitekaartje staat een wereldtitel bij de junioren, een wereldrecord op de drieduizend meter, nationaal kampioen, in ’98 deelgenomen aan het Europees én wereldkampioenschap en toch…toch heeft Beulekamp gekozen voor het zware labeur van de marathon.
,,Ik zat in de kernploeg, presteerde goed maar werd er toch uitgezet. De trainer wilde een ploeg hebben die internationaal bij de top acht mee kon komen, terwijl ik de enige was die het EK gereden had,’’ vertelt hij nog ongelovig. Om even later de waarschijnlijke reden te onthullen: een lang slepende zware liesblessure speelde de voormalige wereldkampioen parten. Beulenkamp was niet meer in staat om een constant topniveau te handhaven. ,,De ene keer ging het heel goed, om het net zo makkelijk af te wisselen met slechte wedstrijden. Ik heb toen maar de knoop door gehakt en voor de marathon gekozen.. Het was voor mij een volkomen nieuwe uitdaging.’’
Beulenkamp maakte zijn opwachting bij de mannen van de lange adem, kerels gehard aan het oorlogsfront van honderden marathons en natuurijswedstrijden. Hoe de voormalige langebaanrijder dat vond? Een cultuur en conditieschok! ,,Ik heb verleden jaar een ongelooflijk zwaar seizoen gehad. Bij het langebaan rijden sta je met zijn tweeën in de baan en is het ijs spiegelglad. In een marathon heb je te maken met negentig rijders en een ongelooflijk slecht ijs met uitgetrapte bochten . Als technische rijder kwam ik slecht uit de voeten. Ik had grote aanpassingsmoeilijkheden. Fysiek kon ik het ook niet goed aan, de intervalintensiteit is veel hoger, je rijdt daardoor constant in de verzuring. Dat is heel anders dan bij het langebaanschaatsen. Daar bouw je een wedstrijd op. Daar komt ook nog bij dat ik een tikkeltje te zwaar was.’’
Beulenkamp had zijn les geleerd, en afgelopen zomer werd er anders getraind. Meer interval maar ook de duurtraining werd niet geschuwd. Scherp, afgetraind, en gemotiveerd van kop tot aan zijn klapschaatsen aan toe begon hij het nieuwe seizoen al was het alleen maar om zich te bewijzen bij zijn nieuwe collega’s. Want marathonrijders kijken, volgens Jelmer, een beetje neer op die jongens van de lange baan. Die laatste zie je namelijk niet zo snel een marathon rijden, en als ze het doen worden ze onderweg gelost als een postduif.
,,Toen ik bij Henk Gemser in de kernploeg zat had ik al een paar marathons gereden en ik haalde de eindstreep. Geloof me dat is al heel moeilijk. Ze blijven gaan, het tempo ligt constant hoog, er wordt flink met de handjes gewerkt, want duwen en trekken wordt niet geschuwd. Maar je moet mee, niemand wacht op je. De koersen gaan nu een stuk beter, ik pak mijn prijsjes en voel mij echt geaccepteerd,’’ verzekerd hij.
Zelf denkt de Amsterdammer nog minstens twee jaar nodig te hebben om het vak te leren, al was het alleen maar om de koers te doorgronden, zien wanneer de slag valt. Maar evengoed sluit hij een verassing niet uit om een korte uitslag te rijden. Dan is er die laatste, nogal domme vraag. ,,Wanneer ik stop? Voorlopig niet. Studeren staat op een laagje pitje en werken kan je je hele leven nog, maar sporten op topniveau houdt een keertje op. Dat is een bewuste keuze. Wat ik nu nog mee maak dat kunnen ze mij later nooit meer afpakken.’’

Geplaatst: Amsterdams Stadsblad

De Graaf heeft wel wat in huis

graafy1Zaterdag wordt in Alkmaar het schaatsseizoen afgesloten met een vier uur durende koppelkoers. Voor de Amsterdamse Jaike de Graaf was het seizoen lang en zwaar, en ondanks de handicap dat ze sprint als een strijkijzer, wil ze zaterdag nog een keer vlammen. Met haar grote vermogen is ze niet kansloos. En als er nog een schaatsploeg is die een goede knecht kan gebruiken dan is ze beschikbaar.

Ze is toch óók goed? Ze traint toch dagelijks de buizen uit het ijs? Wat doet ze nou verkeerd? Kan iemand dat eens uitleggen? Vragen die direct na de koers bij haar opborrelen als ze weer net naast de prijzen grijpt. Als studente bewegingswetenschap hoeft niemand haar te vertellen hoe ze trainen moet. Innerlijk weet ze wel wat ze te kort komt.
Jaike de Graaf (23) heeft de sprint van een strijkijzer en ontbeert iedere vorm van koersinzicht. Die vermaledijde rotsprint die al twee ronden voor het eind ingezet wordt en waarbij een roedel nietsontziende meiden op de streep af ijlt en zij, als een loneley wolf, zonder steun van een ploeg, kansloos in mee knokt. Ze weet dan niet hoe ze positie moet kiezen, en als ze een leuk plekje veroverd heeft is er altijd wel een concurrente die haar eruit drukt.
Niemand hoeft te beweren dat De Graaf een zweetdief is die over en achter de rug van een ander probeert prijs te rijden. Tijdens de koers doet ze haar werk. Maar daar zit nou net de kneep: demarreren op de verkeerde momenten, concurrenten terug pakken als dat niet nodig is, en als dan dé beslissende slag valt zit de studente net naar adem te happen of heeft ze niet het lef om er naar toe te springen. Een coach, verzucht ze, of anders iemand die haar de fijne kneepjes van het schaatsvak onthult, dat ontbeert haar. Het liefst ziet ze voor zich zelf een rol weggelegd als knecht in een goede ploeg, want nu heeft ze het gevoel doelloos rond te rijden.
En de aanstaande ploegleider krijgt met De Graaf geen kat in de zak want hoe zat het ook al weer, vier weken geleden, bij die helse tweehonderd kilometerrace van de Weissensee?
,,Dat was een heel speciale week voor mij. Op natuurijs kon ik eindelijk laten zien wat ik in huis heb,’’ opent ze. ,,Tijdens die week waren er diverse grote koersen gereden zoals het open Nederlands kampioenschap natuurijs en de laatste dag de alternatieve Elfstedentocht over tweehonderd kilometer. Bij het nationale kampioenschap kon ik goed mee komen en ging de laatste bocht onderuit.’’
De Graaf, blond, rijzig, blozende wangen, oer-Hollands, beweert dat ze op natuurijs beter presteert want dan komt het aan op de elementen en de afstand. En wat voor een gemankeerde sprintster aardig meegenomen is, is het feit dat na tweehonderd kilometer de sprint anders is dan op een kunstijsbaan waar de koers zestig ronden lang is en met vijfendertig minuten bekeken. De Graaf gaat eerst vertellen over haar ultieme momenten op het Oostenrijkse ijs wat ‘s morgens vroeg al begon met het aantrekken van de klapschaatsen.
,,Zo’n grote wedstrijd rijden is toch wel heel speciaal. Dat begon al voor de start met al die journalisten en cameraploegen. We reden gelijk met de mannen mee en dan is het voor de vrouwen zaak om daar zo lang mogelijk bij te zien blijven. Als je gelost wordt sta je moederziel alleen op dat grote meer en dan is het moeilijk om snelheid te maken.’’
Jaike de Graaf wist de grote schaatsmathadoren zestig kilometer te volgen, tot een van die verwoestende tempoversnellingen waarbij de studente eraf vloog. En dan zijn er van die momenten dat het leven voor een geloste topsportster wat dragelijker maken: vlak voor De Graaf losten er nog vijf schaatsers daaronder twee meiden.
,,Gelukkig kon ik aanhaken. We begonnen meteen te rekenen, want er waren al veel meiden er af gereden en voor ons zaten nog zeven dames. We reden dus voor de achtste, negende en tiende plaats. Achter ons zat een grote groep met daarin nog tien meiden. We hebben hard door moeten rijden, kop over kop. Dat is het echte schaatsen,’’ vertelt ze verlekkert. ,,Nee op kunstijs gebeurt dat nooit.’’
Hoe ga je dat aanpakken, vroeg een van de mee rijdende kerels aan De Graaf, refererend aan haar belabberde sprint. Als de aankomende inspanningsfysiologe iets geleerd heeft is het wel dat een sprint na tweehonderd kilometer andere koek is dan op de Jaap Edenbaan. Dan is het: je doet je best en dan doet God wel de rest. En dat laatste is keihard op meet afgaan, waar haar een cadeautje wachtte.
,,Er ging nog een meisje over mij heen maar ik werd toch achtste want Linda Verdouw was uit de kopgroep gestapt. Na afloop was ik opgekikkerd en nog tamelijk fris. De concurrentie zat als een zielig hoopje op een bankje. Dat gaf mij veel moraal en wetenschap dat ik atletisch gezien toch wel wat kan.’’
Het schaatsseizoen was lang, slopend en met een vier uur durende koppelkoers wordt in Alkmaar, zaterdag, het seizoen gesloten. ,,Dat is een leuke koers voor mij, waar ik veel zin in heb. Vier uur is lang en dodelijk en er doen maar weinig damesploegen mee. De ploegen bestaan uit vier rijders en die van ons is best sterk.’’ In kleine onbewaakte momenten wordt De Graaf wel eens besprongen door vervelende vraagjes waarvoor ze het doet. Relativeren is voor een topsporter de dood in de pot, want die moet de oogkleppen ophouden en trainen en nog eens trainen. ,,Dat is maar heel kort hoor. Het schaatsen is voor mij nog steeds een manier van leven.’’

geplaatst: Amsterdams Stadsblad


error: Content is protected !!