De Stopera weet nu wie Piet Dickentman is

kaartburgSporthelden uit de provincie die wél een straat vernoemd krijgen en Piet Dickentman niet? Onrechtvaardig! Niet eerlijk! Als één Amsterdamse sporter daar recht op heeft, is het Dickentman wel. Wie Piet Dickentman was? Kijk elders op deze blog.Van dit verzuim geeft  Stuyfssportverhalen  ‘Amsterdam’ het voordeel van de twijfel, gaat ervan uit dat er geen kwade bedoelingen achter zit. Dickentman, in 1903 de allereerste wereldkampioen uit Mokum én internationale sportheld, is bij het grote publiek nog steeds een onbekende grootheid.
Stuyfssportverhalen, is inmiddels al drie jaar bezig om dat onrecht uit de wereld te helpen. Er  zijn gesprekken en een mailwisseling geweest met Stadsdelen en de straatnamencommissie. Ambtelijke molens malen traag. Na al die tijd nog geen beweging. Geen reactie. Om ‘Dickentman’ weer op de gemeentelijke kaart te krijgen, werd begin oktober op het adres van burgemeester Van der Laan ‘Flirt met de Dood’, dé biografie van Piet, en geschreven door schrijver dezes, mét een persoonlijke brief afgegeven. Geen reactie. Om moedeloos van te worden. Maar dat laatste is ten onrechte. Afgelopen week dwarrelde, tussen de andere post een nieuwjaarskaart op de deurmat. Prettig te vernemen dat Amsterdams burgervader nu wél weet wie Piet Dickentman is. Nu maar hopen dat ‘Ouwe Piet’, zijn zó verdiende straat krijgt.
 Gaat ongetwijfeld vervolgd worden.

Hoe Brennabor een rib uit getrokken werd

Copy of Test 1Zestienhonderd goudmark per maand. Ieder jaar twee nieuwe motoren, een stayersfiets, wegfiets en al het overige materiaal, waren de eisen van Piet Dickentman. De directie van de Brennaborfabrieken knipperde niet eens met de ogen. Al had Dickentman het dubbele gevraagd, dan waren ze over de Duitse brug gekomen. Dickentman, wereldkampioen in 1903, smeedde het roodgloeiende ijzer op het juiste moment, en kreeg als beloning voor zijn mondiale titel een droomcontract, zoals voetballers dat nu noemen. Brennabor, fietsen én motorenfabriek in Brandenburg, wist een kampioen op zijn waarde in te schatten.  Eigenbelang natuurlijk. In Brandenburg waren ze dan wel gul, maar géén filantropen. 
De Amsterdamse stayer, in Duitsland de status van filmster en mateloos populair bij miljoenen, werd geacht daar iets tegenover te stellen. Dat hij in iedere koers, op een Brennaborkarretje zijn ballen er af moest rijden, was duidelijk. pietmetjongens
Piet, volksjongen uit de Jordaan, werd ook hoofdpersoon in een grote reclamecampagne, fungeerde als het levende uithangbord van de fietsenfabriek. Naamsbekendheid, de omzet vergroten, dat soort werk.
In alle fietsenzaken van het Duitse Keizerrijk en ver daarbuiten hing een metersgrote kartonnen reclameposter, waar  Dickentman pontificaal van af spatte. De verse wereldkampioen achter de motortandem. Dat hij op das schnelste Rad zoals de tekst luidde, reed was ter kennisgeving. Maar dat de Jordanees door de fotograaf werd vereeuwigd achter gangmakers Franz Bretschneider en Fritz Steger, daar zal in het ‘kamp Dickentman’ wel de pleuris over uit gebroken zijn. Na de publicatie had Piet Dickentman ongetwijfeld aan Ernst Wolf en Adolf Thorman wat uit te leggen. Wolf en  Thorman waren namelijk zijn vaste gangmakers. Het was dát duo dat Dickentman in het Kopenhagen van 1903  naar zijn enige wereldtitel voerde. 
Ernst en Adolf,  koelvloeistof in de aderen, op  de  levensgevaarlijk motortandem. Wat voor die kerels geen pretje was. Met enge regelmaat zat het bloed aan de motor van verongelukte collega’s.
Copy of pietkopGeld en een portie levensmoeheid was de motivatie. Leut zal er wel niet veel geweest zijn. Op overwinningsfoto’s van  Dickentman wordt met strakke koppen in de lens gekeken, alsof ze van een oorlogsfront af kwamen. En dan was er eindelijk eens erkenning, de kans om middels een historische reclamecampagne de geschiedenis in gaan. Wat niet door ging. Thorman en Wolf werden vervangen door Brettschneider en Steger. Met dank aan de directie van Brennabor.  Brettschneider en Steger niet alleen de vaste gangmakers van Robl, dé grote concurrent van Dickentman,  hadden een vast contract bij fietsengigant. Financiële belangen, en andere ongrijpbare machtsspelletjes, verdrongen Wolf en Thorman van hun plekje in de geschiedenis.

Foto1: Brennabor, das schnelste rad. Foto 2: Terugkomst van een oorlogfront. Foto 3: Piet Dickentman was zijn sponsor bijna dertig jaar trouw.  

Bron: Interview met Dickentman in Nieuws van de Dag 1946, Radwelt jaargang 1904.

Ramses wél en Piet niet?

ramsesjohnOf er een metrostation naar hem vernoemd kon worden. Of anders een brug. Het liefst in het centrum van Amsterdam. Het moet toch niet gekker worden. Een metrostation vernoemen naar een obscure liedjeszanger. Ramses Shaffy dus. Twee kilometer voorbij de gemeentegrens van Amsterdam al vergeten. Niet in de grachtengordel, waar na Shaffy’s overlijden een collectieve vorm van massahysterie losbrak.
De ‘grachtengordel’, nooit betrapt op enige vorm van bescheidenheid, kwam met het aan waanzin grenzende voorstel van dat metrostation. Het  sprookje de ‘Kleren van de Keizer’ blijkt dus echt te bestaan. Ik fungeer maar even als dat jochie die riep dat de keizer in zijn blote kont liep:  ‘Shaffy was een chansonnier met een treurig hoofd, die  vier decennia lalde  over een  zekere Sammy dat die rechtop moest lopen’. Om dat gebral nou te belonen met een metrostation…
Niet raar opkijken als dat verzoek gehonoreerd wordt. Wat dat betreft hanteert de Amsterdamse straatnaamcommissie vreemde normen. Zo komt op Zeeburg een wijk vernoemt naar vaderlandse sporthelden: niet één daarvan kwam uit Amsterdam. Een gemiste kans, al ligt de straatnaamcommissie daar niet wakker van. Schrijnend. Want dé Amsterdamse sportheld die daar wél recht op heeft en stelselmatig vergeten wordt is en blijft nog steeds  Piet Dickentman.  Ter herinnering: Piet, in 1903 de allereerste wereldkampioen in de geschiedenis van Mokum, en voor en tijdens het interbellum wereldberoemd. Kende een carrière van bijna dertig jaar. Loodzware  jaren waarin hij levensgevaarlijke  stayerskoersen uitvocht in een shirt met het wapen van zijn stad: toegejuicht door miljoenen bewonderaars. Copy of piet50jaar
Als dank voor de gratis promotie van zijn stad kon en kan Dickentman fluiten naar erkenning, laat staan een straatnaam.
Onrechtvaardig. Stuyfssportverhalen, biograaf van Dickentman, had daarom een gesprek met stadsdeel Oost/Watergraafsmeer waar Zeeburg een onderdeel van uitmaakt.  Aardige en welwillende mensen, die beloofden dat ze die historische vergissing  zouden herstellen. Twee jaar verder en nog steeds niets van vernomen. Ook was er een mailwisseling met de straatnamencommissie van Amsterdam. Beloften zat, maar resultaat idem dito. Hoger opgezocht in  echelon, werd op het huisadres van  burgemeester Eberhardt van der Laan, ‘Flirt met de Dood’ de biografie van Dickentman mét een persoonlijk brief  afgeleverd.  Eberhardt  waarschijnlijk veel te druk met een andere Piet maar dan wel een zwarte uitvoering, heeft drie maanden later nog niet gereageerd. Stuyfssportverhalen blijft zich inzetten voor erkenning van Piet Dickentman. Al wordt er maar een brug naar hem vernoemd. Het liefst in de grachtengordel…

Foto 2: Piet Dickentman 48 jaar, en met inzet van zijn leven dertig jaar de kleuren van zijn stad uitgedragen.

De beste stayer ooit kwam uit de Jordaan

TIMONER (SPANJE) FOTO GUUS DE JONGGuillermo Timoner werd tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zes keer wereldkampioen stayeren.  Wie hem ooit in het Olympisch Stadion in actie zagen zijn nu nóg onder de indruk. Niets beklijft beter en fijner dan jeugdsentiment. Ook op de sociale media waar een discussie gaande is met de strekking dat Guillermo de beste stayer ooit was. De Spaanse rolrijder,  inderdaad een wereldtopper, maar of hij de állerbeste was…?  Stuyfssportverhalen denkt daar iets anders over.  Aan de hand van de jaargangen Radwelt 1902 tot en met 1928, pagina’s vol uitslagen, statistieken en staatjes, en andere jaargangen, kwam  Stuyfssportverhalen tot een  rijtje met de vijf aller grootste kampioenen in de stayersgeschiedenis.  In deze ranking staat Timoner op de vijfde plek. Helaas voor de Timoner-adepten, maar de beste rolrijders, dé kampioenen waren actief tussen 1902 en de Tweede Wereldoorlog. Ga maar even na.
Europa kenden toen over de honderd wielerbanen.  Met een overvol stayersprogramma waarbij de geldkraan wagenwijd open stond. Renners reden daarom iedere koers alsof de dood op de hielen zat, want een paar mindere uitslagen en de contracten bleven uit. De concurrentie stond  te dringen om ook een greep uit de ruif te doen. Jaarlijks knokten daar zo’n zestig topstayers  voor: kerels, stuk voor stuk potententiële kampioenen. Even ter vergelijking: Timoner hoefde jaarlijks maar met zes concurrenten rekening te houden. Om tussen 1900 en 1940 daar de beste van te zijn, meerdere keren wereldkampioen te worden, was voor weinigen weggelegd. Toch flikten vier coureurs dat kunstje.  Zoals George Parent.Copy of parent
George, Fransman, melancholieke, trouwe hondenblik, werd in 1909 en de twee daarop volgende jaren de beste van de wereld. George Parent, dramatisch jong gestorven, staat daarom op de derde plaats.  Met achter zich de Amerikaan Bobby Walthour, die twee keer de wereldtitel meenam naar the States.
Victor Linart., Belg, vijfentwintig jaar actief,  vier keer wereldkampioen, won tussen 1909 en 1933, honderden koersen. Ondanks die indrukwekkende cijfers blijft Linart steken op de tweede plaats. De nummer één, de allerbeste stayer ooit, de man over wiens naam je in zowat álle jaargangen Radwelts bijna struikelt, is en blijft Piet Dickentman. De carrière van de Amsterdammer gaat de verbeelding ver voor bij.
Dickentman, dertig jaar stayer, was maar één keer wereldkampioen. Dat de teller maar bij één stil stond had alles te maken met de starre houding van de toenmalige Nederlandse wielerbond.  Om uitgezonden te worden naar een WK moest een renner zich tijdens een nationaal kampioenschap plaatsten. Dickentman, woonachtig in Berlijn, en voornamelijk koersend in Duitsland had daar geen trek in. In zijn sterkste jaren tussen 1900 en 1914 kostte hem dat té veel geld. Ondanks die ene wereldtitel is zijn stayercarrière indrukwekkend. Dickentman, meer dan duizend stayerskoersen betwist, meerdere keren Europees kampioen,  won tientallen Grote Prijzen: koersen waar de allerbesten ter wereld aan meededen.
Copy of pietdickentmankortefietsPiets ster flikkerde op bijna vijftigjarige leeftijd nog één keer door de Grote Prijs van Dresden te winnen. Dickentman, mocht dan één keer de wereldtitel grijpen, maar was dan wél Ober-Weltmeister. Door een conflict met de UCI deden de topstayers in 1910 niet mee aan het toen te houden wereldkampioenschap. Herr Knorr, dé grote wielermanager organiseerde direct in Berlijn een alternatief kampioenschap. Nog nooit stond er zo’n sterk deelnemersveld aan het vertrek voor een stayerskoers, want acht voormalige wereldkampioenen. Dickentman lag ze er allemaal op. Tot zijn dood in 1950 werd de Amsterdammer in de Duitse pers met herr Ober-Weltmeister geduid. Niet één stayer, zelfs  een zesvoudig wereldkampioen als een Timoner  viel deze eer niet ten deel.

Foto 1: Timoner gegangmaakt door Gust Meuleman, foto 2: George Parent, foto 3: Piet Dickentman: saillant detail, Dickentman reed op deze foto op een experimentele fiets. Het karretje was ultra  kort gebouwd, zat je lekker in de zuiging van de motor. De fiets had echter één nadeel. Bij steile bochten kon het pedaal in het voorwiel komen. Dickentman had dat heel snel bekeken en ging weer terug naar zijn standaard fiets.

Bron: Radwelts jaargangen 1902 tot en met 1928.

Fietsen in het shirt van Piet Dickentman

pietkleur 1 96Alleen bij een heel klein select groepje liefhebbers was hij bekend. Voor de massa  was Piet Dickentman totaal weggezakt in de krochten van de geschiedenis. Geen mens die wist wie hij was en wat hij deed. Dickentman, pionier van het Nederlandse wielrennen, Amsterdams allereerste sportheld, tussen 1900 en 1930 de status van bekende Nederlander. Dickentman, de eerste wereldkampioen, 1903,  afkomstig uit Mokum, dertig jaar prof geweest, werd steenrijk met zijn sport, en weer even arm. Won honderden koersen tijdens zijn indrukwekkende stayersloopbaan.
Voor Stuyfssportverhalen, één van die liefhebbers, een reden om zijn biografie te schrijven. Drie jaar geleden verscheen ‘Flirt met de Dood’ waarin Lotti Dickentman, dochter van Piet, het prachtige ontroerende verhaal over haar vader vertelde.  Om de biografie te schrijven van een sportman, actief tussen 1898 en 1928 was een heidense klus. Bronnenmateriaal was moeilijk te vinden. Aan de hand van de jaarboeken van Radwelt en het verhaal van Lotti was het toch gelukt. Na het verschijnen van Piets biografie ontdekte Stuyfssportverhalen, hartstochtelijk verzamelaar van oeroude jaargangen geïllustreerde sportbladen, in deze bladen nog veel meer details, foto’s en interviews van en over Dickentman. Als service voor de lezers worden deze met enige regelmaat geplaatst op deze blog.shirtpiet 009
Piet Dickentman dus, uniek sportman, kreeg nooit de erkenning waar hij recht op had. Helemaal niet van Amsterdam. De stad waar Piet zoveel voor betekend had. Dickentman, dertig jaar gesponsord door het Duitse fietsenmerk Brennabor, streed zijn honderden duels in een shirt met het wapen van zijn stad. Alleen dáárom al verdient deze Mokumer erkenning, en de eer. Die hij maar niet krijgt. Op het Amsterdamse Zeeburgereiland komt een nieuwe wijk waarbij de straten worden vernoemd naar historische vaderlandse sporters. Piet Dickentman zat daar niet bij. Inmiddels heeft Stuyfssportverhalen al meerdere gesprekken gehad met straatnaamcommissies van de gemeente en het Stadsdeel. Beloftes zijn er. Maar héél  langzaam begint de naam ‘Dickentman’ bij het grote publiek door te dringen. Ook bij ‘Wieleroutfits’ een internetbedrijf gespecialiseerd in retro wielershirts. Nieuw in hun collectie is het shirt model ‘Piet Dickentman’, een prachtig shirt met het wapen van Amsterdam.
Piet Dickentman, drieënzestig jaar verblijvend in de Grote Stayershemel, zal ongetwijfeld trots zijn.

Bestellen: http://www.wieleroutfits.nl/amsterdam-retro-wielershirt

 

‘Die Ouwe Kraai vliegt nog best’

pietzondervouwNa een jaar speuren en onderzoek verschijnt, zo’n drie jaar geleden, het boek ‘Flirt met de Dood’, de  biografie van Piet Dickentman, stayer en Amsterdams allereerste internationale sportheld. Het verhaal vertoont wat ‘witte vlekken’, feiten waar, na bijna een eeuw, niet meer achter te komen was. Stuyfssportverhalen, hartstochtelijk verzamelaar van oeroude geïllustreerde sporttijdschriften scoorde, afgelopen tijd diverse meer dan tachtig jaar oude  jaargangen en ontdekte daarin totaal onbekende feiten én foto’s van Mokums allereerste wereldkampioen. De lezers en vaste bezoekers willen we dat niet onthouden…

Eerst met eigen ogen zien, dán geloven. Hoewel de sportpagina’s ronkten van verbazing en bewondering, liet Joris van den Bergh, nestor van de vaderlandse sportjournalistiek, zich geen oor aannaaien. Ook voor Van den Bergh is een wielrenner van bijna vijftig jaar vér over de houdbaarheidsdatum heen. Die kan geen platte prijs meer rijden. Maar niet Piet Dickentman. Ondanks de kille biologische feiten koerste Ouwe Piet, zoals hij inmiddels in de pers genoemd werd, in Duitsland op het scherpst van de snede. Nadat Dickentman op de Keulse wielerbaan weer eens de rol van de gangmaakmotor had laten schroeien, stonden de zeitungs versteld. De woordjes ‘oud’ en ‘nog zó fit’ duikelden over elkaar heen.
Joris van den Bergh, medewerker van het blad Sport Echo, wilde dat zelf zien en bezocht, augustus 1927, de Rijswijkse wielerbaan, voor een stayerskoers met Leene, Schlebaum, Blekemolen én  Dickentman. ‘Met droge tanige benen, waar de knapste darmenschraper nog geen druppel vet uit weet te halen, draaide hij als in zijn jeugd. Zijn enkels, knieën en heupen waren best gesmeerd’, noteert de journalist, lichtelijk verbaast. pietbrussel
Van den Bergh een man van de harde cijfers, hield zijn stopwatch daarbij goed in de gaten. Zag dat Dickentman, ondanks een harde wind,  rondjes maakte met ruim tachtig in het uur. Wat hem deed uitroepen dat ‘de Oude kraai nog best vliegt’. Dickentman, geen seconde van de rol, sabelde en ranselde zijn tegenstanders, renners, twintig jaar jonger, neer. Om te vervolgen dat de Amsterdammer na zijn laatste rondje door een menigte bewonderaars werd opgevangen. Van den Bergh liet er geen gras over groeien, stond vlak naast de voormalige wereldkampioen en constateerde dat Piets ademhaling ‘zo rustig en regelmatig was alsof hij een paar proefrondjes gereden had’.
‘Die ouwe knar lapt ‘t ‘m toch maar’, om te vervolgen dat de Amsterdammer stukken beter rijdt dan zijn laatste vijf jaar.  Voor Piet Dickentman, negenenveertig jaar, was zijn vorm geen verrassing. Nooit had hij in zijn lange carrière zó serieus geleefd en getraind, onthult hij in de Sport Echo. Iedere dag, zomer en winter, mooi of slecht weer, ging de Amsterdammer de weg op.  ‘Ik heb ervan het jaar ook zo bliksems veel plezier in’, verklapt Piet. Joris van den Bergh,  liet  blijken waar zijn sympathie lag. De man was duidelijk een fan  want schrijft vervolgens dat hij  ‘Dickentman liever had gezien in een kasteeltje in Wassenaar of Bloemendaal’, refererend aan Dickentmans, door de Eerste Wereldoorlog,  verloren kapitaal.
Copy of pietsjonEen jaar later stapte Amsterdams allereerste internationale sportheld én wereldkampioen  definitief van zijn fiets en opende niet veel later een fietsenzaak in de Amsterdamse Scheldestraat.  

Wordt vervolgd.

Foto 1: Dickentman na zijn gewonnen race in Rijswijk. Foto 2: De winter van 1926, stayerskoers in het sportpaleis van Brussel. Foto 3: Links Leene, Schlebaum, Blekemolen en Piet Dickentman.

Bron: Verslag in Sport Echo, jaargang 1927.

De kapitein heeft de brug verlaten

lotttipajanDé tip kwam notabene uit Duitsland. En die was goed! Na weken vruchteloos naar nazaten van de sportlegende Piet Dickentman gespeurd te hebben wist iemand uit Berlijn te vertellen  dat  onder de naam ‘Dikkentman’ gezocht moest worden. Raak! Pieter Dikkentman, kleinzoon van de stayerslegende mailde niet veel later een stel volkomen onbekende, prachtige  actiefoto’s van zijn illustere opa. Een kippenvelmoment! Maar de grootste verrassing was dat hij vertelde dat tante Lotti meer wist. Tante Lotti? De dochter van Piet Dickentman? Leeft ze dan nog? Inderdaad! Aan de telefoon klonk een jeugdige stem die allesbehalve bij een dame van over de negentig hoorde. Na een kleine aarzeling die een van een paar dagen  duurde, was ik van harte welkom.
Piet Dickentman dus! Behoorde samen met Jaap Eden  tot dé sportpioniers van dit land. In tegenstelling tot Eden was over Dickentmans leven én carrière niet zóveel bekend. Piet was gewoon vergeten, weggezakt in de sportgeschiedenis. Ten onrechte. De carrière van  Dickentman, (zie: link http://stuyfssportverhalen.com/category/piet-dickentman/) duurde van 1898 tot 1928 en speelde zich voornamelijk af in Duitsland.  Het stayeren bij de oosterburen in de jaarboeken van Radwelt, uitgegeven van 1902 tot en met 1928, werd met gründlichkeit bijgehouden. Pagina’s vol met staatjes, uitslagenlijsten, het aantal gereden koersen. Pas nadat de complete serie Radwelts, héél zeldzaam in één koop, bij een boekenantiquariaat werd gescoord, kon Stuyfssportverhalen de carrière van Dickentman aardig in beeld brengen. Maar hoe zijn maatschappelijk leven eruit zag…Copy of leipzig1
Mevrouw Lotti Dickentman was zo vriendelijk om dát hiaat in te vullen. In haar huis gelegen aan een rustiek polderweggetje, vertelde zij het tot dan onbekende verhaal over haar vader. Het werd een memorabele ochtend. Aan de grote tafel gezeten, met zachte klassieke muziek op de achtergrond, vertelde Lotti het ontroerende, fascinerende, maar ook een dramatische levensloop van Piet Dickentman. Uit alles sprak een heel grote liefde voor haar vader. Na eerst haar op het hart gedrukt te hebben dat ik alleen kwam voor ‘het verhaal’ en nergens anders voor, kwam van mij de vraag of er nog stoffelijke parafernalia waren. Een doos met foto’s, geschreven ansichtkaarten, zijn koersschoentjes en andere documentatiemateriaal werd op tafel gezet.  Een schat.
Maar de allergrootste klapper moest nog komen. Met twee gouden medailles, waarvan ze, zo vertelde Lotti, niet wist waar die bij hoorde. In haar handen rusten dus twee héél belangrijke sportrelikwieën uit onze sportgeschiedenis. De ene medaille was van Piets enige wereldtitel gehaald in 1903 en de ander behoorde bij wat zijn allergrootste overwinning was in bijna dertig jaar stayer: de gouden plak van het Oberweltmeisterschaft in 1910. Piet Dickentman klopte toen de zeven allerbeste stayers, want allemaal gewezen wereldkampioenen, van dát moment.
Copy of pietsdochterNa het uitkomen van ‘Flirt met de Dood’, de biografie over Dickentman, werd via zoon Daan nog regelmatig contact gehouden.
Eergisteren mailde Daan dat zijn moeder afgelopen maandag, rustig is overleden. Lotti Dickentman, ‘een zeer sterke vrouw, een kapitein die zojuist de brug heeft verlaten, is op reis’,  zoals op de rouwkaart staat, werd 93 jaar.

Foto 1: Achterop bij papa Piet. Links gangmaker Jan Slesker. Foto 2: Piet, zojuist de Grote Prijs van Dresden gewonnen schrijft op de voorkant naar zijn dochtertje dat ‘Papa naar huis gaat’. Foto 3: Lotti Dickentman.

 

Radiodocu over Amsterdams allereerste wereldkampioen

…luister naar de prachtige en ontroerende radiodocu over Piet Dickentman waarin Stuyfssportverhalen, als Piet’s biograaf, maar ook Lotti Dickentman, de drieennegentigjarige dochter van Piet vertelt over Amsterdams allereerste internationale sportheld! 
Klik op: http://www.hollanddoc.nl/kijk-luister/documentaire/d/de-dood-sprint-mee.html

Van de vrijwel uitverkochte biografie van Piet Dickentman, ‘Flirt met de Dood’, zijn nog zo’n dertig exemplaren over.

Deze zijn te bestellen door tien euro (inclusief verzendkosten) over te maken op ING-nummer 28.28.25.3 t.n.v. André Stuyfersant, Amsterdam.


Jongens waren het nog

Tien minuten voor de start. De koersdirecteur had met een reuzentoeter de renners al opgeroepen. Op het middenterrein staat Piet Dickentman. Hij is nerveus. Gespannen tot in alle  vezels van zijn afgetrainde, pezige lijf. Niet alleen hij. Ook zijn gangmakers. Dan komt ook nog die klotefotograaf met zijn kiekkast aan. Met strakke, wit weggetrokken koppen en in zichzelf gekeerde blikken wordt geposeerd. De Grote Prijs van Leipzig een koers over honderd kilometer staat op punt van beginnen. Het stadion met veertigduizend man is uitverkocht.
Ondanks de reuring horen de vijf mannen niets. Ieder is met zijn eigen gedachten bezig. Het is 1903 en nog maar drie jaar daarvoor was de zware motor op de wielerbaan ingevoerd. Piet voelde het litteken op zijn rug trekken. Overgehouden aan zijn eerste koers in Wenen waarbij hij ten val kwam. Dagen had hij in coma gelegen. Zal hij er mee stoppen? Is dat het allemaal waard? Toch maar doorgaan, hield hij zich zelf voor. Nog een paar jaar op dat niveau koersen en hij zal zich financieel nooit meer zorgen hoeven te maken. Maar daar waren die vreselijke gedachten weer. De eerste doden, jongens die hij persoonlijk kende, waren al te betreuren. In Dickentmans hoofd ketst een verchroomde flipperkastballetje tussen de hersenstammen. Vragen, vragen en nog eens vragen. Zijn gangmakers werden er dol van. Of er genoeg benzine in de tanks zit. Voor de zoveelste keer worden de banden nagekeken.
Gestart wordt achter Adolf Thorman met aan het stuur Ernst Wolf. Voor de twintigste keer wordt de aflossing besproken. Na vijftig kilometer is de benzine op. In volle vaart komen dan Gerrit de Regt en Joseph Schwarzer in de baan. Met tachtig kilometer in het uur wipt Piet dan even over. O, mijn god als ze maar snelheid houden, schiet het bij de Amsterdammer door zijn hoofd. Even niet opletten en ik zie nooit meer de Westertoren. 
Piet, Gerrit, Joseph, Ernst en Adolf, jongens van nog geen vijfentwintig jaar. Iedere koers gaven ze waar voor hun geld. Vlogen er vol jeugdig enthousiasme erin. Ook in Leipzig. De moffen stonden na afloop op de banken. De winnaar werd Pruisisch toegejuicht. Minzaam zwaaide Dickentman met de bloemen. De overwinningsklokken luidden voor hem en zijn jongens. En toch… Als je goed luisterde, hoorde je ook een heel klein doodsklokje er tussen klepperen.
Vier jaar later. Op de wielerbaan van Dresden verongelukt Ernst Wolf, achtentwintig jaar. Een jaar daarvoor stond Piet Dickentman ook aan het graf van Joseph Schwarzer, zevenentwintig jaar en te pletter gevallen tijdens de Grote Prijs van Dusseldorf…

 Foto 1: Vlak voor de start van de Grote Prijs van Leipzig wordt met strakke koppen geposeerd.
Foto2: Piet Dickentman trainend achter zijn jongens. Op de motor Adolf Thorman die Dickentman ook naar zijn enigste wereldtitel leidde. Aan het stuur Ernst Wolf. Rechts Josef Schwarzer met stuurman Gerrit de Regt.
Foto 3: De Grote Prijs van Leipzig staat op Dickentmans naam.  De smoelen nog steeds strak. De dood was dan ook niet ver weg geweest.

Een levenlang Herr Oberweltmeister

Het nieuws vloog als een razend vuur door Berlijn. Binnen enkele uren was het stadion uitverkocht.  Kaartjes gingen op de zwarte markt voor een veelvoud van de hand. In de Stubes werd over niets anders gesproken. Het zinderde in de stad. Er hing iets in de lucht. Krantenkoloms werden vol geschreven. Spektakel in overtreffende trap. Maar daarvoor was eerst een conflict nodig. De UCI, de internationale wielerbond, lag in conflict met de Duitse manager Knorr: die alle topstayers onder contract had. Prompt vaardige Knorr een oekaze uit. Niet één van zijn jongens mocht meedoen aan het wereldkampioenschap stayeren, gehouden in Brussel.
Uit rancune organiseerde Knorr een eigen kampioenschap. Het Ober-Weltmeisterschaft, de overtreffende trap van Weltmeister, werd verreden op de baan van Steglitz.  Met als extra dimensie dat er liefst acht voormalige wereldkampioenen aan de start stonden. Voor de winnaar lag aan de finish een pot gevuld met drieduizend goudmark. Het publiek voelde aan zijn water dat er spektakel zat aan te komen.
Godsallemachtig, het ging dan ook wel om iets. Combines zijn uitgevonden door stayers, die onderling nog wel eens iets willen ritselen. Maar niet tijdens het Ober-Weltmeisterschaft van 1910. Daarvoor stond er iets te veel op het spel. Dat geld kon ze gestolen worden. Het ging om de eer. Zo’n sterk deelnemersveld zal nooit meer aan één koers meedoen. Voor meer dan dertigduizend toeschouwers werd ‘rechtuit’ gereden.
Aan de start ook Piet Dickentman.  Piet gaf gangmaker  Brettschneider de opdracht de gashandel open te houden. ‘Ik klopte ze allemaal’, vertelde de Amsterdammer  in 1949 tegen een verslaggever van Het Nieuws van de Dag. Dickentman, de rest van zijn leven door de Duitse pers Herr Ober-Weltmeister genoemd, reed meer dan dertig jaar achter de motor. Was wereld- én Europees kampioen, verbrak snelheidsrecords,  won honderden koersen en schreef tientallen Grote Prijzen op zijn naam. Maar wat zijn mooiste overwinning was, wist hij bijna veertig jaar later precies. Het Ober-Weltmeisterschaft, vertrouwde hij de krant toe.
Over zijn zege in Steglitz was hij tot aan zijn dood zo trots als een pauw.  Dickentman, een man van het volk, calvinist, wars van kapsones,  pronkte op officiële gelegenheden  met zijn gouden overwinningsmedaille, gespeld op de revers van het colbert.
Twee jaar geleden: Stuyfssportverhalen op zoek naar nazaten van Dickentman weet zijn inmiddels tweeënnegentig jarige dochter Lotti op te sporen.
Lotti Dickentman vertelde niet alleen het prachtige levensverhaal van haar vader, maar liet ook een paar gouden medailles, hangend aan een gerafeld horlogebandje, zien. Totale verbijstering en verbazing bij Stuyfssportverhalen. De ene was Piet’s overwinningsmedaille van zijn enige wereldtitel. De ander van wat Dickentman zelf zijn mooiste zege vond: het Ober-Weltmeisterschaft.

Foto 1: Voor de start van wat later de belangrijkste koers uit het stayeren werd. Tweede van rechts Piet Dickentman. 
Foto 2: De gouden overwinningsmedaille in bezit van de familie Dickentman.
Foto 3: Tot aan zijn dood mocht Dickentman graag pronken met zijn medaille.
Bron: ‘Flirt met de Dood’ uitgegeven door Stuyfssportverhalen. Lotti Dickentman.  

error: Content is protected !!