Hilco Koke overleden

Vannacht is mijn goede vriend en voormalig collega van de krant, Hilco Koke overleden. Hoewel de kenners het weten behoorde Hilco tot de allerbeste sportfotografen. Dat hij bij het grote publiek nooit bekend werd, had te maken met zijn bescheidenheid. De foto’s van Hilco, een artiest met licht én compositie, en altijd zwart-wit, zijn  pure kunst.
Op Hilco kon ik, voor mijn blog, altijd een beroep doen. Onvergetelijke reportages gemaakt bij onder meer het Ben Bril-boksgala, gehouden  in Koninklijk Theater  Carré.  Waar wij, door de charmes van Hilco, tot in de kleedkamers van de boksers wisten binnen te dringen. Want daar lag volgens ons ‘het verhaal’.
Samen met Hilco ook bij, de toen spoorloos verdwenen dochter, van stayerslegende Piet Dickentman, Lotti, 93 jaar geweest. Wat mede door én zijn foto’s maar ook goede vragen, een prachtig verhaal opleverde waar ik een boekje van maakte (‘Flirt met De Dood’). Tussen het gesprek door, loste Hilco ook een familieraadsel op, die meer dan een halve eeuw duurde, van een medaillon gewonnen door Piet Dickentman.
Ik ga Hilco’s warmte, collegialiteit en belangstelling  missen. Hilco werd 57 jaar. 

De Vrome

‘…en tot slot  smeek ik,  of  U er voor kan zorgen dat morgen, de dope goed mag aanslaan’, waren zijn laatste stichtelijke woorden. Met een uitgestreken,  schijnheilig hoofd, voorzien van een  hemelseblik, beëindigde Fiorenzo Magni zijn vurige gebed. Naast Fiorenzo was Gino Bartali, nog druk in ‘gesprek’ met zijn schepper.  
Fiorenzo, en Gino, beiden zwaar van ‘het houtje’, en tijdens de Tour van 1950, collega’s, én concurrenten. Het was diezelfde Ronde van Frankrijk, waar de tiende etappe finishte in Lourdes: vanouds dé hangplek voor kreupelaars, behoeftige en ander soort trekkebenen.
En waar ben je dichter bij de Heer dan in dit merkwaardige bedevaartsoord? Zeg nou zelf. Daaróm, grijp je kans. Ga voor een wonder. Wat kan het je schelen,  niet geschoten, áltijd mis. Voor jongens als  Magni en Bartali, dan ook een buitenkansje.
Na de massages werd een sprint getrokken richting kathedraal.
Tsja, die Bartali, een getormenteerde Roomse rakker, bijgenaamd de Vrome, maar tóch ontsnapt aan de aandacht van het klooster. Gino,  renner op leeftijd, droeg, tijdens de koers,  zijn eigen kruis, want had de grootste moeite om Magni van het lijf te houden.
Maar eerst even de volgende vraag stellen: waar zijn de beminde gelovigen het meest bang voor? De gekwelde vrees voor het hiernamaals natuurlijk! De angst voor hellevuur, én het voorgeborchte: altijd latent aanwezig. Maar dát zijn zorgen voor later.
De mens, speciaal een wielrenner,  is een geboren opportunist, die gaat voor het ‘hiér en nú’. Ook op die elfde juli 1950, in de basiliek van Lourdes. Waar boven de brandende kaarsen en het wierook uit,  de  penetrante geur van angstzweet dwarrelde, afkomstig van het Italiaanse duo. Dat er gehuiverd werd was terecht. Een dag later stond de apocalyptische, bergetappe over colls zoals de Aubisque, Tourmalet en de Aspin, op de rol.
Overbodige zorgen. Geef je over aan Hem. Ga in gebed! Al Uw smeekbedes worden verhoord. De Heer is namelijk grootmoedig.  En houd ook nog eens van de Koers. Dat laatste was mooi meegenomen. Zeker voor Gino Bartali en Fiorenzo Magni.
De gevreesde bergetappe, Pau-Saint Gaudens, over tweehonderddertig kilometer, werd gewonnen door Bartali. En wie de gele trui kreeg? Fiorenzo Magni! Je zou er bijna gelovig van worden.

Handvol Lires

Prijs de knecht waar alle zeges vandaan komen. Speciaal de Italiaanse gregario, want slaafse en gehoorzame kerels. Door hun mama´s gedrild. En als jochies gehersenspoeld door de Roomse kerk. Waar mijnheer pastoor er in stampte dat ´Gij Uw Heer Moet Dienen´, ondertussen wellustig loerend naar z’n misdienaartje. Die Vaticaanse rukkers wisten preciés hoe je de beminde gelovige er geestelijk onder kon houden.
Italië, land van feodalisme, fascisme, hiërarchie en waar de Capo di Tutti nooit ver weg was. Hele generaties jongens kwamen getormenteerd in de maatschappij terecht. En als zo´n kereltje ging koersen had de ideale gregario zich aangemeld. Zo’n stiekemerd, die bereid was om de kont van zijn kopman af te vegen. Kerels zonder eergevoel. Die ziel en zaligheid verkwanselde voor een handvol lires. Hoeren op de koersfiets.
Fausto Coppi, rock ’n roll, a vant la lettre, had ze voor het uitzoeken. Coppi, schijt aan de Roomse kerk én diens hypocriete wetten, een overtuigde atheïst, maar vooral een onovertrefbare minnaar. Naast alle trainingen, koersen en andere plichtplegingen in binnen en buitenland, klopte Il Campionisimo jarenlang zijn pijp leeg bij zijn minnares Giulia Occhini. Alleen al dát maakte de man legendarisch…
Wat tegen het zere been was van de Paus, die prompt weigerde om de start van een toenmalige Giro d’ Italia te zegenen. Réken maar dat Coppi met dat laatste in zijn maag zat: máár niet heus.
Enfin, we gaan verder met Fausto, en diens greagario’s, die de winter van 1953 trainend doorbrachten. Wat staat voor helse, barre tochten door de Apennijnen. Fausto, knickerbocker én kniekousen, op zijn Bianchifietsje mét spatbordjes, had dan wel een goddelijke status, maar fietsheiligen kunnen óók getroffen worden door een lekke tube. Die door zijn knechten werd omgewisseld.
Hét kenmerk van een Heilige is nederigheid. Dat Jezus indertijd de voeten van zijn discipelen waste, was daar een staaltje van. Maar de Heer had nooit op koersfiets gezeten. Fausto Coppi wel. Maar die kon dan weer niet over water lopen…

Op een kermiskoers kun je een jaar verder

zottegem 031Kroegen met bieren op vat voor 1,20 euro. En niet van die slappe Hollandse uilenzeik, maar Grote Prijs Stad Zottegem: fier Gents Bier. Binnen, op de koer, poëtische  benaming voor urinoir, gieten mannen, schouder aan schouder, met soepele polsbeweginkjes nog even  de aardappelen af.  Bij Vinny’s Snacks, rijdende frituur, glijden de eerste broodjes zuurkool mét braadworst  over de toonbank. Terrassen lopen vol. Vanuit de schiettenten op de kermis klinken, elektronisch versterkt, enge holle stemmen. Op het Stationsplein ligt het bandje De Platte Choco’s op volle snelheid. Programmaverkoper Freddy Mestdagh prijst, in plat dialect, zijn waar aan. En op de hoek van  Hospitaalstraat-Musselstraat knikt ‘gemachtigd signaalgever’ Albér, goedkeurend.zottegem 024
De ‘80e Grote Prijs Stad Zottegem’, moeder aller Vlaamse kermiskoersen, kan van start gaan. Albér, klein, knoestig, een veteraan van vele oorlogsfronten. Van het vroege voorjaar tot diep in de herfst, van kermiskoers tot de ronde van Vlaanderen. De man staat op wacht. Spiegelei in de aanslag. Met favoriete plekken als de Patersberg, de Paddestraat én De Muur.  Albér kent zijn klassieken.
De Grote Prijs Zottegem, tachtig jaar oud. Ruig, en eenvoudig in zijn soort.  Maurice Blomme, Arthur DeCabooter, Marcel Kint, Herman VanSpringel, ooit winnaars. Een uitslagenlijst als een Vlaams wielerepos. Daartussen, als een blozende blom, Matthé Pronk, jongen uit de Noord-Hollandse polders en winnaar in 2002.
zottegem 052De Vlaamse kermiskoers. Waar de Spartaans ingerichte staminees niet meer zijn. En de mannen met d’n klak, de platte pet, de lokale kerkhoven bevolken. Voor de rest is het zoals het al een eeuw is. Wielrennen voor het volk, ontdaan van alle gladjakkerei. Alles kan veranderen. Renners uitgedost als figuranten in een Star Trek-film. Koersfietsen ontsproten uit het brein van professor Lupardi, en voedingssupplementen bedacht in laboratoriums.
Maar de zwaantjes, lieflijk Vlaams woord voor motoragenten, scheuren nog steeds voor het peloton uit. Bijna tweehonderdvijftig renners: scherpschutters, avonturiers, vedetten en programmavullers. Gevolgd door vijfentwintig ploegleiderwagens.  Vijf lokale rondes. Honderdnegentig kilometer. De Vlaamse Kermiskoers. Die merkwaardige mengeling van topsport, bedrog, combine, geritsel, gokken, vreten en bier zuipen. Als Amsterdamse wielerliefhebber kun je daar een jaar op verder.
Lieve God, laat dat altijd zo blijven.

De Staalmeester is vertrokken

Copy of RIH SPORT 01 (1)Hij noemde zich zelf De Staalmeester. En terecht. Niemand bouwde een racefiets van staal zo perfect als hij. Terwijl iedere wielrenner overstapte op een fiets van kunststof,  bleef hij het staal trouw. Volgens Willem van der Kaaij loopt en rijdt geen racefiets zó goed als een exemplaar gebouwd met stalen Reynoldsbuizen. Om dat fijntjes te illustreren dat Peter Post koersend op een RIH-fiets nog steeds de snelste tijd heeft als winnaar van Parijs-Roubaix. Willem van der Kaaij constructeur van het illustere RIH-Sport wist waar hij het over had. Meer dan vijftig jaar beoefende hij de stiel van framebouwer. Begonnen als leerling van de beroemde Wim Bustraan, om later de zaak over te nemen. Maar ook framebouwers worden oud, hebben niet het eeuwige leven. Na negentig jaar bestaan te hebben sloot Van der Kaaij twee jaar geleden de deur van zijn geliefde RIH-Sport aan de Westerstraat voorgoed. Maar bij de ambachtsman Van der Kaaij bleef het knagen. Thuis zitten was niets voor hem. De komst van Lorenzo Milelli en Diederik Martens was voor hem een geschenk uit de hemel. Copy of CIMG1785
Milleli en Martens, jong ambitieus, namen het merk RIH over en maakte op een industrieterrein in Amsterdam-Noord de doorstart van RIH-Sport. Van der Kaaij, geboren en getogen Jordanees, bleef er bij betrokken, was iedere dag in de werkplaats te vinden en onthulde zijn twee leerlingen de geheimen hoe je een een frame bouwt. Van der Kaaij, 77 jaar, hoopte tot in lengte van dagen actief te zijn bij ‘zijn’ RIH. ‘Als Onze Lieve Heer een framebouwer nodig heeft, dan hoor ik het wel’ vertelde hij twee weken geleden nog.
Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Onze Lieve Heer had zeker een frame nodig. Gisteravond overleed geheel onverwachts Willem van der Kaaij ten gevolge van een hersenbloeding.

 

Foto 1: Links een nog jonge Van der Kaaij met Wim Bustraan.

Foto 2: Willem Van der Kaaij in gesprek met Jan Jonker.

De mythische status van ome Karel

Copy of omekarelOme Karel, al decennia aan gene zijde. Was in een grijs verleden ooit profbokser. Wiens avonturen bij zijn nazaten nog steeds levend zijn. Van die familieoverleveringen. Generatie op generatie doorverteld. Verhalen inmiddels van een mythische status. Of  Stuyfssportverhalen ook  bekend was met ome Karel? Dát was de vraag van achterneef Henry Steneker. Helaas. Nooit van gehoord. Voor de zekerheid toch maar even in het archief gekeken. En verdomd! Ome Karel blijkt niemand minder te zijn dan de illustere Karel de Jager. Tijdens  de jaren twintig één van de beste boksers van het land. In de jaargangen van Revue der Sporten, de Geïllustreerde Sportspiegel en andere sportbladen uitgegeven in het interbellum, struikel je over zijn naam én foto’s. De Jager was dan ook niet de minste. Een gevreesd pugilist. Zo één die veel klappen ‘nam’. Om ze zelf ook uit te delen. De man stond meer dan driehonderdachtentachtig ronden in de ring. Wat staat voor twintig gewonnen partijen. Karel verloor er bijna evenveel. Zoals gezegd, ome Karel incasseerde veel.
Karel de Jager. Zijn overleveringen zingen al drie generaties rond in de familie Steneker. En voor wie dat niet geloven wil: er is ook dat ene tastbare, stoffelijke  bewijs.  Een ingelijste tekening met ome Karel in vechthouding.  Al meer dan negentig jaar in de familie. Een erfstuk. Geërfd door Cora Steneker, moeder van Henry én Karels nichtje.
Cora, 92 jaar, levende schakel tussen de eenentwintigste eeuw en onvervalste sportgeschiedenis, is nog één van de weinigen die Karel tijdens diens glorieperiode hadden gekend. Ome Karel, broer van haar moeder, was Cora’s voogd. Ze herinnert zich hem als een levenslustige man. Zo één die de verjaardagen op gang bracht. Hilarisch is die ene anekdote. Met ome Karel als hoofdpersoon in zijn eigen boksschool. Waarin verhaald wordt hoe Karel tijdens het sparren zogenaamd deed of hij iets gebroken had. Tot het echt gebeurde. Zijn trainingspartner geloofde het niet en ramde lustig door. Na ome Karels hemelgang erfde zijn nichtje het portret. Inmiddels heeft haar zoon, Henry, de tekening in bezit. Copy of kareldejager
Een erfstuk, maar ook zeldzame sportmemorablia, van  een leuke oom. Een bokspionier die niet alleen zijn sporen in de sportgeschiedenis na had gelaten maar ook talloze kostelijke familieanekdotes. Dat de herinneringen aan ome Karel gaan verstoffen is hoogst twijfelachtig. Met de kleinzoons van Cora Steneker is de toekomst daar van  verzekerd. In de Grote Bokshemel knikt ome Karel ongetwijfeld goedkeurend.

Foto 1: Henry Steneker en zijn moeder Cora Steneker. Foto 2: Het gevecht Karel de Jager versus Piet Hobin in het Antwerpen van 1922. 

 

Sportmonumentje ten prooi aan barbarisme

knipselvreHet gebeurde tachtig jaar geleden. Maar het drama is er niet minder om. Klaas van Nek junior, Flip Reijnders, en Sam Hoevens, verongelukte dodelijk in september 1934. Zojuist terugkomend van een koers in Leeuwarden, werd hun auto door een trein verpletterd op een onbewaakte spoorovergang in de buurt van Warmenhuizen. Sam Hoevens, net negenentwintig jaar, liet een vrouw en dochtertje Dien achter. samhoevensgraf 025
Sam, begraven op begraafplaats Vredenburg aan de Amsterdamse Haarlemmerweg, kreeg van zijn supporters een prachtig bronzen beeldje op zijn graf. Het graf, behoorde tot één van de weinige sportmonumenten in de hoofdstad. Tussen de graven van Johnny Jordaan, Cor van Hout en Johnny Meier, stond het beeld tachtig jaar te pronken. Tot afgelopen weekend. Koperdieven, zonder enige vorm van respect sloopte het beeld van de sokkel. Barbarisme waar geen woorden voor zijn.
De kleinzoon van Sam Hoevens, Henny Stakenburg is geschokt. Voor hem was het één van de weinige tastbare herinneringen aan zijn opa. Inmiddels is het bericht mét foto van het beeld, door Stuyfssportverhalen op Facebook geplaatst en ontelbare keren gedeeld. De stichting ‘Vrienden van Vredenhof’ looft een beloning van duizend euro uit voor terug bezorging van het beeld. Stuyfssportverhalen doet daar honderd euro bij.

Bij Kok kan dé slag geslagen worden

boekkok 002Bijna tweeduizend wielerboeken. Dozen vol jaargangen internationale wielertijdschriften. De meeste uit de jaren vijftig. Voor een wielerjournalist hét gedroomde wielerarchief. Een verzameling boeken, en tijdschriften waar veel liefde en tijd is ingestoken. Een bibliotheek  waar iedere verzamelaar een droge mond van krijgt. De collectie van Wout Koster, auteur, boekenrecensent, én verzamelaar, is nu voor iedereen verkrijgbaar want staat momenteel te koop bij boekenantiquariaat Kok in de Oude Hoogstraat, Amsterdam.
Sander Kok, 43 jaar, is van de omvang nog beduusd. Heeft nog pijn in zijn rug van het gesjouw. Zoveel boeken over één onderwerp, en in één koop hadden hij en zijn vader, tevens mede-eigenaar,  nooit eerder ingekocht. Boekenantiquariaat Kok behoort dus tot één van de grootste in dit land, en is gevestigd in een drie verdiepingen tellend, voormalig warenhuis. Volgens Sander Kok, een wielerfanaat, dagelijks trainend, en vakanties op de koersfiets doorbrengend,  is het nog lang niet alles. In de opslag staat nog véél meer van Kosters vroegere collectie. Op de eerste verdieping zijn al meerdere kasten daar voor vrijgemaakt. Voor verzamelaars en andere wieleradepten één groot feest.
Boekenantiquariaat Kok, Oude Hoogstraat 14-18, 1012 Amsterdam, telefoon: 020-6231191.
E-mail: kok@xs4all.nl

Met pek en veren de stad uit jagen

skeveskaets 007Met afstand de enige echte sportkroeg van dit land. Volstrekt uniek want een interieur van een hoog sportmuseaal niveau. De Skeeve Skaes, al decennia bevindend op en aan de Amsterdamse Jaap Edenbaan. Stampot, rookworst, bokbier én warme chocolademelk op de kaart. Honderden antieke schaatsen aan de bruine plafondbalken. Van de wanden spat de historische schaatsparafernalia. Wedstrijdkleding, relikwieën eigenlijk, van ijsheiligen als een Ard en Keesie achteloos boven de toog gespijkerd. Verzamelaars zijn bereid daar een vinger voor af te laten hakken. Het is zo’n kroeg die je alleen nog  tegen kan komen op het Vlaamse platteland, waar de koersfietsen, foto’s, rugnummers en truien van voorheen lokale wielerhelden het interieur bepalen. De Skeve Skaes, tijdens de winter dagelijks bezocht door honderden en honderden schaatsers. Na het trainen met rode koppen aan de zuurkool of een andere stamppot: dé specialiteit van de kroeg.  Aan die grote populariteit zit hem nou nét de kneep.  Het commerciële succes van de kroeg werd door de directrice van de ijsbaan, tuk op extra inkomsten, met lede argusogen bekeken. skeveskaets 016
Nederlanders mogen dan allemaal behept zijn met het schaatsvirus, wat niet weg neemt dat dit ook het land van kille kruideniers is, levend naar de cijfers van het kasboek. 
De Skaes, bijna dertig jaar gepacht door Jac Hoeve die daarvoor aan de directie van de ijsbaan jaarlijks een bedrag schuldig is. Volgens de Jaap Edenbaan niet genoeg. Directie en consorten willen daarom de horeca in eigen hand houden.
jachoeve 003Via meerdere rechtszaken werd uitbater Hoeve gedwongen zijn nering te verlaten. Een steunpetitie met vijfduizend handtekeningen mocht niet baten. Einde voor een stuk sportcultureel erfgoed. Volgens een medewerker tijdens de  hectiek van de bediening ‘een drama’.  Wat geen woord teveel gezegd is.
Komende zondag valt het doek voor de Skeve Skaes. Niets is heilig in deze barre tijden, want de  kroeg moet leeg opgeleverd worden. Alles moet eruit, tot de stenen op de vloer. De sportschatten worden door Hoeve opgeslagen. Ondanks die grote tegenslag krijgen ze Jac Hoeve niet klein. De laatste is van plan terug te komen met een nieuwe kroeg. Als het even kan dicht in de buurt van de ijsbaan. En wat de directie van de ijsbaan betreft, die moet met pek en veren de stad uit gejaagd worden. Voor sportcultuurbarbaren is hier geen plaats.

Foto links: Jac Hoeve.

 

Zesdaagse als een Looney-Tunes productie

zesdaagse1Je hebt circus Elleboog, Circus Maximus, Piccadilly Circus, én het Amsterdamse Zesdaagse circus onder leiding van directeur Frank Boelé. Op het middenterrein van het Velodrome de netwerkverzorgende patjepeeër, op de tribune de echte liefhebber.
Ik neem plaats op de eerste rij bij de finishstreep en ga er goed voor zitten, want verwacht een avondje rock ’n roll op de racefiets: er is namelijk een prachtig deelnemersveld. In mijn belevingswereldje horen daarbij een hoempaorkest, broodjes worst, én een goudgele schuimende rakker. Wat allemaal dus niet zo was! De Amsterdamse Zesdaagse bleek in de handen van een ‘oppimper’ te zijn gevallen, waar ik straks op terug kom.
Maar eerst even het begrip ‘pimpen’, want  in deze krankzinnige tijd nog ‘leuker’, maller en gekker. Ik wil niet opgepimd worden en al helemaal niet bij de  monumentale traditie die de Zesdaagse is. Daar wil ik lange, felle jachten zien door razende koppels, flitsende puntenkoersen, afvalwedstrijden én duels op leven en dood achter de derny. Dat kan ik dus vergeten…
De koersafstanden blijken tot een minimum terug gebracht. Twee keer met je ogen knipperen en het is voorbij. Waar zijn die heerlijke tijden gebleven dat zo’n koppelkoers urenlang duurde?  Dat je dan gewoon even een biertje kon halen, de aardappels ging afgieten en als je terug kwam zat je meteen weer in de koers.zesdaagse2
En wat een opgepimpte Zesdaagse is? Dat is regelmatig de verlichting van het Velodrome uit doen, gevolgd door krankzinnig makende lichteffecten, huldigingen met een hysterie alsof er een lang doodgewaand familielid van een oorlogsfront thuis komt en, godverdegodver, géén hoempaorkest maar een DJ met adhd-trekjes. Vooral die laatste!
Tijdens een puntenkoers hoor ik, trommelvliesverwoestend, fragmenten van de Sabeldans, de Radetski-mars, de Ouverture Wilhelm Tell  en andere idiote tekenfilmmuziek. Voor heel even waan ik mij in een tot leven gekomen Looney-Tunes productie en verwacht ieder moment dat Daffy Duck op een baanfiets voorbij komt snellen. Dát is dus een wedstrijd oppimpen!
Ergernis nestelt zich gerieflijk op mijn schouders en fluistert in mijn oor waar ik allemaal op moet gaan letten. En dat is niet meer het wedstrijdverloop! Zo loer ik onder meer naar het middenterrein en zie rennende obers, dinerende gladjakkers met hun champagnedrinkende kakelende wijven. Ik krijg daarvan dorst en ga de tribune af op zoek naar het café.
Hoewel ik een kaartje heb van over de dertig euro, wat nog altijd zesenzestig piek is, word ík ontvangen in een spelonkachtige, grijze, kale betonnen ruimte die volgens mij dienst heeft gedaan als decor in de film Der Untergang. In die treurige kazemat staat één bierpompje, twee tafeltjes en in de hoek, staand tegen de muur, een kerel van de bewaking die mij broeierig en dreigend aan staart. De man is van het type ‘wapenhandelaar uit het Afghaanse Bora Bora-gebergte’ waar je als koper maar beter niet om korting kan vragen laat staan dat ik terug durf te kijken. Dan is het twaalf uur en ik heb er genoeg van, laat de Zesdaagse voor wat die is en zoek mijn Gazellefiets op.
zesdaagse3Fietsend door de stad peddel ik langs het doodstille Nieuwe Oosterbegraafplaats waar een  eng, luguber en hol geluid tussen de zerken vandaan komt. Raar, maar ik wéét meteen wat dat is! Dat is Klaas van Nek! De vroegere Zesdaagse renner, al meer dan zestig jaar op het ‘Ooster’ wachtend op het Armageddon, is bezig zich in zijn graf om te draaien. ‘Hou je maar rustig, Klaas’, mompel ik, ‘Want voor je het weet staat Daffy Duck op je graf te springen’.
Van die Frank Boelé kan je alles verwachten…

De Zesdaagse van Amsterdam 2013. Van 21 tot en met 26 oktober in het Velodrome.

error: Content is protected !!