Met pek en veren de stad uit jagen

skeveskaets 007Met afstand de enige echte sportkroeg van dit land. Volstrekt uniek want een interieur van een hoog sportmuseaal niveau. De Skeeve Skaes, al decennia bevindend op en aan de Amsterdamse Jaap Edenbaan. Stampot, rookworst, bokbier én warme chocolademelk op de kaart. Honderden antieke schaatsen aan de bruine plafondbalken. Van de wanden spat de historische schaatsparafernalia. Wedstrijdkleding, relikwieën eigenlijk, van ijsheiligen als een Ard en Keesie achteloos boven de toog gespijkerd. Verzamelaars zijn bereid daar een vinger voor af te laten hakken. Het is zo’n kroeg die je alleen nog  tegen kan komen op het Vlaamse platteland, waar de koersfietsen, foto’s, rugnummers en truien van voorheen lokale wielerhelden het interieur bepalen. De Skeve Skaes, tijdens de winter dagelijks bezocht door honderden en honderden schaatsers. Na het trainen met rode koppen aan de zuurkool of een andere stamppot: dé specialiteit van de kroeg.  Aan die grote populariteit zit hem nou nét de kneep.  Het commerciële succes van de kroeg werd door de directrice van de ijsbaan, tuk op extra inkomsten, met lede argusogen bekeken. skeveskaets 016
Nederlanders mogen dan allemaal behept zijn met het schaatsvirus, wat niet weg neemt dat dit ook het land van kille kruideniers is, levend naar de cijfers van het kasboek. 
De Skaes, bijna dertig jaar gepacht door Jac Hoeve die daarvoor aan de directie van de ijsbaan jaarlijks een bedrag schuldig is. Volgens de Jaap Edenbaan niet genoeg. Directie en consorten willen daarom de horeca in eigen hand houden.
jachoeve 003Via meerdere rechtszaken werd uitbater Hoeve gedwongen zijn nering te verlaten. Een steunpetitie met vijfduizend handtekeningen mocht niet baten. Einde voor een stuk sportcultureel erfgoed. Volgens een medewerker tijdens de  hectiek van de bediening ‘een drama’.  Wat geen woord teveel gezegd is.
Komende zondag valt het doek voor de Skeve Skaes. Niets is heilig in deze barre tijden, want de  kroeg moet leeg opgeleverd worden. Alles moet eruit, tot de stenen op de vloer. De sportschatten worden door Hoeve opgeslagen. Ondanks die grote tegenslag krijgen ze Jac Hoeve niet klein. De laatste is van plan terug te komen met een nieuwe kroeg. Als het even kan dicht in de buurt van de ijsbaan. En wat de directie van de ijsbaan betreft, die moet met pek en veren de stad uit gejaagd worden. Voor sportcultuurbarbaren is hier geen plaats.

Foto links: Jac Hoeve.

 

Geplaatst in Columns. Tags: . Leave a Comment »

Zesdaagse als een Looney-Tunes productie

zesdaagse1Je hebt circus Elleboog, Circus Maximus, Piccadilly Circus, én het Amsterdamse Zesdaagse circus onder leiding van directeur Frank Boelé. Op het middenterrein van het Velodrome de netwerkverzorgende patjepeeër, op de tribune de echte liefhebber.
Ik neem plaats op de eerste rij bij de finishstreep en ga er goed voor zitten, want verwacht een avondje rock ’n roll op de racefiets: er is namelijk een prachtig deelnemersveld. In mijn belevingswereldje horen daarbij een hoempaorkest, broodjes worst, én een goudgele schuimende rakker. Wat allemaal dus niet zo was! De Amsterdamse Zesdaagse bleek in de handen van een ‘oppimper’ te zijn gevallen, waar ik straks op terug kom.
Maar eerst even het begrip ‘pimpen’, want  in deze krankzinnige tijd nog ‘leuker’, maller en gekker. Ik wil niet opgepimd worden en al helemaal niet bij de  monumentale traditie die de Zesdaagse is. Daar wil ik lange, felle jachten zien door razende koppels, flitsende puntenkoersen, afvalwedstrijden én duels op leven en dood achter de derny. Dat kan ik dus vergeten…
De koersafstanden blijken tot een minimum terug gebracht. Twee keer met je ogen knipperen en het is voorbij. Waar zijn die heerlijke tijden gebleven dat zo’n koppelkoers urenlang duurde?  Dat je dan gewoon even een biertje kon halen, de aardappels ging afgieten en als je terug kwam zat je meteen weer in de koers.zesdaagse2
En wat een opgepimte Zesdaagse is? Dat is regelmatig de verlichting van het Velodrome uit doen, gevolgd door krankzinnig makende lichteffecten, huldigingen met een hysterie alsof er een lang doodgewaand familielid van een oorlogsfront thuis komt en, godverdegodver, géén hoempaorkest maar een DJ met adhd-trekjes. Vooral die laatste!
Tijdens een puntenkoers hoor ik, trommelvliesverwoestend, fragmenten van de Sabeldans, de Radetski-mars, de Ouverture Wilhelm Tell  en andere idiote tekenfilmmuziek. Voor heel even waan ik mij in een tot leven gekomen Looney-Tunes productie en verwacht ieder moment dat Daffy Duck op een baanfiets voorbij komt snellen. Dát is dus een wedstrijd oppimpen!
Ergernis nestelt zich gerieflijk op mijn schouders en fluistert in mijn oor waar ik allemaal op moet gaan letten. En dat is niet meer het wedstrijdverloop! Zo loer ik onder meer naar het middenterrein en zie rennende obers, dinerende gladjakkers met hun champagnedrinkende kakelende wijven. Ik krijg daarvan dorst en ga de tribune af op zoek naar het café.
Hoewel ik een kaartje heb van over de dertig euro, wat nog altijd zesenzestig piek is, word ík ontvangen in een spelonkachtige, grijze, kale betonnen ruimte die volgens mij dienst heeft gedaan als decor in de film Der Untergang. In die treurige kazemat staat één bierpompje, twee tafeltjes en in de hoek, staand tegen de muur, een kerel van de bewaking die mij broeierig en dreigend aan staart. De man is van het type ‘wapenhandelaar uit het Afghaanse Bora Bora-gebergte’ waar je als koper maar beter niet om korting kan vragen laat staan dat ik terug durf te kijken. Dan is het twaalf uur en ik heb er genoeg van, laat de Zesdaagse voor wat die is en zoek mijn Gazellefiets op.
zesdaagse3Fietsend door de stad peddel ik langs het doodstille Nieuwe Oosterbegraafplaats waar een  eng, luguber en hol geluid tussen de zerken vandaan komt. Raar, maar ik wéét meteen wat dat is! Dat is Klaas van Nek! De vroegere Zesdaagse renner, al meer dan zestig jaar op het ‘Ooster’ wachtend op het Armageddon, is bezig zich in zijn graf om te draaien. ‘Hou je maar rustig, Klaas’, mompel ik, ‘Want voor je het weet staat Daffy Duck op je graf te springen’.
Van die Frank Boelé kan je alles verwachten…

De Zesdaagse van Amsterdam 2013. Van 21 tot en met 26 oktober in het Velodrome.

De grenzen van het morbide sportverhaal

plakette 001Stuyfssportverhalen bewust gekozen voor het vaak bloederige, horror sportverhaal, maar ook de onbekende sportheld is meer dan een vorm van vrijetijd besteding. De columns, vijfhonderdvijftig woorden plus drie foto’s, in het holst van de nacht geschreven, zijn een bijkomstigheid. De bezoekjes aan de boekenantiquariaten- en markten van Amsterdam tot aan Antwerpen, dat zijn de smaakmakers. De oude sportjaargangen, en de bij behorende foto’s ­ zijn immers de olie waarop deze blog draait.
Of de lezers het genre op prijs stellen…. Voor Stuyfssportverhalen maakt dat geen verschil, wie het lezen wil is van harte welkom en zo niet, jammer dan. Er zal wel een doelgroep voor zijn want negatieve reacties zijn er niet. Wel druppelt een enkele keer een positief bericht  binnen. Soms ook stoffelijke waarderingen zoals een jaargang van Revue der Sporten, en drie andere vooroorlogse sportjaargangen, gekregen van  liefhebbers.
Vorige week viel er een grote enveloppe met een doffe klap op de deurmat. knipfinland
Opengemaakt bleek er een bronzen plaquette in te zitten voorzien van, hoe kan het anders, twee wielrenners, geschonken door lezer Hans Kramer. Plaquette en boeken staan inmiddels in de werkkamer. De bezoekers van Stuyfssportverhalen komen van de hele wereld. Veel uit België en Duitsland maar ook Finland. Voor Timo Lanki, inwoner van Helsinki, was Stuyfssportverhalen met zijn vele oude en unieke stayersfoto’s een inspiratiebron voor het bouwen van een stayersfiets, model 1910. Lanki schreef over zijn project een groot artikel, gepubliceerd in een Fins sportblad, en noemde de blog bij naam en toenaam. Leuk, aardig, misschien erkenning maar de motivatie is en blijft de donkere avonden en nachten als het huis doodstil,  is om dan bij het licht van een bureaulampje op avontuur te gaan in het archief op zoek naar de grenzen van het morbide sportverhaal. Nooit zulke fijne nachten beleefd.

Water doet palen rotten

zwemmassaErger kon het niet worden. Dieper kon ik letterlijk niet zinken. De badmeester van het Sportfondsenbad had gewikt, gewogen en beslist. Vriendelijk doch dringend verzocht hij mij om voortaan in baan één te zwemmen Ik hinderde namelijk de recreatieve zwemmers.  Baan één dus, bestemd voor het R.I.M., wat staat voor Revalidatie Instituut Muiderpoort. Te midden van herstellende hartpatiënten en andere duidelijk kreupelen stumperde ik gemankeerd voort. 
 Na  een ‘carrière’ van twintig jaar als wielrenner had ik de  overstap naar de triatlon gemaakt, incluis dat verschrikkelijke zwemmen. Maar ik ga eerst vertellen over de ‘hele triathlon van Almere’, een driekamp over monsterlijke afstanden. Want voor ik het wist stond ik daar tussen negenhonderd atleten op een strandje. Het startschot klonk. Een horde zwemmers dook het water in. Als één van de laatsten kwam ik terug.  Gefrustreerd tot op het merg van het bot begon de grote inhaalrace. Met de ketting op een zware versnelling werd negentig procent van de concurrentie ingehaald. Totale euforie. Voor de laatste tien procent werd ik lid van een zwemclub ergens in Amsterdam-Noord. En daar viel ik in de handen van trainer Willem V: een hardvochtige feldwebel mét stopwatch en fluitje.  Willem sprak niet op normale toonhoogte. Naar Willem luisteren was denken aan een op hol geslagen misthoorn. Willem gaf brullend in staccato  zijn instructies. Slaafs opgevolgd door vreugdeloze jongens en meisjes, met vierkante schouders, die ik als een geamputeerde kikker probeerde te volgen. Overbodig te vertellen dat ik steeds de laatste was.zwempaars
Willem kreeg de pik op mij en blies met bolle wangen bijkans de erwt uit de fluit. Schreeuwend met maaiende armen deed hij voor de zoveelste keer de zwemslag voor. De haat die ik voor hem begon te koesteren deed het chloorwater sissen. Anno nu heb ik diepe spijt dat ik toen niet het water uit was geklommen om hem voor het front van dat zwemclubje die fluit diep in zijn strot te stampen.
Ondanks de traumatische zwemervaringen had ik één favoriete triatlon:  de ‘Kwart van Texel’. Fijne wedstrijd met zwemmen in de Waddenzee. Met extra dimensie dat je honderden meters uit de kust tot je middel in het water stond. Rennend door het zilte sop haalde ik de eerste zwemmers in. ‘Dat is niet eerlijk’, schreeuwden deze proestend, hijgend en half stikkend. Achter beslagen zwembrilletjes gloeiden blikken vol duistere woede. Het was ook niet fair, maar ik was dan ook een gewezen wielrenner. Geen topper, meer een aanklamper, maar beheerste wél het grote trukenboek.  Het jaar daarop werd mijn inschrijving geweigerd.
Na acht jaar gespartel was het mooi geweest. De triatlon van Oostzaan was de laatste. Na weer een zwemmende marteltocht stapte ik niet eens meer op de fiets.
zwemmutsTerwijl mijn zwembrilletje én badmuts met een grote boog in de vuilnisbak belandden deed ik de plechtige eed om tijdens mijn leven nooit meer dieper dan de knieën in water te stappen. Niemand kan beweren dat ik geen man van zijn woord ben: ik heb mij al meer dan twintig jaar aan mijn eed gehouden. En zó moeilijk was dat ook weer niet, want  luidt het oeroude Hollandse spreekwoord niet dat ‘palen water doen rotten, en wie daar in verkeren zijn alleen maar zotten’?
Ik bedoel maar…

Gespierde kopspijker in de kreukels

maasvanbeekbedBarneveld, bruisend hart van de bible belt. Dorp waar op de zevende dag des Here, de kerken drie keer massaal bezocht worden. Waar vanaf de kansel mijnheer de dominee met  duistere, angstaanjagende hellepreken de gemeente geselt. En waar de rest van de week in het zweet des aanschijns, om maar even in Bijbelse sferen te blijven, keihard wordt gewerkt. En nét op het moment dat je die Barnevelders het etiketje ‘saai’ op hun zwarte kousen wilt plakken, zijn daar ook Jan en Maas, die de uitzondering op de regel maar even bevestigen. Want Jan van Schaffelaar, om van zijn belagers af te zijn, sprong in 1482 van de Barneveldse kerktoren. De uit elkaar gespatte Jan werd daarmee trendsetter, én lichtend voorbeeld, voor een stoet  kamikazepiloten, Jihadstrijders, bomgordelterroristen en andere halfgare zelfmoordrakkers. 
En Maas van Beek dan? Nou, die deed ook het onmogelijke. Op een leeftijd waarop hij op de poorten van het lokale bejaardentehuis geacht werd te kloppen om zich alvast in te laten schrijven, pakte hij het werelduurrecord achter de derny: waar alleen gereputeerde profs het patent op hadden.maasslecht
En dat was meteen het begin van een fascinerend proces. De nationale sportpers legde  direct een cordon sanitaire om Van Beek heen. Maas van Beek, die gespierde, uitgebleekte kopspijker met de longinhoud van een Zeeuws trekpaard, werd niet serieus genomen. Van Beek tegen de zestig jaar, verbrak prompt nog maar een keer zijn eigen record. Het vaderlandse journaille had die Van Beek namelijk behoorlijk beledigd.
Maar dan is het begin maart 2013:  het  kampioenschap van Amsterdam. Wat voor de recordhouder een aardig trainingsritje moest worden, eindigde in een nachtmerrie. Van Beek met vijftig in het uur ten val gekomen, werd met gillende sirenes naar het Slotervaartziekenhuis gebracht. Waar voor zijn leven werd gevreesd. Maas Van Beek, held én voorbeeld van geriatrisch Nederland, verworden tot een zielig hoopje mens met een gescheurde dunne darm, gekwetste lever en andere enge aandoeningen, tussen het witte linnen. Met als extra dimensie dat het  hoofdstedelijke Slotervaart een soort medisch Fort van Sjako bleek te zijn. Dwars door de  morfine en tranquilizers heen zag Van Beek haarscherp de misstanden in het ziekenhuis. Stofnesten op de vloer, bloedspatten op infuushouders,  poep op plekken waar dat niet behoorde. En als uitsmijter ook nog een vijfhonderd piek uit zijn portemonnee gejat. Met de boodschap van twaalf  weken niet fietsen mocht Van Beek na een paar weken eindelijk naar zijn gezin.
maas3Drie maanden niet fietsen? Voor de Barnevelder, een gedrevene, tegen het randje van bezetenheid aan, een kennisgeving. Nog maar amper thuis, kroop hij met zijn uitgemergelde lijf op de hometrainer. Foto’s daarvan roepen meteen dejavu’s op van veldlazaretten aan een oorlogsfront. Je hoeft geen medicus te zijn om te zien dat dat  niet zó verstandig was. Van Beeks lichaam mag dan gebutst, en geknakt zijn, de  geest is nog optimaal. Over vijf maanden vertrekt hij naar Bolivia, waar de hooggelegen wielerbaan al gereserveerd is. Maas van Beek gaat dan voor de dood of de gladiolen want voor de derde keer zijn eigen record aanvallen. Ongetwijfeld staat Jan van Schaffelaar, in betere oorden, goedkeurend en enthousiast te knikken.

Foto’s: Maas van Beek, Rob Duin.

Het bloed blijft voorlopig nog stromen

deslegte 003De Boekenweek raast in volle snelheid door de media.  Stuyfssportverhalen gaat even mee in de waan van de dag. Wanneer zijn verhalen en columns in boekvorm verschijnt, een vraag die regelmatig wordt gesteld. Drie jaar geleden werd in eigen beheer de biografie van Piet Dickentman, oplage zeshonderd, uitgegeven. Binnen anderhalf jaar was vrijwel alles verkocht en nog steeds druppelt de verkoop van de allerláátste exemplaren door. Een mazzeltje achteraf. Bevestigd door een bevriende uitgever die  opmerkte dat het commercieel een goed resultaat was. De  oplage van een gemiddeld Nederlands sportboek schijnt, uitschieters daar gelaten,  niet zó hoog te zijn, ondanks het dikwijls prachtige aanbod. De boekenmarkt, maar vooral die van de sport, is volgens kenners helemaal verzadigd. Wat pijnlijk bevestigd wordt bij De Slegte, in de Amsterdamse Kalverstraat. In dé boekenramshzaak van Nederland liggen de schappen vol met rijen titels van topauteurs als een Erik Brouwer, Arthur van den Boogaard, Peter Winnen en edities van De Muur. Boeken, prachtig vorm gegeven, een must voor iedere wielerliefhebber, vol met schitterende  verhalen, en nog niet eens zólang geleden met lovende recensies ontvangen. Ontmoedigend voor aankomende sportschrijvers. Stuyfssportverhalen, inmiddels zijn eigen digitale platformpje  gaat dan ook maar niet op ‘papier’. De liefhebbers van het morbide sportverhaal  zijn nog steeds hier van harte welkom, op de site waar  het bloed voorlopig nog even blijft stromen.

Bezoek ook regelmatig https://stuyfssportverhalen.wordpress.com/category/verongelukte-wielrenners/ het digitale begraafplaatsje, dat regelmatig ‘aangeharkt’ wordt. 

Geplaatst in Columns. Tags: . 1 Comment »

RIH, als je eerste minnares

RIH SPORT 01 (1)Iedereen die zich wielrenner durfde te noemen liet daar ooit een frame aanmeten. RIH-Sport, het begrip fietsenwinkel ver voorbij, en dat bijna een eeuw lang. Dat is definitief verleden tijd. RIH bestaat niet meer, ingehaald door de tijd en fietsenfabrieken uit Taiwan. Alléén daarom koestert de liefhebber zijn stalen RIH.  De laatste is hard op weg een collectorsitem te worden.  Waar ooit meer dan zestig wereldkampioenen een fiets bestelden  is nu niets meer. De zaak op de Amsterdamse Westerstraat is leeg, stoffig en verlaten. Een holle ruimte met plasticvellen voor het etalageruit. Alleen het nummerbordje, ooit opgehangen door eigenaar Willem Bustraan, herinnert nog aan diens beroemde en  illustere fietsatelier.
Bustraan, grootmeester van de stalen Reynoldsbuis, telg uit een oud geslacht van wielrenners en framebouwers. Niemand maakte zulke degelijke ‘kaders’ als hij. Alsof je bij een haute-coutureatelier kwam. Die vergelijking. Ome Willem, correct, wat afstandelijk, en altijd in stofjas gehuld, in het heilige der heilige want de framebouwerij. Waar zo’n beetje de doodstraf op stond als daar de deur te lang open stond. Pas gesoldeerde frames, onderhevig aan tocht, dan gebeurde er metallurgisch vreselijke dingen.  ‘Tocht’ was volgens Bustraan de moordenaar voor een pas gelast frame.65jaar 011
Profs en krabbers, iedereen werd gelijk behandeld. Jonge rennertjes werden  bij RIH-Sport bevangen door een magisch sfeertje. Zoveel moois en bijna onbereikbaar. Stuyfssportverhalen als jochie van zestien, een jaar gespaard voor zijn eerste RIH. Na eerst de lichaamsmaten in een beduimeld boekje genoteerd te hebben, mocht je van Bustraan een half jaar later maar weer eens terugkomen. Het begrip ‘wachtlijst’ was niet onbekend in de Westerstraat. Wát een onvergetelijk ogenblik om je racekarretje op te halen. Dat moment vergeet je nooit meer, te vergelijken met het meisje waar je voor het eerst de liefde mee bedreef.
Na Bustraans onverwachte overlijden, eind jaren tachtig, werd de zaak voortgezet door zijn meesterknecht Van der Kaaij. De laatste gemangeld door een ingewikkelde juridische constructie kon na dertig jaar de zaak niet meer voortzetten. Einde van een Nederlandse wielerlegende. Wat rest zijn nog de herinneringen aan een oeroud Amsterdams racefietshuis waar veel, heel veel wielergeschiedenis werd geschreven.

Foto 1: Willem Bustraan, rechts, met Wim van der Kaaij, foto 2: Rih:holle ruimte met plasticvellen voor het etalageruit’.

Lee ook: https://stuyfssportverhalen.wordpress.com/2011/03/01/rih-sport-negentig-jaar-oud/