Been’s zoete herinneringen

Acht seizoenen achter de zware motor gereden. Garantie voor genoeg verhalen: maar dan alléén de leuke. Nico Been, inmiddels 72 jaar, kijkt met veel plezier terug op zijn stayerscarrière.  De opmaat hiervoor was zijn debuut begin jaren zeventig. Waar hij, als redelijk goed amateur, in Sportpaleis Ahoy zijn debuut maakte achter de motor.
Als beginnend stayer heb je niet zoveel te vertellen. Nico Been kreeg dan ook gangmaker Gerrie Pelser toe bedeeld. De laatste, beschikkend over een motor met veel ‘abri’, kende twee makkes: tijdens de koers durfde hij niet achterom te kijken. En erger, hij was bang voor té  hoge snelheden.
Nico Been, was vaak de klos. Nu ziet hij daar de humor van in en levert dat hilarische anekdotes op. Hoe Been, door baanmanager Jan Derksen werd gevraagd,  voor de prestigieuze Grote Prijs van Amsterdam. Been kreeg gangmaker Pelser. En je voelt hem al aan komen. Tijdens de koers kon Been schreeuwen zo hard hij kon, dat het harder moest, het leverde bij zijn gangmaker alleen maar angstige momenten op. De man schudde steevast zijn hoofd van nee.  
Als stayer moet het je allemaal gegund worden. Moet je mazzel hebben. Nico Been, een degelijke stayer kreeg die niet altijd. Niet dat hij nu gefrustreerd is, wel nee.  Maar toch… Zoals die ene winter midden jaren zeventig. Been, trainend op de weg, had een contract voor  een stayerskoers op de winterbaan van Dortmund. Aan de start toppers als een Sercu en Dieter Kemper, renners die gerouleerd uit de Zesdaagsen kwamen. Daar kon je volgens hem niet tegen op. Evengoed bleef de schade beperkt tot twee ronden achterstand. Volgens het magazine Wielersport kwam Been in ‘het spel’ niet voor. Logisch als je alleen op de weg en in de bittere kou had getraind.
Nico Been, een subtopper, in 1975, achter de inmiddels hoogbejaarde gangmaker Bertus de Graaf, (zie foto) nationaal kampioen stayeren, en verbrak een jaar daarvoor het werelduurrecord achter de motor. Dat laatste, georganiseerd door Harry Mater. Martin Venix was de beoogde recordbreker maar die viel weg. Die kon niet.
Midden in de winter werd Been  door baanmanager Jan Derksen benaderd, om dat record aan te vallen. Twee dagen later, op de winterbaan van Wenen, amper getraind verbrak de Groninger deze met ruim twee kilometer.
De Weense baandirecteur Dusika gaf Been de mondelinge belofte dat hij alle stayerskoersen gehouden dat jaar, op zijn baan mocht rijden. Waarop manager Jan Derksen, achter zijn rug, een stok voor stak, want die vertelde later aan Dusika dat Been gestopt was. Een flagrante leugen. Ongetwijfeld had Derksen andere, zakelijke belangen. Evengoed had  Been genoeg contracten voor de Duitse wielerbanen. Naast het stayeren verdiende Been zijn geld als criteriumrenner.
Dat laatste moet niet té licht worden opgevat. Criteriums in de jaren zeventig waren vaak slopend. Anno nu, verwondert het Been, dat aan de start van dat soort koersen ook collega stayers die tot de top behoorde, maar nauwelijks zo’n koers uit konden rijden. Waarom deze stayers wel de grote koersen kregen daar heeft Been  nu zo zijn eigen gedachten over. Nico Been, pratend met een mooi Groningse tonval, maalt daar nu niet meer om. Dat was geweest. Alleen de mooie herinneringen beklijven aan hem.

Pelser’s motor

De op veilingsite Catawiki te koop staande gangmaakmotor (zie verhaal hier onder) leverde op Facebook een aardige discussie op. Stuyfssportverhalen schreef onder meer dat de motor afkomstig was van de vroegere gangmaker Noppie Koch. Dat laatste blijkt inmiddels niet helemaal juist. Wat enige uitleg verdient: tijdens de onthulling van het beeld van Noppie Koch, enkele jaren geleden bij stadion Galgewaard, Utrecht, stond deze motor als pronkstuk opgesteld.
Harry Mater, eigenaar van deze motor, vertelde de geschiedenis hiervan, waarbij de toehoorders er van uit gingen dat deze van Koch was. Inmiddels, via onder meer de vroegere stayer Nico Been, is het duidelijk dat deze motor van Gerrie Pelser was. Overigens: Harry Mater, vorig jaar overleden,  was in het bezit van meerdere gangmaakmotoren. Ook opvallend was, dat op basis van vage gesprekken met Mater, personen zijn die menen recht op de motor te hebben.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Woekerprijs voor stayershistorie

De geschiedenis van deze gangmaakmotor is bekend. Dat hij in 1928, de ateliers van motorbouwer Meyer  in Parijs verliet. Ook dat de ooit illustere Franse gangmaker Arthur Pasquier daar tientallen jaren op gereden had. Na Pasquier gedwongen afscheid van het stayeren, – de man, bijna tachtig jaar,  haalde tijdens het wereldkampioenschap gehouden in het Duitsland van 1960, zijn eigen renner in, – kwam de motor, midden jaren 60, in bezit van gangmaker Noppie Koch.  De motor symbool van álles, wat het ‘oude’ stayeren zijn charme en romantiek gaf. De geur van combine en bedrog hangt daar nog aan.  Een voorhistorisch monster, mét aandrijfriem én zonder uitlaat. Met een geluid alsof de deur van de hel op een kier stond. Een vuurspuwend monster zonder uitlaat. Hoeveel renners had  de Meyer niet van de motor ‘afgebrand’?
Toenmalige gangmakers, sluw en meedogenloos, kerels die je nooit een hand kon geven zonder je vingers even na te tellen. Mannen zonder scrupules. Tijdens het  passeren van een tegenstanders, hielden ze hun motor, mét hete uitlaatgassen vlak naast de gepasseerde renner. Die laatste had twee opties: doorrijden óf een verbrand been. Als aandenken hadden talloze renners de rest van hun leven de littekens van brandblaren op hun been. Enfin, dat was en is geschiedenis.
 Noppie Koch, gesponsord door het schildersbedrijf van Harry Mater, voerde onder meer Piet de Wit en Martin Venix naar de wereldtitel. Na het beëindigen van Koch’s carrière  kwam de motor in bezit van Harry Mater: een aimabel mens én gepassioneerd  liefhebber en verzamelaar van stayersparafernalia.
Vorig jaar januari 2017 overleed Harry Mater. Zijn weduwe  verkocht de motor voor duizend euro aan een zogenaamde liefhebber en verzamelaar. Die zag daar wel een winstobject in.
Enfin, deze week verscheen, op  veilingsite Catawiki,  de Mayer. Geschatte opbrengst tussen de 20- én vijfentwintig duizend euro: incluis het gangmaakpak én helm van Koch.

Foto: Harry Mater en Henny Marinus bij de genoemde Meyer-gangmaakmotor. In 1964 voerde Noppie Koch, met deze motor, Marinus naar de Nederlandse titel bij de beroepsrenners. 

Een Fransman in Berlijn

‘Strooibiljetten’, riep de reclamemaker van dienst. Die dan ook werden afgedrukt als ansichtkaart. Van slechte kwaliteit, op inferieur karton, met grofkorrelige, gerasterde foto’s. Maar wat maakte dat eigenlijk uit? Het doel heiligt de middelen. Met tienduizenden werden ze in de drukke straten van Berlijn, bij de uitgangen van theaters en kroegen, uitgedeeld. Doel: het volk naar de wielerbaan van Friedenau te lokken. Waar zondag 1 mei 1904, om vier uur Das Goldene Rad von Friedenau werd verreden, een stayerskoers over honderd kilometer. Baanmanager Alfred Knorr, what’s in the name want de man had een verdacht dikke harses, beheerste het spel als een goochelaar zijn hoge hoed.
Je contracteert vijf van de allerbeste stayers van dat moment, En je stort ook nog eens totaal vijfduizend goudmark als prijzengeld in de pot. En bestookt vervolgens een gemiddelde Berlijner met zo’n kaart. Knorr’s reclamecampagne werkte.
Hijgend en happend, in een verstikkende rookwolk veroorzaakt door de vijf motoren, waren vijfendertigduizend liefhebbers getuige dat Münchenaar Robl achter d’n petroleumtandem, de honderd kilometer wint in een tijd van 1 uur 25. Gevolgd door Piet Dickentman, Bruno Salzmann, Fritz Ryser en Bobby Walthour.
Ach gut, die jongens! Ooit de allerbeste renners van dat moment met de status van een bekende Europeaan.
Nu anonieme schaduwen uit een ver sportverleden. Hun namen én botten zijn tot stof vergaan. Een enkeling heeft de mazzel dat hij nog mag rusten in zijn graf zoals Thaddy Robl.
En van die andere jongens zijn hun stoffelijke resten geruimd en achteloos in de knekelput gesodemieterd.

Maar dat éne ansichtkaartje, mét hun konterfeitsels is er nog steeds. Een wonder. Want heeft een eeuw van twee wereldoorlogen meegemaakt. Het kaartje werd op 10 juni 1904 door ene Paul, een Fransman, bevindend in Berlijn, volgeklad en op de post gedaan. Je fantasie slaat daarbij meteen op hol. Wat deed de man in Berlijn? Was de schrijver een stayersliefhebber? Zat hij ook op de houten tribunes van Friedenau? Of liet hij zich in de lokale kroegen vollopen? Van die vragen waar toch geen antwoord op zijn. Enfin, wat maakt het ook uit. Dankzij Paul kon deze verhalenschrijver zijn pen weer eens slijpen.

Bron: Radwelt jaargang 1904.

Leeggeklopte pijpen

Godsamme, wát een foto! Zo één waar het drama nog steeds vanaf spat. Meer dan een eeuw oud en genomen na afloop van de Grosser Jubiläumpreis gehouden op de Keulse wielerbaan anno mei 1909. Een stayerskoers over honderd kilometer, gewonnen door Karel Verbist afkomstig uit Wijnegem ten noorden van Antwerpen. Karel, de bange hoop van heel Vlaanderen. Opkomende ster. De man die het de stayerende mof moeilijk ging maken. Won tot juni 1909 op de Duitse wielerbanen – de premier league van het toenmalige stayeren – vijf grote koersen. Waaronder de genoemde Grosser Jubiläumpreis. Schreef daarbij 17.100 goudmark bij op zijn bankrekening. Waarmee Karel aan het eind van dat jaar, op de geldranglijst, gepubliceerd door Radwelt, op de vijfde plaats stond.
Terug naar 23 mei 1909, om precies te zijn, de uitverkochte Keulse wielerbaan waar Karel, gegangmaakt door zijn gabber Stan Ceurremans, stayersles gaf, waarbij hij de latere wereldkampioen Guignard vernederde. Dat Stellbrink en de Amerikaan Nat Butler derde en vierde werden, zal wel.
Na afloop de plichtplegingen. Met de fotograaf van dienst als regisseur. Waar het meteen dringen werd. Dat collega-renner Guignard en gangmaker Stan Ceuremans ook werden vereeuwigd, was te begrijpen. Maar wat doen al die enge kerels daarbij…?
Ach gut, arme Karel volksjongen uit Wijnegem, flauw lachje om de lippen, en onwennig met zijn stayersfietsje aan de hand, omringd door het op de voorgrond dringende Keulse rapaille, want lokale hotemetoten en ander schavuitvolk. Kijk ze staan, die zichzelf belangrijk vindende patjepeeërs, met hun gouden horlogekettingen en zelfvoldane harsessen. Van die mannen die stiekem hun pijp plachten leeg te kloppen in de Keulse bordelen. Hadden ze dan niet in de gaten dat de dagen van Karel al geteld waren?
Nadat de fotograaf zijn foto had gekiekt, begon ook voor Verbist de begrafenisklok te lopen. Exact twee maanden later verongelukte Karel, 26 jaar, op de Karreveldwielerbaan in Brussel.

Bron: Radwelt jaargang 1909.

‘Alkmaar’ wil succes delen

Of hij wensen heeft? Ja natuurlijk! Dat het stayeren óók nationaal gezien in de lift komt. Aan Uwe Smit zal dat niet leggen. Als voorzitter van de Alkmaarse baancommissie is hij nauw betrokken bij de organisatie van alles wat met stayeren ‘op’ Alkmaar betreft. Dat het Nederlands stayerskampioenschap, afgelopen zaterdagavond gehouden in de Kaasstad is daarom niet meer dan logisch. En net als ieder jaar daarvoor, was de laatste editie, wat belangstelling van publiek, pers én toeschouwers betreft, één groot succesverhaal. Meer dan duizend toeschouwers namen plaats op de tribunes.
Uwe Smit, voormalig gangmaker wil graag dat succes delen. Maar daarvoor moeten de anderen wielerbanen wél voor open staan. Zo begrijpt Smit nog steeds niet waarom de leiding van OmniSport, de Apeldoornse wielerbaan, het aan hen toegewezen stayerskampioenschap 2017, had terug gegeven. De kennis én  gangmaakmotoren kon men van Alkmaar lenen., Maar dan moet zo’n baan zich wel voldoen aan de eisen van de Alkmaarse baancommissie. Volgens Smit gebeurde dat niet. Een  gemiste kans voor de sport én de Apeldoornse wielerbaan.
Voor de stayerssport fungeert het Alkmaarse Sportpaleis als een warm bad. Het stayeren trekt nog steeds doceert Smit. Er is een gestage aanwas van nieuwe rolrijders, en ieder winter zijn er koersen. Zelfs vanuit Duitsland is belangstelling. Bij de grote koersen zijn altijd één of twee goede Duitse gangmakers bij betrokken. Smit beweert dat die laatste daar geen geld voor rekenen, wat er trouwens niet is.
Om de stayerskoersen financieel rond te krijgen is een onmogelijke klus. Er is geen geld. En sponsoring vanuit de middenstand is nul, komma, nul. Dat de sport ondanks dát floreert mag op de conduitestaat van Smit en zijn anderen baancollega’s worden bijgeschreven.

Uitslag Nationaal Stayerskampioenschap: 1. Reinier Honig, 2; Jeroen Kaldenbach, 3: Luuk Jansen.

Met gelijmd oor op titeljacht

Zaterdagavond aanstaande, het nationale stayerskampioenschap. Plaats van handeling, het Sportpaleis van Alkmaar. Waar tien stayers hun opwachting maken. Voor titelhouder Reinier Honig is de race alles behalve een formaliteit.

De sinterende finale van vorig jaar kunnen we vergeten. Dat was een koers die alleen voorkomt in spannende jongensboeken. De toenmalige hoofdrolspelers? Patrick Kos en Reinier Honig, die met hun aanvallende manier van koersen het vrijwel uitverkochte  Alkmaarse Sportpaleis lang na deden sidderen.  Of bij het komende kampioenschap ook gesidderd gaat worden…? Patrick Kos, één van de hoofdrolspelers van vorig jaar, is inmiddels gestopt. Aan  Reinier Honig de honneurs.  Honig, profrenner, meervoudig nationaal kampioen. Werd afgelopen najaar in Berlijn tweede tijdens het Europees kampioenschap. De Noord-Hollander, de hele winter actief op de piste werd ook nog eens, afgelopen december tweede bij het nationale dernykampioenschap. Kortom een man in vorm.
Renners in vorm balanceren per definitie op een slap koord. Ook Honig. Vier dagen voor de komende titelrace werd hij, door een niet oplettende automobilist, geschept. Honig, gebutst en geschaafd want een ‘gelijmd’ oor én een blauw oog, voelt zich ondanks dát, goed. De man is pas terug van een tweeweekse trainingskamp in Zuid-Frankrijk. Honig trainde daar samen met boezemvriend Wout Poels en diens Skyteam. Kortom, Honig is de Hartenaas.
Ondanks dát laatste dreigt voor Honig een sponsorloos jaar.  Honig, in 2017 rijdend voor een Oostenrijkse ploeg, kreeg geen contractverlenging. Alle Europese ploegen heeft hij ondertussen afgebeld en aangeschreven: die allemaal vol zijn.
Stoppen met koersen doet hij niet. Daarvoor is hij té jong, maar vindt het koersen ook té leuk. Drie jaar geleden verkeerde hij in dezelfde situatie. Door in België veel kermiskoersen te rijden kreeg hij uiteindelijk een plekje bij de Roompotploeg. De huidige sponsorproblemen heeft hij even op zij geschoven. Eerst het nationale stayerskampioenschap, en daarna de Zesdaagse van Berlijn. Als je deze wint pakt hoopt hij op de nodige publiciteit. En dus ergens een contract.

Kampioenschap stayeren. Plaats van handeling: Sportpaleis van Alkmaar. Zaterdagavond 20 januari. Aanvang eerste serie 18.00 uur. Finale om 20.00 uur.Toegangsprijs: 5 euro.