Tourvedetten sponsoren stayerskampioen

Van dat pokkenweer, waarin je geen hond buiten laat. Regen, gemengd met een kille, harde wind. Je moet wel bezeten van de sport zijn, als je daarin uren gaat trainen. Reinier Honig, inmiddels 36 jaar zit daar niet mee. Drijfnat thuis gekomen, klinkt de hij positief zoals altijd.  Waarom iemand van die leeftijd  daar nog trek in heeft?  Simpel, hij vindt het leuk. De man heeft nog steeds courage, en geniet iedere dag weer van zijn sport.   En wie zijn wij dan wel om daar iets over te zeggen..?
Honig vorige maand nog actief in het Midden-Amerikaanse  Costa Rica waar hij op de deelnemerslijst stond van de ronde van Costa Rica.  Een etappekoers over tien dagen met beklimmingen tot drieduizend meter. Volgens Honig, professional met dertien dienstjaren, was het de leukste koers waar hij ooit van start ging. Met winst in de tweede etappe en vierde in het eindklassement was de Noord-Hollander geen meerijder. Reinier Honig bekijkt het ieder jaar, en zolang zijn lijf goed blijft, plakt hij weer een seizoen aan vast. Goed gaat het nog steeds. Vooral met stayeren, zijn belangrijkste stiel.

Koersen achter de motor is en blijft zijn hoofddoel. Honig behoort tot de stayerstop. Afgelopen zomer werd hij Europees stayerskampioen. De verse kampioen is  geen veelvraat, en is met weinig te tevreden. Met minimale sponsorondersteuning wist hij het ieder seizoen uit te zingen. Met zijn   Europese titel diende ook spontaan, een schaar sponsors zich aan.
Vooral uit z’n vriendenkring, zoals  Laurens ten Dam, Niki Terpstra en Woutje Poels, die hem financieel ondersteunen. Zoals het bij een kampioenschap hoort zijn daar ook de contracten. Met het Europese kampioenshirt aan, reed de Noord-Hollander meer dan twintig stayerskoersen vooral in Duitsland.
Samen met gangmaker René Kos richting Duitse wielerbanen. Waar Honig, zestig kilometer voor de plaats van bestemming, uit de auto stapt, om vervolgens op  z’n wegfiets richting stadion, zich warm te rijden.

Dan is het komende dinsdag 21 januari, het nationale stayerskampioenschap. Gehouden in het Alkmaars Sportpaleis, en inmiddels een vaste traditie. Een kampioenschap waar Reinier Honig dé favoriet is. Of het voor de Europese kampioen een kwestie is van even een nieuwe kampioenstrui ophalen? Dat valt nog te bezien. Voor het publiek te hopen dat het komende kampioenschap het zelfde scenario krijgt als in 2017, De laatste was van begin tot eind bloedspannend. Zie filmpje..

Nationaal stayerskampioenschap. Dinsdag 21 januari, aanvang voorprogramma 19.30 uur. Toegang 3 euro.  Locatie Sportpaleis van Alkmaar.

‘Niet hierom, maar daarom’

Vierentwintig lange uren, jakkeren achter een dernymotor. Dat is  een garantie voor een plekje  reserveren op de hartbewaking. Een aanslag op de gezondheid. Helemáál voor een man van vierenzestig jaar. Waar ga je aan beginnen? Maar wat kan  Maas van Beek dat  allemaal schelen. Ondanks alle waarschuwingen doet die toch waar hij zin in heeft. Of dat wél zo verstandig is…?

Waar zijn leeftijdgenoten op de poorten van het Rijk van Koning Geriatrus staan te kloppen of ze binnen mogen, daar slooft Van Beek zich dagelijks uit op de wielerbanen van Sloten en Apeldoorn. Waar met een aan dwangmatigheid grenzende ijver, de latten uit de baan wordt gereden. Van Beek heeft dan ook een doldriest plan. In maart wil hij in  één etmaal duizend kilometer af  leggen. Gegangmaakt door een  derny, wel te verstaan.
Voor het persoonlijke, geldelijke gewin doet hij dat niet. De man, een succesvol uitvinder is met de opbrengst van zijn patenten redelijk ‘gevuld’.  Van Beek wil met zijn krankzinnige aanval  geld inzamelen voor het KWF-Kankerfonds.  Met  een feilloos gevoel voor publiciteit, maakte hij dat afgelopen weekend, tijdens een persconferentie  bekend.
Het is niet ‘hierom, maar daarom’, want Van Beek, – zelf een genezen kankerpatiënt, én werelduurrecordhouder achter die zelfde rotderny, –  kan men, met één cent per kilometer sponsoren. Eén cent dus, het moet niet te gek worden,  per slot van rekening zijn en blijven wij wél een volk van dominees en kruideniers…  
Voor zijn komende aanval wordt de oude Van Beek geassisteerd door een rits gangmakers. Met als bijkomstigheid dat  op het middenterrein de boel opgeleukt wordt door DJ Jean, en meer grappige zaken. Want zeg nou zelf, om urenlang een mannetje fietsend achter een derny, voorbij te zien komen, is net zo spannend als het kijken naar copulerende schildpadden.
Overigens, Maas’ aanval op dat etmaalrecord is niet uniek. Wel nee! In 1906 werd dat al eens geflikt. Om precies te zijn in het Parijse Velodrome d’ Hiver. Waar op twaalf maart van dat jaar, het startschot viel voor een stayerskoers over een vierentwintig uur. Deelnemers, Henry Contenet, Emile Bouhours en Thuur Vanderstuyft. Winnaar werd de toen als stokoud beschouwde,  zesendertigjarige Bouhours.
En je raad nooit hoeveel kilometers die ouwe Bouhours bij elkaar sprokkelde:  dertienhonderdentwaalf kilometer en zeshonderdzestig meter (1312 kilometer en 666 meter!!). Een afstand waar die  Barnevelder alleen maar van kan dromen! Alhoewel…met die rare Van Beek kun je alles verwachten.

Info/donatieswww.1000kmin24uur.nl

Fotobijschrift: De gangmakers van Bouhours, Contenet, en Vanderstuyft op het middenterrein van het Velodrome d’ Hiver.

Mit Stern

Altijd voor de zekerheid gaan.  Mocht één van hen  niet meer na kunnen vertellen, dan is er altijd nog dé laatste foto, waar veel geld voor gevraagd kon worden. Fotografen van uitgeverij Martin, gevestigd in Leipzig, kende de mores van het vak.  Voor de aanvang van een belangrijke stayerskoers dienden de renners éérst te poseren. Of dat in het rennerscontract stond is hoogstwaarschijnlijk.
Vastgehouden door helpers, ernstig kijkend, met afgetrainde lijven, en  strak geconcentreerd, op de als ansichtkaart uitgegeven, foto. Dáárachter, de onvermijdelijke,  zich belangrijk voelende kerels, getooid met witte, soldateske  petten: je bent een Pruis of niet.
De ‘Golden Ketten, mit stern’,  een stayerskoers over honderd kilometer. Gehouden zondag 26 mei 1906, op de Steglitz wielerbaan in Berlijn. Eerste prijs, tweeduizend goudmark, aflopend tot duizend voor de laatste . Een kapitaal. Goed, waardevast geld, waar je een huis voor kon kopen. In een tijd dat een ambachtsman amper de honderd goudmark per maand verdiende, waar zo’n stumper zich    zes dagen per week voor kon afbeulen.
Peter Günther, Piet Dickentman, Bruno Demke en Nat Butler, aan dat lot ontsnapt, verdiende het honderdvoudige daar van. Daar stond wel iéts tegenover: het altijd, latent aanwezige dodelijke gevaar. Een stress, die buiten de koers ook geestelijk z’n werd deed. Waar ze nachtenlang wakker van lagen. Om zich op de been te houden met de gedachten, ‘Nog een paar koersen! Nog even  flink wat verdienen, en dan stoppen’. Een enkeling haalden dat. Sommigen niet.  Sommigen? Tientallen van die jongens lieten het leven achter de zware motor.
Peter Günther afkomstig uit Keulen was hét slechte voorbeeld. Die ging namelijk, té lang door als profstayer. Peter, bijna twintig jaar stayer, verongelukte in 1918 dodelijk. Berlijner Bruno Demke, had een kans om zijn kleinkinderen geboren te zien worden. Maar dan had hij géén oorlogspiloot moet worden. Deed hij wel. In 1916 stortte Demke in zijn Fokker-dubbeldekker neer.
De Amerikaan Nat Butler, man met tientallen veldslagen op de Duitse horrorwielerbanen was verstandiger. Nat stopte in 1910, en vertrok als vermogend man terug naar de States waar hij op drieënzeventigjarige leeftijd vredig stierf.
Op wie de Dood géén greep kon krijgen, was Piet Dickentman. De Amsterdammer maakte rond 1900 zijn stayersdebuut op de Duitse banen, en  was daar bijna dertig jaar op hoog niveau actief.  Met als sinister detail, dat hij tientallen collega’s naar hun laatste rustplaats had vergezeld.
Op bijna vijftig jarige leeftijd hing Dickentman zijn stayersfiets  aan de haak, en opende in de Amsterdamse Scheldestraat een rijwielzaak.
Dan was er ook nog de uitslag van de Golden Kette mit stern. Die werd uiteindelijk gewonnen door Dickentman, die de honderd kilometer afraasde in een tijd van 1 uur en 12 minuten.

Bobby

‘Wie bang leeft, gaat ook bang dood’. Leg dat spreekwoord maar eens uit aan iemand die vier keer  bungelde aan de randen van een vers gedolven graf. Bobby Walthour kreeg  zijn bedenkingen aan  de levensgevaarlijke Duitse wielerbanen. Van z’n laatste vijf Duitse stayerskoersen was Bobby, – negentig kilometer in het uur, – vier keer gevallen.
Vooral zijn crashes tijdens de Grote Prijs Dresden, en niet veel later op de Berlijnse wielerbaan  ‘Spandau’, hakte er lichamelijk en geestelijk nogal in.  Dat de man het na kon vertellen, valt niet te verklaren.  Walthour, afkomstig uit Atlanta, Verenigde Staten, had Duitsland, eind seizoen 1909,  met z’n ruige wielerbanen, de rug toe gekeerd. Die Bobby toch, tweevoudig wereldkampioen, maakte in 1904 zijn debuut op de bloedlinke Duitse pistes. Waar hij in vijf slopende seizoenen  veertigduizend goudmark op zijn rekening kon schrijven.  
Vier keer een bijna doodsmakkerd maken doet een mens nadenken. Met  gangmaker Franz Hofmann werd daarom uitgeweken  naar Frankrijk: waar het op de lokale wielerbanen, ook niet écht pluis was. Bij  een verslaggever van een Frans sportblad deed Bobby  zijn biecht. Om er mee te beëindigen dat ‘ze’ hem, in Duitsland, nooit meer terug zien.
Walthour, een getormenteerde kerel, met een  kerf op z’n ziel, opgelopen  bij z’n eerste stayerskoers op het Europese continent. Plaats van handeling het Parc des Princes in  het Parijs van 1903, waar tijdens de koers zijn  gabber George Leander 22 jaar,  afkomstig uit Chicago, dodelijk verongelukte.
Bobby, met de moed van een jongen van vijfentwintig jaar, zag geen reden om te stoppen. Sterker, hij  vertrok niet veel later, voor een serie contracten naar de  wildwest wielerbanen van de Oosterburen. Waar de teller van de Dood onrustbarend door tikte. Frankrijk, niet echt het beloofde land voor een profstayer. In La France viel niet zo veel te verdienen.
Geld en goud doet angst verdampen. In 1910 stond Bobby weer op de Duitse affiches. Voor de Amerikaan brak daarmee het grote oogstseizoen  aan. Tot eind 1913 won Bobby achtenveertig stayerskoersen, wat goed was voor 145.000 goudmark.
Bobby Walthour, uiteindelijk de dodelijke Duitse wielerbanen overleeft, stierf op eenenzeventig jarige leeftijd tussen de witte lakens.
Gangmaker Franz Hofmann, had dat geluk niet. Tijdens een stayerskoers in Marseille verongelukte Franz dodelijk.

Bron: Album der Radwelt jaargangen 1903 tot en met 1913. La Vie Grand Air, jaargang 1909.

Hangplek van de Dood

De Treptowwielerbaan. De kleinste wielerpiste van Berlijn. Maar wél de gevaarlijkste. Ter plekke aanwezige schrijvers van horrorverhalen, knikte begrijpend.   Munitie voor gruwelverhalen lag voor het oprapen. Eén blik was al genoeg om te huiveren. Want het perfecte decor van verschraalde, afbladderende,  reclameborden.  Een versleten, betonnen wielerbaan, met  een zwart spoor van gemorste olie en  resten van afschilferende banden. Desolate tribunes, waar tussen de houten banken vandaan,  kale bomen uit groeiden.  Neerdwarrelende  bladeren  op de baan, gaf een onheilspellende meerwaarde.  Alsof de stayerskoersen op Treptow al niet gevaarlijk  genoeg waren. 
De Treptowbaan, dé perfecte plek  voor gruwel. Een hangplek van de Dood. Zeven jonge stayers beleefden daar dan ook hun laatste race. Tevens  de laatste dag op dit ondermaanse. En niet  alleen  de wielerbaan deed huiveren.
Op het middenterrein was het ook niet pluis. Tim Johnson, een wielercoach, had zich ongetwijfeld vervloekt dat uitgesproken hij, op deze fatale plek daar, op 24 april 1908, zijn renner stond te coachen. Een van de  baan gekomen, op hol geslagen zware gangmaakmotor raasde over het middenterrein. Johnson was de enige die dat niet in de gaten had. Tim werd achtenveertig jaar. 
Twee jaar eerder gaf gangmaker Paul Dunkel de aftrap voor de bloedbruiloft op Treptow. Paul, gangmaker van stayer Bruno Demke. Tijdens de Grote Prijs van Berlijn, met nog één ronde te gaan in winnende positie, krijgt zijn motor een klapband. Twee dagen later in het krankenhaus, gaf Paul, 28 jaar, de geest.
Een tikkeltje dramatischer was het definitieve afscheid van stayer Gustav Schadebrodt, op 22 oktober 1908. Gustav, een broodmagere slungel van bijna twee meter, gegangmaakt door z’n broer Otto. Tijdens    een stayerskoers op Treptow, komt Gustav ten val. Enkele minuten later meldde lange Gustav zich bij zijn  lieber Gott. Gustav werd vijfentwintig jaar.
En dan was er ook nog Max Bauer.  Max, gangmaker van zijn zeven jaar jongere broer Fritz. Tijdens de Grote Memento-Prijs, gehouden in augustus 1916, keek Max even achterom of z’n broertje nog goed aan de rol zat. En raakte daarbij de zijkant van de passerende gangmaakmotor van stayer Fritz Stellbrink. Max werd zevenentwintig jaar.
Mooi, mooist, allermooist, was het definitieve afscheid van stayer Erich Baumler. Erich, een jongen, nota bene uit de wijk Trepwtow, had gewaarschuwd moeten zijn. Hij werd evengoed stayer. Zes weken na de hemelgang van Max Bauer  maakte hij zijn debuut achter de zware gangmaakmotor. Op de lugubere tribunes, ongetwijfeld zijn complete familie aanwezig. Die waren getuigen dat hun Erich,  voluit razend, de zijkant van de Brennabormotor raakte. Erich, gevallen, gebarsten schedel, mocht maar  twintig jaar worden.
De Treptowbaan had meer slachtoffers. Als  onbekende soldaten op het slagveld ‘Treptow’, sneuvelden ook   de stayers Max Hansen, en Willy Hamann, die respectievelijk in 1913 én 1914, op Berlijns eigenste horrorwielerbaan, verongelukte.
De  Treptowbaan is er niet meer. Met zijn zeven dodelijke slachtoffers aan gene zijde. Hoewel… Tijdens donkere, stormachtige nachten, dolen  hun geesten nog steeds op de plaats delict. Of slaat de verbeelding van deze schrijver nu op hol…?

Bron: Album der Radwelt, jaargangen 1906 tot en met 1917.

Berenkuil

De overeenkomsten zijn er zeker.  Twee mooie charismatische  jongens. Vedettes van de wielersport. En daar hield meteen de vergelijking op. Waar Tom Dumolin, met een knieblessure zich voor maanden ziek meldde, daar ging Thaddy Robl, zwaar gewond,  ijzerenheinig  door. Thaddy,   afkomstig uit München, waar een pot schuimende Franciscanerbier nooit ver weg is, en waar de borsten van de kelnerinnen, als extra verrassing,  zomaar uit hun laag uitgesneden dirndljurk kunnen ontsnappen. Robl, tweevoudig wereldkampioen stayeren achter zware motoren,  – een sport die zich voornamelijk, afspeelde op de Boulevard der Waanzin, –  aan de start van het Gouden Wiel van Maagdenburg: tegenstanders, Emile Bouhours en Alfred Gornemann.
Het Gouden Wiel, een simpele stayerskoers over vijfenzeventig kilometer,  gehouden op eenendertig mei 1903, voor een uitverkochte wielerstadion, waar tijdens de race de magen van de Maagdenburgers ongetwijfeld even bij omdraaiden.  
Robl,  ijlend achter de loodzware motortandem,  met tachtig kilometer per uur, raakte met z’n voorwiel héél even de zijkant van de motor aan. Om een seconde later over het cement van de baan te stuiteren. De man kende zijn verantwoording. Meldde zich niet ziek. Besefte  dat hij als wereldkampioen, dé publiekstrekker was:  met in zijn achterhoofd het vorstelijke startgeld van zo’n duizend goudmark. Alleen dáárom stond Thaddy, elf dagen later, bepleisterd en gezwachteld, aan het vertrek van de Grote Prijs van Mainz, een koers over zestig kilometer. Voor de aanwezige fotograaf van dienst, een man met een latent gevoel voor sensatie, hét moment om z’n onsterfelijke foto te maken. Robl,  uiterlijk, alsof hij zojuist uit een berenkuil, vol grizzly’s, was ontsnapt,  omringt door snorrenmannen,   gestart door z’n manager. Een man die duidelijk het zijne er van denkt.
Met zo’n deplorabel lijf topsport bedrijven is malligheid. Daarom is het juist zó leuk dat hij evengoed de Grote Prijs Mainz won. Tweede werd – daar is ‘ie weer –  Alfred Gornemann, een kruidenierszoon afkomstig uit Berlijn. Ach gossie, die Alfred,  een schlemiel van zesentwintig jaar, die  vier maanden later,  tijdens de Grote Prijs van Dresden, dodelijk verongelukte. 

Bron: Radwelt jaargang 1903.

Paardenopasser

Zondagavond twintig augustus 1922, een prachtige windstille zomeravond.  Zo’n lome avond waar tienduizenden Amsterdammers ontspannen op de tribunes zaten van het  Amsterdam Stadion. De laatste, geopend in 1914, en gelegen  tegenover het huidige Olympisch Stadion. Op de houten, demontabele wielerbaan, met dwarsgelegen latten, een stayerskoers over honderd kilometer.  Aan het vertrek  de oude Piet Dickentman, gegangmaakt door Stan Ceurremans, Cor Blekemolen achter gangmaker Thomas Ullrich, Jan Snoek met  gangmaker Roos, en Koos Storm gegangmaakt door Walter Hesslich.De omstandige waren perfect voor een snelle en spannende race. Die uiteindelijke veranderde in pure horror. De prelude hiervoor gaf de Haagse stayer  Jan Snoek, die in een inhaalduel met Cor Blekemolen was verwikkeld. Blekemolen sloeg de aanval af, waarbij beiden stayers de rol los moesten laten gaan. Voor gangmaker Thomas Ullrich het sein om even om te kijken.
Omkijken op een wielerbaan met een snelheid van tachtig kilometer, altijd link. Ullrich raakte dan ook de schuine onderkant van de baan. Motor en gangmaker stormden, stuurloos,  vol geweld, het middenterrein op.  Waar verzorgers Chris Orlemans en ene De Lange zich bevonden.  Orlemans en De Lange werden vol geraakt. Orlemans werd zo’n vijftien meter werd weg geslingerd,  en brak zijn nek. Verzorger De Lange, bewusteloos,  werd in het Wilhelmina Gasthuis wakker met een verbrijzeld been. Gangmaker Ullrich kwam met een lichte hoofdwond er van af, met dank aan z’n valhelm.
Of baandirecteur  Van den Berg, een ziende blik had is niet zeker,  wél dat de man, vlak  vóór de fatale stayerskoers, het toen drukke middenterrein liet ontruimen, waarmee een regelrechte ramp werd voorkomen.
De begrafenis van Chris Orlemans, op donderdag drieëntwintig augustus, was groots, en een tikkeltje hysterisch. Vanaf zijn ouderlijk huis, gelegen aan het Iepenplein, tot aan de Nieuwe Oosterbegraafplaats, stonden duizenden mensen op de stoepen. Een grote politiemacht was  nodig om deze mensenmenigte in bedwang te houden. De kist werd gedragen door Dickentman, Snoek, Blekemolen en Storm.
Een begrafenis is pas een begrafenis als er aan het graf gesproken wordt. Ook bij  Chris Orlemans, waar onder meer generaal-majoor Tonnet het woord voerde. Chris Orlemans was vijf jaar lang zijn ‘paardenoppasser’ geweest.
Over doden niets dan goed, moet Tonnet gedacht hebben. De generaal-majoor vertelde hoe Chris Orlemans ooit een span op hol geslagen paarden, tot staan kreeg. Ook had de generaal zijn paardenoppasser leren kennen als een man met een hart van goud, al lag deze wel wat té snel op diens tong.
De dood van Sam Orlemans bracht de teller op zevenenveertig dodelijke slachtoffers van de stayerssport. Een record die Sam niet lang vast hield. Twee andere ‘hoofdrolspelers’ in het Amsterdamse drama, gangmakers  Stan Ceurremans en Walter Hesslich trokken ook ter hemel tijdens een stayerskoers.  Met als dramatisch detail dat twee jaar na het verongelukken van Stan Ceurremans, ook diens zoon Frans, beginnend stayer verongelukte op de Rijswijkse wielerbaan.

Bron: Nieuws van den Dag jaargang 1902, Radwelt jaargangen 1900 tot en met 1922. Rijwiel- en Motor-Orgaan  jaargang 1922. Foto 1: Cor Blekemolen met Thomas Ullrich. Foto 2: Orlemans.

Het lot

Magere Hein, mét zeis als gangmaker. Met achter zijn motor een jochie op een stayersfietsje,  begeleidt door de Doodsengel. Horror op een ansichtkaart.  Altijd leuk  om zo’n kaartje in je brievenbus te vinden.  Op 15 september 1905 verongelukte, tijdens het Europees kampioenschap Willy Schmitter dodelijk. Amper was de kist met zijn lijk in het graf gedaald, of de drukpersen van uitgeverij Martin, in Leipzig, draaide op volle toeren.
Met Willy’s hemelgang viel geld te verdienen.  Op de ansichtkaart, duidelijk ontworpen door iemand met een feilloos gevoel voor het macabere, ook de tekst Mit des Geschickes Machten. Zo iets als, dat je nooit het lot moet tarten. Schmitter  deed dat wel. En werd het twintigste slachtoffer – sinds 1900 de gangmaakmotor zijn opwachting maakte op de wielerbanen – van de stayerssport. Willy Schmitter een gewezen leerling apotheker, afkomstig uit Keulen. Won in drie seizoenen dertig grote stayerskoersen wat goed was voor bijna zesendertigduizend goudmark.
De apothekersleerling, dé favoriet tijdens het  Europees kampioenschap, gehouden in Leipzig. Tegenstanders, Robl, en de Franse stayers Guignard, Darragon en Contenet.  Willy kwam ten val en werd overreden door de achterop komende motor van Contenet. In het  jaarboek van Radwelt 1905, wordt pijnlijk nauwkeurig beschreven dat  hij, de zelfde nacht om twee uur stierf, aan de gevolgen van een gebroken bekkenfractuur, in combinatie met een schedelfractuur.
Willy’s begrafenis, was groots,  en dramatisch. Met toespraken dat hij nóóit vergeten gaat worden.  In de jaren zestig werd zijn graf geruimd… Helemaal vergeten is hij niet, want de grootste wielerclub van Keulen is naar de jonge Schmitter vernoemd.
Willy Schmitter, werd eenentwintig jaar.

Bron: Radwelt jaargangen 1903, 1904 en 1905.

Netvlies

De Europese wielerbanen anno 1901, waar een lullig, ééncilinder gangmaakmotortje  zijn opwachting maakte. Een motor die amper de zestig kilometer aan tikte. Of dat evengoed een veilige snelheid  was? Nee! Dat  de gangmaker, vér achter zijn achterwiel zat,  was al bloedlink.  Spontane zenuwtrekjes had de renner moeten krijgen bij het feit dat vóór op het stuur, een blok ijzer was geplaatst om de motor in evenwicht te houden.
Ondanks de gevarenzone zag  César Simar wel mogelijkheden.  Om meer in de zuiging van de motor te zitten liet de man, afkomstig uit Lille,  een fietsje bouwen waarbij zijn héle lijf boven het voorwieltje zat. Het was stayeren in de twilightzone, waar ‘gene zijde’ nooit ver weg was, want  geremd werd  door met het hoofd tegen de rug van de gangmaker aan te rijden. Hoe dat ging tijdens een koers met meerdere renners, én op een kleine wielerbaan,  moeten we maar niet aan denken.
César Simar, met een verdienstelijke uitslagenlijst, bij elkaar gereden op obscure wielerbanen in Buenos-Aires, New York, én de Parijse banen, werd goed genoeg gevonden voor een serie contracten op de Duitse wielerbanen, de Premier League van het toenmalige stayeren. Vanaf 1905 tot 1910 werkte Simar in Duitsland een serie contracten af. Simar, winnaar van onder meer de Grote Prijs van Dresden en de  Grote Prijs vom Rhein,  gehouden in Keulen. In  vijf seizoenen werd  dertien grote koersen gewonnen, waarbij hij ruim negenendertigduizend goudmark op zijn bankrekening mocht bij schrijven. Maar de grote doorbraak bleef voor César uit. De man leed aan een slepende astma waar hij uiteindelijk op vijfenvijftig jarige leeftijd aan overleed.
César Simar, op de foto achter  gangmaker Bertin, een man met een duistere, gekwelde blik, die ondanks dát,  voor het grote avontuur ging. Na een jaar met Simar,  verruilde Bertin zijn één cilindermotortje  om voor een zogenaamde motortandem, een monster op twee wielen. Bertin stelde zijn kunsten in dienst van stayer Paul Dangla. De laatste beelden  op Paul’s netvlies op dit ondermaanse,  was de rug van Bertin. Een paar seconden later  verongelukte hij dodelijk, wat gebeurde tijdens de Golden Rad van Magdeburg in 1903. 
Een jaar later raasde de Franse stayer Charles Brécy achter Bertin, toen de voorvork diens motor brak. Charles Brécy werd 31 jaar. Met Jean Bertin liep het trouwens  ook niet prettig af. In 1912 knutselde de Parijzenaar een vliegtuigje in elkaar. Of Bertin, op het moment van neerstorten dacht aan Dangla en Brécy is niet zéker. Wél dat Bertin 35 jaar werd.

Foto: Bertin verruilde zijn één cilindermotor om voor de loodzware motortandem. Links stuurman Sigonand, daarnaast stayer Paul Guignard, die niet veel later de honderd kilometer afraasde in een uur: een  werelduurrecord. Helemaal rechts Bertin. Tussen hen in Bertin senior.

Bron: Radwelt jaargangen 1905 tot 1910, La Vie au Grande Air jaargang 1903.

Vier plakkertjes

Pioniers waren het. Jongens, zonder énig benul van gevaar of veiligheid.  Voor dat ze dát besefte, waren al tientallen van hen dodelijk verongelukt. Dat stayers tijdens de Belle Epoque regelmatig langs een vers gedolven graf scheerden, laat  bijgevoegde foto van George Leander, onbedoeld  zien.
George Leander, stayer afkomstig uit Chicago, maakte  op 21 augustus 1904 in het Parc des Princes, Parijs,  zijn Europese debuut achter de zware motor. Voor het Franse sportblad La Vie au Grande Air, aanleiding voor een pagina groot achtergrondverhaal over George, compleet met de toenmalige gebruikelijke, statische foto’s. Waarvan  er één duidelijk  opvalt. Die van  George, in profiel op zijn stayersfietsje.
Eerst even vertellen dat  de stayers op de Europese, maar vooral de Duitse wielerbanen tóen al, de negentig kilometer per uur aantikte. George wist dat. Oók  dat vanaf 1900, tot George’s  Europese debuut, inmiddels  dertien renners en gangmakers dodelijk waren verongelukt: het aantal zwaar gewonden was een veelvoud.  Met als sinister detail, dat in dat zelfde jaar 1904, al  negen stayers en gangmakers ter hemel waren getrokken. Gelukkig voor hem besefte  de jonge Jank uit Chicago niet, dat hij de tiende ging worden…
Terug naar die foto. Dat George zonder helm koerste was toen normaal. Dat in die zelfde koers waar George van start ging, de Parijzenaar Eugene Bruni, als eerst renner óóit, met een zelf gemaakt valhelm reed, was ter kennisgeving. De belangrijkste oorzaak van de vele zware ongevallen waren de lekke banden. Een lekke band met die hoge snelheden, dan sloeg deze van de velg, én vervolgens tussen de spaken.  Exit renner.

De foto bestuderend, had George daar al een klein vermoeden van. Georgie had zijn  voorzorgmaatregel genomen. Aandoenlijk te zien dat hij z’n voorband, met vier plakkertjes aan de velg had geplakt. Dat hij zijn achterband oversloeg zijn van die raadsels waar je nooit meer achter komt.
Even ter vergelijking met anno nu: als veiligheidsmaatregel zijn stayersbanden met linnen stroken compleet vastgeplakt aan de velg. Enfin, al hád George Leander dat wél gedaan dan lag even goed zijn lot vast.
Op die 21e augustus, tijdens die bewuste stayerskoers, achter gangmaker Cissac, raakte George Leander, in winnende positie, los van de rol. George  spurtte dat gaatje dicht, en klapte vol op de motor. George Leander, 22 jaar overleed twee dagen later aan de gevolgen van zware hersenletsel.

error: Content is protected !!