De strandkoning heersend in de Afrikaanse woestijn

Zolang de stranden niet vol liggen als de Kalverstraat op een zaterdagmiddag kun je er beachbiken, mits je de kracht van Ramses Bekkenk hebt. Voor hem is het Hollandse zand niet eens ruig genoeg.

Géén idee wat hem te wachten stond. Ja, dat de koers door bloedhete woestijnen ging. Dat vijftig procent van de wegen onverhard waren. En de rest over paden met een uitgesleten dubbel spoor. Voor Ramses Bekkenk, 42 jaar was de Munga 2018, één blanke vlek. Maar hoe bereid je je,  als renner, afkomstig uit het Noord-Hollandse  op zo’n monsterklus voor? Over zijn conditie geen zorgen, de man heeft een gietijzer gestel. Om duizend kilometer lang, op de toppen van het duurvermogen te balanceren, onder een roodgloeiend, hete zon, daar komt meer bij kijken. Er werd daarom niet alleen op het duurvermogen getraind,  maar ook het darmstelsel. De Munga,  de allerzwaarste mountainbikerace ter wereld, valt namelijk  niet op wat sportvoeding te volbrengen: grote kans dat je dan regelmatig met de koersbroek op de enkels naast de kant van de weg zit.  
Bekkenk, wekenlang getraind  op vast voedsel,  en afgetraind tot  het merg van de botten  stond begin december, met honderddertig andere vermetele aan het vertrek in Bloemfontein. Argeloos werd  aan een groot avontuur te begonnen, waar, voor de zekerheid toch wat voorzorgsmaatregelen waren genomen. In zijn rugzak bevonden zich drie binnenbanden een paar luchtpatronen, een pompje en wat sportrepen.
Wennen, zo noemt hij de eerste vijfhonderd kilometer, wat natuurlijk een eufemisme is. Urenlang werd afgezien als een ouwe trekhond voor een melkkar. Dan gebeurt er iets wat sportartsen omschrijven als ‘íngereden zijn’. De bloedvaten staan wagenwijd open, de pijn veroorzaakt door het moordende tempo, wordt als minder erg ervaren. Voor Bekkink het sein om meer kolen op het vuur te gooien. De man vertrok in zijn eentje uit het peloton, op weg naar een bar, en eenzaam avontuur.
Een topatleet is geen machine, ook al is die voorzien van longen als blaasbalgen en een hart van een stier. Iedere tweehonderd kilometer was er daarom een rustpost. Rust betekent ook  oponthoud. Voor de Koning van het strand een duivels dilemma. Maar doorrijden is een reguliere zelfmoordpoging. Op de rustplaatsen nam Bekkink zo kort mogelijk wat rust, waarbij  tevens spaghetti en in de schil gekookte aardappelen werd gegeten. Wat snel naar binnen werd geschrokt.
De koers wacht op niemand, om een cliché af te stoffen. Dus opstappen en doorrazen door de Afrikaanse nacht, die twaalf uur duurde, koud, én pikdonker was. Bekkenk, van beroep mecanicien bij een wielerzaak,  én jongen van de polderwegen, had op zijn mountainbike een grote fietslamp gemonteerd. Wie Afrikaanse woestijnen zegt, denkt aan filmbeelden van National Geographic. Wat dat betreft kwam Bekkenk aan zijn trekken. Doodstil, uitgestrekt, stoffig en heet waren de omstandigheden, met naast de weg de onvermijdelijke springbokken en ander wild spul. Vooral de stof zorgde voor een extra zware dimensie. Met droge kelen, en veel hoesten tot gevolg. Sommigen renners hadden stofdoeken voor het gezicht. Bekkenk niet. Die kende ander malheur.  
Om met een afgetrainde kont op een hard koerszadeltje, honderden kilometers, hobbelend, schurend en stotend, over niet als wegen te herkennen paden te rammen,  doet wat met het zitvlak. Met zadelpijn en een kapot gereden kont werd door gereden. Dan, na vijftig uur koers, komt Wellington, mét de finish in zacht, waar  Ramses Bekkenk zijn wiel als eerste over de finishstreep drukte. De Koning van de Hollandse stranden had niet alleen de zwaarste mountainbikerace ter wereld gewonnen maar ook in een recordtijd van vijftig uur waarvan drieenhalf uur rust, en verbrak tevens het snelheidsrecord met vijf uur. Dat nummer twee op ruim twee uur zat was ter kennisgeving.
Dát nooit meer, waren zijn eerste gedachten, nadat hij van zijn fietsje was gestapt.  Een voornemen dat vrijwel meteen verdrongen werd door een gevoel van euforie én verrassing. Het laatste door de massale aandacht van pers, televisieploegen en ander publiciteit. De gehele koers was via internet live te volgen. Vanuit de gehele wereld kreeg de Noord-Hollandse mecanicien reacties. 
Of ze Ramses Bekkenk nog eens aan de start van de Munga zien? Onzeker! Afgelopen november vertrok hij fris en onwetend aan het avontuur. Nú weet hij wat voor verschrikkingen hem te wachten staat. Maar geloof nooit een duursporter op zijn woord. Komende maanden borrelen de mooie Afrikaanse herinneringen bij hem op. Geheid dat ze in Afrika nog lang niet van die Bekkenk af zijn.

André Stuyfersant. (Gepubliceerd in MUG-Magazine, Maart 2019). Foto 1: Rob Duin.

One Response to “De strandkoning heersend in de Afrikaanse woestijn”

  1. Bap van Breenen Says:

    Mooi verhaal over Ramses Bekkenk André. Duursporters hebben vaak nog iets meer
    dan de gemiddelde uitblinkers, geweldig!


Geef een reactie

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: