Van stayeren tot de Vlaamse kermiskoers

Tien jaar gestayerd. Goed voor zo’n  tweehonderdvijftig koersen. De wielerbanen van Duitsland, Frankrijk en Nederland waren zijn jachtterrein. Had de yen de andere kant op gevallen, dan was Tadashi Sangu klimmer. Met een lichaamslengte van 1,55 een patent op ‘klimgeit’. Tadashi, geboren in Tokio, wielrenner, én studerend in het Amerikaanse Colorado van 1984. De Rocky Mountains in de achtertuin. Sangu, gesponsord door een wielerkledingfabrikant, en net warmgedraaid in de Rocky’s, kreeg van zijn toenmalige sponsor een aantrekkelijk voorstel. Of hij het gesponsorde product niet wilde promoten in Europa?
Als wielrenner zag hij zich terug in de Lage Landen. En dát viel even tegen. Niks bergen, ijle lucht, maar vlakke, eindeloos lijkende, kale polderwegen.  Dertig jaar later hoort hij nog de storm loeien in zijn oren. Trainend in Noord-Holland, werd hij op sleeptouw genomen door Matthé Pronk, een toenmalige wereldkampioen stayeren. Pronk zag meteen een stayer in zijn trainingsmaat. Niet veel later beleefde Sangu zijn debuut achter de zware motor.
Vier seizoenen werd achter de rug van gangmakers als een Cees Ruiter, Arie Simon en Cees Stam gekaggeld.  Dat had hij nog wel een aantal seizoenen volgehouden als er geen wereldkampioenschap in zijn eigen Japan werd gehouden. Op verzoek van de Keirinbond werd Tadashi prof. Dezelfde bond regelde ook een onervaren Japanse gangmaker. Om aan elkaar te wennen werd een maand lang getraind. Dan gebeurt er een schimmig, duister spel. De machtige Keirinbond torpedeerde  een week voor het wereldkampioen de samenwerking. Sangu’s gangmaker werd verordend keirinkoersen te rijden. Een nieuwe ‘trekker’ werd geregeld die er geen reet van kon. Slecht twee keer samen getraind, sneuvelde Sangu voor eigen volk in de series. Tikkeltje gedesillusioneerd kwam hij terug in Nederland. Waar meteen de zon in zijn spaken begon te schijnen.
Als exoot, tussen al die struise, blonde renners, werd de stayerende Japanner een graag geziene gast op de wielerbanen. De Man van Tokio had over de kwaliteit van gangmakers geen klagen. De ruggen van Walrave, maar vooral Noppie Koch kan hij nu nóg uittekenen. Of hij bang was? Natuurlijk niet. Jongens uit Nippon kennen geen angst. Ook niet in de Dortmunder Westfalenhalle tijdens de Weihnachtspreis, waar Sangu’s gangmaakmotor  hoog in de bocht de balustrade raakte.
Op tien centimeter afstand scheerde  de vallende motor langs hem. Even aardig voor de medische statistieken: de gangmaker werd met twee gebroken benen afgevoerd.

Het leven van een fietsende jongen uit Japan kan vreemd verlopen. Ook voor Tadashi Sangu. Die tekende in 1992 een contract bij de Elro Snackploeg, een kleine profformatie. Dat laatste kan wel wezen, maar daardoor zijn er niet veel Japanse renners die zich kunnen beroepen aan de start gestaan te hebben gestaan  bij de Vlaamse kermiskoersen: trouwens ook de ‘kleine’  klassiekers als een E-Prijs, Rondom Keulen, en Het Volk. Tadashi Sangu, inmiddels 57 jaar, woont meer dan twintig jaar aan de Belgische grens waar hij  een sportmanagementbureau runt. Tadashi begeleidt onder meer jonge koersende landgenoten in Nederland en België.

 

Foto 1: Sangu achter Walrave. Foto 2: Als veteraan nog actief achter de derny.
Foto 3: Sangu was niet de eerste Japanse stayer op de Europese banen.  Deze primeur was voor ene Kawamuro Kisso in 1928.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: