Aymo als een opera van Verdi

Copy of ayoisoardPloeteren, klauteren en strompelen. Longen die ijle lucht pompen. Een angstaanjagend hoog hartritme. Diep in de kassen verzonken ogen. Stampend op een  loodzware pokkefiets, die iedere meter een kilo zwaarder wordt, danst Bartholomeo Aymo richting hemel. Achter hem tuffen en grommen automobielen voorzien met de onverbiddelijke koerscommissarissen. Aymo,  opgejaagd door renners als een Botteccia, Frantz, Lucien Buysse en de onvoorspelbare Omer Huysse. Kerels, die bij het woord ‘col’ lekkere gevoelens in de onderbuik krijgen. Goddank zit dat kwartet twee bochten lager. Voor Bartolomeo Aymo maakte het eigenlijk allemaal geen reet uit. Het werd evengoed zijn moment. De dag waar hij als klimmer jaren naar uit gekeken had.Copy of bartoaymo
De etappe Nice-Briançon, 9 juli 1925, over de Cols d’Allos, de Wars en de gevreesde Izoard. Tweehonderdvijfenzeventig godsgruwelijk zware kilometers met bijna zeven kilometer klimwerk. Bartholomeo Aymo, mooie jongen, pokerface, had lang moeten wachten om in de Tour de France zijn klimtalent te laten zien. De Grote Oorlog was daar debet aan.
Bartho, in 1919 prof geworden op de rijpe leeftijd van negenentwintig jaar. Won twee jaar later de ronde van de Apennijnen maar vestigde naam tijdens de Giro d’Italia editie 1922. Waar de inwoner van Turijn genadeloos toesloeg in twee bergetappes om zich vervolgens  terug te vinden op de tweede plaats in het eindklassement. Leuk en aardig voor een artikeltje in de Corriere della Sport. Om door een gemiddelde tifosi weer even snel vergeten te worden. Als  renner kun je dan ook maar op één manier beklijven: winst in een Touretappe. Nu, maar ook vroeger.
bartholorompDat had Aymo goed onthouden. Tegen de  wanden van de col de Allos begon hij zijn plekje in de tourgeschiedenis te reserveren. De Col d’llos, waar drieëntwintig renners bij elkaar klitten. Met alle favorieten.  In de kou en regen was de Vlaming Verdyck hem gesmeerd. Onderkoeld, met verkrampte handen aan sturen, weten Lucien Buysse, Botteccia, Frantz, Omer Huysse en Ayaan te haken. Wil je eeuwige roem halen dan dient er ook een gokje gewaagd te worden. Bartholomeo Aymo, een naam uit een opera van Verdi,  deed dat met inzet van lijf en leden. De afzink van de Col de Vars wordt door Aymo met doodsverachting genomen. 
Bartholomeo Aymo, die mooie jongen uit Turijn, komt uiteindelijk na dertien lange en slopende uren solo  aan in Briançon. Dat hij op Botteccia en zijn medevluchters meer dan tien minuten moest wachten, is aardig voor de statistieken. Aymo tot 1930 actief als profrenner, die in de Tour van 1926 op herhaling ging en dezelfde etappe nog een keer, stierf in 1970 op eenentachtig jarige leeftijd.

 Bron: Le Miroir des Sports jaargang 1925.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: