Onder de keukentafel

Papa wordt oud en de doelen moeten bijgezet worden. Nog niet eens zó lang geleden raasde hij achter een derny naar een nieuw werelduurrecord, wat een schok gaf in het conservatieve wielerwereldje.
Maar ook voor Maas van Beek  tikt de biologische klok genadeloos door. En hij wil nog zo graag. Of was het zich zelf overschatten? De afgelopen vier jaar  trok Van Beek richting Bolivia, Zuid-Amerika om in het Andesgebergte te trainen.  Doel:  de nodige rode bloedlichaampjes  kweken. Malheur en ander ongemak staken een spaak in het wiel, om maar even in het juiste jargon te blijven.  Ook een aanval op zijn eigen wereldrecord op de wielerbaan van Moskou eindigde in mineur.
Ach wat maakt het allemaal uit. Aan zijn Zuid-Amerikaanse avonturen hield hij wél prachtige verhalen aan over. Wat wielerrecords betreft, daar heeft de man een soort latent erotische relatie mee.  Maas van Beek, pragmaticus met een tikkeltje opportunisme, zette gewoon zijn doelen bij. Het werelduurrecord voor veteranen kwam in beeld.
Waarvoor niét in het geheim voor werd getraind. Iedereen mocht zijn schema’s weten. Alles werd door Van Beek op facebook geplaatst. Trainingsresultaten via Strava, vlogen als kippeneieren op luilakmorgen dagelijks voorbij. Aandoenlijk  was de rest van zijn voorbereiding.
Dit keer geen Andesgebergte, maar ieder nacht slapen onder de keukentafel, wat even uitleg behoeft. Geld voor een zogenaamde hogedruktent om de hemoglobinewaarden van zijn bloed omhoog te jassen was er niet. Van Beek, wekenlang geleefd op een dieet van bietensap,  plakte de onderkant van zijn keukentafel met plastic dicht, plaatste daar een zuurstofmachine in en sliep weken onder die tafel.
Gisteravond was het dan zover.
Het uur U. Maas van Beek, die merkwaardige vogel afkomstig van de Bijbelgordel, trok op de wielerbaan van Geleen ten aanval. Rechtstreeks op dat zelfde facebook te zien. Op een monsterversnelling van 75 tanden voor en dertien achter trapte van Beek 39.544 meter  bij elkaar. Waarmee het werelduurrecord voor veteranen met ruim drie kilometer werd scherp gesteld. Een prestatie die niet genoeg kan worden. Maas van Beek is wél vierenzestig jaar. En voor de criticasters op een koersfiets: probeer dat maar eens…!

Otto

Eens, héél lang geleden, zoals ieder horrorsprookje dient te beginnen, leefde ene Otto Luther, een stayer uitkomende in de zogenaamde tweede klasse. Otto, zich suf getraind achter de motor kreeg eindelijk zijn lang verdiende contractje  voor een stayerskoers gehouden op 19 juni 1904, op de wielerbaan van Brunswijk, Duitsland. De tweede klasse dus, waar anoniem de vreselijkste dingen gebeurde, waarvan details onbekend zijn. Tót dat éne berichtje, diep  weggestopt als paginavulling in een Frans sportblad uitgegeven in 1904.
Een onbetekenend stukje tekst waarmee die Otto uit de anonimiteit mee werd gehaald. Definitief, want het werd ook zijn laatste koers. Ik laat jullie niet in spanning, want we gaan verder met de stayerskoers van Brunswijk met aan de start ondermeer de Berlijners Adolph Schultze, Fritz Bauer, Otto Luther afkomstig uit Maagdenburg, en ene Van der Tuyn een Nederlander.
Van der Tuyn, als eerste achter de gangmaakmotor, gevolgd door Luther, Bauer, en Schulze. Zo’n koersje waarin de eerste tien ronde niets opzienbarend gebeurd. Maar dan komt Bauer op stoom, en dreigt Otto Luther op een ronde te zette.  En dan gaat het mis. Luther krijgt een lekke voorband en komt ten val.
De zware motor van Bauer kon de arme Luther niet meer ontwijken. En ploegt, zoals de Franse journalist van dienst met veel gevoel voor detail opschrijft, dwars door de borstkast van Luther.
Otto Luther, twintig jaar, sterft ter plekke. Wat het onzalige jaar1904 betreft, was het voor Magere Hein een vruchtbaar jaar met negen dodelijke stayersongevallen.
Otto Luther mocht als vierde zijn plekje in dat lijstje innemen.

Bron: La Vie au Grand Air, jaargang 1904.

Zwemmen in 1908

De stayer laat de rol los. ‘Zwemmen’ wordt dat genoemd, wat een rare uitdrukking is.  Ongetwijfeld schreeuwend  naar z’n  gangmaker het rustiger te doen. Gevaar ligt dan op de loer. Letterlijk.  
Op de tribune  wordt dat ook gesignaleerd. Iemand grijpt  naar zijn strohoed,  van ontsteltenis.  Anderen houden met witte knokkels het wrakke hekwerkje stevig vast, je bent fijnproever van het betere horror of niet.  Want dat er iets gaat gebeuren is zeker. De renner klapt namelijk tegen de rol van de motor, die vrijwel tegen het achterwiel gemonteerd zit.  
En mocht zo’n jongen deze botsing overleven, wat een wonder op zich is, dan moet ‘ie maar hopen dat z’n voorband niet ontploft. Ziekenhuisopnames, gebarsten schedels, invaliditeit en méér, doemen bij hem op.  Aan de dood werd maar niet gedacht. Wat niet getuigde van realiteitszin.  
Trouwens, zo’n gangmaker had ook een merkwaardige opvatting  van veiligheid. Die was zo  gek om ver achter het achterwiel van zijn motor te zitten. Wél raar dat het voorwiel, bij hoge snelheden begon te zweven. Ach jongen, maak je niet zo druk, werd hem wijsgemaakt, we hangen aan het stuur van je motor een groot blok lood om dat in evenwicht te houden.
En dat allemaal tijdens een stayerskoersje, gehouden in die fijne zomer van 1908.
Een periode waar volgens  historici niets gebeurde. Geloof ze maar niet. Geert Mak en zijn collega’s lullen wel vaker uit hun nek.

Blind met pensioen

Zullen we nou maar eens stoppen om Muhammad Ali de  grootste bokser aller tijden te noemen? Want dat is niet zo. Noch is hij the greatest!  Ali was de beste bokser van zijn periode, en niet méér dan dat. Om Ali maar steeds op dat schild te hijsen, doe je een hele rits, voornamelijk zwarte boksers ernstig te kort.
Onder de kreet ‘Ken Uw klassieken’,  Sam Langford uit de loopgraven van de boksgeschiedenis getrokken. Ali mag en kán niet in de schaduw van Langford staan. Al was het alleen maar om Sam’s  ellenlange erelijst.  De man stond meer dan driehonderd keer in de ring. Won honderdachtenzeventig keer, waarbij honderdzestien tegenstanders op het canvas wakker werden, verloor negenentwintig keer en eindigde een gevecht achtendertig keer onbeslist: wat zijn belangrijkste partijen waren. Ter vergelijking: Ali stond eenenzestig keer in de ring!
En dat in een tijd, dat zwarte boksers in Europa als een curiositeit werden beschouwd. Daar kwamen ze in het Parijs van 1911 snel achter. Met name de redactie van het toonaangevende sportblad La Vie au Grand Air, een sportblad voor het roomwitte Frankrijk, uitgegeven tijdens de belle epoque, met  op de cover  alleen maar Franse sporthelden.
Tot aan 1911. Sam Langford, afkomstig uit Boston kwam naar Europa  waar zijn roem vooruit was gesneld. Met een paginagrote foto van Langford, opende de redactie nummer 49 van  La Vie au Grand Air. Met het curieuze onderschrift dat, ‘De neger Sam Langford vecht op 21 februari tegen de Australische kampioen Billy Lang’.  Hoezo discriminatie?
Het gevecht Langford versus Billy Lang, gehouden in Londen, waarvan de winnaar het mocht opnemen tegen de eveneens donkere Sam Mc Vea, afkomstig uit Texas. Dat laatste gevecht geaccrediteerd in Parijs waarvoor La Vie, in zijn kolommen het bed van de publiciteit flink voor opschudde.
Sam Langford, die Billy Lang een pak op z’n lazerij gaf, mocht begin maart 1911 het opnemen tegen Sam Mc Vea. In het Parijse Cirque de Paris, tot de nok gevuld met in jacquet gehulde ‘boven ons gestelde’, ook de boksverslaggever van La Vie die later in z’n blad flink uitpakte over dat gevecht. De rest is allemaal geschiedenis.
Ook Sam Langford wachtte het lot dat zoveel zwarte bokser ten deel viel. Half blind geslagen en uitgezogen door gehaaide witte managers, vocht de man tot aan zijn drieënveertigste jaar. Hoe Sam Langford het voor elkaar kreeg is een raadsel. Hoogstwaarschijnlijk op zijn ring-instinkt van tientallen jaren, want tijdens z’n laatste partij tegen was Lanfords gezichtsvermogen vrijwel nihil. Niet veel later was de Boston Bonecrusher, zoals zijn bijnaam was, volkomen blind. In 1956 overleed Sam Langford, 72 jaar.

Bron: La Vie au Grand Air, jaargang 1911, Boxrec.

‘De Judovader’

Cor van der Geest is de Godfather van het Nederlandse judo en staat op de kop af vijftig jaar aan het roer van ‘zijn’ Haarlemse judoclub Kenamju. In zijn jonge jaren was hij het favoriete trainingsmaatje van judolegende Wim Ruska. Zelf werd Cor twee keer derde van Nederland. Al schreeuwend langs de mat wist hij het uiterste uit zijn leerlingen te halen, onder wie zijn zonen Dennis en Elco, en maakte hij nationaal én internationaal furore als topcoach. Cor ademt nog altijd judo, zijn geest denkt judo. De judovader vertelt in geuren en kleuren over zijn hoogtepunten, maar ook moeilijke momenten, zijn onvermoeibare streven naar ‘intrinsieke’ sporters, zijn bonte avonturen met Kenamju en als gelauwerd bondscoach. Hij heeft kritiek op het beleid van de Judo Bond Nederland sinds zijn vertrek. De gouden jaren van Kenamju als het Ajax van het judo komen nooit meer terug, maar de herinnering is goudomrand.
Naast een gedreven coach, mentor, vader en kampioenenmaker is Cor van der Geest een geboren ondernemer en bestuurder met een eigenzinnige visie op de wereld. Hij neemt geen blad voor de mond.
Judovader en kampioenenmaker Cor van der Geest kijkt aan de vooravond van zijn 75ste verjaardag terug op een halve eeuw Kenamju. Hij geniet na van de internationale successen.
Patricia Jimmink (1956) werkte lange tijd op de sportredactie van Haarlems Dagblad. Govert Wisse (1955) was jarenlang sportverslaggever bij de GPD en Haarlems Dagblad. Gerlof Leistra (1959) is misdaadverslaggever voor Elsevier Weekblad en schreef veel over sport.

Omvang: 288 pagina’s, incl. fotokatern
ISBN: 97890 8975 599 5
Prijs: € 21,99

Afgehakte vinger

Als je wint heb je vrienden. Een gegeven zo vast als een betonnen bunker.  De mens is een opportunistisch wezen. Zelfs bij je  begrafenis, waar ze elkaar verdringen  om je kist te dragen, en dat onder de kreet ‘kijk mij even deugen’.
Vriendschap, net zo betrekkelijk als de goedkope parfumgeur van een hoogbejaarde temeier. Het verdampt waar je bij staat. Op de Steglitzwielerbaan van het Berlijn van 1908, was het dan ook dringen geblazen om naast de winnaar Fritz Theile plaats te nemen. Om in de publiciteit te komen  zijn bobo’s bereid om daarvoor een vinger bij zich af te laten hakken.
Fritz Theile, zojuist sieger van de Goldener Motorrad von Steglitz, een stayerskoers over honderd kilometer. Op de levensgevaarlijke en onheilspellende  Steglitzbaan, waar zware, soms dodelijke  ongelukken, schering en inslag waren, raasde Fritz, gegangmaakt door een monsterlijke zware gangmaakmotor, over alles en iedereen heen. Fritz kreeg na afloop niet alleen een soort grafkrans mét lint,  maar ook de  Goldener Motorrad, een kitscherig geval waarmee je thuis een hoop uit te leggen had.
Behalve dát mocht Fritz, een Berlijner, ook tweeënhalfduizend goudmark in z’n zak steken: waar het hem om te doen was. Der Fritzl, in zijn tijd één van de beste rolrijders ter wereld. Won vanaf 1907  tot juni 1911 , vierenzestig stayerskoersen gedoteerd met totaal 182.800 goudmark.
Op 4 juni 1911, tijdens de Grote Pinksterprijs van Berlijn en onder de ogen van zijn moeder, maakte Fritz een fatale val. Fritz werd 27 jaar.

Bron: Album der Radwelt jaargangen 1907 tot en met 1911.

TV-dominee

Opeens was Bertus er. Bertus,  vetkuif,  lang, slank in de heupen als  een kruising tussen Clint Eastwood en Gene Vincent. Bertus Hoogerman, amper droog achter de oren maakte ergens in de fifties zijn debuut als keeper bij Ajax.  Met Bertus in het doel was garantie voor rock ’n roll in het zestienmetergebied.
Voor ons, de jongens van de staantribune was Bertus een rolmodel. Zoals Bertus,  wilde wij ook zijn.  Bertus  was namelijk een held, met onheilspellende acties, wat altijd link is voor een doelman. Keepers zijn dan ook de eenzaten van de sport, voer voor psychologen. Een beetje keeper behoort zó te zijn, want altijd balancerend op het randje van het mentale evenwicht. Bakken publicitaire stront bij een blunder.  Of Bertus zich daar wat aantrok…?
Bertus Hoogerman,  – jeugdsentiment voor een hele generatie jongens, afkomstig uit Amsterdam- Oost – met dikke  vingers als kroketten,  met door zijn moeder gebreide handschoenen, waarmee hij roodgloeiende kogels mee ving.
Van die grote, speciale keepershandschoenen waarmee hedendaagse keepers hun doel mee schoon houden, kwamen bij de toenmalige ballenvangers alleen voor in natte dromen. Trouwens voor Bertus had deze handschoenen niks uitgemaakt.   Bertus’ lot lag immers vast. 
Feyenoord-Ajax 1964,  gespeeld in de Kuip. Waar de eerste noten van  de prelude klonken van zijn nadere keepersondergang, en ons, zijn hondstrouwe fans een levenslange trauma bezorgde. Bertus had namelijk niet zijn dag. Negen ballen vlogen langs de lange Amsterdammer, waarvan er drie gestopt hadden kunnen worden door een visueel gehandicapte. Feyenoord-Ajax 9-4! Bertus kon niet veel later vertrekken uit Stadion de Meer.
Zijn opvolger was ene Gert Bals, een saaie man met het uiterlijk van een tv-dominee. Voor ons, de jongens van vak F, nóóit meer  ruige rock ’n roll in Stadion de Meer. Goddank duurde dat maar heel kort. Het zelfde jaar maakte een muizig, uitziend jochie uit Betondorp zijn debuut in de spits van Ajax…
Bertus Hoogerman, onze held die nooit de grote successen van Ajax had meegemaakt, stierf op zesenzestig jarige leeftijd.

Fighterheart, Hesdy Gerges

De eerlijke en accurate biografie van kickboksicoon Hesdy Fighterheart Gerges vertelt het levensverhaal van een straatjongen die gaat kickboksen en de internationale top bereikt. De carrière van Gerges kent grote successen, maar ook diepe dalen. In de vechtsportwereld liggen topsport en criminaliteit met regelmaat dicht bij elkaar.
Een week voor het belangrijkste gevecht uit zijn loopbaan in 2010, in de Amsterdamse Arena tegen Badr Hari, raakt hij betrokken bij een grootschalige drugszaak. Het zal een keerpunt worden in zijn carrière. Het juridisch proces dat in België van start gaat duurt meer dan zeven jaar en heeft een verwoestend effect op hem. Hij wordt veroordeeld tot 4,5 jaar cel.
Hesdy Gerges, zoon van een Nederlandse moeder en een Egyptische vader, wordt in 1984 geboren in Badhoevedorp. School verloopt moeizaam. Als hij op zijn 15e in aanraking komt met kickboksen is het liefde op het eerste gezicht. Hij blijkt een trainingsbeest dat niet uit de gym is weg te slaan en op zijn 21ste wordt de twee meter lange vechter professioneel kickbokser.
Op 29 mei 2010 vindt in de Amsterdam ArenA het eerste gevecht plaats tussen Hesdy Gerges en Badr Hari. In de eerste ronde raast Badr, maar Hesdy weet te pareren en blijft overeind. Als de wedstrijd kantelt, verliest Badr de controle en trapt de liggende Hesdy in zijn nek. De scheidrechter beslist: diskwalificatie van Badr, Hesdy wordt kampioen.
Een week eerder valt de Antwerpse politie een verlaten loods binnen. Er wordt daar 128 kilo cocaïne gevonden. Een zoektocht leidt naar zes Nederlanders, waaronder Hesdy. Twee van hen worden later geliquideerd. De vechtsporter komt in een rollercoaster terecht met onverwachte wendingen in zijn sportieve loopbaan en in zijn privé-leven.
Nu Hesdy midden-dertig is, lijkt het einde van zijn loopbaan in zicht te komen. De vechtsport heeft hem veel gebracht. Hij heeft bijna 80 wedstrijden gevochten, waarvan 53 gewonnen. Enerzijds groeit de behoefte aan houvast en veiligheid voor de kleine kring van naasten en voor hemzelf, maar aan de andere kant is er nog steeds de honger naar de spanning van de ring en roept zijn lichaam om arbeid. MMA of weer kickboksen, wat volgt? Het boek van de vechtsport is nog niet dicht.

Omvang : ca. 256 blz.
Formaat : 13,5 x 21 cm, paperback met fotokatern
ISBN : 97890 8975 0457.
Prijs : € 20,00

Overlever

Dan was er ook nog Willy Hesslich, man van vele veldslagen.  Een veteraan, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als Feldwebel, vocht voor zijn kaiser und vaterland. Willy, voor hij zijn plekje in de loopgraven innam, eerst gehard als gangmaker op de Duitse wielerbanen, waar de dood nooit ver weg was. Tientallen stayers  en gangmakers waren óf verongelukt, dan wel voor het leven getormenteerd.
Hesslich, overleefde de bloedlinke wielerbanen maar kwam ook ongeschonden van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Willy, sinds 1905 gangmaker, leidde twee jaar nadien  Kurt Rosenlöcher naar drieëndertig overwinningen. Een getal dat niet genoeg geroemd kan worden.  Hesslich, afkomstig uit Dresden, maakte van een ‘halve stayer’ een hele. Albert Schipke, een stayer van nét niet, zal zijn gangmaker altijd dankbaar zijn.  Willy voerde Albert in 1911 naar het Meisterschaft von Preusen.
Die ouwe Duitse gangmaker  kon je niets meer wijs maken. De man had zó vaak de dood recht in diens muil geloerd. Ook op de Rijswijkse wielerbaan van 27e mei 1923. Stayerskoers  over twee manches, waar Hesslich  samen met z’n renner Rosellen waren gecontracteerd.
Of Willy voor de start bang was? Hooguit maakte hij zich zorgen om de kwaliteit van z’n motor. De economie van Duitsland lag op z’n kont. Geldontwaarding. De Republiek van Weimar. Straatgevechten tussen communisten en ‘Freikorpsen.’
Niets meer te verkrijgen. Laat staan nieuwe banden voor z’n gangmaakmotor. En dat laatste kostte Willy letterlijk z’n kop. Bijna.
Willy Hesslich, man met een engel op z’n Teutoonse schouders. Tijdens de tweede manche  op volle snelheid sprong de achterband van z’n motor stuk. Willy, gevallen met zijn renner, en liggend onder de zware motor, stortte omlaag. Met een zware schedelbreuk werd Willy Hesslich afgevoerd richting ziekenhuis.
Waar hij niet de eerste gangmaker was die in dat gasthuis werd verwelkomt. Tijdens de eerste manche ontplofte ook de achterband van collega-gangmaker Claus Nachtmann. Claus, samen met renner  Thomas, stuiterden over het hout van de wielerbaan. Waar Nachtmann en Thomas, bloedend uit vele wonden, vanaf werden geschraapt.
Dat was zomaar een fijn dagje stayeren op de Rijswijkse Wielerbaan. En voor ik het vergeet: Willy Hesslich overleefde z’n zware val. Je bent een overlever of niet.

Bron: Sport-Album der Rad-Welt jaargang 1922, De Tribune, krant van Sociaal-Democratische Partij.

Grandeur

Geen rangen en vooral geen standen. De Tour de France is voor het volk. Ook  die van 1960, wat tevens een mooi jaar was. In Frankrijk wel te verstaan. De Franse Republiek, aangevoerd door monsieur le president De Gaulle, bij wie enig nationalisme niet vreemd was. ‘Frankrijk kan Frankrijk niet zijn, zonder zijn grandeur’, was één van zijn uitspraken. Dat was wáár.
Want opeens was daar Brigitte Bardot, ontworsteld aan de benauwende jaren vijftig en zojuist de sixties binnen gehuppeld. Bardot,  een frivole, sexy stoeipoes, met als bijnaam BB, waar hele generaties  potente  jongens, ontsnapt aan de aandacht van ouders én mijnheer pastoor, met overdreven ijver haar afbeelding aan de muur van hun jongenskamer prikte. Garantie voor  woeste fantasieën. Wat er vervolgens in die jongensbedden gebeurde moeten we maar niet aan denken.
Frankrijk 1960,  waar de leden  van terreurorganisatie  OAS, voor het eerst het handboek ‘Hoe knutsel ik een plasticbom in elkaar’, ter hand namen:  beoogde doel,  president Charles de Gaulle. De jongens van de OAS, duidelijk aanleg voor het helse, brachten een jaar  later hun geleerde in de praktijk. In september 1961 ontplofte in een wegberm een dertig kilo zware bom, gevuld met vijftien liter napalm. Waaraan De Gaulle, in zijn Citroën wonderlijk en ongedeerd aan ontsnapte.
In dat geharnaste lijf van monsieur le President, een gewezen oorlogsheld, bleek ook maar een gewoon jochie schuil te gaan. Dat hij Brigitte aan de muur van z’n slaapkamer  had hangen is onwaarschijnlijk. Wél  dat hij via de media de Tour volgde. Zaterdag 23 juli 1960, had hij in zijn agenda met rood omcirkeld. Op deze door God aan de president geschonken dag, trok de Tourcaravaan door zijn dorpje Clombey-Les-Deux-Eglises, en langs het huis van Frankrijks eerste burger.
‘De Tour is genadeloos en wacht op niemand’, wat een stoffig, maar waar cliché is.   Laat staan dat er zomaar gestopt wordt. Behalve voor de eerste man van de Vijfde Republiek. De Gaulle tussen het volk, en beschermd door twee gendarmerie nationale, die je onbewust aan films van Inspector Clouseau doen denken, audiëntie verlenend aan de renners. Waarvan sommigen, uit misplaatste eerbied hun koerspetje voor af deden, door De Gaulle duidelijk gewaardeerd. Met een Vive La France  zegende hij vervolgens het koersende volk.
Met enige fantasie is Charles De Gaulle met een geharde Tourrenner te vergelijken. De man overleefde maar liefst eenendertig moordaanslagen. Probeer dát maar eens te evenaren.  De Gaulle stierf uiteindelijk, zittend in zijn lievelingsstoel op tachtig jarige leeftijd. 

Bron: Le Miroir des Sports, jaargang 1960, Biografie Charles de Gaulle.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: