Water doet palen rotten

zwemmassaErger kon het niet worden. Dieper kon ik letterlijk niet zinken. De badmeester van het Sportfondsenbad had gewikt, gewogen en beslist. Vriendelijk doch dringend verzocht hij mij om voortaan in baan één te zwemmen Ik hinderde namelijk de recreatieve zwemmers.  Baan één dus, bestemd voor het R.I.M., wat staat voor Revalidatie Instituut Muiderpoort. Te midden van herstellende hartpatiënten en andere duidelijk kreupelen stumperde ik gemankeerd voort. 
 Na  een ‘carrière’ van twintig jaar als wielrenner had ik de  overstap naar de triatlon gemaakt, incluis dat verschrikkelijke zwemmen. Maar ik ga eerst vertellen over de ‘hele triathlon van Almere’, een driekamp over monsterlijke afstanden. Want voor ik het wist stond ik daar tussen negenhonderd atleten op een strandje. Het startschot klonk. Een horde zwemmers dook het water in. Als één van de laatsten kwam ik terug.  Gefrustreerd tot op het merg van het bot begon de grote inhaalrace. Met de ketting op een zware versnelling werd negentig procent van de concurrentie ingehaald. Totale euforie. Voor de laatste tien procent werd ik lid van een zwemclub ergens in Amsterdam-Noord. En daar viel ik in de handen van trainer Willem V: een hardvochtige feldwebel mét stopwatch en fluitje.  Willem sprak niet op normale toonhoogte. Naar Willem luisteren was denken aan een op hol geslagen misthoorn. Willem gaf brullend in staccato  zijn instructies. Slaafs opgevolgd door vreugdeloze jongens en meisjes, met vierkante schouders, die ik als een geamputeerde kikker probeerde te volgen. Overbodig te vertellen dat ik steeds de laatste was.zwempaars
Willem kreeg de pik op mij en blies met bolle wangen bijkans de erwt uit de fluit. Schreeuwend met maaiende armen deed hij voor de zoveelste keer de zwemslag voor. De haat die ik voor hem begon te koesteren deed het chloorwater sissen. Anno nu heb ik diepe spijt dat ik toen niet het water uit was geklommen om hem voor het front van dat zwemclubje die fluit diep in zijn strot te stampen.
Ondanks de traumatische zwemervaringen had ik één favoriete triatlon:  de ‘Kwart van Texel’. Fijne wedstrijd met zwemmen in de Waddenzee. Met extra dimensie dat je honderden meters uit de kust tot je middel in het water stond. Rennend door het zilte sop haalde ik de eerste zwemmers in. ‘Dat is niet eerlijk’, schreeuwden deze proestend, hijgend en half stikkend. Achter beslagen zwembrilletjes gloeiden blikken vol duistere woede. Het was ook niet fair, maar ik was dan ook een gewezen wielrenner. Geen topper, meer een aanklamper, maar beheerste wél het grote trukenboek.  Het jaar daarop werd mijn inschrijving geweigerd.
Na acht jaar gespartel was het mooi geweest. De triatlon van Oostzaan was de laatste. Na weer een zwemmende marteltocht stapte ik niet eens meer op de fiets.
zwemmutsTerwijl mijn zwembrilletje én badmuts met een grote boog in de vuilnisbak belandden deed ik de plechtige eed om tijdens mijn leven nooit meer dieper dan de knieën in water te stappen. Niemand kan beweren dat ik geen man van zijn woord ben: ik heb mij al meer dan twintig jaar aan mijn eed gehouden. En zó moeilijk was dat ook weer niet, want  luidt het oeroude Hollandse spreekwoord niet dat ‘palen water doen rotten, en wie daar in verkeren zijn alleen maar zotten’?
Ik bedoel maar…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: