Ansichtkaarten voor renners met dubieuze populariteit

jacquelin4 januari 1903. ‘Bedankt voor je mooie herinneringen goede vriend. Ik hoop dat het goed gaat met je gezondheid en dat je terugkeert met geweldige herinneringen. De winter is bij ons vochtig. Ik hoop dat jij fantastisch weer hebt. Gisteren geweldige avond gehad met Herberlus, Bafalre en Filliette. We hadden heerlijk gegeten en daarna naar een concert en kroeg geweest’, waren de laatste handgeschreven woorden door C. Lhonailler, die niet  alleen begaan was met het welzijn van de ontvanger, maar ook een groot wielerliefhebber. Met priegelige, zwierige  letters had hij zijn boodschap, mét kroontjespen, op een foto met stayer Edmond Jaquelin,  geschreven. 
Als renner kwam je, een eeuw geleden,  niet zomaar op een ansicht te staan. Alleen het konterfeitsel van bekende en populaire stayers gleden door de gleuf van een  brievenbus. Stayers dus met de status van rocksterren. Ver voor het begrip ‘merchandising’ speelde uitgeverijen voornamelijk in Duitsland en Frankrijk daar handig op in. De drukpersen maakten overuren en oplages waren duizelingwekkend hoog. Renners mochten zich dan ook in een dubieuze populariteit verheugen. Waarvan het vermoeden bestaat dat een fotootje van zo’n jongen wel eens zijn laatste kon zijn. De ‘lijkbidder’ zat op de wielerbaan voorin de ereloge.Copy of willyschmitter
En als zo’n rolrijder verongelukte, werd de tering net zo makkelijk naar de nering gezet. Zonder scrupules werden kaarten uitgeven met een foto van de ongelukkige van dienst, compleet met graftakken en ander lugubere kerkhofparafernalia, waar de ontvanger fijntjes met het betrekkelijke van het leven geconfronteerd werd. Zoals op het laatste ansichtkaartje van Willy Schmitter, doodgevallen op drieëntwintigjarige leeftijd. Willy afgebeeld achter een motor bestuurd door Magere Hein met naast zich de Doodsengel. 
Veel kaartjes wekken de indruk geschreven te zijn vlak na een stayerskoers. Altijd leuk om andere de ogen ‘uit te steken’ dat je er bij was. Zoals ene Paul die op 28 augustus 1904 aanwezig was bij de Grote Prijs van Dresden, waar hij, zoals hij schreef  ‘een zeer spannende strijd zag, die gewonnen werd door Günther uit Keulen, met op de tweede plek Demke gevolgd door Bruni’.
Copy of rosenletterPaul, hoogstwaarschijnlijk een supporter van Dresdenaar Curt Rösenlocher, die samen met gangmaker Alfred Starke het kaartje opvrolijkte, vermeldde er gemakshalve niet bij dat zijn held, Curt, tijdens die koers laatste werd: (gevonden in de statistieken van Radwelt jaargang 1904: stuyfssportverhalen).   En wat stayer Edmund Jacquelin betreft, die had gezien zijn uitslagen er allemaal geen kaas van gegeten. En al helemáál niet hoe je moest poseren voor een fotograaf met diens houten kiekkast.  Deden zijn collega’s net alsof, Edmond liet zijn stuurman als een verbijsterd duinkonijn oenig in de lens kijken. Om vervolgens zelf met een gewone baanfiets, achter de petroleumtandem  de sugestie te wekken dat er keihard gefietst werd.
Vertaling kaartje Jacquelin: Annique Efdé.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: