Hubert tekende zijn eigen doodvonnis

hubertsevenichmoHet was een smak geld. Waar hij ongetwijfeld nachten van wakker had gelegen. Maar de investering was het waard geweest. Hubert Sevenich, strak hoofd, scheiding in het haar als een  bijlslag, keurige jongen, én gesoigneerde wielrenner. Hubert, voormalig sprinter, maakte na lang aarzelen de overstap naar het stayeren. Met  geleend geld werd een gangmaakmotor gekocht, waar, voor een zacht prijsje, gangmaker Karl Krase op plaats nam. Sevenich en Krase, jong en oud, beiden uit het Rijnland, voelden elkaar feilloos aan. Krase, veteraan op de wielerbanen, loodste sluw zijn poulain naar overwinningen in Verviers, Dortmund, en Munster. De Rijnlandse stayer,  eenvoudige jongen, geboren en getogen in Stolberg, begon de eerste lucratieve contracten te ondertekenen, waaronder ook die voor de Grote Prijs van Brunswijk.  En dat láátste had Hubert, in de zalige onwetendheid, nou beter níet kunnen doen. Met het plaatsen van zijn handtekening  bezegelde hij ook zijn doodvonnis. 
De Grote Prijs van Brunswijk, zondag 7 mei 1905. Mooi weer én een spetterend programma. Aan de start van de stayerskoers Sevenich, de Hamburger Richard Schröter, en de Amerikaan Woody Hedspath.  De laatste bezorgde de wielerbaan van  Brunswijk volle tribunes.  Hedspath een Afro-Amerikaan, in het kielzog van sprintlegende Major Taylor meegekomen naar Europa. hubertknip
Woody, in het roomblanke Duitsland, waar een zwarte renner net zo onbekend was als een ijsbeer in de Sahara, was allesbehalve een kermisattractie: daarvoor fietste hij iets te hard. De Amerikaan, afkomstig uit Indianapolis, won dan ook in zijn eentje de beruchte Zesdaagse van Dayton. Hedspath, ook actief op de vaderlandse wielerbanen waar hij op de affiches aangekondigd werd met ‘den neeger’, had ongetwijfeld een flinke laag eelt op de  ziel. Waarschijnlijk daarom, maar zeker voor het geld, bewees hij dat niet alleen witte rakkers hard konden fietsen. In Brunswijk vloog Woody er direct vol in. 
Met achter aan zich aan een jakkerende Schröter én  Sevenich. De laatste bezig de Hamburger te passeren, maar deed dat iets te strak. Motorsturen raakte elkaar. In een kluwen van ontploffende en vallende motoren werd Hubert Sevenich, bezig met zijn zesde stayerskoers, verpletterd tegen de balustrade. 
woodyletterRichard Schröter had ietsje meer geluk. Zei het dat voor de Hamburger aan de horizon flauw de contouren van een invalidekarretje opdoemden. Door de val waren zijn benen ernstig gewond. Nadat Richard op het middenterrein was gesleept, knikte de aanwezige baanarts goedkeurend. Pruisische artsen weten daar wel raad mee. Diep weggestoken in zijn lederen doktersvaliesje, tussen de flesjes  jodium, pleisters, verbandrollen, en andere voor dokters handige spullen diepte hij zijn amputatiezaag op. Indachtig het spreekwoord dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken, werd met de zaag Richard Schröter van zijn onderstel verlost. Dat lot werd bespaard voor de arme Hubert Sevenich, 26 jaar jong. Die werd tenminste  compleet mét benen begraven op het dorpskerkhof van zijn geliefde Stolberg.

Foto 1: Hubert Sevenich achter Karl Krase, foto 3: Woody Hedspath.

Bron: Radwelt jaargang 1905, Nieuws van den Dag jaargang 1905.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: