De beruchte quint-Mulder was een feit

quintmulderDat was even een goede investering! Jan Mulder, aanwezig op de wereldtentoonstelling  in Parijs, kocht daar voor zestienhonderd piek, een quintyplette, een vijfmanstandem. Een smak geld in 1895, maar dan had je wél wat. En Jan, bijgenaamd De Houte, wist wel waar hij zijn karretje mee ging bemannen. Mulder kende  nog wel wat jongens. Van die ruwe onbehouwen  knapen waar je een blokkie voor omliep. Mannen net zo wild als Jan en dagelijks te vinden op de wielerbaan achter het Rijksmuseum. De beruchte quint-Mulder was een feit, met Jan, – want het was mooi wél zijn karretje –  aan het stuur. Achter Jans kont Dirk van den Berg, Jan van der Tuyn, Jan Slesker, en Piet Dickentman. Wedstrijden tussen quinten? Spektakel verzekerd. Vlogen ze niet de baan uit dan was er wel knokken na afloop. Zoals tegen de quint van Italië.  Italianen en sport, een explosieve combinatie.
Het was maar een héél klein zwiepertje die de Houte met zijn jongens uitdeelde. Genoeg om de complete squadra in één klap te elimineren. Nadat de  houtsplinters uit Italiaanse ledematen waren gepulkt ging stuurman Parmac verhaal halen: met een mes in de handen. Dirk van den Berg, een gewezen worstelkampioen, keek ‘per ongeluk’ even de andere kant uit. Het was Dickentman die de rel wist te sussen. Voor quint-Mulder werd Nederland te klein. Jan en zijn rebellenclub gingen voor het grotere werk, want geld, naar Duitsland.Copy of huret9
In Charlottenburg bij Berlijn werd een flatje gevonden:  en wat hadden ze dáár gelachen, vertelde Slesker vijftig jaar na dato in het blad Sportief. Maar er werd ook iedere dag hard getraind op de Friedenaubaan. Vanuit Berlin werd heel Europa bestreken. Quint-Mulder, wat staat voor vijf bravourejongens, verdiende geld als water.
De gangmaakmotor was nog maar net uitgevonden. Behalve koersen tegen andere vijftallen fungeerde  de quint ook als levende gangmaking. Voor niks gaat de zon op en gratis kan je ook nog ‘s in de sloot pissen. Wilde je als profrenner achter Jan en consorten rijden dan  moest de portemonnee open. Honderd mark rekende Mulder voor een paar sprintjes aantrekken. Een financiële klapper werd gemaakt in Hamburg waar behalve wedstrijden voor quinten de  stayerskoers over honderd kilometer het hoofdnummer was. Constant Huret, wereldkampioen stayeren  was dé publiekstrekker. Huret had wél een groot probleem: zijn motor was niet gearriveerd, die stond ergens op één of ander treinperron. Of de quint-Mulder  niet als gangmaker wilde fungeren. Voor twaalfhonderd goudmark ging Jan akkoord.
‘We hebben die Huret honderd kilometer laten jakkeren. Hij werd tweede’, verteld de inmiddels bejaarde Slesker in 1949 aan Sportief.
dirktandemNadat Piet Dickentman in 1899 de overstap maakte naar de zojuist ingevoerde zware motor, was het tijdperk van de vijfzitter voorbij. En de beroemde quint zelf? Die heeft tot diep in de jaren zeventig van de vorige eeuw in de catacomben van het Olympisch Stadion liggen te verstoffen om opeens spoorloos te verdwijnen. Hoogstwaarschijnlijk in de container gegooid.

Foto 1: De quint-Mulder, v.l.n.r. Jan Mulder, Jan Slesker, Jan van der Tuyn, Dirk van den Berg en Piet Dickentman.
Foto 2: Constant Huret in 1898 achter de motor.

Eén reactie to “De beruchte quint-Mulder was een feit”

  1. Jan van der Horst Says:

    Wat zijn het toch prachtige verhalen uit die goeie ouwe tijd.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: