Der Alte een man zonder arbeidsvreugde

Een emotioneel gestoord ijskonijn. Een kerel met koelvloeistof in de aderen. Leed  hoogstwaarschijnlijk aan een posttraumatische stressstoornis. Keek steevast in een camera of hij zojuist zijn doodvonnis gehoord had. Het begrip ‘arbeidsvreugde’ was hem onbekend. Een ‘psych’ had wél begrepen waarom.  Als wielrenner had Nat Butler acht keer een Amerikaanse Zesdaagsen overleefd. Ruige en rauwe koersen waar letterlijk alles wat god verboden had gebeurde. Waar een renner  lijf en leden riskeerde. Niet echt een plek om met het hele gezin naar toe te gaan.  Op de tribunes was het namelijk ook niet pluis. Daar vonden complete omerta’s plaats. Dronken Ierse en Italiaanse immigranten gingen elkaar massaal met ijzeren staven te lijf. Of anders werden wel pistolen getrokken. Nat Butler, de ouwe kale Nat, al dik in de dertig, had dat allemaal als renner meegemaakt. The Six, tropenjaren, maar waar hij wél lekker verdiend had. Maar nog niét genoeg. Besloot dáárom de laatste jaren van zijn wielercarrière de overstap naar het levensgevaarlijke stayeren te maken. Kende de horrorverhalen over de bloedbaden op de Duitse wielerbanen.
Nat Butler had in the States daarop al een klein voorproefje gehad want zag acht van zijn vrienden doodvallen. Of stond anders wel aan hun vers gedolven graf zoals bij zijn vroegere zesdaagsemaatje George Leander, verongelukt in Parijs en begraven in Chicago. Ondanks dát maakte Nat een klein optelsommetje. Aangezien ook in Amerika de kost voor de baat uit gaat, ging Butler in 1906 akkoord met een aantal vette contracten voor stayerskoersen in Duitsland én Frankrijk.
Nat Butler in moffenland, achter de zware motor, waar hij spoedig, door het sportjournaille, Der Alte werd genoemd. Met dik negentig kilometer op centimeters achter een brullende motor. Lekker in de zuiging maar een ‘enkeltje’ kerkhof is nooit ver weg.  De kale was bereid om nóg meer risico te nemen. Liet een ultra kort fietsje bouwen. Zat je nog dichter tegen de motor én beter in de abri. Godsallemachtig wat zal die ouwe vaak gebeden hebben dat de baan niet ál te steile bochten had. Geheid dat dan één van zijn pedalen in het voorwiel kwam.
Nat Butler geluksvogel, zondagskind, reed vier seizoenen in Duitsland, streed mee in tientallen grote koersen. Won de Grote Prijzen van Keulen, Düsseldorf, en Dresden waar hij, voor volle stadions alles en iedereen lesgaf.
Ging in 1910, na vier jaar Europa met tachtigduizend goudmark op zijn bankrekening als een vermogend man terug naar Massachusetts. Belegde zijn geld in een wielerbaan waar hij dertig jaar de scepter zwaaide.  Nat Butler, de ouwe kale Nat,  één van de weinige Amerikaanse stayers die uit de klauwen van De Dood wist te blijven, werd toch door de zeis van Magere Hein uit het leven weg gemaaid. Werkend in zijn tuin werd hij getroffen door een hartaanval. Nat Butler werd 73 jaar.

Foto 1: Nat Butler, op centimeters achter de motor. Foto 2: Parijs 1908, in het Vélodrome d’Hiver, links Walthour, Nat Butler en Guignard. Foto 3: Een man die weinig arbeidsvreugde kende.
Bron: Radwelt jaargangen 1906 t/m 1910, het digitale archief van de New York Times jaargangen 1900 t/m 1905 én jaargang 1943. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: