Brandende motoren en stervende jongens

Gebroken rolde hij uit het ledikant. Geteisterd door angstvisoenen wéér de hele nacht wakker gelegen. Fietsen achter die pokkenmotor…  Was het dat allemaal nog wél waard? Krabbend aan zijn zak dacht hij aan z’n  bankrekening van  honderdzestigduizend goudmark.  Zoveel had hij als kleermaker  nooit kunnen verdienen. De punten van de snor werden met een flinke kluit pommade in vorm gedraaid. Nog maar een paar maanden dan is het voorbij, hield hij zich voor. Tijdens het toiletmaken zag hij in de scheerspiegel een man van bijna veertig jaar wiens beste jaren voorbij waren. Na het ontbijt controleerde hij zijn Brennabor-fiets, en pakte de valies. Richard Scheuermann, een gewezen kleermaker, was op weg naar de Richler-wielerbaan waar die dag de Grote Prijs van Keulen werd verreden. Zeven september 1913, was  ook de dag dat Richard Scheuermann afkomstig uit Breslau, ging sneuvelen  in één van de meest bloederige koersen ooit.
De tribunes waren angstig vol. Er kon geen Duitse muis meer bij. De kaarten waren in één dag uitverkocht. Max Hellrung, voorzitter van de Kölner-Renn-Verein,  had het weer voor elkaar gekregen. Vier topstayers, Günther, Stellbrink, Guignard en Scheuermann, had hij weten te strikken. Een mazzeltje voor de organisatie dat die  Guignard een week daarvoor wereldkampioen was geworden. Richard Scheuermann, dertien jaar prof, in het lijstje van veertig best verdienende Duitse stayers op de vierde plaats, gepokt en gemazeld in tientallen zware stayerskoersen maar ook een renner met beperkte houdbaarheidsdatum, zocht direct het duel met Guignard op. De Breslauer, gegangmaakt door Emile Meinhold, was niet te stuiten. Vloog er met zijn ouwe lijf vol in.
Het Rijnlandse publiek kreeg waar voor hun duur betaalde pfenningen en marken. Het werd een lekker spektakel, sensatie waar je fijne gevoelens in de onderbuik bij krijgt: maar dan wel één uit de twilight zone. Halverwege koers een harde klap; gangmaker Gus Lawsons voorband springt uit elkaar. Met  negentig in het uur stort Gus tegen het beton. Zijn renner Guignard stuurt er wonderlijk genoeg omheen. De aanstormende combinatie Meinhold/Scheuermann klapt er vol op. Een opmaatje voor een inferno. Brandende motoren  en stervende jongens. Zwaargewond werd Scheuermann afgevoerd.
brandgangmaakmotorSamen met  Gus Lawson  vertrok Richard Scheuermann een dag later naar de Grote Stayershemel. Gangmaker Meinhold, met ernstige brandwonden afgevoerd, werd eerst doodverklaard maar kwam  na een diepe coma weer bij kennis. Scheuermann, zevenendertig jaar geworden, werd begraven op de Pohlanowitz begraafplaats in Breslau. Drama in optima forma. Anno 1913 deed dat ’t heel goed, en dat werd er even goed in geramd. Scheuermanns hemelgang werd  met een ansichtkaart, in grote oplage herdacht. Een luguber kaartje compleet met de Engels des Doods, graftakken, geboorte- en sterfdatum. Moet een fijne verrassing zijn geweest om zo’n ansicht uit de brievenbus te vissen.

Bron: Radwelt jaargangen 1902 t/m 1913.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: