Jongens waren het nog

Tien minuten voor de start. De koersdirecteur had met een reuzentoeter de renners al opgeroepen. Op het middenterrein staat Piet Dickentman. Hij is nerveus. Gespannen tot in alle  vezels van zijn afgetrainde, pezige lijf. Niet alleen hij. Ook zijn gangmakers. Dan komt ook nog die klotefotograaf met zijn kiekkast aan. Met strakke, wit weggetrokken koppen en in zichzelf gekeerde blikken wordt geposeerd. De Grote Prijs van Leipzig een koers over honderd kilometer staat op punt van beginnen. Het stadion met veertigduizend man is uitverkocht.
Ondanks de reuring horen de vijf mannen niets. Ieder is met zijn eigen gedachten bezig. Het is 1903 en nog maar drie jaar daarvoor was de zware motor op de wielerbaan ingevoerd. Piet voelde het litteken op zijn rug trekken. Overgehouden aan zijn eerste koers in Wenen waarbij hij ten val kwam. Dagen had hij in coma gelegen. Zal hij er mee stoppen? Is dat het allemaal waard? Toch maar doorgaan, hield hij zich zelf voor. Nog een paar jaar op dat niveau koersen en hij zal zich financieel nooit meer zorgen hoeven te maken. Maar daar waren die vreselijke gedachten weer. De eerste doden, jongens die hij persoonlijk kende, waren al te betreuren. In Dickentmans hoofd ketst een verchroomde flipperkastballetje tussen de hersenstammen. Vragen, vragen en nog eens vragen. Zijn gangmakers werden er dol van. Of er genoeg benzine in de tanks zit. Voor de zoveelste keer worden de banden nagekeken.
Gestart wordt achter Adolf Thorman met aan het stuur Ernst Wolf. Voor de twintigste keer wordt de aflossing besproken. Na vijftig kilometer is de benzine op. In volle vaart komen dan Gerrit de Regt en Joseph Schwarzer in de baan. Met tachtig kilometer in het uur wipt Piet dan even over. O, mijn god als ze maar snelheid houden, schiet het bij de Amsterdammer door zijn hoofd. Even niet opletten en ik zie nooit meer de Westertoren. 
Piet, Gerrit, Joseph, Ernst en Adolf, jongens van nog geen vijfentwintig jaar. Iedere koers gaven ze waar voor hun geld. Vlogen er vol jeugdig enthousiasme erin. Ook in Leipzig. De moffen stonden na afloop op de banken. De winnaar werd Pruisisch toegejuicht. Minzaam zwaaide Dickentman met de bloemen. De overwinningsklokken luidden voor hem en zijn jongens. En toch… Als je goed luisterde, hoorde je ook een heel klein doodsklokje er tussen klepperen.
Vier jaar later. Op de wielerbaan van Dresden verongelukt Ernst Wolf, achtentwintig jaar. Een jaar daarvoor stond Piet Dickentman ook aan het graf van Joseph Schwarzer, zevenentwintig jaar en te pletter gevallen tijdens de Grote Prijs van Dusseldorf…

 Foto 1: Vlak voor de start van de Grote Prijs van Leipzig wordt met strakke koppen geposeerd.
Foto2: Piet Dickentman trainend achter zijn jongens. Op de motor Adolf Thorman die Dickentman ook naar zijn enigste wereldtitel leidde. Aan het stuur Ernst Wolf. Rechts Josef Schwarzer met stuurman Gerrit de Regt.
Foto 3: De Grote Prijs van Leipzig staat op Dickentmans naam.  De smoelen nog steeds strak. De dood was dan ook niet ver weg geweest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: