Jozef hoorde die ene zo gevreesde klap

Een goedlachse charmeur, met een afgetraind lijf. Zo’n gladjakker waar meisjes ‘tochtig’ van werden.  Een type voor wie het glas altijd half vol was. Afkomstig uit Beieren. Voor Karl Käser lag een carrière als bedtijger in het verschiet.  Kon met zijn charmes een bruin leven leiden.  Of Karl, twintig jaar, van de herenliefde was, is niet bekend. Wel dat hij de wereld van koekoeksklokken, blaaskapellen, bierkelders en vakwerkhuizen achter zich liet. Trok met zijn racefietsje de wereld in. Op zoek naar avontuur.
Dat vond hij op de Duitse wielerbanen. Käser, akelige scherpe sprint in de benen, nam plaats op de tandem. Sensationeel fietsnummer anno 1895. Vormde met zijn kameraad Freddy Müller een geducht koppel. Maakte naam in heel Duitsland. Telkens tegen de toges van een vent aan te kijken verveelt. Karl ging solo. Werd de populairste baanrenner van zijn tijd. Kwam in heel Europa in actie. Won tussen 1896 en 1900 ruim negentig grote baankoersen, wat beloond werd met ruim achttienduizend goudmark. In 1900 vertrok hij samen met Fritz  Ryser  naar New York. Het koppel  Käser/Ryser  op de affiche van de lokale Zesdaagse. The Six van New York, de meest ruige koers uit de wielergeschiedenis, waar alles toegestaan had wat god verboden had. Zes dagen én nachten oorlog in Madison Square Garden.  Stampendvolle tribunes waar persoonlijke vendetta’s uitgevochten werden. Met de knuisten, maar ook met het pistool. Waar renners goed hun zakken konden vullen.
Een huiveringwekkende ervaring rijker en zesde in de uitslag keerde Karl en Fritz terug naar Europa. Karl Käser baanrenner, sprinter, premiejager. Aardig, maar niet meer dan dat. De echte sterren, de publiciteitstrekkers waren toch die kerels fietsend achter de motor. Bij de firma Brennabor kocht de Beier een gangmaakmotor. Broertje Jozef, een geflopte renner, nam daarop plaats. Karl, in de wintermaanden actief als baansprinter, was een geboren rolrijder. De Käser Bruder gingen de wielerbanen onveilig maken. Met succes. In de zomer van 1904 stond de teller van gewonnen koersen op vijfenentwintig.
Karl Käser kende geen angst. Of misschien ook wel. Geld vergoedde veel. Maar het leven is ook mooi. Op een fietsje, in de zuiging van een windscherm, achter een razende motor, zonder helm… Ongetwijfeld zal hij wel eens vertwijfeld hebben afgevraagd waar hij mee bezig was.  Op foto’s zie je de voorheen vrolijke Beier duidelijk versomberen. De Dood hing dan ook onzichtbaar om hem heen.
Tijdens de Grote Prijs van Plauen op zondag veertien augustus 1904, hoorde Jozef die ene zo gevreesde weeë klap achter zich. Het geluid van zacht vlees op beton. Twee dagen later stierf zijn broer aan de verwondingen. Karl, volgens het blad  Radwelt een ‘gemüst Bravourmensch’ werd dertig jaar.
Bron: Radwelt jaargangen 1902, 1903 en 1904.
Foto 1 De broertjes Kaser. (foto archief Wim van Eijle)
Foto 2: Der Karl achter een onbekende gangmaker.
Foto 3: ‘Op foto’s zie je de voorheen vrolijke Beier duidelijk versomberen. De Dood hing dan ook onzichtbaar om hem heen’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: