Je moest namelijk de plekken weten

Ze noemen het de tijd waarin alles vijftig jaar later gebeurde. Saaiheid troef. Maar dat is geleuter. Niets van waar. Laat die historici maar kletsen. Je moest namelijk de plekken weten! Wist je die, dan zat je geramd. En dat voor een luttel bedrag. Het bloed spatte je dan om de oren. Levens hingen aan zijden draadjes. Alsof je een blinde trapezewerker zonder vangnet in actie zag. Dat soort werk. Fijne tijden voor een adrenalinejunk  zo rond 1900.
Ook op de Amsterdamse Wielerbaan, begin september 1901. Tribunes vol met strohoeden en korsetten. Opgewonden wachtend op de tweestrijd Emile Bouhours tegen Piet Dickentman. Een race achter motortandems. Motoren werden aangeduwd. Harde plofgeluiden over de baan. Rillingen in onderbuiken. Natte plekken op houten banken.  Amsterdamse Piet, toffe jongen uit de Jordaan, was dé favoriet. Dickentman, pas een jaar stayer, glorieerde op de Duitse wielerbanen.  Was in Germanenland een  opkomende ster. Iedere maandag deden de lokale kranten verslag. Verbaast dat Pietje die fietsende moffen het leven zo zuur maakte.  En dat wilden Amsterdammers wel eens met eigen ogen zien. Die kregen waar voor hun stuivers.
Spektakel in de zesde ronde. De ketting van Bouhours motor vloog er vanaf. Kwam terecht in  het achterwiel.  Nadat de stuurman van de wielerbaan was geschraapt, werd er overgestart. Bouhours achter de reservemotor, kreeg de geest, en jakkerde ver voor  Dickentman uit. Op het moment dat Piet gedubbeld werd, gebeurden spannende zaken. De voorband van Piets motor, met tachtig in het uur,  vloog er af.  Dickentman, én zijn gangmakers Adolf Thormann en Jozef Schwarzer, gietijzeren cowboys uit Berlijn, werden gelanceerd.
De catastrofe  was nog niet compleet. In een flits stuurde de stuurman van Bouhours zijn motor omhoog. Ontzetting op de tribune. Ga er maar even aan staan. Alsof een rijdende bom op je afstormt. Stuurman en balustrade werden verpletterd. Gedeelte smart is natuurlijk géén halve smart.   Piet Dickentman en zijn jongens lagen te krimpen van de pijn en werden, volgens het Nieuws van den Dag ‘deerlijk gewond met bloedende wonden aan hoofden, armen, borst en beenen’, afgevoerd richting Wilhelmina Gasthuis. 
Bij Piet Dickentman, als stayer actief tot in 1928, hoorde ongeluk én dood als een papegaai op de schouder van een piraat. Stuyfssportverhalen heeft uitgerekend dat de Amsterdamse rolrijder  meer dan twintig keer aan de groeve van een verongelukte collega stond. Zelf crashte hij meer dan tien keer. Waarbij hij dagen in coma lag. Piet, zeventig jaar geworden, kon het nog navertellen. 

Foto1: Piet Dickentman, achter de motortandem, Foto 2: Fransman Emile Bouhours en Piet Dickentman, wereldtoppers. Foto 3: De begrafenis van motorhelper Orlemans, gesneuveld in 1922 in het Amsterdamse Stadion. Eén van de slippendragers was Dickentman, rechts.

Bron: Nieuws van den Dag, jaargang 1901.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: