Sportwaanzin van alle tijden

Die collectieve gekte. En dat voor een schaatstocht die niet doorging. Zo’n beetje het hele land was direct rijp voor de valium. Stuyfssportverhalen kan het woord ‘Elfstedentocht’ niet meer horen. Maar om de lezers af te laten kicken nog één keer wat gereutel over de ‘Tocht der Tochten’.

Het was een voorzetje voor open doel. En de schaatsers, dertig stuks, kopten die feilloos in. Of de Tocht door moest gaan, vroeg voorzitter Hylkema vlak voor de start van de eerste Elfstedentocht. Terwijl de dooi was ingevallen, het ijs op de meeste plaatsen erbarmelijk was, brulden ze om het hardst van ‘ja’. Sportwaanzin blijkt van alle tijden. Ook in 1909. Kwart voor vijf in de morgen van 2 januari. Hylkema, voorzitter van de Friesche IJsbond wist genoeg en deelde persoonlijk de controlekaarten aan de rijders uit. Dertig stuks, snel klaar. Bij het licht van twee carbidfietslampen werden op een  natte, koude, mistige en pikdonkere Leeuwardergracht de doorlopers ondergebonden.  Dertig kerels stortten zich in een desolaat avontuur. Het parkoers werd gereden om ‘de noord’ ofte wel richting Dokkum.
Een Fries is pas een Fries als hij de Tocht uitgereden heeft. Een ongeschreven inwijdingsritueel waarmee je voor de rest van je leven in it Heitelan gezien kan worden. Dat laatste moet hét lokkertje zijn geweest. Bij het zien van de deplorabele toestand van het ijs had een normaal mens direct rechts omkeer gemaakt. Bij Bolsward was schaatsen onmogelijk. Kilometers werd er gestumperd, gestakkerd dan wel gekluund. Ook elders op het Friese ijs werd geleden. Door regenval was het ijs verworden tot een soort suikerfondant. En anders stonden de mannen tot de enkels in het water. Schrale troost, er werd niet anoniem afgezien. Er stond iets tegenover. De ontvangst in de logementen, boerderijen, en gemeentesecretarieën, waar gestempeld moest worden, was volgens Jan Feith, meerijdende journalist van dienst, ´hartverwarmend´. In de dorpen en steden, langs grachten, sloten en op bruggen stond het zwart van het volk.
Het grauw, ongetwijfeld met een flinke neut achter de huig, kende maar één favoriet: streekgenoot Minne Hoekstra. Minne, een sluwe vos, had meerdere schaatsen meegenomen waaronder een paar met brede ijzers. Hoekstra, de enige rijder die geen last van het slechte ijs had, ging er in de finale met Gerlof van der Ley  vandoor. Na met Van der Ley afgerekend te hebben, werd Minne door een grote menigte als winnaar in Leeuwarden bejubeld. Derde werd Amsterdammer Tiete Rooseboom. Na afloop was er ook nog een stichtelijk woord van voorzitter Hylkema.
In ronkende woorden orakelde hij zijn bedenkingen tegen dat ‘wedstrijdgedoe’. Hem kon het niets schelen wie er als eerste aan kwam, liet hij weten. Veel belangrijker vond hij die kerels die ongetraind, onder de koeien vandaan, de Tocht uitreden.
De preses van de Friesche IJsbond bleek een ‘ziener’ te zijn. De man móet de massahysterie van een eeuw later al op zijn netvliezen hebben gehad.

Foto 1: V.l.n.r.  Van der Ley, Minne Hoekstra en journalist Jan Feith. Foto 2: Doorkomst van Hoekstra en Van der Ley in Bolsward. Foto 3: Tiete Rooseboom.
Bron Revue der Sporten jaargang 1909. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: