Wapperende rokken in het mulle zand

De ‘roerige jaren 20’. De bevrijdingsperiode voor de vrouw waarin opeens alles kon. Taboes werden doorbroken, en mannenbastions bestormd. Meiden ontdekten de racefiets. Het dameswielrennen kwam op gang. Er werd volop gekoerst. Niet alleen op de weg en baan maar ook in het veld. Stoere grieten in koersbroek, mét alpinopet in de blubber. En de goegemeente nam het serieus. Maar dat was wél in België en Frankrijk. 
In het zwaar verzuilde Nederland kwamen de vrouwen en bekaaider vanaf. Fatsoenlijke juffers zaten niet op een racefiets. Die gingen wandelen met de AJC of anders met de Christelijke Jongeren Vereniging: zolang het maar niet op een zondag was. Jo met de banjo, dat soort werk. Vrijgevochten, wilde meiden hadden daar geen trek in. Konten werden tegen kribben gegooid. Gevestigde normen en waarde opzijgeschoven. Vrouwen wilden wat mannen ook deden. Zoals koersen. Leg dat maar eens aan die fossielen van de toenmalige wielerbond uit.  Die verbood dameswielrennen in competitie. Vrouwen op een racefiets waren zwaar verdacht. Werden nagewezen. Boven hun hoofd zweefde een  tekstballontje met de tekst ‘manwijf!’  Daarom hulde aan die vrouwen die zich daar niks van aan trokken.
Zoals dat dappere tiental op die ene meizondag in 1926.
Terwijl heel het land ter kerke ging of anders naar partijbijeenkomsten, stond op de boulevard van Scheveningen ter hoogte van de Alkmaarschestraat een ploegje meisjes te wachten. En dan niet op de bus maar op het startschot voor de ‘ Tweede Grote Veldrit van Scheveningen’. Het massaal opgekomen publiek was natuurlijk gekomen voor de mannenkoers met  honderdtwintig profs en amateurs.  Het bijprogramma voor veteranen en als noviteit een wedstrijd voor dames, werd voor lief genomen. Ze moesten eens weten! Het was een historisch moment, want zo’n beetje de eerste georganiseerde veldrit voor dames. Weliswaar op gewone fietsen, maar toch.
Tussen de lokale rensters ook mejuffrouw Buijs uit Halfweg. Samen met haar broer, amateur-renner en later aan de start, op de fiets vanuit de Haarlemmermeer naar Scheveningen gekomen. Op calvinistische, zwarte oerdegelijke tweewielers met wapperende rokken en schurend op keiharde zadels, werd een loodzwaar, veertien kilometer lang parkoers afgelegd. Duinen en trappen werden beklommen en tegen de storm in over het strand terug. Finish op de boulevard ter hoogte van de pier.  Winnares werd mejuffrouw Van Alphen afkomstig uit Den Haag. Meisje Buijs werd tweede. De Halfwegse bleek een echte liefhebster te zijn. Na eerst jarenlang op bestuursniveau actief te zijn geweest bij wielerclub De Bataaf,  reed ze tot op zeer hoge leeftijd toertochten.

Foto 1: Strandrace Scheveningen 1926. Foto 2 en 3: Frankrijk 1925 waar veldrijden voor meiden heel gewoon was.

Bron: Sport in Beeld jaargang 1926. Dagblad Het Vaderland jaargang 1926. Les Miroir des Sports jaargang 1925. Jan Zomer.

2 Reacties to “Wapperende rokken in het mulle zand”

  1. Han van der Neut Says:

    Weer een mooi verhaal André, vlak voor dat we bij Sporza Marianne Vos de veldrit in Liévin zien winnen.

  2. jan zomer Says:

    Historische periode bij De Bataaf, want Vrouw Buis was in 1923 medeoprichster van genoemde club. Haar zoon Leen Buis nam in 1928 deel aan de Olympische Spelen. Ik heb de toegezegde documentatie inmiddels aan je verzonden.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: