‘Pittig snorrend vliegen den karretjes voorbij’.

Fietsen in ’s werelds grootste wildwest-saloon, want de Zesdaagse van New York, editie 1905, en gehouden in het Madison Square Garden. Verbijstering! Een cultuurschok! In zijn meest woeste dromen had hij dit niet kunnen bedenken. Leo Lauwer, de aartsvader van de Nederlandse sportjournalistiek was er bij. En vergat het zijn leven lang niet meer.  

Pat Powers wist feilloos wat Newyorkers fijn vonden. Maar ook hoe zijn portemonnee kon vullen. Geef de Yankee een mix van show en rauwe topsport en je zit geramd. Hoe? Door wielrenners zes dagen en nachten te laten koersen tot ze letterlijk van hun karretje tuimelden. En als het te saai werd, was organisator Powers niet te beroerd om met grote geldpremies de renners op te jutten. Bij de prehistorische zesdaagse was het goed toeven. Toeschouwers werden namelijk niet alleen vermaakt met sport.  Er was ook nog het spannende ‘buitengebeuren’. Vechtpartijen op de tribunes. Rekeningen die nog open stonden werden ingelost. Zo beslechten twee Newyorkse boksers hun vete met het pistool. En de koers ging gewoon door.
Ook op de wielerbaan gebeurden vreselijke dingen. Daar was zo’n beetje alles toegestaan wat de wielergod verboden had. En Leo, die saaie, puriteinse, calvinistische Nederlander, Leo’s  maag draaide daar van om. ‘Een vuile boel. Zoo ontzaglijk bestiaal. Dat dronken publiek dat altijd naar harder en harder snakt, dat als een troep wilde beesten brult. Happig op een ongeluk’, pende de brave borst in zijn notitieblokje. Leo’s toorn daalde ook neer op de hoofdrolspelers. ‘En dan de slechte elementen onder de renners, kerels die zich laten vallen, de concurrentie in levensgevaar brengen alleen om maar niet gelapt te worden en dat alleen maar om de money. Zijn dit nog menschen?’ vroeg hij zich vertwijfeld af.
Leo´s morele oordeel lapte Powers hoogstwaarschijnlijk aan zijn reet. Als er maar reuring in zijn tent was. En dat was er ook. Er werd gevreten, gezopen, gerookt en gelonkt. Op het middenterrein knetterden de phonografen, speelde een man op een rammelpiano, en blies een brassband zich de longtoppen in de keel. Het publiek voelde zich niet bekocht. Vele bleven dag en nacht onafgebroken hangen. Dan hoefden ze de entree maar één keer te betalen. Op de laatste dag werden ze met behulp van politie en brandslang het Madison Square Garden uitgeranseld. Powers was wel goed maar niet gek. De kaartjes voor de finaledag waren dubbel geprijsd, alleen te betalen door de elite.
Er werd ook nog gekoerst, of in Leo’s woorden ‘Pittig snorrend vliegen  den karretjes voorbij’.  Powers mocht dan wel een showman zijn, hij wist ook dat er vedetten aan de start moesten staan. Het rennersveld van lokale fietsende cowboys werd aangevuld met de Europese top, waaronder Amsterdammer John Stol.
Wie de chef van de ´blauwe trein´  ­- de renner die het verloop van de koers regelt ­- was, is onduidelijk. Maar de man was een vakman. Terwijl er in zes dagen én nachten meer dan 4404 kilometer werd afgelegd, met een gemiddelde snelheid van eenendertig kilometer, werd de Six van New York anno 1905  beslist in een sprint: gehouden in de allerlaatste ronde. Iedereen tevreden. Helemaal Pat Powers. Na aftrek van alle kosten hield hij aan zijn woeste Zesdaagse hondervijfentwintigduizend dollar over.

Foto 1: Er werd gevreten, gezopen, gerookt en gelonkt. Foto 2: John Stol in zijn rustcabine. Foto 3: Pat Powers.

Bron: Revue der Sporten jaargang 1908.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: