Voor Charles geen gladiolen maar de dood

Dertien jaar profrenner en het afscheid kwam er aan. Zijn tijd zat erop. Inmiddels dertig jaar oud, wist hij verdomd goed dat van zijn carrière niemand wakker lag. Frustraties gierden door het lijf van Charles Brécy. Als stayer waren er dagen dat hij alles kon. Het publiek op de Parijse Vélodrome scandeerde dan massaal zijn naam. Helaas voor hem, net zo snel als de vorm kwam, verdween die ook. Bij Charles viel daar geen pijl op te trekken: wat aan zijn  bankrekening af te zien was. Was de concurrentie schathemelrijk geworden, Brécy had zijn zuurverdiende franken geïnvesteerd in een bescheiden bloemenzaak.
Op het moment dat de berusting bijna toesloeg, flikkerde het bijna gedoofde vlammetje van eerzucht op. Tijdens het bloemenbinten brak het kille zweet hem uit bij de gedachte dat hij in het collectieve sportgeheugen bijgezet werd als een duffe bloemist. Merde! De tulpen, rozen, lelies én die hele bloemenzaak konden lekker zijn rug op. Charles Brécy, ging zich nog één keer bewijzen. En hoe kan je dat beter doen dat door het werelduurrecord aan te vallen. Brécy ging in training.
Achter gangmaker Bertin werden lange dagen gemaakt. De vorm kwam er langzaam aan. De benen werden scherp, wangen vielen in en de ogen verzonken diep in de kassen. De bloemist was er klaar voor.
Dan is het veertien november 1904. Het Parijse wielerpubliek liet ‘hun’ Charley niet vallen. Het Vélodrome was uitverkocht. ‘Allé Charley, Charley,’, rolde het lekker galmend van de tribunes. Brécy, de oude krijger, voelde de adrenaline door zijn knokige lijf stromen. ‘Nom de dieu, ik zal ze een poepie laten ruiken’, schoot het door zijn hoofd.
Charley stapte op zijn karretje. Monsterde het publiek. Draaide de punten van zijn snor nog even op. De pet ging achterstevoren. Het startschot viel. Charles Brécy, bloemist uit Parijs, ging het werelduurrecord aan vallen. Na drie kwartier achter de brullende motor van Bertin geraasd te hebben stond de kilometerteller op 91 kilometer. Goed voor een nieuw wereldrecord.
Brécy voelde zich goed. Vuurde zijn gangmaker nog een keertje aan. ‘Nog maar een kwartiertje jongen, en je bent voor altijd beroemd’, dacht hij bij zich zelf toen hij dat vreemde geluid hoorde. Met een luide ‘krak’ brak de voorvork van de motor. Door de vallende motor werd Charley gelanceerd. Met een klap stuiterde de bloemenman tegen de balustrade. De wielerbaan kleurde net zo rood als Brécy’s rozen. Bewusteloos werd de recordman in spe met paard en wagen naar het hospitaal afgevoerd, waar hij elf dagen later de geest gaf. Charles Brécy, 31 jaar geworden, werd begraven op kerkhof van Montparnasse. Aan zijn graf stonden zijn gebroken weduwe én zijn drie kleine kinderen.

Bron: Radwelt jaargang 1905.

Foto’s: Charley Brécy, bloemist in Parijs.

Foto 2 en 3: Archief Theo Buiting

Eén reactie to “Voor Charles geen gladiolen maar de dood”

  1. Hoe gevaarlijk is de wielersport….? « Stuyfssportverhalen Says:

    […] deze race brak de voorvork van zijn motor, Albert kwam ten val en kwam daar bij om het leven. Lees: https://stuyfssportverhalen.wordpress.com/2011/12/09/4516/ Het is 21 augustus als de Grote Prijs van Parijs gehouden wordt. Eén van de stayers, de Amerikaan […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: