Tijdens de hongerwinter werd basketbal geboren

Midden in de hongerwinter van 1944, toen de nood het hoogst was werd in het Rotterdam  het Nederlandse basketbal geboren. In de grote sociëteitszaal van de IJsclub Kralingen gebeurde meer dan basketballen.  Er werd niet alleen met de bal getraind maar ook met het werpen van handgranaten.

Gas en elektriciteit waren afgesloten. Er werd honger geleden. Op noodkacheltjes, gestookt met hout gesloopt uit leeg gehaalde huizen, werden bloembollen gekookt. Licht kwam van een waskaarsje. Op fietsen met houten banden, werden de zogenaamde ‘hongertochten’ ondernomen, want door de sneeuw op weg naar de boeren om het tafelzilver, of de gouden trouwring om te ruilen voor voedsel. In de hongerwinter van 1944 werd aan alles gedacht behalve aan sport. Het laatste was toch onmogelijk.
Om luchtlandingen te voorkomen waren ondermeer de sportvelden van palen en andere obstakels voorzien. Op de resterende plekken stond Duits luchtafweergeschut. Was heel Holland sportvrij? Nee, in het Rotterdamse Kralingen werd de kont tegen de krib gegooid. Ene Huib van Mastrigt, houder van een lokale populaire sportschool, was al een tijd op zoek naar een teamsport waarmee hij een stel jongens van de gevaarlijke straat met zijn razzia’s, kon houden. In een Engelse encyclopedie ontdekte Huib het bestaan van het, in Nederland volkomen onbekende, basketbal. Met de spaarzame gegevens werd een reglement in elkaar gespijkerd.
Huib’s initiatief sloeg aan. De clubs vlogen uit de grond. Bekende Rotterdamse sporters als voetballer Faas Wilkes en schaatser Swanenburg stonden op de ledenlijsten. In de grote sociëteitszaal van de IJsclub Kralingen ging de eerste Nederlandse basketbalcompetitie met vierenveertig teams van start. Als vorm van stil verzet werden de ploegen vernoemd naar geallieerde vliegtuigen zoals de  Mustangs, Lancashire, Mitschels, Spitfire’s, Mosquito’s. Ook de  Nachtjagers en de Onderzeeërs waren van de partij. De sportschool was ook  een middelpunt van de illegaliteit. In de zelfde zaal waar gebald werd oefende de jongens van de Onderzeeërs, tevens lid van  een verzetsgroep, ‘s morgens, zich onder meer in het werpen van handgranaten. Onder de vloer van de zaal lagen de stenguns en explosieven opgestapeld. Spannend detail: in de middaguren stonden de matrozen van de Kriegsmarine, bezig met gymnastiek, op de houten vloeren te springen.
Bij de razzia’s in november werd de sportschool ook regelmatig doorzocht op onderduikers. Als de Grune Polizei op de vliering van de sportschool kwam staarden ze op een grote reclameplaat afkomstig van de Olympische Spelen van 1936.  ‘Ich rufe die Jugens der Welt’ riep de Führer vanaf  het karton. De mensenjagers, in hun sas om zoveel wijsheid, vonden het niet nodig om verder te zoeken. Sukkels.  Als de punaises verwijderd waren was er een luik zichtbaar dat toegang gaf tot een schuilplaats voor veertien jongens.
Na de bevrijding speelden regelmatig Canadese militairenploegen, opgegroeid met de sport,  tegen de juist kampioen geworden Mosquito’s. De bevrijders kregen een pak slaag. Na afloop werden de Mosquito’s, evenals al de andere teams, flink op het hart gedrukt dat het gebruik van lichaamskracht, verboden was.  Huib van Mastrigt had de spelregels, overgenomen in die donkere vreselijke hongerswinter, iets te ruim geïnterpreteerd. Het was hem vergeven.

Bron: Weekblad Sportief, december 1945, nummer 4.

Foto 1: Het eerste Amsterdamse basketbalteam, met Hans van Swol, Bouman, Brasser en Boersma gehuld in shirtjes van atletiekclub AAC, in de ‘oude’ Rai, najaar 1945. Foto 2: Voetballegende Faas Wilkes.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: