Voor eeuwig de wielergeschiedenis in

Hij werd in 1903 wereldkampioen stayeren en was tientallen jaren  Amsterdams allereerste internationale sportheld. Reed, in een shirt met het wapen van zijn stad over een periode van dertig jaar, meer dan duizend koersen. Op 6 september 1928, nam Piet Dickentman, 51 jaar, in een splinternieuw Olympisch Stadion afscheid van zijn geliefde sport. Dickentman die na zijn loopbaan een fietsenzaak in Amsterdam begon, heeft na die gedenkwaardige avond nóóit meer een wielerkoers bezocht.

De allerlaatste koers. De Grote Finale. Nog één keer de adrenaline door het lijf voelen stromen. Voor de laatste keer toegejuicht worden. De laatste foto. En daarna is het over. Het is mooi geweest. Het fietsshirt met de Andreaskruisen, het stadswapen van Amsterdam, kan definitief de kast in. De stayersfiets, het gereedschap van zijn successen, mag uitrusten in de pas geopende fietsenzaak in de Scheldestraat. Dertig jaar lang, soms meerdere keren per week, had hij zijn leven in de waagschaal gesteld. Meer dan duizend koersen had hij achter de zware motor gereden. Iedere week waren de banen stampendvol, of hij nou in Berlijn, Maagdenburg, Dresden, Leipzig of Parijs reed. Iedere koers, ‘volle bak’ om tientallen  aanstormende concurrenten van het lijf te houden en de broodnodige contracten binnen te halen. Wát een herinneringen!
Aan sommigen wilde hij niet meer denken. Té pijnlijk. Die waren bewust opgeborgen in een plekje in zijn geheugen. Maar een enkele keer, op stille avonden, werkend in zijn werkplaats, hoorde hij toch die horrorgeluiden behorend bij valpartijen en doemden weer die afschuwelijke beelden op van stervende stayers. Jongens nog, net als hij, twintigers, doodgevallen in een race waaraan hij ook meedeed. Hoe vaak had hij wel niet achter een lijkbaar van een dood gevallen collega gelopen? Dertig keer? Of waren het meer dan veertig? Hij was de tel kwijt.
Zelf was hij ook niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Hij dacht aan zijn debuut in Wenen in 1901: onmiddellijk trok een pijnscheut langs zijn ruggengraat. Mijn god, wat een smakkerd  maakte hij. Nog wel tijdens de training. Op volle snelheid met meer dan tachtig kilometer achter de petroleumtandem, een rijdende bom op twee wielen, kreeg hij een klapband. Met paard en wagen ijlings naar het hospitaal vervoerd, waar hij dagen lang in coma lag. De pijn overgehouden aan een gebroken schouderblad was nooit helemaal weggegaan.
Hij dacht liever aan de successen zoals zijn wereldtitel behaald in Kopenhagen 1903. Hij, die eenvoudige jongen van de Amsterdamse Westerstraat, de allereerste wereldkampioen afkomstig uit Mokum. Wat was hij toen sterk. In de kracht van zijn leven.
Weet je nog, vroeg hij zichzelf in gedachten af, 1906 en 1910, toen je alle koersen waaraan je meedeed, won? En dan het Oberweltmeisterschaft gehouden in het Berlijn van 1910, waar acht voormalige wereldkampioenen gingen uitmaken wie de allersterkste stayer ter wereld was.  De mooiste race van zijn leven. Dertigduizend moffen braken de tent af nadat hij Ryser, Theille en al die anderen geklopt had. Wat een heerlijke herinneringen… Of  de koersen in het buitenland waar het goud hem letterlijk toestroomde. Die keer in Parijs dat hij won en als extra premie een staafje goud met edelstenen kreeg. Geld. Kapitaal. Hij had het allemaal. En was het ook weer kwijt. Die verdomde geldontwaarding na de Eerste Wereldoorlog. Had hij zijn geld maar niet op die Duitse banken gezet. Ach, dat was maar geld, hield hij zich manmoedig voor. De herinneringen aan zijn carrière zijn onbetaalbaar. Zoete mijmeringen.
Terstond voelde hij zijn knieën slap worden. Dat kon hij nu niet hebben. Niet op zijn laatste koers waar veertigduizend stadsgenoten op afgekomen waren. Verrek…, luister…, het publiek scandeert al massaal zijn naam, ‘Ouwe Piet, Ouwe Piet, Ouwe Piet’. Als Johnny Schlebaum, Jan Snoek, Frans Leddy en Cor Blekemolen, de tegenstanders van die avond, grijnzend om zich heen kijken, duwt zijn gangmaker Jan Slesker de motor aan. Het startschot klinkt.
Piet Dickentman begint aan zijn laatste race en rijdt zich voor eeuwig de wielergeschiedenis in…

Foto 1: De allerlaatste foto van stayer Dickentman, genomen een paar uur voor zijn afscheidskoers.

Foto2 : Wenen 1901, Dickentman achter de petroleumtandem gegangmaakt door Jan Mulder.

Foto 3: Op stille avonden in zijn werkplaats…

Foto 4: Oosterbegraafplaats oktober 1950. Aan het graf van Dickentman nemen voormalige collega’s, v. r. n.l.  Cor Blekemolen, Johnny Schlebaum, Jan Snoek en Koos Storm, afscheid van Piet Dickentman.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: