Dat was dus de winter van 1940…

Sneeuwwallen van meters hoog. Autowegen over een bevroren IJsselmeer. Twee maanden lang ijs! Schaatsen van Andijk naar Stavoren. Vingers, oren en tenen die massaal geamputeerd werden. Langlaufen op de Utrechtse Heuvelrug. Een skicentrum met ‘Zwitserse allure’ op het Kraantje Lek bij Bloemendaal. Waddeneilanden en complete landstreken voor weken onbereikbaar. Dat was de winter van 1940. Kom daar nu eens om… En, o, ja, er was ook nog een Elfstedentocht…
Het is een afstandje van niks. Durgerdam richting Uitdam, nog geen acht kilometer. Lopend doe je er een uur over en met de fiets de helft minder. Maar niet op zondag vijf februari 1940.
Zes uur in de ochtend waren ze vertrokken. Drie Durgerdammers, met een slee geladen met vijftig kilo vlees, op weg naar het, al weken lang, ingesneeuwde Uitdam. Liggend, kruipend over metershoge sneeuwwallen, de laatste kilometers over ijs, vechtend tegen de wind, kwamen ze rond half elf in een hongerig dorp aan. Net op tijd want één van de drie, de twintigjarige Freek Wirsing, kampte met een bevroren been.
Of de inwoners van het eiland Urk beter af waren is niet duidelijk. Wel dat de voedselvoorziening beter geregeld was dan in het Waterland. Over het bevroren IJsselmeer reden wekenlang vrachtauto’s om Urk te voorzien van voedsel, brandstof en post.
Er lag ook sneeuw, en niet zo’n beetje… Voor de ‘beter gestelde’ het sein om massaal op de langlaufski’s te staan. In de omgeving van het Amsterdamse Vondelpark, Bosplan, de Watergraafsmeer en meerdere delen van de stad werd volop gelanglauft. Bij het Bloemendaalse Kraantje Lek verscheen een tijdelijk ski-centrum met ‘Zwitserse allure’. En op de Donderberg bij Leersum, werden officiële langlaufkoersen gehouden. Over een parkoers van vijf kilometer startte ruim honderd  deelnemers waarvan ene F. Hekking als eerste terug was.
Terwijl de happy vew op lange latten mal aan het doen was vermaakte het grauw, op Friese doorlopers, zich uitstekend. Baanvegers, ongetwijfeld steuntrekkers, bleven in volle actie. In het hele land werd op vijvers, grachten en sloten geschaatst. Glijden tussen hoge wallen sneeuw wat nog iets anders was dan die eeuwige bevroren rietkragen bekend van koektrommels.
Op het IJsselmeer werd ook geschaatst. Tussen Andijk, Stavoren en terug kon je schaatsten. Nadat binnen korte tijd zes mensen in wakken reden en verdronken sloeg de schrik erin.
Op de Gouwzee hadden ze daar niet zo veel last van. Tussen Volendam, Marken en Monnickendam werd twee maanden lang geschaatst! Wat de Elfstedentocht voor Friesland is, is de Gouwzeetocht voor de Amsterdammer én de Waterlander. Het stoomtrammetje vanuit Amsterdam-Noord vervoerden, wekenlang, tienduizenden liefhebbers naar Monnickendam. Uitgevroren Volendamse en Marker vissers deden met gebakken vis, koek en zopie, goede zaken. Ook waren er schaatsenslijpers actief.  Volendammers, vanouds inventieve  grootmeesters om de portemonnee te vullen, hieven tol op auto’s die het ijs op gingen.  Op de wijdse vlakte was één onderbroken sliert van schaatsenrijders te zien. En tussen de schaatsers door reden arrensleden met verkleumde inzittenden. Hendrick Avercamp, de zeventiende eeuwse meester van het ijsgenre, had ongetwijfeld goedkeurend geknikt.
Terwijl in Duitsland  Generaloberst Kurt Student zijn troepen drilden en perfectioneerden voor de komende Blitzkrieg op Nederland, dachten ze in Friesland maar aan één ding: de Elfstedentocht. Op maandag 29 januari was het zover. Meer dan drieduizend Friezen en Hollanders hadden zich in de Leeuwardense Harmonie gemeld.  Met acht graden vorst en een  snijdende noordoosten wind werd de meute om vijf uur in de morgen losgelaten.
Op het, door aangevroren sneeuw, slechte ijs maakte zich Piet Keijzer, Auke Adema, Cor Jongert, Durk van der Duim en Sjouke Westra, zich los. In Dokkum werd door de kopgroep besloten, om, eenmaal in Leeuwarden, gezamenlijk over de finish te gaan. Een discutabele actie die de schaatsgeschiedenis in zal gaan als het ‘pact van Dokkum’.
Ruim elf uur na de start  gleed het pact hand in hand over de streep. Om zeven uur in de avond waren, van de drieduizend deelnemers pas achtenzestig aan gekomen wat staat voor twee procent. Door het onstellende slechte ijs en de snerpende kou vond het bestuur verder rijden onverantwoord. Schaatsers,  tussen Franeker en Bartlehhiem, werden van het ijs gehaald maar kregen tóch het begeerde Elfstedenkruisje. Dat was dus de winter van 1940…

Foto 1: Op het traject Hoorn Purmerend moest door zware sneeuwval de trein met de hand uit gegraven worden.
Foto 2: Kraantje Lek, Zwitserse allure.
Foto 3: Doorkomst Gouwzeetocht bij Marken.
Foto 4: Keukenpersoneel van het Lido reden op de Amsterdamse Stadhouderskade een wedstrijd.
Foto 5: En er was ook nog een Elfstedentocht.

 

Bron:  Algemeen Handelsblad jaargang 1940.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: