Veldloop voorkomt opstand

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bereidde Nederland zich voor op een verdedigingsoorlog en riep, tijdens de daarop volgende mobilisatie, tweehonderdduizend man op, die uiteindelijk, vier jaar mochten wachtlopen bij de grens of bij strategische doelwitten. In de donkere, vochtige spelonken van de Stelling van Amsterdam, de fortificaties rondom de hoofdstad, bivakkeerden meer dan zevenduizend soldaten. Kolkten aan de fronten in Vlaanderen en Noord-Frankrijk de adrenaline én het bloed rijkelijk, in de Stelling was verveling en ergernis troef. Probeer maar eens duizenden jonge kerels met een te hoge testosteronspiegel met vies eten, slechte huisvesting, wachtlopen, met de handen boven de dekens slapen, corvédiensten én een dubbeltje soldij per dag, rustig te houden.
Koos Speenhoff, dé Marco Borsato van vijfennegentig jaar geleden, mocht de boel opleuken. Koos trok van fort naar fort. Met liedjes als ‘Waar wordt een militair het meest verwend? Ja, in het Fort, Waar wordt een  ieder vetgemest? Ja, in het fort’, zette Koos, hoogstwaarschijnlijk, de boel nog meer op scherp. In sommigen forten braken rellen uit. Om verder oproer te voorkomen werd een Centrale Sportcommissie opgericht.
De mannen moesten de forten uit. Korporaals en andere onderofficieren, zonder enige sportervaring werden aangewezen om de boel te leiden. In het toenmalige Amsterdamse Stadion werden deze, in zes lessen, tot militaire sportinstructeurs klaar gestoomd. Eenmaal sportinstructeur hadden ze er wel zin in.
Over de jongens van de Stelling ging de ‘zweep er over’. Er werd getraind tot de knieën slap werden. De mannen van de Stelling hadden de dubieuze primeur als eerste soldaten uit de vaderlandse geschiedenis mee te doen aan de later zo gehate militaire veldloop.
Jonkheer Six, zelf vrijgesteld van militaire dienstplicht, stelde daarvoor zijn  landgoed Jagtlust  in ’s Graveland, ter beschikking. Voor de gelegenheid hadden de knechten van Six een parkoers van drie kilometer uitgezet. In december 1915 werden de voorheen lamlendige soldaten over een besneeuwd parkoers van  sloten, boomstammen, en een zandafgraving van drie meter diep, gejaagd. En ze vonden het nog leuk ook, wat natuurlijk niet zo was. Na afloop werd er, in het bijzijn van ‘hoge omes’, om het hardst geroepen dat ze het heerlijk vonden.
Leo Lauwer, sportjournalist van het sportblad Revue der Sporten, beschouwde de mobilisatie als een zege voor de lichamelijke opvoeding in het land. In zijn blad droomde Leo hardop dat de ‘psysieke ontwikkeling van ons volk zal bereikt worden bij algehele bloei van de sportmaatschappij’.
Met de  honderdduizenden hardlopers die nu, dagelijks over de wegen rennen, is  Leo’s wens beantwoord.



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: