De hemelgang van een lieve jongen

‘Jongen, als jij nou een nieuwe motor koopt, word ik je gangmaker. En dan zul je eens zien.’ Profetische en onheilspellende woorden van Constant Ceuremans. Binnen een jaar werd een volkomen onbekende Antwerpse metselaar in Europa een beroemdheid. Met de snelheid van het licht steeg zijn ster om die binnen twee jaar weer te doven. Op 21 juli 1909, bij een stayerskoers op de Brusselse wielerbaan, luidde de bel voor de laatste ronde. Voor Kareltje Verbist, op dat moment op kop in de koers werd dat het geluid van de doodsklok.

Niemand die wist wie hij was. Voor de Duitse pers, renners, gangmakers en het grote publiek was hij een grote onbekende. Weer zo’n  buitenlandse avonturier die achter de motor zijn leven op het spel kwamen zetten in de hoop daar rijk van te worden. Bij de Grote Prijs van München gehouden op 21 juli 1907 werd meewarig naar Karel Verbist gekeken. Dat ventje uit Vlaanderen mocht blij zijn dat hij als programmavulling mocht dienen. Voor publiekstrekkers Contenent en thuisrijder Taddy Robl,  was Karel een programmavullertje dat maar niet te veel in de weg moest rijden.
In Vlaanderen wisten ze beter. Kareltje Verbist, een metselaar uit Antwerpen, won in 1906 een vierentwintiguursrace waarvan de laatste drie uur achter de motor verreden werd. Dat joch kan wat, moest gangmaker Contant Ceuremans gedacht hebben. Op advies van Ceuremans kocht Verbist met geleend geld een motor: wat uiteindelijk het voorspel was voor een drama. Ceuremans en Verbist vertrokken naar Duitsland waar het duo mocht startten in   in de Grote Prijs van München, die verpletterend gewonnen werd. Kareltje, die dat seizoen alle grote stayerskoersen met winst afsloot, werd nooit meer uitgelachen. Twee jaar lang was  Verbist onklopbaar.
Wat waren ze trots in Vlaanderen, want hun Kareltje flikte het toch maar. Nadat de voormalige metselaar, een jongen van de gestampte pot, aan de pers ‘verklapt’ had dat al zijn verdiende geld naar zijn nooddruftige moedertje, een arme weduwe ging, was in Vlaanderen de cultus ‘Kareltje Verbist’ geboren. Dan is het 21 juli 1909 in België een nationale feestdag. Op de wielerbaan van Brussel werd dat gevierd met een grote stayerskoers.
Het was dat hij voor eigen volk moest koersen want het liefst had hij afgezegd. Karel Verbist, de man die onklopbaar was achter de zware motor van Ceuremans, was bang geworden. Nachtmerries had hij gekregen van dat ene kranteberichtje. Drie dagen ervoor was op de  Berlijnse wielerbaan bij een apocalyptische stayerskoers acht doden én eenentwintig zwaar gewonden gevallen.
Rauwdauwers als een Piet Dickentman, Demke, Vanderstuyft, en een handvol andere stayerende collega’s hadden hoogstwaarschijnlijk even geslikt, de schouders opgehaald en ijzerenheinig hun plaatsje achter de motor ingenomen.  Kareltje niet.  Karel Verbist  hield van het leven, mocht graag met zijn vrienden een pint drinken en daar was ook nog zijn moeder. Wie moest voor haar zorgen als hij verongelukte? Verbist werd met de neus op de feiten gedrukt, ging nadenken waar hij mee bezig was en werd vervolgens bang. Karel Verbist, volksjongen uit Antwerpen, held van Vlaanderen had geen trek in die koers, maar liet zich door Ceuremans ompraten.
Had hij maar naar zijn gevoel geluisterd.  De bel voor de laatste ronde klonk,  wat later de doodsklok was. Het  publiek begon Verbist, op kop, al toe te juichen, een geluid dat overging in een massale kreet van afgrijzen  toen in de voorlaatste bocht een knal klonk.  De achterband van Ceuremans motor was ontploft. Verbist stuiterde over het cement. De achteropkomende motor met gangmaker Meinhold kachelde over Kareltje heen. Met een verbrijzelde ruggengraat, gekloofde schedel en bloedend uit vele wonden stierf Vlaanderens ‘liefste jongen’.
Bij de  begrafenis van Verbist op de Antwerpse begraafplaats van Wijneghem, liep heel Antwerpen uit. Na een leven als een smartlap werd sportheld Karel Verbist, niet vergeten. Tot ver na zijn dood zong het volk: ‘Kareltje, Kareltje Verbist, had ge niet gereden op d’n pist, dan had ge nu niet gelegen, In Uw kist’.
Een schrale troost voor een renner die maar 26 jaar werd.

Foto 1: Op de Rivierenbaan van Antwerpen achter Constant Ceuremans wiens noodlot al bepaald was. Drieentwintig jaar later verongelukte Contstant.

Foto 2: 16 Mei 1909. Winnaar van het Gouden Wiel in Steglitz. Links naast Karel, gangmaker Ceuremans.

Foto 3: Karel met zijn ouders waarvan zijn vader niet veel later overleed.

Foto 4: Voor stayers in de ‘oudheid’ kon iedere dag de laatste zijn. Van het leven werd genoten. Na de overwinning van Thuur Vanderstuyft in de Grote Prijs van Europa gehouden in Leipzig 1908 werd na aflopen even een pint genomen. Helemaal rechts d’n IJzeren Thuur, zesde van rechts met platte pet Kareltje Verbist.

Foto 5: Heel Antwerpen nam afscheid van ‘lieve’Kareltje.

Foto’s: Archief Stuyfssportverhalen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: