De profeet die nooit erkenning kreeg

Alhoewel nooit wereldkampioen geweest was hij één van de allersterkste stayers die dit land ooit had. Won in 1927 zesenvijftig grote internationale koersen. Heeft twintig jaar achter de motor gereden, verdiende bakken met geld maar scheerde ook regelmatig langs de afgrond van de dood. Anno nu is hij volkomen vergeten. Frans Leddy de stayerende profeet die in eigen land nooit geëerd werd.

Hard zijn. Alleen maar aan jezelf denken. En letterlijk voor niemand opzij gaan. Dat was het leidmotief van Frans Leddy. Nóóit vergat hij zijn begin periode! Het stond in zijn geheugen gebrand dat hij met zijn petje in de ene hand en vijf gulden in de ander op de Rijswijkse wielerbaan had moeten bedelen of hij, op zijn oude, aftandse materiaal, mocht trainen achter de motor.
Uit dié vernedering putte hij zijn latere hardheid, en egoïsme. In de beginjaren twintig  was het als beginnende stayer vrijwel onmogelijk om er ‘tussen’ te komen.  De gevestigde orde zat nou niet bepaald op dat piepeltje uit Den Haag te wachten. Mannen als Koos Storm, Schlebaum, Snoek, Blekemolen en Piet Dickentman, waren de renners die uit de ruif aten.
Van de baandirecties hoefde Leddy ook niet veel te verwachten. Die Leddy moest zich maar eerst in de kleinere koersjes bewijzen: wat hij ook deed. Na veel gelobby en gezeur kreeg de Haagse rolrijder in 1923 een contractje los in Parijs wat bijna zijn laatste optreden op dit ondermaanse werd.
Gereden werd achter de zogenaamde ‘petroleumtanden’ een loodzware motor bemand door twee man die op volle snelheid  ten val kwamen. Met gillende sirene werd Leddy, zwaar gewond, afgevoerd naar het ziekenhuis, waar artsen direct zijn been wilde amputeren. Door zich hier heftig te verzetten wist Leddy zijn been én  zijn stayerscarriere te redden.
Frustraties, weten dat je het kan maar niet erkend worden, dát is de beste dope voor een aankomende renner. Nog harder werd er getraind, nog meer werd er ontzegd. En bij het nationale kampioenschap van 1925 was de doorbraak.
Het was zo’n kampioenschap dat alleen maar in jongensboeken voortkomt. Na vijftig kilometer pech krijgen, voordat een nieuwe motor in de baan kwam vijf ronden achterstand die Haagse Fransje nét voor de finale goed maakt. Enfin, publiek op de banken en baandirecties met wapperende contracten.
Frans Leddy een simpele rolrijder uit Den Haag wist verdomd goed dat, als het pap regent, je je bordje buiten dient te zetten. En die pap viel met bakken uit de hemel in Duitsland. In de stayersgekke heimat met zijn vijfenveertig wielerbanen, jaarlijks honderden koersen, vijftig topstayers, onderging Leddy, tijdens de Grote Prijs van Hannover, zijn vuurdoop die hij met een overwinning afsloot.
Voor het grote publiek kreeg  Leddy’s naam een magische klank na een valpartij tijdens de Grote Prijs van Munster. Niets gebroken maar totaal ontveld werd Frans door het Deutsche Rote Kreuz in verband gewikkeld. Om zijn komende contracten te redde startte hij opnieuw in de inmiddels stilgelegde race om die, als een rijdende ‘verbanddoos’ vervolgens met vier ronden voorsprong te winnen.
Voor Leddy, 28 jaar, was de oogsttijd aangebroken. Achter gangmaker Ceuremans reed hij  over een periode van zes jaar, in Duitsland, gemiddeld drie keer in de week een koers van honderd kilometer.  In 1927 publiceerde het Duitse tijdschrift Radwelt een lijst van zeventig renners waarin  Leddy met zevenenvijftig overwinningen boven aan stond.
Wereldkampioenschappen waren voor Leddy steevast kommer en kwel.  Altijd was er pech zoals het WK van 1927 waarin hij, in de series, met één ronde voorsprong de latere wereldkampioen Linart klopte. Tijdens de finale na vijfenzeventig kilometer met uitzicht op winst ontplofte twee bougies van Ceuremans motor. Hoe sterk Leddy was bewees hij in de revanchekoersen. In één week won hij vier van dergelijke koersen.
Leddy, nationaal kampioen van 1929 en ’34, na zijn carierre financieel onafhankelijk,  overleed in 1966 op vijfenzestigjarige leeftijd.

Foto 1: de Grote Prijs van Dresden 1927. Van links naar rechts, de latere winnaar Leddy, Parisot, de, een paar weken later dodelijke verongelukte Ernst Feja, Saldow, Erxleben, de ‘oude’Piet Dickentman, en Lewanow.

Foto 2: Parijs 1923. Frans Leddy, nog onwetend wat voor iets verschrikkelijks hem te wachten stond, achter de ‘petroleumtandem’  in de aanval.

Foto 3: Leipzig 1927. De latere winnaar Leddy, rechts,  valt Moller en Rosellen aan.

Foto 4: Leddy was één van de eerste sporthelden die zijn naam verbond aan de commercie.

Foto’s: Archief Stuyfssportverhalen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: