Walthour maakte bluf waar

Het was  één grote natuurlijke selectie, waarbij ‘fietsende bokken van de schapen’ werden gescheiden, en jongens transformeerden tot  kerels, want de Amerikaanse zesdaagsen, begin twintigste eeuw, waren berucht om hun hardheid.
Alles wat de grote wielergod verboden had, was er toegestaan. Renners die dat overleefd hadden, waren gehard voor de strijd, die maalden niet om een botbreukje meer of minder. Je kunt er gif op innemen dat in die koersen Bobby Walthour, afkomstig uit Atlanta, zijn hardheid had opgedaan. In de six van Boston, Nashville, Houston, Memphis en New York stond Walthour, die tijdens zijn carrière zeventien keer zijn sleutelbeen brak, op de deelnemerslijst.
Dat Walthour, met aan zijn zijde Munroe en McEachern, drie keer de zesdaagse van New York won was aardig voor de statistieken maar spekte niet Walthours  bankrekening. Terwijl Bobby met zijn collega’s op obscure wielerbaantjes hun kloten afdraaiden, verschenen, zo rond 1900, in Europa de eerste motorfietsen op de baan, waarmee stayeren een feit was.

Koersen achter motoren:  bloedlink, levensgevaarlijk, weggelegd voor fatalistische kerels,  maar wél lucratief. Renners vielen óf dood, óf werden miljonair.
Bobby Walthour nam dat eerste op de koop toe en stapte over naar het stayeren, werd in 1902 en 1903 nationaal kampioen en ving daarmee vijftigduizend dollar. Even ter vergelijking: bij het Amerikaanse profhonkbal verdiende de beste pitcher ruim vierduizend dollar…
Bobby Walthour, lang, blond, kon je niet betichten van valse bescheidenheid. Na zijn Amerikaanse titels riep hij tegen iedereen die het horen wilde dat hij ‘
the best of the world’ was. In 1904 vertrok hij naar het ‘oude continent’.
In Parijs was zijn Europese debuut. In een tweestrijd tegen lokale favoriet Paul Dangla moest hij het nog afleggen, maar liet daarbij genoeg indruk na voor een rits contracten in Duitsland. In het ‘avondland’ met zijn meer dan veertig wielerbanen waar fietsen achter motoren wekelijks honderdduizenden toeschouwers trok, won de Yank vijf koersen waaronder de Grote Prijs van Europa in Friendenau. Tussendoor vernederde Bobby, in een match voor twee, de onklopbare Thaddy Robl, wat gebeurde in Dresden.

En in september maakte Bobby Walthour zijn bluf waar door in Londen wereldkampioen te worden. Een titel zonder enig glamour want door de platte bochten in de piste werd gereden met lichte motortjes. Een jaar later nam de inwoner van Atlanta wraak door in Antwerpen zijn titel te prolongeren. Op de Zurenborgbaan stonden tien stayers aan het vertrek. Gekoerst werd over honderd kilometer waarbij de rol slechts vijf centimeter achter de motor stond: lekker link maar wél spectaculair want de snelheden waren angstaanjagend hoog. Overigens: Piet Dickentman werd derde…
Met zijn wereldtitels schoot ook zijn prijs omhoog. Voor een lullig koersje vroeg en kreeg Walthour contracten van tussen de vijftienhonderd en tweeduizend gulden: een arbeider verdiende tien gulden per week… Iedereen wilde de vliegende Yank aan het werk zien. Ook in Holland waar de Amerikaan, in 1910 op de wielerbaan van Scheveningen, aan de start stond.
Tijdens één van die koersen vond een incident plaats. Piet van Nek kreeg tijdens de koers bonje met Walthour, stapte af en wilde zijn fiets gooien voor de aanstormende Walthour, wat verhinderd werd. Na afloop vond er tussen de Amsterdammer en Amerikaan een vuistgevecht plaats. Niet veel later vertrok Bobby Walthour terug naar de States om nooit meer terug te komen.

Op 5 augustus 1949 stierf Walthour in Boston. Bobby werd 71 jaar.

Foto 1: Keulen juni 1909: Parent achter gangmaker Lauthier passeert Walthour die gegangmaakt wordt door Gus Lawson die vier jaar later op dezelfde baan dodelijk verongelukte.

Foto 2: Parijs 19 mei 1909 de tweekamp Louis Darragon links tegen Bobby Walthour. Negen jaar na dato verongelukte Louis op dezelfde baan

Foto 3: Reclameposter voor de Zesdaagsen van New York. In het voorprogramma de tweekamp Parent, met rechts, Walthour. Op de voorgrond de Amerikaanse sprinter Frank Kramer.

Foto 4:  1904 De tweekamp Robl versus Walthour. Zes jaar later stortte Robl, in een zelf in elkaar geknutselde vliegtuigje, neer wat hij niet overleefde.

Foto 5: Scheveningen 28 juni 1909. Links Bruni, Jan van gent en Bobby Walthour.

Bronnen: Radwelt jaargangen 1904 tot 1910, Revue der Sporten jaargangen 1908 tot en met 1910.

Foto’s: Archief Stuyfssportverhalen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: